Ringwegen Noordoostpolder

Het stadskruis en het polderkruis

Bij de aanleg van de Noordoostpolder werd zorgvuldig nagedacht over de verbindingen tussen Emmeloord en de nieuwe dorpen. Negen dorpen werden met elkaar verbonden door een ringweg, de zogenoemde dorpenring. Alleen Rutten lag wat verder naar buiten, aan een uitloper van deze ring.

In het hart van de polder ligt Emmeloord. Vanuit de polderstad lopen de belangrijkste wegen naar de omliggende dorpen. Waar deze wegen elkaar in Emmeloord kruisen, ontstaat het stadskruis. De ligging van de Poldertoren, midden in Emmeloord, benadrukt de centrale positie van de stad in de Noordoostpolder.

Naast het stadskruis is er het polderkruis. Dit wordt gevormd door de belangrijkste doorgaande wegen die de Noordoostpolder doorsnijden en verbinding maken met de omliggende gebieden. Via deze wegen is de polder verbonden met de Flevopolder, het oude land, en met Urk.

Het huidige wegenpatroon was echter niet vanaf het begin zo uitgewerkt. In het begin van 1947 was het ruimtelijke ontwerp van de Noordoostpolder nog eenvoudiger. Pouderoyen, de ontwerper van het definitieve uitbreidingsplan voor Emmeloord, tekende aanvankelijk één groot kruis: het assenkruis van de Noordoostpolder. De beide assen vormden de belangrijkste ruimtelijke structuur van de polder en kregen in de eerste ontwerpen extra nadruk door de toepassing van landschappelijke beplanting.

Vanaf 1948 veranderde dit ontwerp. Op de kaarten verschenen opnieuw twee afzonderlijke, parallelle kruisstructuren. Het oorspronkelijke assenkruis werd als het ware opgesplitst in twee herkenbare onderdelen: het stadskruis, met Emmeloord als centraal punt, en het polderkruis, dat de Noordoostpolder als geheel met zijn omgeving verbindt.

Deze kruisvormige structuur is nog altijd in het landschap en in het wegenpatroon van de Noordoostpolder herkenbaar. Het is een mooi voorbeeld van de manier waarop de ontwerpers niet alleen nadachten over wegen en bereikbaarheid, maar ook over de ruimtelijke samenhang en de herkenbaarheid van de nieuwe polder.


Nieuwsblad van Friesland – 19-02-1951

Wegen en straten in de N.O.-Polder kregen namen

automatische tekstherkenning

De directie van de Wieringermeer (Noord-Oostpolderwerken) heeft meegedeeld, dat de aardrijkskundige namen in de Noord-Oostpolder thans officieel zijn vastgesteld. De namen der dorpen blijven zoals ze waren.

Verschillende wegen en tochten ondergingen naamsveranderingen. De nieuwe namen houden o.a. de herinnering aan de oorlogstijd levend. Aan enkele wegen ten Zuid-Oosten van de Urkervaart (Emmeloord—Urk) zijn namen van illegale werkers gegeven: Het Ankerpad werd Hannie Schaftweg, de Stobbenweg Johannes Postweg, het Kapelspad Hans Stijkelweg. De evenwijdig aan de Urkervaart lopende Visseringweg, die deze wegen met elkaar verbindt, zâl voortaan Karel Doormanweg heten. Het ten Zuidwesten lopende Kloosterpad is nu Prof. Brandsmaweg geworden. Aan de vele militaire vliegtuigen, die in oorlogstijd in de polder neerkwamen, herinnert de Vliegtuigweg. Een deel van de Zuiderringweg moest daarvoor zijn naam afstaan. Het tweede deel van deze Zuidderringweg heet nu Sloefweg en een weg, die tot’ nu toe Enserweg heette heeft de naam Zuiderringweg „overgenomen”. Een Pilotenweg is er ook. Deze naam heeft het nuchtere „Westerweg” verdrongen, waarmee een weg ten Westen van Emmeloord tot nu toe werd aangeduid. De onderduikers, die in bezettingstijd een schuilplaats en werk vonden in de polder, zijn ook niet vergeten: de lange weg evenwijdig aan Espelervaart en Creilervaart, werd Onderduikersweg, het Lange Pad Onderdüikerspad. De Hoekweg, tussen de werkkampen Rutten en Schoterbrug, werd Polenweg, het Hoekpad, ten Westen van het arbeiderskamp Rutten werd Wrakkenpad en herinnert aan de scheepswrakken, die tijdens de drooglegging en ontginning van de polder werd gevonden. Aan tochten, die evenwijdig aan of in de nabijheid van deze wegen lopen, zijn veelal dezelfde namen gegeven.

Het is vandaag 12.09.2026
When they go low, we go high !