Het Kuinderbos

De plaats heet KUINRE , het bos KUINDERbos !

Dit Kuinderbos is met ruim 1.100 hectare het grootste aaneengesloten bos van de Noordoostpolder. Het ligt dus bij Kuinre, aan de rand van Flevoland, op de grens met Overijssel en Friesland. Het bos werd tussen 1947 en 1953 aangeplant op de voormalige bodem van de Zuiderzee. Niet alle grond in de nieuwe polder was namelijk geschikt voor landbouw. Daarom werd hier een groot bos aangelegd.

De aanleg was een enorm karwei. Polderarbeiders groeven tientallen kilometers greppels om het gebied te ontwateren en plantten honderdduizenden jonge bomen. De zilte oorsprong van de bodem is nog altijd zichtbaar: tussen de bomen liggen op veel plaatsen schelpenresten uit de voormalige Zuiderzee.

Bijzonder is de grote variatie aan grondsoorten. Op sommige plaatsen komen zure en kalkrijke bodems dicht bij elkaar voor. Daardoor kent het Kuinderbos een uitzonderlijk rijke plantengroei. Van de 27 in Nederland voorkomende varensoorten zijn er maar liefst 23 in het bos aangetroffen.

Het gedeelte bij Kuinre heet het Burchtbos. Hier werden na de drooglegging resten gevonden van een middeleeuwse burcht, waarschijnlijk de oudste Kuinderburcht, die werd bewoond door de Heren van Kuinre. In het bos herinnert de Kuinderberg, een voormalige vuilstort die nu als uitzichtpunt wordt gebruikt, aan een veel recenter verleden.

Tegenwoordig is het Kuinderbos een gevarieerd natuur- en recreatiegebied. Spechten, buizerds, haviken, wespendieven en andere roofvogels zijn er regelmatig te zien. Ook paddenstoelen, insecten en vlinders zijn volop aanwezig. Rond de Kuinderplas grazen Welshpony’s en langs de Schansweg lopen IJslandse paarden. Zij helpen mee om de open plekken in het bos te behouden.

Wegenplan in het Kuinderbos met Hollandse en Engelse tekst 1953

Het Kuinderbos is het hele jaar toegankelijk. Er liggen wandel- en fietspaden, een mountainbikeroute en een ruiter- en menroute. In het westelijke deel is bovendien een speciale hondenroute. Zo is het Kuinderbos uitgegroeid van een aangeplant productiebos tot een waardevol landschap waarin natuur, poldergeschiedenis en recreatie samenkomen.

Tijdens de zware storm van 18 januari 2007 zijn in het bos oude bomen van veel meer dan vijftig jaar omgewaaid.


De Oude Haven van Kuinre

Midden in het Kuinderbos, aan de Hopweg, liggen de resten van de Oude Haven van Kuinre. Ze herinneren aan de tijd dat Kuinre nog aan de Zuiderzee lag en een belangrijke rol speelde in de visserij, scheepvaart en handel met onder meer Amsterdam.

Al in de middeleeuwen was de haven van betekenis. Door voortdurende verzanding werd de toegang tot de Zuiderzee echter steeds moeilijker. Lange havenhoofden moesten de vaargeul op diepte en de haven bereikbaar houden. Op een van de havenhoofden stonden twee havenlichten. Wanneer de lichten precies achter elkaar stonden, wist de schipper dat hij de juiste koers naar de haven voer.

Foto: 1941 (H. Nieuwenhuis, collectie RIJP).

Met de drooglegging van de Noordoostpolder in 1942 verdween de haven haar functie en kwam zij midden in het nieuwe land te liggen. Een deel van het basalt van de havenhoofden werd hergebruikt bij de aanleg van de polderdijken.

Wat van de haven bewaard bleef, raakte in de loop der jaren in verval. In 2016 werd het havenhoofd gerestaureerd dankzij de inzet van het Buitenfonds en boswachter Harco Bergman. Daarmee kreeg een tastbare herinnering aan Kuinre als voormalige Zuiderzeehaven een nieuwe toekomst.


De meetstoel in het Kuinderbos

Meten is weten. Bij de aanleg van de Noordoostpolder was een nauwkeurige plaatsbepaling onmisbaar. Voordat de polder kon worden drooggelegd, moesten dijken, kanalen en wegen op de juiste plaats worden aangelegd. Daarvoor werd gebruikgemaakt van meetstoelen, ook wel meetstellingen genoemd.

In het IJsselmeer werden vijf van deze houten meetstoelen geplaatst. Vanaf deze hoge punten konden landmeters metingen verrichten en de ligging van andere punten in de toekomstige polder nauwkeurig bepalen. Iedere meetstoel had een eigen vorm. Om het hout tegen verrotting te beschermen, werden de palen behandeld met bolidezout.

Na de drooglegging verloren de meetstoelen hun functie. De meeste verdwenen of raakten in verval. De meetstoel in het Kuinderbos herinnert nog aan deze bijzondere fase van de poldergeschiedenis. De driehoekige constructie is gericht op twee herkenningspunten: de rooms-katholieke kerk van Kuinre en de Nederlands Hervormde kerk van Blankenham.

Het landmeten ging door terwijl de polder nog grotendeels uit water en drassige bodem bestond. Watergangen werden al gebaggerd voordat de gemalen het water uit de polder hadden verwijderd. Zodra de eerste stukken land droogvielen, waren tractoren met brede rupsbanden nodig om zich door de zachte bodem te verplaatsen. Met een sextant en een hoog boven het riet uitstekende meetstoel op de tractor konden de landmeters hun positie bepalen ten opzichte van de vaste meetpunten.

