5 mrt 2026 De Poldertoren in Emmeloord is bijna klaar na een maandenlange renovatie. Het Rijksmonument uit 1959 werd vanaf vorig voorjaar opgeknapt en moet eind april klaar zijn. De steigers om het gebouw worden inmiddels afgebroken, de uurwerken en klokken doen het weer. En dat is voor torenfan Evert de Graaff een speciaal moment.
24 mei 2025
De Poldertoren in Emmeloord ondergaat een grootscheepse renovatie die een einde moet maken aan de jarenlange vochtproblemen en die het Rijksmonument weer toegankelijk moet maken voor het publiek. Kosten: 3,3 miljoen euro.
Het oorspronkelijke plan van de Dienst der Zuiderzeewerken uit 1938, het zogeheten vijf dorpen-plan, ging ervan uit dat de burgers zich vooral in Emmeloord zouden vestigen. Rondom Emmeloord zouden vijf dorpen komen voor landarbeiders.
De Directie van de Wieringermeer, afdeling Noordoostpolderwerken, die verantwoordelijk was voor de inrichting van de polder, was het daar niet mee eens. Volgens hen moesten de belangrijkste knechten op het boerenbedrijf wonen. Anders zouden de dorpen volgens hen kunnen uitgroeien tot ‘broeinesten van sociale onrust’.
Daarom werden bij landbouwbedrijven groter dan twintig hectare dienstwoningen gebouwd voor de belangrijkste arbeiders. Deze woningen stonden vaak in blokjes van twee tot vier huizen buiten de dorpen. Daarnaast werden uiteindelijk niet vijf, maar tien dorpen rond Emmeloord aangelegd. Dat was gunstig voor de landarbeiders die in het buitengebied woonden.
In de praktijk kozen veel landarbeiders er echter voor om in een dorp te wonen. Zij wilden minder afhankelijk zijn van hun werkgever en niet in een feodale verhouding blijven. De dienstwoningen werden namelijk door de Directie verhuurd aan de boeren en niet rechtstreeks aan de landarbeiders. Wie zijn baan verloor, raakte daardoor vaak ook zijn woning kwijt.
Pas in 1957 besloot de Directie de dienstwoningen rechtstreeks aan de hoofdbewoners te verhuren.
Dorpen
De polder was er dus voor de boeren. Die boeren hadden arbeiders en die arbeiders hadden (veel) kinderen. En die arbeiders moesten bij voorkeur in arbeiderswoningen bij de boerderij gaan wonen. De kinderen moesten op de fiets naar school. En de vrouw moest op de fiets naar de bakker. Kortom: een fietsafstand tot zo’n 8 km werd bepalend.
Men gebruikte ‘de centrale plaatsentheorie’ van de Duitse geograaf Christaller.
Een centrale hoofdplaats – Emmeloord – met op de 6 hoekpunten plaatsen van lagere orde. Marknesse Ens Nagele Espel Rutten en Kuinre telde mee als zesde dorp. De rest van de bewoners zou zich op het platteland kunnen vestigen in boerderijen en kleine gehuchten met arbeiderswoningen. Uiteindelijk werd het Emmeloord, met daaromheen een ring van 10 dorpen.
SPIJT
De theorie was al snel achterhaald. Die arbeider had weinig zin om naast de boerderij te gaan wonen. ‘We zijn geen lijfeigenen” Boeren gingen ook al snel mechaniseren. En die arbeiders hadden toch al snel een brommer of auto en vestigden zich daarom liever in een dorp of in Emmeloord. Het bestaansrecht van de kleine kernen is altijd kritisch geweest. Nog net een basisschooltje maar geen supermarkt en geen huisarts.
In de nieuwe polders heeft men daarvan geleerd.
Oostelijk Flevoland, 1957, werd uitgegaan van slechts twee dorpen, één kleine stad en één grote stad:
Biddinghuizen (6.455 inwoners)
Swifterbant (6.285 inwoners)
Dronten (28.795 inwoners)
Lelystad (80.490 inwoners)
Harderhaven is een buurtschap in de gemeente Zeewolde. Geen dorp, het bestaat uit drie straten.
Ketelhaven is een buurtschap in de gemeente Dronten. Het bestaat uit zeven pioniershuizen op de dijk, twee jachthavens, een villapark en een (vakantie) bungalowpark.
