Auteur: Meneer de Poldertoren

  • Filmpjes

    Veelbesproken verbouwing Poldertoren bijna klaar | Omroep Flevoland

    5 mrt 2026 De Poldertoren in Emmeloord is bijna klaar na een maandenlange renovatie. Het Rijksmonument uit 1959 werd vanaf vorig voorjaar opgeknapt en moet eind april klaar zijn. De steigers om het gebouw worden inmiddels afgebroken, de uurwerken en klokken doen het weer. En dat is voor torenfan Evert de Graaff een speciaal moment.


    24 mei 2025

    De Poldertoren in Emmeloord ondergaat een grootscheepse renovatie die een einde moet maken aan de jarenlange vochtproblemen en die het Rijksmonument weer toegankelijk moet maken voor het publiek. Kosten: 3,3 miljoen euro.



  • Dorpenplannen

    Dorpenplannen

    Het oorspronkelijke plan van de Dienst der Zuiderzeewerken uit 1938, het zogeheten vijf dorpen-plan, ging ervan uit dat de burgers zich vooral in Emmeloord zouden vestigen. Rondom Emmeloord zouden vijf dorpen komen voor landarbeiders.

    De Directie van de Wieringermeer, afdeling Noordoostpolderwerken, die verantwoordelijk was voor de inrichting van de polder, was het daar niet mee eens. Volgens hen moesten de belangrijkste knechten op het boerenbedrijf wonen. Anders zouden de dorpen volgens hen kunnen uitgroeien tot ‘broeinesten van sociale onrust’.

    Daarom werden bij landbouwbedrijven groter dan twintig hectare dienstwoningen gebouwd voor de belangrijkste arbeiders. Deze woningen stonden vaak in blokjes van twee tot vier huizen buiten de dorpen. Daarnaast werden uiteindelijk niet vijf, maar tien dorpen rond Emmeloord aangelegd. Dat was gunstig voor de landarbeiders die in het buitengebied woonden.

    In de praktijk kozen veel landarbeiders er echter voor om in een dorp te wonen. Zij wilden minder afhankelijk zijn van hun werkgever en niet in een feodale verhouding blijven. De dienstwoningen werden namelijk door de Directie verhuurd aan de boeren en niet rechtstreeks aan de landarbeiders. Wie zijn baan verloor, raakte daardoor vaak ook zijn woning kwijt.

    Pas in 1957 besloot de Directie de dienstwoningen rechtstreeks aan de hoofdbewoners te verhuren.


    Dorpen

    De polder was er dus voor de boeren. Die boeren hadden arbeiders en die arbeiders hadden (veel) kinderen.  En die arbeiders moesten bij voorkeur in arbeiderswoningen bij de boerderij gaan wonen.
    De kinderen moesten op de fiets naar school. En de vrouw moest op de fiets naar de bakker. Kortom: een fietsafstand tot zo’n 8 km werd bepalend.

    Men gebruikte ‘de centrale plaatsentheorie’ van de Duitse geograaf Christaller.

    Een centrale hoofdplaats – Emmeloord – met op de 6 hoekpunten  plaatsen van lagere orde.
    Marknesse Ens Nagele Espel Rutten en Kuinre telde mee als zesde dorp. De rest van de bewoners zou zich op het platteland kunnen vestigen in boerderijen en kleine gehuchten met arbeiderswoningen.
    Uiteindelijk werd het Emmeloord, met daaromheen een ring van 10 dorpen.


    SPIJT

    De theorie was al snel achterhaald. Die arbeider had weinig zin om naast de boerderij te gaan wonen. ‘We zijn geen lijfeigenen”
    Boeren gingen ook al snel mechaniseren.
    En die arbeiders hadden toch al snel een brommer of auto en vestigden zich daarom liever in een dorp of in Emmeloord.
    Het bestaansrecht van de kleine kernen is altijd kritisch geweest. Nog net een basisschooltje maar geen supermarkt en geen huisarts.


    In de nieuwe polders heeft men daarvan geleerd.

    Oostelijk Flevoland, 1957, werd uitgegaan van slechts twee dorpen, één kleine stad en één grote stad:

    1. Biddinghuizen (6.455 inwoners)
    2. Swifterbant (6.285 inwoners)
    3. Dronten (28.795 inwoners)
    4. Lelystad (80.490 inwoners)
    • Harderhaven is een buurtschap in de gemeente Zeewolde. Geen dorp, het bestaat uit drie straten.
    • Ketelhaven is een buurtschap in de gemeente Dronten. Het bestaat uit zeven pioniershuizen op de dijk, twee jachthavens, een villapark en een (vakantie) bungalowpark.

    Zuidelijk Flevoland (1968)

    1. Zeewolde (23.098 inwoners)
    2. Almere (216.086 inwoners)

    Misschien zal ik later over Flevoland nog eens een hoofdstuk schrijven. Hangt er van af.


    10 dorpen? en Schokland dan ?

    Is Schokland ook een dorp?

    Ja. Op 1 november 2008 kreeg Schokland de status van dorp
    Tot 2008 was het grondgebied van het voormalige eiland verdeeld tussen Ens en Nagele.
    Schokland telt 6 bewoners.
    De Noordoostpolder repte altijd over ‘Emmeloord en de 10 groendorpen’. Dat moest vanaf 2008 dus losgelaten worden.


    En Schokkerhaven ? Telt die niet mee ?

    Nee. Schokkerhaven is geen dorp in de Noordoostpolder.
    Het hoort niet thuis in het rijtje Emmeloord en de kring van 11 dorpen.

    Schokkerhaven heeft dus ook geen plaatsnaamborden, zodat je slechts aan de gelijknamige straatnaambordjes kunt zien dat je er bent aangekomen.

    Wat is het wel:

    Schokkerhaven is een buurtschap, gelegen rond een jachthaven aan het Ketelmeer. Het ligt ten zuidwesten van het voormalige eiland Schokland (waaraan het zijn naam ontleent) en ten zuidoosten van het dorp Nagele, waar het administratief en ook voor de postadressen toe wordt gerekend.


    Vier gemeenten

    In de naoorlogse jaren zou de polder worden ingedeeld in vier gemeenten te weten

    1. Emmeloord
    2. Creil (incl. Espel Rutten en Bant)
    3. Marknesse (inclusief Luttelgeest en Kraggenburg)
    4. Nagele (incl Ens en Tollebeek)

    bron: de excursiegids van 1956

    De Tweede Kamer lag dwars. In 1962 werd het Gemeente Noordoostpolder, voor het héle gebied.