Meetstoel voor de inpoldering van Oostelijk Flevoland

De meetstoel laat zo zien hoe nauwkeurige landmeetkunde en praktisch pionierswerk samen de basis vormden voor de inrichting van de Noordoostpolder.


De Kuinderburchten

In de 12de eeuw ontstond de heerlijkheid Kuinre, op de grens van Friesland en het Utrechtse Oversticht. De strategische ligging maakte Kuinre niet alleen belangrijk voor handel en scheepvaart, maar ook voor de machthebbers die het gebied wilden beheersen.

De eerste Kuinderburcht werd waarschijnlijk tussen 1165 en 1197 gebouwd. De heer van Kuinre, Heynric die Crane, hield er namens de bisschop van Utrecht toezicht op de ontginning van het omliggende gebied. Rond de burcht lagen vermoedelijk maar liefst zeven concentrische grachten. In 1197 werd de burcht door de Friezen verwoest, waarna in 1204 op dezelfde plaats een nieuwe burcht werd gebouwd.

In 1378 werd deze burcht verlaten en verrees aan de andere oever van de Kuinder een tweede Kuinderburcht. Deze speelde later een rol in de strijd tussen Gelre en Utrecht. Tijdens de Gelderse Oorlogen werd de burcht tussen 1510 en 1527 meerdere malen veroverd en heroverd. Uiteindelijk werd zij tussen 1531 en 1536 afgebroken. De laatste resten verdwenen geleidelijk onder water.

De burchten na de drooglegging

Met de drooglegging van de Noordoostpolder in 1942 kwamen de resten van de middeleeuwse burchten opnieuw aan het licht. Archeologisch onderzoek bracht de geschiedenis van beide versterkingen in kaart. Van de oudste Kuinderburcht werd een deel van de fundering zichtbaar gemaakt en gereconstrueerd. De resten van de tweede burcht werden met aarde afgedekt.

De burchtresten herinneren aan een tijd waarin Kuinre nog aan de Zuiderzee lag en de heren van Kuinre vanuit hun versterkingen hun invloed in het grensgebied tussen Friesland en het Oversticht uitoefenden.

Foto Wikipedia


Roofridders in de Noordoostpolder

De geschiedenis van Kuinre gaat terug tot het jaar 1100.
Eens, in de middeleeuwen, heersten hier roofridder Henric de Crane en zijn woeste zonen.
Zij stamden af van een geslacht van ministrialen (vertegenwoordigers) die namens de bisschoppen van Utrecht het gezag in de heerlijkheid van Kuinre uitoefenden, maar onttrokken zich, waar mogelijk, aan de invloed van deze bisschoppen, die in het land van Vollenhove hun jachtgebieden hadden.
Henric sloeg vanaf 1280, eerst met toestemming van de bisschoppen, zijn eigen munten.
Later gaf hij de voorkeur aan overvallen en berovingen, vooral van schepen die Almere (nadien de Zuiderzee) bevoeren.
Ook de Friezen en vooral de Weststellingwervers waren niet veilig voor de roofridders.
Daarbij hieven zij tol en accijnzen en gaven toestemming voor jaarmarkten.

De heerlijkheid met de burchten van Kuinre lag in het woeste grensgebied tussen Friesland en het Oversticht (het latere Drenthe en Overijssel) en omvatte het gebied van de huidige Noordoostpolder.
Als grensgebied, liggend aan de vaarrouttes van de rivieren de IJssel , de Tjonger/Kuinder en de Linde was dit gebied van groot strategisch belang.
De burchten van Kuinre hadden dan ook een belangrijke militaire functie.
De twee kastelen van de Heren van Kuinre verdwenen uiteindelijk in de golven van de Zuiderzee.
Bij de drooglegging van wat nu de Noordoostpolder heet (1937-1942) zijn de fundamenten van de oudste burcht boven water gekomen.
Onderzoekers vonden sporen van de gracht, paalfunderingen voor een ringmuur en enkele water-/afvalputten.
Bovendien zijn er 14 wrakken gevonden van de handelsschepen (ook wel koggen genoemd) die gezonken zijn op de Zuiderzee in Flevoland.

De tweede burcht van Kuinre is in 1951 teruggevonden met behulp van luchtfoto’s die door de RAF in de Tweede Wereldoorlog waren gemaakt.
Zoals te zien op het plaatje hierboven direct naast de camping, werden o.a. potten, complete kamerpotten (pispotten), bekers, wapens, een kanon met enkele natuurstenen en gietijzeren kogels en textielresten terug gevonden. Dit alles komt uit de 14e – 16e eeuw.

In 1988 werd de locatie van de eerste burcht van Kuinre opnieuw vormgegeven, in opdracht van Staatsbosbeheer (de beheerder van het Kuinderbos). Het terrein werd opnieuw opgehoogd, de bomen werden vervangen door reconstructies van de oorspronkelijke paalfunderingen en men metselde een spaarboog, een deel van de ringmuur en een waterput op. Deze visualisatie van de burcht is nu nog steeds te bezoeken in het Kuinderbos.

De resten van de tweede burcht van Kuinre zijn nooit op een dergelijke manier zichtbaar gemaakt. Deze locatie kreeg namelijk al in 1951 een agrarische bestemming, tegenwoordig lopen daar paarden. In de bodem van dit terrein bevinden zich nog resten van de burcht. Om die resten te beschermen mag op dit terrein niet dieper geploegd worden dan de bouwvoor.

Beide burchten zijn sinds 1978 wettelijk beschermd als archeologisch monument. Ze zijn tevens opgenomen in de cultuurhistorische en archeologische waardekaarten van het omgevingsplan van de provincie Flevoland.

Bron : http://www.craneburcht.nl

Het is vandaag 09.09.2026
When they go low, we go high !