Zuidelijk Flevoland (1968)
Zeewolde (23.098 inwoners)
Almere (216.086 inwoners)
Misschien zal ik later over Flevoland nog eens een hoofdstuk schrijven. Hangt er van af.
10 dorpen? en Schokland dan ?
Is Schokland ook een dorp?
Ja. Op 1 november 2008 kreeg Schokland de status van dorp Tot 2008 was het grondgebied van het voormalige eiland verdeeld tussen Ens en Nagele. Schokland telt 6 bewoners. De Noordoostpolder repte altijd over ‘Emmeloord en de 10 groendorpen’. Dat moest vanaf 2008 dus losgelaten worden.
En Schokkerhaven ? Telt die niet mee ?
Nee. Schokkerhaven is geen dorp in de Noordoostpolder. Het hoort niet thuis in het rijtje Emmeloord en de kring van 11 dorpen.
Schokkerhaven heeft dus ook geen plaatsnaamborden, zodat je slechts aan de gelijknamige straatnaambordjes kunt zien dat je er bent aangekomen.
Wat is het wel:
Schokkerhaven is een buurtschap, gelegen rond een jachthaven aan het Ketelmeer. Het ligt ten zuidwesten van het voormalige eiland Schokland (waaraan het zijn naam ontleent) en ten zuidoosten van het dorp Nagele, waar het administratief en ook voor de postadressen toe wordt gerekend.
In de naoorlogse jaren zou de polder worden ingedeeld in vier gemeenten te weten
Emmeloord
Creil (incl. Espel Rutten en Bant)
Marknesse (inclusief Luttelgeest en Kraggenburg)
Nagele (incl Ens en Tollebeek)
bron: de excursiegids van 1956
De Tweede Kamer lag dwars. In 1962 werd het Gemeente Noordoostpolder, voor het héle gebied.
Vijfdorpen plan
Oorspronkelijk was het plan om de nederzettingen te situeren op kruispunten van waterwegen en wegen. Het concept bestond uit één centraal dorp, omgeven door vijf kleinere dorpen en 25 tot 45 gehuchten met elk 10 tot 15 huizen. Ook Kuinre werd in deze verdeling opgenomen.
Toch was er twijfel aan de capaciteiten van Kuinre. Het was uiteindelijk toch een traditioneel vissersdorp, net als Urk. Tussen Emmeloord en Kuinre werd het dorp Kuinderveen bedacht. Als Kuinre zich toch goed zou ontwikkelen, kon dat dorp weer komen te vervallen.
Dit bleek echter niet haalbaar vanwege de te grote afstand tot scholen en andere basisvoorzieningen.
Het belangrijkste dorp, Nakala, was gepland op een kruising van waterwegen en wegen, op de plek waar volgens overlevering rond het jaar 1000 een nederzetting moet hebben bestaan.
In het noordoosten zou Muinhuizen komen te liggen, terwijl Ruthe gepland was langs de weg van Urk naar Lemmer. Espel en Algodel waren plaatsen op het veel grotere Urk en moesten ook terugkomen. Ook Kamperzand en Kuinderveen werden in de plannen genoemd.
