Nagele

Nagele is een dorp dat flink verschilt van de andere dorpen in de Noordoostpolder. Werden zij gebouwd volgens de wat traditionele opvattingen van de zg. Delftse School, in Nagele mochten in de jaren vijftig de aanhangers van de Opbouw en De Acht, vertegenwoordigers van het Nieuwe Bouwen, hun plannen proberen te verwezenlijken.
Bij deze groep architecten hoorden bekende namen als Aldo van Eyck, Gerrit Rietveld, Mien Ruys en vele anderen.

Er was een duidelijke opdracht vanuit de directie:
Ontwerp een dorp met ongeveer 300 woningen, 3 kerken, 3 scholen, winkels, een dorpshuis, een sportzaal, horeca en een begraafplaats. Het plan is later bijgesteld van 300 naar 500 woningen

Bij het binnenkomen van het dorp valt de grote centrale parkachtige ruimte op, daarin zijn de scholen, de kerken en het wijk-sportgebouw gesitueerd.
Daar omheen bevinden zich een aantal hofjes, die op hun beurt weer om een centrale parkachtige ruimte liggen.
Alle gebouwen en woningen hebben platte daken. Om Nagele heen is een grote parkachtige bomengordel geplant. Nu na bijna een halve eeuw begint het dorp door het volgroeien van de aanplant steeds meer karakter te krijgen. Eén van de principes is binnen en buiten, wonen en natuur met elkaar te verbinden, zodat de kwaliteit van leven beter zou worden.

In Nagele is de oude rk kerk ingericht als Museum Nagele. In het museum is er een goed gedocumenteerde, professionele tentoonstelling over het ontstaan van Nagele. Met daarnaast steeds twee wisselexposities. Het museum is open van donderdag t/m zondag van 13.00 tot 17.00uur

De Naam

De naam NAGELE komt van het gelijknamige eiland, dat tussen Urk en Schokland lag en in 1138 voor het eerst genoemd wordt”. Reeds eerder was er ten noorden van Urk een water met de naam Nagel deze naam werd tot in de twintigste eeuw gebruikt.
De betekenis is vooralsnog duister.


Kunst in Nagele


Huis Polman

1958
MUSEUMHUIS POLMAN VAKANTIEWONING

De woningen in de Karwijhof zijn in originele staat gebleven. Het zijn de eerste semi doorzonwoningen. Vereniging Hendrick de Keyser is eigenaar van de meeste huizen. Deze vereniging zet zich in voor het behoud van architectonisch of historisch belangrijke gebouwen in heel Nederland. Het Museumhuis Polman, genoemd naar de eerste bewoners, is helemaal ingericht in de stijl van de jaren 50. De naastgelegen vakantiewoning  Karwijhof’ heeft een interieur uit de jaren 70.

Herbeleef de jaren ‘50

In Huis Polman kom je door de achterdeur naar binnen, zoals het vroeger ook ging, en stap je zo de jaren ’50 binnen. Wanneer je het huis betreedt, ervaar je zelf zelf hoe het is om hier in de jaren van de wederopbouw te hebben gewoond. Je waant je letterlijk Annie of Bernard Polman, één van de eerste bewoners van de Noordoostpolder. Ga gerust lekker in de fauteuil zitten en luister naar het favoriete programma van Annie op de radio. Huis Polman is voor velen een feest van herkenning! Kom binnen en laat je blij verrassen.

Wonen in een experiment

De net aangekomen bewoners waren positief verrast door de grootte van hun huis en de moderne voorzieningen zoals stromend water, toilet en lavet. De huizen waren nieuw en zonder gebreken. De openbare ruimte was nog mondjesmaat ingericht. Licht, lucht en ruimte kon je ervaren in volle glorie.

Dat lavet was hypermodern en buitengewoon praktisch. De lavet, een soort diepe wasbak, was bedoeld om de was in te doen, maar bleek in de praktijk ook buitengewoon handig om zelf lekker in te “badderen’. De lavet werd vooral in de jaren vijftig en jaren zestig van de 20e eeuw toegepast in de sociale woningbouw. Het is een Nederlands ontwerp en werd vervaardigd van kunstnatuursteen.

Foto’s: Hendrick de Keyser


Nagele is een duistere plaats.

