Welkom op de zeebodem

In de Noordoostpolder leven wij op de bodem van de voormalige Zuiderzee.
Als bewoners zijn wij daar wel aan gewend, maar het spreekt toch bij veel mensen tot de verbeelding.
De Noordoostpolder ligt gemiddeld zo’n 4 meter beneden zeeniveau, zo’n 4 meter beneden het NAP, het Normaal Amsterdams Peil.
Veel kunstwerken, herinneringsmonumenten en gebouwen hebben een link met dit (voormalig) peil.
Als de dijk breekt ….

… krijgen we natte voeten. Da’s duidelijk
Emmeloord ligt ongeveer 4 meter onder N.A.P.
Maar half Nederland ligt onder NAP. (zie plaatje)
Echter….., het zou ook best 8 meter onder water kunnen worden.
Hoe kan dat ?
Als de dijk op een zonnige doordeweekse dag breekt, liggen we dus ongeveer onder 4 meter water.
Maar waarom zou een dijk dan bezwijken.
De kans is veel groter in geval van stormvloed + springtij.
- Stormvloed is het opstuwen van zeewater door stormwinden.
(Noord-West is gevaarlijk) - Springtij is een extra hoog water. (eb – vloed)
Heeft te maken met de aantrekking van zon plus maan
De watersnood in Zeeland (op 1 februari 1953) werd veroorzaakt door die combinatie van springtij met een zware noordwesterstorm.

- Titel: Welkomstmonument
- Kunstenaar: Rien Happel
- Vervaardigd door: Constructiebedrijf Van Boom & Co
- Opdrachtgever: VVV
- Plaats : Ens
- Materiaal: IJzer
- Geplaatst : 1962
- Verplaatst : 2011
Over het kunstwerk
Bij een van de drie belangrijkste snelwegaansluitingen van de Noordoostpolder, bij de Ramspolbrug, werd in 1962 ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de Noordoostpolder een gedenkteken geplaatst. Dit monument heet bezoekers van de polder welkom met de woorden: “Welkom op de zeebodem.”
Voor velen is het een vertrouwd herkenningspunt geworden, een baken bij terugkomst van vakantie. Oorspronkelijk diende het als markering van de toegangsweg tot de polder.
De stalen V vorm staat voor Victory. De overwinning op de zee.
De golven boven de tekst symboliseren de overwonnen Zuiderzee.
Vele jaren later en door verandering van de weg moet het kunstwerk een nieuwe plaats krijgen. Het staat nu bij de afslag Ens aan de N50 op de rotonde.
Een mooie zichtbare prominente plek volgens de gemeente. Maar daar zijn de meningen over verdeeld.
Het kunstwerk ‘Welkom op de Zeebodem’, dat al op meerdere plekken rond Ens heeft gestaan, krijgt mogelijk binnenkort opnieuw een andere standplaats. Carnavalsvereniging Kleiduikers Ens pleit ervoor om het bord te verplaatsen naar een meer zichtbare en prominente plek.
“Op dit moment staat het bord laag en wordt het snel overgroeid door gras. Daardoor valt het nauwelijks nog op. Dat is zonde,” aldus Gert van Ginkel, voorzitter van de vereniging. Van Ginkel spreekt liever van een monument dan van een bord. Zijn wens is om het bij de entree van Ens te plaatsen, op de ovale rotonde.
‘Ontvoering’ uit liefde voor het bord
In 2011 kwam de carnavalsvereniging ook al in actie toen er plannen waren om het bord weg te halen. “We hoorden dat het mogelijk zou verdwijnen, en dat vonden we erg jammer,” vertelt Van Ginkel. Tijdens de jaarwisseling namen ze het bord daarom in een ludieke actie ‘mee’. De vereniging knapte het vervolgens op en plaatste het op 11 – 11 – 2011 bij het Klaverblad langs de N50.
Nieuwe plannen
Tien jaar later, in 2021 wil de vereniging het bord mogelijk opnieuw verplaatsen, dit keer naar de ovonde bij de dorpsentree. Daarover werden gesprekken gevoerd met de gemeente en de provincie. “We moeten nog tot overeenstemming komen, en dat is best een uitdaging, maar het ziet er positief uit,” zegt Van Ginkel optimistisch.
Over de kunstenaar
Rien Happel (overleden in 2007) was destijds graficus bij drukkerij Hoekstra.
Hem werd gevraagd een ontwerp te maken.
Het echtpaar Happel kwam in 1955 vanuit Rotterdam naar de Polder.
In 1970 zijn ze verhuisd naar Wapenveld, vanwege het werk van Rien Happel.
Mevrouw Happel (1929) werd via haar kinderen geattendeerd op deze website en heeft mij (Meneer de Poldertoren) daarom deze informatie kunnen geven.
‘Eén en ander is misschien nog te achterhalen via het boek:
Logboek te Land, uitgegeven door drukkerij Hoekstra en geschreven door Rien Happel.’