    Vijfdorpen plan

    Oorspronkelijk was het plan om de nederzettingen te situeren op kruispunten van waterwegen en wegen. Het concept bestond uit één centraal dorp, omgeven door vijf kleinere dorpen en 25 tot 45 gehuchten met elk 10 tot 15 huizen. Ook Kuinre werd in deze verdeling opgenomen.

    Toch was er twijfel aan de capaciteiten van Kuinre. Het was uiteindelijk toch een traditioneel vissersdorp, net als Urk.
    Tussen Emmeloord en Kuinre werd het dorp Kuinderveen bedacht.
    Als Kuinre zich toch goed zou ontwikkelen, kon dat dorp weer komen te vervallen.

    Dit bleek echter niet haalbaar vanwege de te grote afstand tot scholen en andere basisvoorzieningen.

    Het belangrijkste dorp, Nakala, was gepland op een kruising van waterwegen en wegen, op de plek waar volgens overlevering rond het jaar 1000 een nederzetting moet hebben bestaan.

    In het noordoosten zou Muinhuizen komen te liggen, terwijl Ruthe gepland was langs de weg van Urk naar Lemmer.
    Espel en Algodel waren plaatsen op het veel grotere Urk en moesten ook terugkomen.
    Ook Kamperzand en Kuinderveen werden in de plannen genoemd.


    Zes dorpen plan

    In een vroeg plan uit 1941 lezen we dat er sprake was van een zes-dorpen plan.

    Eerste suggestie naamgeving  – link pdf

    • Nagele – dorp A
    • Maanhuizen – dorp B
    • Kamperzand – dorp C
    • Algodeldorp – dorp D
    • Espel – dorp E
    • Rutne – dorp F
    • Kuinderveen – dorp G

    Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant-11-juni-1941

    Automatische tekstherkenning

    Van semi-officiële zijde is een rapport verschenen, bevattende een „Eerste suggestie voor naamgeving aan de voornaamste elementen in den  noordoostelijken polder”. We mochten van dit rapport inzage verlangen en deelen er hier een en ander uit mede. Onder dit voorbehoud echter, dat omtrent een en ander- nog niets definitiefs vaststaat. Hoogere instanties zullen er nog over hebben te beslissen in hoeverre men met de voorgestelde benamingen accoord gaat. Het komt ons echter voor, dat er alle reden is aan te nemen, dat men — op enkele uitzonderingen na wellicht — wel met deze suggestie accoord kan gaan. Immers: door deze naamgeving worden historische bijzonderheden vastgelegd die, welke veranderingen er verder nog in den noordoostelij ken hoek van de voormalige Zuiderzee mogen optreden, voor de geslachten die na ons komen, bewaard blijven.
    Enkele aanhalingen uit voornoemd rapport mogen hier volgen. Dat voorgesteld is den geheelen polder „Urkerland te noemen, weet men uit een vroegere
    mededeeling in dit blad reeds.
    Aan de gemalen zou men de namen willen verbinden van de belangrijkste strijders voor da plannen, met name BUMA de oprichter van de Zuiderzeever-
    eeniging in 1886, mr. G. Vissering, die_ de plannen vooral economisch en financieel verdedigde en mr. H. Smeenge, die zich krachtig aan de meer  populaire propaganda wijdde. Deze drie namen aanhoudend, is aangewezen het gemaal bij Lemmer den naam Buma, dat bij Urk den naam Vissering en dat bij de Voorst den naam Smeenge te geven.
    Het is gewenscht, de bevolkingskernen zoo mogelijk namen te geven van vroeger bestaan hebbende plaatsen binnen den polder.
    Emmloord en Ens alsmede Schokland zijn punten welke in den polder blijven Reeds’vóór het jaar 1000 wordt Nakala, later genaamd Nagele, genoemd. Meer noordwestelijk wordt of Rutne. Niet ver van Emmeloord lag een klein dorp met name Maenhuysen.
    Volgens verschillende gegevens bevonden zich op het eertijds grootere eiland Urk, behalve Urch nog twee of meer dorpen, namelijk Espel of Espelbergh en Algodeldorp of Algotedorp, welke naam samenhangt met Almere den middeleeuwschen naam van de zuidelijke kom der Zuidernrgg Vermoedelijk heeft-westelijk van Kuinre de plaats Vene of Veenhusen gelegen.
    Het schijnt aangewezen, aan de polderkernen A, B, D, E en F resp. de oude namen Nagele, Maanhuizen, Algodeldorp, Espel en Rutne toe te kennen.
    Voor kern G zou de naam Veenhuizen ln aanmerking kom, doch deze naam bestaat reeds. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan Kuinderveen, mede ook omdat deze kern ligt op den rand van een veenachtig gebied. Het dorp C ligt op het bekende Kamperzand, zoodat voor deze kern de naam Kamperzand ln aanmerking komt. De hoofdkanalen stelt men zich voor als volgt te noemen:
    Van het hoofddorp Nagele uit naar Lemmer: Lemstervaart; naar Urk: Urkervaart; naar de Voorst: Zwolsche vaart.
    De sluizen wil men aldus doopen: die hij Lemmer: Friesche sluis; bij Urk: Urkersluis; bij de Voorst: Voorstersluis; de sluis in den polder: Maanhuizersluis; de sluis in het Ganzendiep, buiten den polder: Ganzensluis; de sluis bij Kadoelen: Kadoelersluis. De primaire wegen waren aldus te noe-
    men: van Nagele naar den Ramspol: Kamperweg; van Nagele naar Urk: Urkerweg;


    Urkerland, Schokkerwaard of Noordoostpolder

    Noordoostpolder mocht van de Duitsers Urkerland heten

    Het is dat de Duitsers werden verdreven door de geallieerden. Anders had Noordoostpolder nu Urkerland geheten.

    De Duitse bezetter legde destijds die naam officieel vast voor het gebied. Remco van Diepen diepte die kennis op. Hij is onderzoeker bij het Nieuw Land Erfgoed Centrum, hoeder van de Flevolandse historie. In de oorlogstijd werden overigens ook wel Schokkerwaard, Urkerwaard en Nieuw Schokland genoemd als alternatief voor ‘Noordoostpolder’.

    Bosatlas 1948

    Schokkerwaard is een van de namen die worden genoemd als alternatief voor ‘Noordoostpolder’. De discussie over die naam – er zou en negatief imago aan kleven – woedt momenteel. Volgens Van Diepen is de naam Noordoostpolder een verkorte versie van de Noord-Oostelijke Polder, een werknaam die voorkomt in ‘plan-Lely’ uit 1891. Daarin wordt de huidige Wieringermeer de Noord-Westelijke Polder genoemd, bijvoorbeeld. In de oorlog werd Lely’s Noord-Oostelijke Polder verbasterd tot Noordoostpolder. En dat werd volgens Van Diepen een soort geuzennaam, omdat de – denkbeeldige – afkorting NOP werd gebruikt voor Nederlands Onderduikers Paradijs.