Zes dorpen plan
In een vroeg plan uit 1941 lezen we dat er sprake was van een zes-dorpen plan.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant-11-juni-1941
Automatische tekstherkenning
Van semi-officiële zijde is een rapport verschenen, bevattende een „Eerste suggestie voor naamgeving aan de voornaamste elementen in den noordoostelijken polder”. We mochten van dit rapport inzage verlangen en deelen er hier een en ander uit mede. Onder dit voorbehoud echter, dat omtrent een en ander- nog niets definitiefs vaststaat. Hoogere instanties zullen er nog over hebben te beslissen in hoeverre men met de voorgestelde benamingen accoord gaat. Het komt ons echter voor, dat er alle reden is aan te nemen, dat men — op enkele uitzonderingen na wellicht — wel met deze suggestie accoord kan gaan. Immers: door deze naamgeving worden historische bijzonderheden vastgelegd die, welke veranderingen er verder nog in den noordoostelij ken hoek van de voormalige Zuiderzee mogen optreden, voor de geslachten die na ons komen, bewaard blijven. Enkele aanhalingen uit voornoemd rapport mogen hier volgen. Dat voorgesteld is den geheelen polder „Urkerland te noemen, weet men uit een vroegere mededeeling in dit blad reeds. Aan de gemalen zou men de namen willen verbinden van de belangrijkste strijders voor da plannen, met name BUMA de oprichter van de Zuiderzeever- eeniging in 1886, mr. G. Vissering, die_ de plannen vooral economisch en financieel verdedigde en mr. H. Smeenge, die zich krachtig aan de meer populaire propaganda wijdde. Deze drie namen aanhoudend, is aangewezen het gemaal bij Lemmer den naam Buma, dat bij Urk den naam Vissering en dat bij de Voorst den naam Smeenge te geven. Het is gewenscht, de bevolkingskernen zoo mogelijk namen te geven van vroeger bestaan hebbende plaatsen binnen den polder. Emmloord en Ens alsmede Schokland zijn punten welke in den polder blijven Reeds’vóór het jaar 1000 wordt Nakala, later genaamd Nagele, genoemd. Meer noordwestelijk wordt of Rutne. Niet ver van Emmeloord lag een klein dorp met name Maenhuysen. Volgens verschillende gegevens bevonden zich op het eertijds grootere eiland Urk, behalve Urch nog twee of meer dorpen, namelijk Espel of Espelbergh en Algodeldorp of Algotedorp, welke naam samenhangt met Almere den middeleeuwschen naam van de zuidelijke kom der Zuidernrgg Vermoedelijk heeft-westelijk van Kuinre de plaats Vene of Veenhusen gelegen. Het schijnt aangewezen, aan de polderkernen A, B, D, E en F resp. de oude namen Nagele, Maanhuizen, Algodeldorp, Espel en Rutne toe te kennen. Voor kern G zou de naam Veenhuizen ln aanmerking kom, doch deze naam bestaat reeds. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan Kuinderveen, mede ook omdat deze kern ligt op den rand van een veenachtig gebied. Het dorp C ligt op het bekende Kamperzand, zoodat voor deze kern de naam Kamperzand ln aanmerking komt. De hoofdkanalen stelt men zich voor als volgt te noemen: Van het hoofddorp Nagele uit naar Lemmer: Lemstervaart; naar Urk: Urkervaart; naar de Voorst: Zwolsche vaart. De sluizen wil men aldus doopen: die hij Lemmer: Friesche sluis; bij Urk: Urkersluis; bij de Voorst: Voorstersluis; de sluis in den polder: Maanhuizersluis; de sluis in het Ganzendiep, buiten den polder: Ganzensluis; de sluis bij Kadoelen: Kadoelersluis. De primaire wegen waren aldus te noe- men: van Nagele naar den Ramspol: Kamperweg; van Nagele naar Urk: Urkerweg;
Urkerland, Schokkerwaard of Noordoostpolder
Noordoostpolder mocht van de Duitsers Urkerland heten
Het is dat de Duitsers werden verdreven door de geallieerden. Anders had Noordoostpolder nu Urkerland geheten.
De Duitse bezetter legde destijds die naam officieel vast voor het gebied. Remco van Diepen diepte die kennis op. Hij is onderzoeker bij het Nieuw Land Erfgoed Centrum, hoeder van de Flevolandse historie. In de oorlogstijd werden overigens ook wel Schokkerwaard, Urkerwaard en Nieuw Schokland genoemd als alternatief voor ‘Noordoostpolder’.
Bosatlas 1948
Schokkerwaard is een van de namen die worden genoemd als alternatief voor ‘Noordoostpolder’. De discussie over die naam – er zou en negatief imago aan kleven – woedt momenteel. Volgens Van Diepen is de naam Noordoostpolder een verkorte versie van de Noord-Oostelijke Polder, een werknaam die voorkomt in ‘plan-Lely’ uit 1891. Daarin wordt de huidige Wieringermeer de Noord-Westelijke Polder genoemd, bijvoorbeeld. In de oorlog werd Lely’s Noord-Oostelijke Polder verbasterd tot Noordoostpolder. En dat werd volgens Van Diepen een soort geuzennaam, omdat de – denkbeeldige – afkorting NOP werd gebruikt voor Nederlands Onderduikers Paradijs.