Radio 5 – augustus 2021

Nagele brengt geen geluk. Verslaggever Reinout Meijer laat zich bijpraten door Evert de Graaff over de brute moord op een pastoor in een herberg op het eiland Nagele. Voor hij de geest gaf, riep hij met grote stem dat Nagele zou vergaan.
Dat de zee deze onzalige plaats verzwelgen zou en dat de vissers die er
zouden komen vissen hun netten aan de stenen zouden stukscheuren.


Het kerkhof tussen Urk en Schokland

Een volksverhaal over een verzonken dorp in de Zuiderzee.

bron: Volksverhalen Almanak 

Tussen Urk en Schokland ligt een kerkhof. Diep onder de golven bedolven liggen er de grijze grafstenen en bedekken er de lang geleden gestorvenen. Het is zaak voor de vissers hier op te passen. Gooi er de netten niet uit want in plaats van vis komen er stenen in. Stukgescheurd haalt de visser het net binnenboord. Het is een straf voor vroegere begane zonden. Niets wordt vergeten. Alles moet zijn beloop hebben.

Zo is het ook met Nagele gegaan. Nu is er een kerkhof, diep onder het zeeoppervlak, ja, maar vroeger was het anders. Toen bloeide daar een dorp, misschien wel een stad. Zijn er niet de ruïnes van over? Gebeurt het niet, bij laag water, dat er brokstukken van muren te zien komen en hoeken van torenfundamenten en is er niet de kruisvorm van een kerk te onderkennen? Worden er geen grafzerken opgevist? Ja, zeker, dat alles is zo.

Menig visser heeft het gezien en schuw heeft hij er met zijn zoon of zijn knecht over gesproken. “Zie, daar is Nagele, het kerkhof. Vroeger was er een stad, nu golft er de zee. Laten we maken, dat we wegkomen. Het is niet goed hier te vissen. De netten lopen maar vast en als we ze ophalen scheuren ze stuk.” Schuw wenden ze het roer en zeilen heen: weg van Nagele.

Nagele is een duistere plaats. Nagele brengt geen geluk. En als de jongen later, wanneer de schipper een gemoedelijke bui heeft vraagt, wat er dan eigenlijk met Nagele is dan kan het gebeuren dat het vertelsel los komt. En zeker zal de jongen rillen als hij hoort van die vechtende mannen, heel lang geleden, in die herberg op Emelerwaard.

Er was gedronken, natuurlijk, veel gedronken en toen waren er ruwe boze woorden geweest. De hete woede grolde tegen de bruinbesmookte zoldering. De messen vlogen uit de schede en de twee razende mannen gingen elkaar te lijf. Het was verschrikkelijk te zien, die vechtende robuuste mannen. De messen flikkerden in hun rode ruigbehaarde handen en moordlust brandde in hun ogen. Vast hadden ze elkaar omstrengeld en de punt van hun mes zocht de tref plaats.

Maar toen kwam de pastoor binnen. De zielenherder die gewaarschuwd was dat het niet goed ging in de herberg. Subiet had de eerwaarde vader zijn soutane aangeschoten en was naar de herberg gesneld om de vechtenden te scheiden en erger te voorkomen. Waarschuwend hief de priester de lange, witte handen omhoog en dringend manend klonk zijn klare stem boven het vechtrumoer uit: “Geen moord en doodslag om Godswil, geen moord en doodslag. Laat af van het mes. Zonde is het, zonde. De mens mag niet moorden!” Maar de goede vader kon niet uitspreken.

Een der vechtenden, door het dolle heen omdat men tussenbeide komen dorst, vloog op de priester af en doorboorde hem met het vlijmscherpe mes het hart. De pastoor zonk ter aarde, maar voor hij de geest gaf, riep hij met grote stem dat Nagele zou vergaan. Dat de zee deze onzalige plaats verzwelgen zou en dat de vissers die er zouden komen vissen hun netten aan de stenen zouden stukscheuren. Toen stierf de pastoor.

En de voorzegging is uitgekomen. De straf is op de zonde gevolgd. Het water kwam en heeft Nagele verwoest zoals het al zoveel vernietigd heeft. Sinds eeuwen bruisen er de golven en soms bij heel laag tij kan men de resten muur nog onder water zien. Ook is het gebeurd dat verdwaalde vissers een doopvont in hun net ophaalden, of een zerk.

Ja, Nagele is een duistere plaats.

Het is vandaag 21.09.2026
When they go low, we go high !