    Vier gemeenten

    In de naoorlogse jaren zou de polder worden ingedeeld in vier gemeenten te weten

    1. Emmeloord
    2. Creil (incl. Espel Rutten en Bant)
    3. Marknesse (inclusief Luttelgeest en Kraggenburg)
    4. Nagele (incl Ens en Tollebeek)

    bron: excursiegids van 1956

    De Tweede Kamer lag dwars. In 1962 werd het Gemeente Noordoostpolder, voor het héle gebied.


    De naam van de gemeente :

    OL De Noordoostelijke Polder
    Opgericht: 1942-08-07. Ontstaan uit inpoldering, formeel behorende tot ‘Openbaar Lichaam’.
    Opgeheven: 1962-07-01. Overgegaan naar Noordoostpolder (Ov).

    Gemeente Noordoostpolder (Ov)
    Opgericht: 1962-07-01. Toegevoegd aan Overijssel van Noordoostelijke Polder.
    Opgeheven: 1986-01-01. Wijziging provincie Noordoostpolder (Fl).

    Gemeente Noordoostpolder (Fl)
    Opgericht: 1986-01-01. Wijziging provincie van Noordoostpolder (Ov).
    Tot heden.

    Het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder (OL DNP) was een Nederlands overheidsorgaan dat tussen 28 juni 1942 en 1 juli 1962 het bestuur vormde van de Noordoostpolder inclusief het voormalige eiland Schokland.
    Urk was al een gemeente en viel buiten het grondgebied van het openbaar lichaam.
    Het OL DNP werd bestuurd door een landdrost.
    De volksvertegenwoordiging van het OL DNP werd ‘adviesraad’ genoemd en het dagelijks bestuur was in handen van het ‘dagelijks adviescollege’.
    Het OL DNP viel direct onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

    Het OL DNP hield op te bestaan met de oprichting van de gemeente Noordoostpolder op 1 juli 1962.


    Bij Wet van 19 januari 1962 werd bepaald dat op 1 juli 1962 een gemeente Noordoostpolder ingesteld moest worden en dat deze voorlopig ingedeeld werd bij de provincie Overijssel.
    De inwoners van Noordoostpolder gingen op woensdag 2 mei 1962 voor het eerst naar de stembus voor gemeenteraadsverkiezingen.
    De eerste gemeenteraad werd op 2 juli 1962 geïnstalleerd.
    De polderbewoners bleven trouw aan hun zuil.  De eerste gemeenteraad kende 21 leden: negen namens de protestants christelijke partijen, vijf zetels voor KVP, vijf voor PvdA en twee zetels voor de VVD


    Het was tot 1958 nog niet zeker of de polder in één of uit meerdere gemeenten zou worden opgedeeld, getuige dit krantenknipsel uit 1957 :


    Schokkerwaard

    Provinciale Drentsche en Asser courant
    21-01-1948

    SCHOKKERWAARD — Als ik U zou vragen hoe men van Nagele naar Rutten komt, weet U dan onmiddellijk te antwoorden: via Espel? Tien, neen honderd tegen één, van niet. U behoeft zich daar niet voor te schamen, want deze goed-Nederlandse plaatsnamen staan in geen enkel aardrijkskundeboek. Sterker nog, zij staan wel op alle kaarten van de Schokkerwaard — wat is dat nu weer? —, doch in werkelijkheid zijn zij nergens te vinden. De Schokkerwaard is de nieuwe en definitieve naam voor de Noord-Oostpolder. Knappe koppen van het Kon. Ned. Aardrijkskundig Genootschap hebben nu eindelijk uitgemaakt, dat de aanvankelijk voorgestelde en reeds hier en daar in gebruik genomen naam Urkerland niet de ware is. Schokkerwaard moet dit nieuwe land heten. Binnenkort zal men het officieel vernemen.

    Romantisch

    En om nu op die dorpen terug te komen, ik zou het U voorlopig sterk afraden de reis daarheen te maken. Er zijn in deze 47.600 hectares metende droogmakerij zeven dorpen geprojecteerd (maar het zullen er vermoedelijk tien worden), waarvan er één, nl Emmeloord, inmiddels is verrezen, al wonen er nog lang geen tienduizend mensen; Marknesse, het tweede  dorp, dat tussen Emmeloord en Vollenhove ligt, heeft ook „gestalte” gekregen, maar het ziet er wel heel anders uit dan de stedenbouwkundige plannenmakers bedoeld hadden. De directie van de N.O.P. heeft nl. noodgedwongen haar standpunt ten aanzien van de bewoning van dit nieuwe gebied losgelaten en tijdelijk — ‘maar wie weet voor hoelang! —
    woonwagens, woonschepen en aan particuliere vindingrijkheid ontsproten bouwsels toegelaten. Die zijn nu voornamelijk te Marknesse geconcentreerd. Een romantische aanblik, die ook  weer doet denken aan Amerika’s Middle West, zoals wij dat kennen van de film. Alleen wordt er niet zoveel geschoten.

    — Maar goed ook, zegt een Emmeloorder boer in het koffiehuis aan het Harmen-Visserplein, het centrum van de Schokkerwaardse hoofdstad, met wie ik over die dingen zit te praten.
    — Ik zei het maar voor de aardigheid. — Schieten is geen aardigheid. Ik moet er niet meer aan denken….
    — Wat bedoelt U?
    — Ik bedoel die razzia’s in het najaar van 1944. U weet. dat het hier vol onderduikers zat. De Duitsers wisten dat ook wel, maar zij lieten het maar zo, omdat het blijkbaar in hun kraam te pas kwam.
    Maar op een kwade dag kwamen ze hier met een grote gewapende een de drijfjacht houden. Er zijn er ik weet niet hoeveel weggevoerd.
    — En is daarbij geschoten?
    — En of!
    — Slachtoffers gevallen?
    — Eén dode. Dat was Harmen Visser, naar wie dit plein is genoemd. Een jonge arbeider, die dacht, dat hij nog wel vluchten kon.
    Maar hoe vind je dekking hier in die vlakte? Nu kent iedereen zijn naam hier, maar hij had beter een onbekende arbeider kunnen blijven.