Vier gemeenten
In de naoorlogse jaren zou de polder worden ingedeeld in vier gemeenten te weten
Emmeloord
Creil (incl. Espel Rutten en Bant)
Marknesse (inclusief Luttelgeest en Kraggenburg)
Nagele (incl Ens en Tollebeek)
bron: excursiegids van 1956
De Tweede Kamer lag dwars. In 1962 werd het Gemeente Noordoostpolder, voor het héle gebied.
(studie van Remco van Diepen – De Stento
De naam van de gemeente :
OL De Noordoostelijke Polder Opgericht: 1942-08-07. Ontstaan uit inpoldering, formeel behorende tot ‘Openbaar Lichaam’. Opgeheven: 1962-07-01. Overgegaan naar Noordoostpolder (Ov).
Gemeente Noordoostpolder (Ov) Opgericht: 1962-07-01. Toegevoegd aan Overijssel van Noordoostelijke Polder. Opgeheven: 1986-01-01. Wijziging provincie Noordoostpolder (Fl).
Gemeente Noordoostpolder (Fl) Opgericht: 1986-01-01. Wijziging provincie van Noordoostpolder (Ov). Tot heden.
Het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder (OL DNP) was een Nederlands overheidsorgaan dat tussen 28 juni 1942 en 1 juli 1962 het bestuur vormde van de Noordoostpolder inclusief het voormalige eiland Schokland. Urk was al een gemeente en viel buiten het grondgebied van het openbaar lichaam. Het OL DNP werd bestuurd door een landdrost. De volksvertegenwoordiging van het OL DNP werd ‘adviesraad’ genoemd en het dagelijks bestuur was in handen van het ‘dagelijks adviescollege’. Het OL DNP viel direct onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Het OL DNP hield op te bestaan met de oprichting van de gemeente Noordoostpolder op 1 juli 1962.
Bij Wet van 19 januari 1962 werd bepaald dat op 1 juli 1962 een gemeente Noordoostpolder ingesteld moest worden en dat deze voorlopig ingedeeld werd bij de provincie Overijssel. De inwoners van Noordoostpolder gingen op woensdag 2 mei 1962 voor het eerst naar de stembus voor gemeenteraadsverkiezingen. De eerste gemeenteraad werd op 2 juli 1962 geïnstalleerd. De polderbewoners bleven trouw aan hun zuil. De eerste gemeenteraad kende 21 leden: negen namens de protestants christelijke partijen, vijf zetels voor KVP, vijf voor PvdA en twee zetels voor de VVD
Het was tot 1958 nog niet zeker of de polder in één of uit meerdere gemeenten zou worden opgedeeld, getuige dit krantenknipsel uit 1957 :
Schokkerwaard
Provinciale Drentsche en Asser courant 21-01-1948
SCHOKKERWAARD — Als ik U zou vragen hoe men van Nagele naar Rutten komt, weet U dan onmiddellijk te antwoorden: via Espel? Tien, neen honderd tegen één, van niet. U behoeft zich daar niet voor te schamen, want deze goed-Nederlandse plaatsnamen staan in geen enkel aardrijkskundeboek. Sterker nog, zij staan wel op alle kaarten van de Schokkerwaard — wat is dat nu weer? —, doch in werkelijkheid zijn zij nergens te vinden. De Schokkerwaard is de nieuwe en definitieve naam voor de Noord-Oostpolder. Knappe koppen van het Kon. Ned. Aardrijkskundig Genootschap hebben nu eindelijk uitgemaakt, dat de aanvankelijk voorgestelde en reeds hier en daar in gebruik genomen naam Urkerland niet de ware is. Schokkerwaard moet dit nieuwe land heten. Binnenkort zal men het officieel vernemen.
Romantisch
En om nu op die dorpen terug te komen, ik zou het U voorlopig sterk afraden de reis daarheen te maken. Er zijn in deze 47.600 hectares metende droogmakerij zeven dorpen geprojecteerd (maar het zullen er vermoedelijk tien worden), waarvan er één, nl Emmeloord, inmiddels is verrezen, al wonen er nog lang geen tienduizend mensen; Marknesse, het tweede dorp, dat tussen Emmeloord en Vollenhove ligt, heeft ook „gestalte” gekregen, maar het ziet er wel heel anders uit dan de stedenbouwkundige plannenmakers bedoeld hadden. De directie van de N.O.P. heeft nl. noodgedwongen haar standpunt ten aanzien van de bewoning van dit nieuwe gebied losgelaten en tijdelijk — ‘maar wie weet voor hoelang! — woonwagens, woonschepen en aan particuliere vindingrijkheid ontsproten bouwsels toegelaten. Die zijn nu voornamelijk te Marknesse geconcentreerd. Een romantische aanblik, die ook weer doet denken aan Amerika’s Middle West, zoals wij dat kennen van de film. Alleen wordt er niet zoveel geschoten.
