
Kraggenburg: van zeebaken tot polderdorp
De geschiedenis van Kraggenburg begon ruim honderd jaar voordat het huidige dorp ontstond. Al in 1845 werd in het Zwolse Diep begonnen met de aanleg van twee lange leidammen. Ze moesten de scheepvaartverbinding tussen Zwolle en de Zuiderzee verbeteren, omdat de monding van het Zwarte Water door verzanding steeds moeilijker bevaarbaar werd.

Het plan kwam van ingenieur Benjamin Pieter Gesienus van Diggelen. Omdat de overheid niet wilde investeren, werd een particuliere maatschappij opgericht om het werk uit te voeren. Aan het uiteinde van de dammen kwamen een vluchthaven en een lichtwachterswoning.
Bij de aanleg werden zogenoemde kraggen gebruikt: drijvende, dicht ineengegroeide matten van riet en waterplanten. Deze werden onder meer in de omgeving van Giethoorn en Wanneperveen gestoken en per schip naar het Zwolse Diep vervoerd.
De eerste lichtwachter

Eind december 1848 betrok Hendrik Willem Winkel met zijn gezin de lichtwachterswoning. Hij werd de eerste lichtwachter van Kraggenburg. Naast het bedienen van de scheepvaartlichten inde hij tol- en havengelden, verkocht hij benodigdheden aan schippers en hield hij toezicht op het onderhoud. Bij tegenwind konden paarden worden ingezet om schepen over het jaagpad langs de zuidelijke dam te trekken.
Volgens een overlevering ontstond de naam Kraggenburg toen een schipper of knecht op de aangevoerde kraggen sprong en uitriep: ‘De Kraggenburcht!’ Of dit verhaal werkelijk klopt, is niet bekend. De naam Jacob Bruintjes, die met de anekdote wordt verbonden, leeft voort in een straatnaam in het huidige dorp.
Winkel bleef tot 1856 in functie. De afgelegen ligging, zware stormen en strenge winters maakten het werk zwaar. Het onderhoud van de dammen en de woning liet bovendien te wensen over.
Oud-Kraggenburg krijgt zijn huidige vorm
In 1875 nam Rijkswaterstaat de verwaarloosde dammen en de lichtwachterswoning over. De tolheffing werd afgeschaft en de vaarweg verbeterd. Twee jaar later, in 1877, werd een nieuwe lichtwachterswoning gebouwd op een verhoogde terp. Dit gebouw staat er nog altijd en staat bekend als Oud-Kraggenburg.
De lichtwachters bleven er wonen totdat de verlichting op afstand kon worden gecontroleerd. De laatste vaste lichtwachter, Barend Kroeze, vertrok in 1920. Vanaf dat moment bleef de woning onbewoond.
Na de inpoldering van de Noordoostpolder werden grote delen van de oude leidammen afgebroken. De stenen kregen een nieuwe bestemming bij de aanleg van de polderdijken. De historische woning bleef behouden en is later ingrijpend gerestaureerd. Bijzonder is de gietijzeren constructie in het interieur, die de koepel draagt.
Een dorp met een oudere geschiedenis
In 1949 vestigden de eerste bewoners zich in het nieuwe dorp Kraggenburg, in de Noordoostpolder. De naam verwees naar de veel oudere buitenpost in de Zuiderzee, waar al sinds 1848 een lichtwachter woonde.
Oud-Kraggenburg herinnert daarmee aan een tijd waarin de Noordoostpolder nog water was en de scheepvaart tussen Zwolle en de Zuiderzee van levensbelang was. Wat ooit een afgelegen zeebaken was, werd zo de naamgever van een nieuw polderdorp.
Hoewel deze tol in onze ogen misschien niet veel voorstelt, betekende het in die tijd nogal wat en zeker omdat het Zwolse Diep altijd vrij van tol was geweest. Hier volgen enkele tarieven:
| van elk geladen zeeschip | 0,20 cent |
| idem met gebroken lading | 0,15 cent |
| idem ongeladen | 0,10 cent |
| van een geladen binnenschip | 0,03 cent |
Om bij slecht weer in de haven te mogen liggen, werden de volgende prijzen in rekening gebracht, voor vijf etmalen:
| voor schepen van 606 tot 26 ton | 0,50 cent |
| voor schepen van 25 tot 10 ton | 0,25 cent |
| voor schepen minder dan 10 ton | 0,15 cent |
| voor schepen minder dan 10 ton | 0,15 cent |


Kraggenburg heeft geen wapen en is ook het enige dorp in de Noordoostpolder zonder dorpsvlag! Maar daarvan wilde Jules Overmars niets weten en mailde mij het ‘logo’ exemplaar van Kraggenburg. Dank je wel. Maar een logo is geen wapen. Volgens de uitgangspunten voor een wapen moeten de afbeeldingen sterk versimpeld zijn weergegeven. Ook voldoet de vlag niet aan de regels van de Heraldiek. De vlag hoort dus niet in dit rijtje.
Maar ja, ik ben geboren in de Voorstraat, dus …