    Een oase

    Harmen-Visserplein, eindstation van de autobuslijnen, die Emmeloord verbieden met Kampen, Meppel, Lemmer en Wolvega en — over
    enige maanden — met Urk. Een  ruim plein met hoge zwartgeteerde roodgedekte houten gebouwen, prille boompjes en ouderwetse telefoonpalen met draden naar alle kanten.
    De meeste straten, waaraan de 230 woningen staan, die Emmeloord telt, komen erop uit. Vriendelijke straten met frisse gordijntjes en rode bloemen achter de ramen; een oord van verkwikking in de woestenij. Van de 1700 boerderijen, die er komen moeten, zijn er nu…. 50 gereed! Ondertussen zijn er 100 verpacht, maar de pachters — boerenzoons, die als pionier in de polder hebben gewerkt — moeten voor het merendeel genoegen nemen met ’n arbeiderswoning en wat Belgische legerbarakken als schuren. De eigenlijke boerderijen komen later wel eens.
    Later »
    Hoe lang zullen zij moeten wachten? Zij weten ’t niet, ik weet ’t niet, niemand kan het zeggen. Maar zij hebben het er voor over, deze Schokkerwaarder boeren! Zij trotseren de onvolmaaktheid, de onherbergzaamheid en de verlatenheid van dit land om er iets groots te verrichten op de bodem van wat eens een stuk Zuiderzee was. Maar daaraan herinnert niets meer dan dat ene bordje boven de ramen aan een gevel te Emmeloord. waarop staat hoe hoog er vroeger de zee stond.


    Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant-11-juni-1941

    Automatische tekstherkenning

    Van semi-officiële zijde is een rapport verschenen, bevattende een „Eerste suggestie voor naamgeving aan de voornaamste elementen in den  noordoostelijken polder”. We mochten van dit rapport inzage verlangen en deelen er hier een en ander uit mede. Onder dit voorbehoud echter, dat omtrent een en ander- nog niets definitiefs vaststaat. Hoogere instanties zullen er nog over hebben te beslissen in hoeverre men met de voorgestelde benamingen accoord gaat. Het komt ons echter voor, dat er alle reden is aan te nemen, dat men — op enkele uitzonderingen na wellicht — wel met deze suggestie accoord kan gaan. Immers: door deze naamgeving worden historische bijzonderheden vastgelegd die, welke veranderingen er verder nog in den noordoostelij ken hoek van de voormalige Zuiderzee mogen optreden, voor de geslachten die na ons komen, bewaard blijven.
    Enkele aanhalingen uit voornoemd rapport mogen hier volgen. Dat voorgesteld is den geheelen polder „Urkerland te noemen, weet men uit een vroegere
    mededeeling in dit blad reeds.
    Aan de gemalen zou men de namen willen verbinden van de belangrijkste strijders voor da plannen, met name BUMA de oprichter van de Zuiderzeever-
    eeniging in 1886, mr. G. Vissering, die_ de plannen vooral economisch en financieel verdedigde en mr. H. Smeenge, die zich krachtig aan de meer  populaire propaganda wijdde. Deze drie namen aanhoudend, is aangewezen het gemaal bij Lemmer den naam Buma, dat bij Urk den naam Vissering en dat bij de Voorst den naam Smeenge te geven.
    Het is gewenscht, de bevolkingskernen zoo mogelijk namen te geven van vroeger bestaan hebbende plaatsen binnen den polder.
    Emmloord en Ens alsmede Schokland zijn punten welke in den polder blijven Reeds’vóór het jaar 1000 wordt Nakala, later genaamd Nagele, genoemd. Meer noordwestelijk wordt of Rutne. Niet ver van Emmeloord lag een klein dorp met name Maenhuysen.
    Volgens verschillende gegevens bevonden zich op het eertijds grootere eiland Urk, behalve Urch nog twee of meer dorpen, namelijk Espel of Espelbergh en Algodeldorp of Algotedorp, welke naam samenhangt met Almere den middeleeuwschen naam van de zuidelijke kom der Zuidernrgg Vermoedelijk heeft-westelijk van Kuinre de plaats Vene of Veenhusen gelegen.
    Het schijnt aangewezen, aan de polderkernen A, B, D, E en F resp. de oude namen Nagele, Maanhuizen, Algodeldorp, Espel en Rutne toe te kennen.
    Voor kern G zou de naam Veenhuizen ln aanmerking kom, doch deze naam bestaat reeds. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan Kuinderveen, mede ook omdat deze kern ligt op den rand van een veenachtig gebied. Het dorp C ligt op het bekende Kamperzand, zoodat voor deze kern de naam Kamperzand ln aanmerking komt. De hoofdkanalen stelt men zich voor als volgt te noemen:
    Van het hoofddorp Nagele uit naar Lemmer: Lemstervaart; naar Urk: Urkervaart; naar de Voorst: Zwolsche vaart.
    De sluizen wil men aldus doopen: die hij Lemmer: Friesche sluis; bij Urk: Urkersluis; bij de Voorst: Voorstersluis; de sluis in den polder: Maanhuizersluis; de sluis in het Ganzendiep, buiten den polder: Ganzensluis; de sluis bij Kadoelen: Kadoelersluis. De primaire wegen waren aldus te noemen: van Nagele naar den Ramspol: Kamperweg; van Nagele naar Urk: Urkerweg.


    Ook in Oostelijk Flevoland

    Voor de Noordoostpolder zijn zoals we hier kunnen lezen, meerdere dorpenplannen geweest.
    Ook Oostelijk Flevoland heeft meerdere dorpenplannen gekend.

    Larsen bijvoorbeeld. Die plaats is vervallen maar het Larserbos is er wel gekomen …….

    Misschien zal ik later over Flevoland nog eens een hoofdstuk schrijven. Hangt er van af.

  • Renovatie

    Renovaties




    Steigerwerk

    Voordat de renovatie kon beginnen heeft KPS Steigerbouw de hele toren in de Layher-steigers gezet. Het materiaal wat hiervoor is gebruikt bestaat uit: 2.725 staanders; 1.836 kantplanken; 11.553 liggers; 2.027 spiekoppen; 448 schoren; 6.144 stalen roosters/steigerplanken/afdekplaten; 92 spindels, 1.679 koppelingen/klemmen; 1.127 ankerogen en pluggen en 62 systeemtrappen met leuningen.
    De steiger was bijna volledig nieuw en kostte zo’n € 500.000 euro.
    Het opbouwen duurde zes weken.

    Steiger bij de bouw 1958


    6 of 8 ?

    Meneer De Poldertoren vergiste zich……

    zes lichtbundels gaan de toren van top tot teen verlichten, met nadruk op de zes hoeken van de toren. De Poldertoren is natuurlijk achtzijdig. Snel verbetert.

    Wel grappig om te zien waar die fout al weer was overgenomen.