— Maar goed ook, zegt een Emmeloorder boer in het koffiehuis aan het Harmen-Visserplein, het centrum van de Schokkerwaardse hoofdstad, met wie ik over die dingen zit te praten. — Ik zei het maar voor de aardigheid. — Schieten is geen aardigheid. Ik moet er niet meer aan denken…. — Wat bedoelt U? — Ik bedoel die razzia’s in het najaar van 1944. U weet. dat het hier vol onderduikers zat. De Duitsers wisten dat ook wel, maar zij lieten het maar zo, omdat het blijkbaar in hun kraam te pas kwam. Maar op een kwade dag kwamen ze hier met een grote gewapende een de drijfjacht houden. Er zijn er ik weet niet hoeveel weggevoerd. — En is daarbij geschoten? — En of! — Slachtoffers gevallen? — Eén dode. Dat was Harmen Visser, naar wie dit plein is genoemd. Een jonge arbeider, die dacht, dat hij nog wel vluchten kon. Maar hoe vind je dekking hier in die vlakte? Nu kent iedereen zijn naam hier, maar hij had beter een onbekende arbeider kunnen blijven.
Een oase
Harmen-Visserplein, eindstation van de autobuslijnen, die Emmeloord verbieden met Kampen, Meppel, Lemmer en Wolvega en — over enige maanden — met Urk. Een ruim plein met hoge zwartgeteerde roodgedekte houten gebouwen, prille boompjes en ouderwetse telefoonpalen met draden naar alle kanten. De meeste straten, waaraan de 230 woningen staan, die Emmeloord telt, komen erop uit. Vriendelijke straten met frisse gordijntjes en rode bloemen achter de ramen; een oord van verkwikking in de woestenij. Van de 1700 boerderijen, die er komen moeten, zijn er nu…. 50 gereed! Ondertussen zijn er 100 verpacht, maar de pachters — boerenzoons, die als pionier in de polder hebben gewerkt — moeten voor het merendeel genoegen nemen met ’n arbeiderswoning en wat Belgische legerbarakken als schuren. De eigenlijke boerderijen komen later wel eens. Later » Hoe lang zullen zij moeten wachten? Zij weten ’t niet, ik weet ’t niet, niemand kan het zeggen. Maar zij hebben het er voor over, deze Schokkerwaarder boeren! Zij trotseren de onvolmaaktheid, de onherbergzaamheid en de verlatenheid van dit land om er iets groots te verrichten op de bodem van wat eens een stuk Zuiderzee was. Maar daaraan herinnert niets meer dan dat ene bordje boven de ramen aan een gevel te Emmeloord. waarop staat hoe hoog er vroeger de zee stond.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant-11-juni-1941
Automatische tekstherkenning
Van semi-officiële zijde is een rapport verschenen, bevattende een „Eerste suggestie voor naamgeving aan de voornaamste elementen in den noordoostelijken polder”. We mochten van dit rapport inzage verlangen en deelen er hier een en ander uit mede. Onder dit voorbehoud echter, dat omtrent een en ander- nog niets definitiefs vaststaat. Hoogere instanties zullen er nog over hebben te beslissen in hoeverre men met de voorgestelde benamingen accoord gaat. Het komt ons echter voor, dat er alle reden is aan te nemen, dat men — op enkele uitzonderingen na wellicht — wel met deze suggestie accoord kan gaan. Immers: door deze naamgeving worden historische bijzonderheden vastgelegd die, welke veranderingen er verder nog in den noordoostelij ken hoek van de voormalige Zuiderzee mogen optreden, voor de geslachten die na ons komen, bewaard blijven. Enkele aanhalingen uit voornoemd rapport mogen hier volgen. Dat voorgesteld is den geheelen polder „Urkerland te noemen, weet men uit een vroegere mededeeling in dit blad reeds. Aan de gemalen zou men de namen willen verbinden van de belangrijkste strijders voor da plannen, met name BUMA de oprichter