De voormalige loswal van Kraggenburg is met hagen, bomen en verlichting verfraaid en heeft zo een volledige metamorfose gekregen.
Er is een botenhelling aangelegd. De bietenbrug is veilig en toegankelijk gemaakt en aangekleed met meubilair.
Europese Leadersubsidie
De totale kosten van het project zijn begroot op 462.568 euro. Daarvan neemt de gemeente het grootste deel voor haar rekening. De Europese subsidie bedraagt bijna 120.000 euro.
Tekst in de brug:
Het geluid van vallende suikerbieten en graankorrels. Door boeren geoogst. Door Schippers vervoert over water.
Op deze plek. Stil staan in gedachten. Uitkijkpunt en herinnering.

In de Noordoostpolder is naar ieder dorp een vaart aangelegd.
Die vaarten waren bedoeld voor de waterhuishouding en voor het transport over water van suikerbieten, graan en aardappels.
Boeren vervoerden de oogst met trekker en wagen naar de loswal.
De volle kar werd eerst gewogen op de weegbrug die u een eindje verderop ziet.
Vervolgens werd de wagen achteruitrijdend de brug op gereden en gelost in een binnenvaartschip.
Daarna werd de lege kar opnieuw gewogen zodat ‘de tarra” bekend was.
Ieder dorp lag aan een vaart en had een loswal. Alleen in Kraggenburg kwam de vaart niet tot in het dorp, maar tot de overkant van de weg.
Er zijn nog bietenbruggen in Emmeloord, Ramspol, Marknesse en Kraggenburg.
De bruggen in Creil, Rutten, Luttelgeest en de Zuiderkade in Emmeloord zijn verdwenen.
Omdat het binnenvaartschip in de vaart moest kunnen keren, zag je nabij de loswal ook vaak een zwaaikom.
De kar achteruitrijdend de smalle en glibberige brug op sturen vergde een zekere bekwaamheid.
Ging het mis ? Dan ging je ‘de bietenbrug op !’
Kunst en cultuur
Kerken
Straten en wegen
De naam
De naam KRAGGENBURGERWEG is ouder dan Kraggenburg, en naam is dan ook niet ontleend aan het huidige dorp Kraggenburg, maar aan de oude haven. De weg die oorspronkelijk Kraggenburgerweg heette liep ook langs het oude Kraggenburg; dat is de weg die nu Paardenweg heet. De aanleg van het dorp Kraggenburg (pas in tweede instantie aan het polderplan toegevoegd) bracht met zich mee dat de naam Kraggenburgerweg gereserveerd diende te worden voor de weg die naar dat dorp leidde. Tot dan toe had die weg Smeengeweg geheten (zie ook onder Bant).
Een ‘meent’ is, vooral in de Gelderse en Overijsselse steden, de naam voor het gemeenschappelijke erf en komt buiten de steden voor als aanduiding van het gemeenschappelijke land. De meent van Kraggenburg wordt omringd door de NOORDERMEENT, de ZUIDERMEENT en de TUSSENMEENTHE en doorsneden door de MIDDENWEG. Aan de westelijke zijde loopt de VOORSTRAAT, die bij de bruising over de Leemtocht DAM heet. Langs de wal van de Leemtocht loopt de WALSTRAAT.
De FINSESTRAAT heet naar de woningen in Finse bouwstijl die er aan zijn gebouwd.
Bij de uitbreiding in 1964 wilde men tot uitdrukking brengen dat Kraggenburg te midden van een fruitteeltgebied ligt. De mogelijkheden voor het vemoemen van fruitsoorten werden overwogen. Daarbij vielen de perensoorten als ongeschikt af. Voor de appelsoorten gold blijkbaar hetzelfde, want van de voorgestelde soorten Golden Delicious, Cox Orange, Jonathan, Goudreinet en Winston bracht alleen de laatste soort het tot een eigen straat, de WINSTONSTRAAT.
De eerste uitgifte van boerderijen in de Noordoostpolder vond rondKraggenburg plaats. De toenmalige pachters behoren dus tot de eerste pioniers.
Een deel van hen is inmiddels verhuisd naar de Kraggenburger bejaardenwoningen, die in 1973 aan de PIONIERSSTRAAT zijn gebouwd.
Jacob Bruintjes, die volgens de overlevering de naam Kraggenburg bedacht heeft, is op zijn beurt weer vemoemd in de JACOB BRUINTJESSTRAAT.
Casper Kombrink was van 1902 tot 1911 lichtwachter van Kraggenburg. Naar hem is de CASPER KOMBRINKSTRAAT genoemd. De A.J. RENNENSTRAAT heet naar Anton Rennen, die als voorzitter van de Dorpsvereniging veel voor de ontwikkeling van Kraggenburg heeft betekend. Ook Gen-it Klok, naar wie de GERRIT KLOKSTRAAT is genoemd, was een bekend figuur uit de beginjaren van Kraggenburg. Hij was fietsenmaker, maar ook vele jaren beheerder van het Parochiehuis.