  • Lelijkstad

    Lelijkstad

    Toen de Noordoostpolder op de tekentafel lag,
    net voor de Tweede Wereldoorlog,
    waren in Nederland twee architectuurstromingen actueel.
    We stonden eigenlijk op een kantelpunt:

    • Het traditionalisme
      Plattelandsarchitectuur. Huizen van baksteen met rode dakpannen. Niet zo spannend.
      Maar een groot voorvechter was Granpré Molière, hoogleraar in Delft.
      Een stroming binnen dit traditionalisme  was de Delftse School.
      De Noordoostpolder, Nagele uitgezonderd, is consequent gebouwd volgens deze behoudende stijl.
    • Het nieuwe bouwen
      is een verzamelnaam voor verschillende moderne bouwstijlen en radicale vernieuwingen. Veel glas, staal en beton. Lelystad.

    Emmeloord was daar nog niet aan toe. De keuze viel dus op het traditionele bouwen.

    Jammer ? In zekere zin misschien wel.

    In Lelystad hebben ze wel de stap gezet naar het moderne bouwen.
    Vol verwachting stroomden in 1967 duizenden polderpioniers naar de nieuwe stad,
    Wat het toonbeeld van de moderne stedenbouw moest worden werd een broedplaats voor architecten en creatieve geesten.
    Ze experimenteerden erop los.
    En dat heeft niet zo goed uitgepakt.
    Daar is de Noordoostpolder voor behoed !

    Daarnaast was de toelatingseis zoals die voor de Noordoostpolder gold, losgelaten, waardoor veel gajes uit het Westen naar Lelystad verhuisde.

    Lelijkstad

    Nog meer Lelijkstad……

  • Rijksmonument

    Emmeloord – De Deel 25 – Poldertoren

    (532139) monumentenregister Monumentnummer: 532139

    Introductie

    Watertoren, tevens klokkentoren en uitkijktoren.

    Kenmerken

    Rijksmonument sinds: 26 september 2014

    Bouwactiviteiten

    werkzaamheidvantotnauwkeurigheid
    vervaardiging19571959globaal

    Bouwtypen

    bouwtype
    Nutsbedrijf

    Geschiedenis

    Al tijdens het ontwikkelen van de Noordoostpolder besloot men dat in het hart van de polder op het centrale plein in Emmeloord een hoge toren zou moeten komen te staan. Deze toren zou moeten fungeren als een baken, dat van ver af zichtbaar zou moeten zijn en moest als symbool dienen voor de eenheid van de polder. Het mocht geen kerktoren worden, want geen van de kerken mocht over de anderen domineren. Omdat voor de watervoorziening van de polder een watertoren noodzakelijk was is er uiteindelijk voor gekozen om de watertoren deze functie te geven.

    In december 1950 schreef de Waterleidingmaatschappij ‘Overijssel’ een prijsvraag uit voor het ontwerp hiervan. De opgave bestond uit het ontwerpen van een watertoren, die die symboolfunctie moest kunnen vervullen. Daarom zou de toren behalve drie waterreservoirs ook een uitzichtplateau en ruimte voor een carillon moeten krijgen. Uit de ingediende ontwerpen werd uiteindelijk het traditionalistische ontwerp ‘Utilis’ van H. van Gent geselecteerd. De jury had echter wel twijfels of de ontwerper in staat was alle met dit ontwerp samenhangende problemen m.b.t. detaillering en materiaalgebruik op te lossen. Kennelijk was Van Gent zich hiervan ook bewust. Daarom werd voor de realisering van het ontwerp ook J.W.H.C. Pot van bureau Pot-Keegstra aangetrokken. Op 12 juni 1957 werd met de bouw begonnen en op 20 juni 1959 is de toren officieel in gebruik genomen.

    Renovatie en herbestemming

    Inmiddels heeft de Poldertoren, evenals de meeste watertorens, zijn functie verloren. De gemeente Noordoostpolder heeft in 2005 de toren overgenomen van waterleidingbedrijf Vitens. Na een renovatie in 2008 en 2009 heeft de toren een nieuwe bestemming gekregen.

    In 1992 werd de toren voorzien van een figurenomloop, die om het hele en halve uur naar buiten komt. De figurenomloop bestaat uit een mammoet, een oermens, een koggeschip, een pionier, een maaidorser en een fabriek.

    Bij de renovatie in 2008 moest voor de nieuwe bestemming voldoende vloeroppervlak worden gecreëerd, maar ook moest meer daglicht worden toegelaten. Daarvoor zijn in de onder- en bovenbouw extra vloeren gemaakt. Op plekken met te weinig daglicht zijn de functies ondergebracht die geen daglicht nodig hebben, zoals installaties. De bestaande verdiepinghoogte is gehalveerd van 8 naar 4 meter, zodat het aantal verdiepingen werd verdubbeld. Omdat de meeste ramen in het bovenste deel zitten, ter hoogte van de voormalige reservoirs, is daar een restaurant gemaakt. De waterreservoirs zijn gehandhaafd, maar om voldoende licht in de betonnen cilinders te krijgen zijn grote gaten in de schil hiervan aangebracht.

    Exterieur

    De toren is achthoekig en is in totaal 65,3 meter hoog (70, 5 meter incl. windvaan). Daarmee is het een van de hoogste watertorens in Nederland. Het bezoekersplatform zit op 43,4 meter hoogte. De breedte van de poldertoren is aan de voet 14 meter en op het bezoekersplatform 13,4 meter.

    Verder is de toren voorzien van een uitzichtplateau in de opengewerkte lantaarn met tentdak en carillon. De vergulde windvaan heeft de vorm van een koggeschip.

    Vier zijden van de poldertoren zijn voorzien van een wijzerplaat. De cijfers en wijzers zijn verguld. Zowel de het carillon, de windvaan en de wijzerplaten zijn vervaardigd door gieterij Eijsbouts.

    De toren heeft een bekleding van geelgrijze baksteen rond een skelet van gewapend beton. De metselwerkschil draagt alleen zichzelf en speelt slechts een beperkte rol in de stabiliteit. In de toren is verwerkt: 1220 m3 beton, 185 ton wapeningsstaal, 600.000 bakstenen, 624 ton cement en 7200 draineerbuizen.

    De grote toegangs- en lichtpuien op de begane grond zijn van aluminium. De (smalle) lichtopeningen bestaan uit diep geplaatste betonramen met roeden van aluminium.

    Om vorstschade te voorkomen is in de buitenste steenmuur tegen de waterdichte pleisterlaag aan vijf van de acht zijden van de toren een verticale drainage ingemetseld, om een snelle droging van het buitenmetselwerk te bevorderen. Deze bestaat uit speciaal vervaardigde buisjes van poreus beton met een dikte van 5 cm. De bochtstukken zijn van gres.