van de Zuiderzeever- eeniging in 1886, mr. G. Vissering, die_ de plannen vooral economisch en financieel verdedigde en mr. H. Smeenge, die zich krachtig aan de meer populaire propaganda wijdde. Deze drie namen aanhoudend, is aangewezen het gemaal bij Lemmer den naam Buma, dat bij Urk den naam Vissering en dat bij de Voorst den naam Smeenge te geven. Het is gewenscht, de bevolkingskernen zoo mogelijk namen te geven van vroeger bestaan hebbende plaatsen binnen den polder. Emmloord en Ens alsmede Schokland zijn punten welke in den polder blijven Reeds’vóór het jaar 1000 wordt Nakala, later genaamd Nagele, genoemd. Meer noordwestelijk wordt of Rutne. Niet ver van Emmeloord lag een klein dorp met name Maenhuysen. Volgens verschillende gegevens bevonden zich op het eertijds grootere eiland Urk, behalve Urch nog twee of meer dorpen, namelijk Espel of Espelbergh en Algodeldorp of Algotedorp, welke naam samenhangt met Almere den middeleeuwschen naam van de zuidelijke kom der Zuidernrgg Vermoedelijk heeft-westelijk van Kuinre de plaats Vene of Veenhusen gelegen. Het schijnt aangewezen, aan de polderkernen A, B, D, E en F resp. de oude namen Nagele, Maanhuizen, Algodeldorp, Espel en Rutne toe te kennen. Voor kern G zou de naam Veenhuizen ln aanmerking kom, doch deze naam bestaat reeds. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan Kuinderveen, mede ook omdat deze kern ligt op den rand van een veenachtig gebied. Het dorp C ligt op het bekende Kamperzand, zoodat voor deze kern de naam Kamperzand ln aanmerking komt. De hoofdkanalen stelt men zich voor als volgt te noemen: Van het hoofddorp Nagele uit naar Lemmer: Lemstervaart; naar Urk: Urkervaart; naar de Voorst: Zwolsche vaart. De sluizen wil men aldus doopen: die hij Lemmer: Friesche sluis; bij Urk: Urkersluis; bij de Voorst: Voorstersluis; de sluis in den polder: Maanhuizersluis; de sluis in het Ganzendiep, buiten den polder: Ganzensluis; de sluis bij Kadoelen: Kadoelersluis. De primaire wegen waren aldus te noemen: van Nagele naar den Ramspol: Kamperweg; van Nagele naar Urk: Urkerweg.
Ook in Oostelijk Flevoland
Voor de Noordoostpolder zijn zoals we hier kunnen lezen, meerdere dorpenplannen geweest. Ook Oostelijk Flevoland heeft meerdere dorpenplannen gekend.
Larsen bijvoorbeeld. Die plaats is vervallen maar het Larserbos is er wel gekomen …….
Misschien zal ik later over Flevoland nog eens een hoofdstuk schrijven. Hangt er van af.
Aanpassingen: extra vloeren, meer daglicht, nieuw trappenhuis, aluminium kozijnen
Nieuw trappenhuis. ‘wokkeltrappenhuis’ met voor de brandveiligheid twee aparte routes
Extra verdiepingen. De verdiepingshoogte ging van 8 naar 4 meter.
De waterreservoirs zijn blijven zitten omdat zij onderdeel uitmaken van de constructie. Wel zijn er ten behoeve van de lichtinval gaten van 2,5 x 2,5 meter aangebracht.
Bij de start ontdekte men dat het grondreservoir nog steeds vol drinkwater zat. Duikers durfden echter niet af te dalen in deze ruimte. De brandweer begon enthousiast het water weg te pompen richting gracht tot iemand opmerkte dat dit de stevigheid en stabiliteit van de toren ernstig zou kunnen beïnvloeden. Er werd snel mee gestopt.
De heropening was op 20 juni 2009, precies 50 jaar na de oorspronkelijke opening
De indeling was:
Begane grond
VVV
Stichting Emmeloord Promotie (STEP)
Bedrijven actief Noordoostpolder (BAN)
Eerste verdieping en entresol
Museum Nieuw Land
Tweede verdieping
IT bedrijf ACF
Derde verdieping
De Waterkamer In dat jaar heb ik hier mijn 50e verjaardag gevierd.