De noordwestelijke uitbreiding van Kraggenburg draagt de geologische namen MORENELAAN, STUWWAL en HET KLIF. Morene is de benaming voor de afzettingen die in de derde ijstijd vanuit Scandinavie hier naar toe gebracht zijn.
Deze afzettingen bestaan voomamelijk uit keileem. Grote keileemwallen, zogenaamde eindmorenen, zijn in dit gebied de Voorst en Urk. De morene van de Voorst, een klif dat bij Vollenhove uit zee oprees, liep onder water door tot waar nu het Voorsterbos ligt. Ook in Kraggenburg komt keileem aan de oppervlakte.
Dit gebied werd vroeger door de vissers de Stiente, ‘het gesteente’, genoemd. Dikwijls haalden ze hier stenen op in hun netten, waardoor deze soms scheurden. De weg langs het industrieterrein is in verband hiermee GESTEENTE genoemd. Het terrein van Staatsbosbeheer aan de Kraggenburgerweg heeft de naam in streektaalvorm, De Stiente. De naam van de straat die in 1993 op het
industrieterrein werd aangelegd, BASALT, sluit aan bij deze steennamen. In de LEEMVAART en de LEEMTOCHT is het andere bestanddeel van keileem vernoemd. De LEEMKADE ontleent hieraan eveneens haar naam. Leem zit ook in de naam LEEMRINGWEG, het gedeelte van de ringweg tussen
Oosterringweg en Zuideningweg.
De wegen op het westelijke industrieterrein hebben namen die met de fruitteelt samenhangen. De weg die uitkomt op de Zuideningweg en aan het andere einde overgaat in het fiets- en wandelpad naar het Voorsterbos, heet KOELHUISWEG. Haaks daarop, in westelijke richting, loopt sinds 2000 de BLOESEMWEG.
De HERTENWEG, de MAMMOUTHWEG, de NEUSHOORNWEG, de PAARDENWEG, het HERTENPAD, de HERTENTOCHT, de NEUSHOORNTOCHT en de PAARDENTOCHT heten naar de zoogdieren waarvan op deze plaatsen overblijfselen werden gevonden. Het Hertenpad kwam evenals het Zwartemeerpad op het oorspronkelijke plan van de Noordoostpolder niet voor.
De komst van groente- en fruitteeltbedrijven en bloemkwekerijen, die met hun kleinere kavels een dichter wegennet noodzakelijk maakten, voegde de nieuwe paden aan het bestaande patroon toe. Elders in de polder zijn om dezelfde reden naderhand de Enserweg, de Blokzijlerdwarsweg, de Steenwijkerdwarsweg, de Baarlose Dwarsweg en de Bloemenweg aangelegd.
ZWARTEMEERWEG, ZWARTEMEERPAD, ZWARTEMEERTOCHT en ZWARTEMEERDIJK zijn genoemd naar het ZWARTE MEER, dat op zijn beurt weer genoemd is naar het Zwarte Water, bovenloop van de Overijsselse Vecht en uitmondend in het Zwarte Meer. Ook de ZWARTE HOEK in de Zwartemeerdijk heet naar het Zwarte Meer, al is de aanduiding meer in deze naam weggelaten.
Het Zwarte Meer, met daarin het (kadastraal omstreden) Vogeleiland, is een van de vooraanstaande vogelreservaten in de wat dit betreft toch al niet misdeelde regio. Met name de grote aantallen wilde zwanen zijn karakteristiek voor dit gebied, vandaar dan ook de naam ZWANENDIEP voor de vaargeul tussen Kadoelersluis en Ramsdiep.
KADOELERWEG, KADOELERMEER, KADOELERSLUIS en KADOELERTOCHT zijn genoemd naar Kadoelen, dat aan de overkant op het oude land ligt. Kadoelen komt van Quadolen, ‘kwaad dolen’. Kwacid betekent ‘slecht, verkeerd’, dolen kan een ‘doolweg’ (dwaalweg) zijn, maar waarschijnlijker is de betekenis ‘water, grenswater’.
Ten noorden van Rraggenburg ligt het VOORSTERBOS, genoemd naar de Voorst, het klif dat vroeger ten zuiden van Vollenhove in zee stak. Voorst komt
van het Middclnederlandse foreest en betekent ‘bos’ (vergelijk het Engelse forest, het Franse foret en in het Nederlands Vorst Nationaal te Brussel).
Voorsterbos betekent dus niets anders dan ‘bos van het bos’.
Ook de VOORSTERSLUIS, die het peilverschil tussen het oude en het nieuwe land overbrugt, is genoemd naar de Voorst.
bron: Harrie Scholtmeijer. Namen in de Noordoostpolder