    Het piramidedak rust op een houten dakconstructie en is met koperen platen bekleed. De toren is 63,5 m hoog. De basis van de Poldertoren heeft een doorsnede van 14 m. Bovenop de toren staat een 5 m. hoge windwijzer.

    Interieur

    De toren had oorspronkelijk zes verdiepingen. Op de derde t/m de vijfde verdieping bevonden zich drie waterreservoirs. In de voet van de toren bevond zich eveneens een waterreservoir. De zesde verdieping werd gevormd door het uitkijkplatform, waarboven het carillon. De toren heeft een trap met 243 treden. Een lift voert van de begane grond naar het platvorm dat op 43,4 m. hoogte ligt.

    In de toren hangt het (destijds) grootste klokkenspel van Nederland. Een actie onder de bevolking leverde 48 klokken op (waaronder van ieder dorp 1 klok) met inscripties, gemaakt door klokkengieterij Eijsbouts. De grootste klok weegt 2382 kg en doet tevens dienst als luidklok. Op 20 juli 1959 werd het carillon officieel overgedragen aan de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat.

    Het Openbaar Lichaam ‘de Noordoostelijke Polder’ (de voorloper van de gemeente Noordoostpolder) stelde het uurwerk beschikbaar. Dit uurwerk is thans verbonden net de wereldatoomklok in Zurich. Deze klok zendt een signaal naar een zogenaamde telebox in de toren, die dit signaal vervolgens doorgeeft aan het uurwerk in de toren.

    Het interieur van de toren bevat voor de opslag van water drie betonnen vlakbodemreservoirs, in de vorm van cilinders met een inwendige diameter van 8,7 meter. De reservoirs worden gedragen door acht kolommen van 1,1 x 0,7 meter onder de rand, een achthoekige kolom van 1,2 meter in het midden en een ringbalk van 1 m hoog. De drie hoogreservoirs hebben een inhoud van 425 m³, het laagreservoir een inhoud van 575 m³. Daarmee was de totale wateropslagcapaciteit 1850 m3.

    Monumentale waarde

    De Poldertoren symboliseert de eenheid van de poldergemeenschap en is het belangrijkste landmark in de polder. De toren markeert letterlijk en figuurlijk het hart van de Noordoostpolder en is ontworpen als eindpunt van veel zichtlijnen. De toren is harmonieus en fraai van verhoudingen. De afzonderlijke onderdelen van de toren vormen ondanks hun verscheidenheid een duidelijke eenheid. Het silhouet is eenvoudig en toch boeiend, wat mede wordt veroorzaakt doordat de toren naar boven toe 60 cm smaller wordt.

    Advies omgevings­vergunning

    Over dit monument is advies uitgebracht:

    Adviezen van voor 1 januari 2024 zijn uitgebracht in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Adviezen vanaf 1 januari 2024 zijn uitgebracht in het kader van de Omgevingswet, rijksmonumentenactiviteit.

    Bronnen en verwijzingen

    • Beeldbank RCE Meer foto’s van dit rijksmonument
    • Besluit Officieel besluit van de rijksoverheid tot het aanwijzen van dit rijksmonument.
    • Besluitmotivering Toelichting van de redenen voor het aanwijzen van dit rijksmonument.
    • Bibliotheek RCE P. Korthagen, M. Moerman en P. Peters, Hergebruik watertorens: maximaal gebruik van bestaande draagkracht; in: Cement; (2009) nr. 4, p. 30-33
    • Collectie Nieuwe Instituut Poldertoren (Emmeloord)
    • Eck A.D. van, Poldertoren te Emmeloord, in: Bouw; 14 (1959) p. 712-717
    • Emmeloord Info
    • Trots dat emmeloord.info genoemd wordt in het monumentenregister Poldertoren.
      Het onfatsoen van een andere Flevolands erfgoedwebsite was gênant.
      Ik kreeg maart 2026 een mailtje van Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed :
      “Recent zijn wij erop geattendeerd dat op de website emmeloord.info bij de scheepswrakken in Flevoland teksten zijn opgenomen die woordelijk overeenkomen met de beschrijvingen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.”
      Pijnlijk voor RvCE: daar had Emmeloord.info in 2018 al toestemming voor gevraagd en gekregen. Met duidelijk bronvermelding.
      Een overheersend ego blokkeert vaak verbinding en zelfs fatsoen.
    • Ideeënprijsvraag voor een poldertoren te Emmeloord (N.O.P) In; Forum; (1952) p. 60-66
    • Monumenten in Nederland Ronald Stenvert e.a., Monumenten in Nederland: Flevoland – Emmeloord, 2006, p. 56

    Informatie komt van:

    Later meer monumenten in de Noordoostpolder

  • Prijsvraag

    Prijsvraag

    Al vroeg in de ontwerpplannen Noordoostpolder werd besloten om op het centrale plein van Emmeloord, in het hart van de polder, een hoge toren te bouwen.

    De toren moest zo hoog worden, zodat de wedloop tussen kerken wie de hoogste toren had, meteen werd voorkomen.
    En voor de watervoorziening in die grote polder (596,2 km²) was ook een hoge watertoren nodig. Zo ontstond het idee om deze toren vorm te geven als een ‘poldertoren’.

    In december 1950 schreef de waterleidingmaatschappij Overijssel een openbare ideeënwedstrijd uit voor het ontwerp van de toren. De opdracht was om een watertoren te ontwerpen met een carillon en een uitkijkplatform. Daarbij stelde de W.M.O. als voorwaarde dat de toren de eenheid van de polder moest uitbeelden en de rol van Emmeloord als centrum moest benadrukken.

    Maar liefst 514 architecten ontvingen het programma en werden uitgenodigd om mee te doen aan deze bijzondere en uitdagende opdracht. Uiteindelijk werden 170 ontwerpen ingediend, die door een jury werden beoordeeld. Deze jury bestond uit ir. G. Friedhoff, ir. J.C. Keller, ir. D. van Eck, A. Komter, ir. S. van Embden en secretaris ir. S. Bakker.

    Volgens de jury voldeed geen enkel ontwerp volledig aan alle eisen, waardoor er geen eerste prijs werd toegekend. In plaats daarvan kregen de drie beste inzendingen elk een premie van ƒ 2000.-

    De winnaars waren

    • M.F. Duintjer uit Amsterdam met “Rode Toren”,
    • H. Mieras en B. van Kasteel uit Amsterdam met “Uilenspiegel”
    • H. van Gent uit Amsterdam met “Utilis”.

    Uiteindelijk werd gekozen voor het ontwerp “Utilis” (Latijn voor ‘nuttig’) van de Amsterdamse architect H. van Gent.
    Toch twijfelde de jury aan de capaciteiten van de architect van Gent.
    Daarom werd van Gent bijgestaan door zijn collega-architect J.W.H.C. Pot. (van het architectenbureau Pot en Pot-Keegstra)

    Utilis

    De architecten gaven hun ontwerp een ontwerpnaam mee, een motto, een concept naam of de essentie van het architectonisch ontwerp.
    Die van de Poldertoren is dus UTILIS (nuttig)
    De twee andere finalisten waren De Rode Toren en Uilenspiegel. De andere torens hadden ook fraaie namen. Wat denkt u van „Muziek-Water”, „Zeepaardje”. Steekspel”, „Deel dom” en „Veldfles”?



    Utilis

    uit het juryrapport:

    “De Jury is van mening, dat de algemene opvatting, alsmede de hoofdvorm en de hoofd afmetingen van deze inzending uitstekend beantwoorden aan de bijzondere eisen door de opgave gesteld; de sfeer van de polder is zeer goed getroffen. 
    Het ontwerp getuigt van stoerheid en eenvoud, de samenstellende onderdelen zijn voldoende gekarakteriseerd, zonder dat daardoor de eenheid van het geheel wordt aangetast. Het silhouet is eenvoudig en toch boeiend.
    Bij kennisneming van de details en van de toelichting is evenwel ernstige twijfel gerezen of de ontwerper over voldoende bekwaamheid beschikt om bij uitvoering van dit project een bevredigend eindresultaat te bereiken en in vorm de onderdelen te bepalen uit dezelfde geest, waaruit de grondvorm van het geheel is voortgekomen. Met name de ingang en de wijzerplaten getuigen van een zeker onvermogen tot vormgeven; in het bijzonder de omschrijving van de toe te passen materialen en van de afwerking wekt twijfel. Zou opdrachtgeefster besluiten deze inzender te belasten met de uitvoering, dan zou een bijzondere regeling moeten worden getroffen om te waarborgen dat detaillering en materiaalbehandeling op het niveau komen van de algemene opzet.”

    Uilenspiegel

    H. Mieras en B. van Kasteel uit Amsterdam

    De jury vond de plaatsing van het ontwerp ‘Uilenspiegel’ op het plein goed.
    Van een afstand zal het silhouet waarschijnlijk minder mooi uitkomen.
    Het ontwerp is heel netjes uitgewerkt en de verhoudingen zijn mooi in balans.
    Toch denkt de jury dat het gebouw na verloop van tijd achteruit zal gaan.
    Zelfs met goed en duur onderhoud kan dit volgens hen niet worden voorkomen.

    Rode toren

    M.F. Duintjer uit Amsterdam

    Het ontwerp van Duintjer bestaat uit een gesloten toren, opgetrokken in rood metselwerk met een aantal uurwerken als decoratie aan de bovenkant van het rode metselwerk en een aantal ritmische perforaties ter plaatse van de wateropslag.

    Volgens de jury verraadde Duintjers ontwerp een gevoelige hand: ‘De plaats van de toren op het plein is goed. De eenvoudige situering past bij het karakter van dit onderwerp. De silhouetwerking van de toren is op korte afstand aantrekkelijk, doch de jury betwijfelt of, uit de polder gezien, deze werking behouden blijft. De toren is logisch opgebouwd; de verhoudingen zijn goed en gevoelig.
    Bij bestudering van de maquette bleek echter de toren vijf meter te laag te zijn, terwijl bij verhoging de diameter in evenredigheid zou moeten worden vergroot om de optimale werking te verkrijgen’. Daarnaast was er kritiek op de plaatsing van technische installaties.


  • Leeuwen

    De Leeuwen van Emmeloord

    De vier leeuwen waren het eerste kunstwerk in de Noordoostpolder.
    Het tweede kunstwerk was ‘De drie muzen‘ op de entree van Schouwburg ’t Voorhuys.

    We hebben er een haat-liefde verhouding mee.
    Ze stonden er, toen weer niet, nu weer wel…
    Of in Kraggenburg?
    Hoe zat het eigenlijk met die beesten?
    Hieronder een vermakelijk chronologisch verslag.




    Locatie in Zeeburg Amsterdam



    Deze sokkels waren bekleed met stenen platen van ‘Bentheimer zandsteen‘ die in 1948 op kavel R43 gevonden zijn in een scheepswrak uit de zeventiende eeuw.
    Toen de polder in ’42 droog kwam te liggen, werden diverse scheepswrakken die eerder op de Zuiderzee waren vergaan gevonden.
    Op kavel R43 net boven Marknesse (kavelkaart) stuitte men op een schip die als lading een hoeveelheid van 14 blokken Bentheimer zandsteen vervoerde.

    Deze blokken steen zijn gebruikt voor de bekleding van het Leeuwenmonument.

    Toen de leeuwen in opslag gingen en het leeuwenmonument werd afgebroken, zijn de platen teruggegeven aan de pachter van kavel R43. Deze cultuurboerderij van het type Q7h uit 1943 aan het begin van de Oosterringweg draagt nog steeds de naam : ‘De 14 blokken’. Nu is de pachter J. Visscher, vroeger Togtema.

    Bentheimer zandsteen is een zuivere en relatief stevige zandsteen met een gelijkmatige structuur, die zich voor vele doeleinden leent. De steen heeft aanvankelijk een licht geelbruine kleur, die later door verwering steeds donkerder wordt.
    Bentheimer zandsteen werd gewonnen in steengroeves in de Graafschap Bentheim in Duitsland en werd daar aangeduid als ‘Bentheimer Gold’.
    Verscheidene monumenten van nationale allure zijn opgetrokken uit de Bentheimer zandsteen, zoals het Paleis op de Dam en de Martinitoren in Groningen.

    Inscriptie platen:

    HET MONUMENT WERD DE DIRECTIE VAN DE 
    NOORDOOSTPOLDER AANGEBODEN DOOR DE
    GEZAMENLIJKE AMBTENAREN  BIJ DE HER-
    DENKING VAN HET 10 JARIG⋅ BESTAAN
    VAN DE NOORDOOSTPOLDER

    En op de andere sokkel:

    DEZE 4 LEEUWEN ZIJN AF-
    KOMSTIG VAN DE ,,SYPHON”
    TE ZEEBURG BIJ AMSTER-
    DAM DIE IN 1942 BUITEN
    GEBRUIK WERD GESTELD
    DE STEEN VAN DE BEKLEDING WERD
    GEVONDEN OP KAVEL R43 IN EEN
    SCHEEPSWRAK UIT DE 17E EEUW


    WEETJES













    Ontwerptekening van een siphon onder het Amsterdam – Merwedekanaal bij Amsterdam tot uitlozing en waterverversing van stadswater: lengte-doorsnede met binnen- en buitenhoofd en waterpeilen 1:100 1:100 en plattegrond 1:1.000.
    Illustratie bijlage 23 bij publicatie in Tijdschrift koninklijk instituut van ingenieurs te ‘s-Gravenhage. (Notulen 1887-1888, zie de bibliotheek van de TU Delft. Link opent in nieuw venster.)
    Met detail van een leeuw bij het binnenhoofd aan de zijde van het uitwateringskanaal en gericht naar het kanaal. Met toelichting over de techniek van de grondduikers onder het kanaal. De beelden zijn gemaakt door Bart van Hove.
    Bij de aanleg van het Merwedekanaal rond 1890 was het nodig om het overtollige water van de gemeente Amsterdam en het hoogheemraadschap Amstelland af te voeren naar de Zuiderzee via buizen onder het kanaal, een zgn sifon. Voordat het kanaal er was kon het stadswater via uitwateringsluizen rechtstreeks afvoeren naar de Zuiderzee. In het archief van het hoogheemraadschap Amstelland werd geen informatie gevonden over de betekenis van dit waterwerk voor de waterhuishouding van Amstelland.
    Bij de bouw ca 1882 van de sifon van Zeeburg werden 4 leeuwen geplaatst aan weerszijden van het Merwedekanaal. Wegens de verbreding van het kanaal rond 1940 werden de leeuwen verwijderd.

    Na de verwijdering van de schutsluis in het kanaal bij Zeeburg herplaatste RWS in 2015 replicas van deze leeuwen.

    bron: Historisch archief van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

  • Mizumaki

    Replica Poldertoren in Japan

    De gemeente Noordoostpolder heeft van 1996 – 2000   een relatie onderhouden met de gemeente Mizumaki in Japan.
    Als waardering voor die relatie heeft de gemeente Mizumaki een replica van de poldertoren gebouwd.
    In Mizumaki doet deze toren dienst als liftschacht die toegang geeft tot de openbare bibliotheek.
    Sinds 2001 heeft de particuliere stichting Vrienden van Japan de scholierenuitwisseling op zich genomen.
    Om het jaar bezoekt een groep van 10 leerlingen en twee begeleiders Noordoostpolder of Mizumaki.






    Naamplaten

    Deze informatie komt van de website www.wereldoorlog2.com

    FUKUOKA NO 6 BRANCH CAMP. TAKAMATSU COAL MINE MIZUMAKI
    1Arnes Theodoorbacillaire dysenterie
    2Aijkens, Jacobusacute ontsteking v.d. dikke darm
    3Bakker , Fliplongontsteking
    4Barend ,George Frans Johanacute ontsteking v.d. dikke darm
    5Beer, Johan Alphonsgebroken nek verdrukking v.h.lichaam
    6Belle, Edward Christiaanbacillaire dysenterie
    7Benschop, Petrus Martinusbacillaire dysenterie
    8Bierman, Christiaanbacillaire dysenterie
    9Bomhoff, Janbacillaire dysenterie
    10Borman, Hendrikus, Petrus, Mariaacute ontsteking v.d. dikke darm
    11Bossink, Theodorus Johanneslongontsteking rechts
    12Bouma, Jan Leendertacute ontsteking v.d. dikke darm
    13Bouma, Lambertus, Wiebe?
    14Brakel van Everardus, Johannes, Franciscusacute ontsteking a.d. dikke darm
    15D’Hont, Willemacute longontsteking
    16Doorn van Janacute ontsteking v.d.dikke darm
    17Engelenberg, Cornelis Andrieskroep/longontsteking rechts
    18Frankhuisen, Gerrit Johannesacute longontsteking
    19Gabler, Otto Karel, Fritsbacillaire dysenterie

    20Gent van Emile, Martinusbacillaire dysenterie
    21Geuze, Jan?
    22Goossens, Emile, Johan, Augustbacillaire dysenterie
    23Haag, Bernard, Frederikbacillaire dysenterie
    24Hecking Colenbrander van Maarten Abrahamacute longontsteking
    25Heek van Lodewijk, Gerrit,Anthoniebacillaire dysenterie
    26K*l****, E.G.A.schedelbasis fractuur
    27Knoppien, Harm, Barend, Eppoacute longontsteking
    28Kook, Wilhelmus, Josephuslongtuberculose
    29Kohler, Edward, Jozefdoor geweld veroorzaakt etterige ontsteking v.d. rechter heup
    30Kolster, Johannes, Emileacute ontsteking v.d. dikke darm
    31Korevaart, Maartenmalaria
    32Koster, Frederikacute longontsteking
    33Lammerding, Theodorus, Frederikhart stilstand
    34Lannoy de Willem Frederikbacillaire dysenterie
    35Ligten van Albert Marieacute longontsteking
    36Loor de Jan Hendrikkroep/longontsteking
    37Luitjes, Aartacute darmontsteking
    38Maronier, Frans, Mauritsbacillaire dysenterie
    39Merling Meijer, Hermanbacillaire dysenterie
    40Mulder, Johan , Pieterbacillaire dysenterie
    41Ost, Edwin, Wilhelm, Benjaminbacillaire dysenterie
    42Otterspoor, Johannes, Theodorusbacillaire dysenterie
    43Palmar, Antonie, Christiaan?
    44Poulisse, Jankroep/longontsteking
    45Rond, Christiaankroep/longontsteking
    46Rood de Evert,Frederikgebroken ruggegraat
    47Rooymans, Gerardusacute ontsteking v.d.dikke darm
    48Salomon, Albert,Hendrik Ariebacillaire dysenterie
    49Sarton, Joseph, Antonius, Hendrikus,Hubertusbacillaire dysenterie
    50Scheffelaar, Anton,Cornelis, Johannesbacillaire dysenterie
    51Scherpenisse, Adriaan, Leendertacute longontsteking
    52Sitteren van Ferdinand, Josephus,Daniëlbacillaire dysenterie
    53Sprenkels, Aloysius,Arnoldus,Johanneskroep/longontsteking
    54Stok, Willem,Hendrikbacillaire dysenterie
    55Streiff, Gustaaf, Karelacute longontsteking
    56Swensen, Fritsbacillaire dysenterie
    57Tijn van Jacqueshersenbloeding
    58Vredevoogd, Albert,Johanbacillaire dysenterie
    59Winter de Pieter, Johannesbacillaire dysenterie
    60Wit de Evertbloedverlies door borstverwonding