Vierde verdieping
Restaurant Sonoy (Michelin ster)
Vijfde verdieping
Vergaderruimte / trouwzaal
Vanaf 2009 kwamen de lekkages en vochtproblemen
IT bedrijf ACF haakt in 2011 als eerste af en zegt de huur op.
In 2012 vertrekt ook Bauke Hoekstra van de BAN (wegens slechte akoestiek)
In 2013 sluit Paul van Staveren zijn restaurant Sonoy
Projectontwikkelaar Provast wordt aansprakelijk gesteld, maar dat is niet gelukt. De gemeente sluit de deur en likt zijn wonden. Het kost de wethouder zijn kop. Hij had een iets hogere afkoopsom gegeven aan de uitbater van het restaurant.
In 2019 werd de oorzaak van de lekkages gevonden. Aangetaste bitumen in kozijnen die mogelijk ook verkeerd geplaatst waren. Gemeente besluit toren te behouden en verricht voor € 383.000 noodzakelijk onderhoud aan klokken, windvaan en carillon.
laatste renovatie
Renovatie 2025 / 2026
Het blijft de politieke partijen bezighouden. In 2019 wordt besloten de toren niet te verkopen en moest de gemeente er dus iets mee doen. In 2021 blijkt dat het toch genoeg kriebelt. Men durft het aan nogmaals een poging te wagen om de Poldertoren geschikt te maken voor verhuur. De plannen zijn ambitieus. De verdiepingen moeten geschikt worden gemaakt voor kantoorruimtes. Ter hoogte van de uurwerken op de 7e t/m 9e verdieping krijgt Hotel ‘t Voorhuys 6 hotelkamers.
Renovatie startte op 15 april 2025 Heropening op 17 april 2026
De renovatie kostte uiteindelijk ca. 4 miljoen euro
De belangrijkste klus was het wind- en waterdicht maken
Herstel van aanwezige scheurvorming en deels vervangen van voegwerk en vervangen van prefab betonnen afdekkers.
De totale lengte aan scheuren was tussen de 150 en 200 meter Het repareren gebeurt door ‘inboeten’. Rondom de scheuren zijn stenen uitgehakt en vervangen met nieuwe stenen. Dat valt minder op en het kleurverschil kan worden weggewerkt. Er zijn 5100 stenen vervangen.
Er zijn geïsoleerde nieuwe voorzetwanden en brandwerende voorzieningen aangebracht
Gevels zijn geïmpregneerd
aluminium gevelkozijnen en natuurstenen raamdorpels vervangen
figurenomloop is hersteld
Daarnaast is er nieuwe verlichting aangebracht
Zes lichtbundels verlichten de toren Een aantal kenmerken van de Poldertoren worden speciaal uitgelicht, zoals de leeuwen naast de twee entrees van het gebouw en het uurwerk en de klokken van het carillon in de toren. Ook de windvaan wordt verlicht.
de technische installaties vernieuwd
ruimtes zijn geschikt gemaakt voor gebruik en verhuur. Hotel ‘t Voorhuys heeft op de 7e t/m 9e verdieping 6 hotelkamers
De toren stond in de steigers die gezet werden door KPS Steigerbouw met Layher-steigers
Die steiger was bijna volledig nieuw en kostte zo’n € 500.000 euro.
Het opbouwen duurde zes weken.
Steigerwerk
Voordat de renovatie kon beginnen heeft KPS Steigerbouw de hele toren in de Layher-steigers gezet. Het materiaal wat hiervoor is gebruikt bestaat uit: 2.725 staanders; 1.836 kantplanken; 11.553 liggers; 2.027 spiekoppen; 448 schoren; 6.144 stalen roosters/steigerplanken/afdekplaten; 92 spindels, 1.679 koppelingen/klemmen; 1.127 ankerogen en pluggen en 62 systeemtrappen met leuningen. De steiger was bijna volledig nieuw en kostte zo’n € 500.000 euro. Het opbouwen duurde zes weken.
Steiger bij de bouw 1958
6 of 8 ?
Meneer De Poldertoren vergiste zich……
‘zes lichtbundels gaan de toren van top tot teen verlichten, met nadruk op de zes hoeken van de toren. De Poldertoren is natuurlijk achtzijdig. Snel verbetert.
Wel grappig om te zien waar die fout al weer was overgenomen.
Toen de Noordoostpolder op de tekentafel lag, net voor de Tweede Wereldoorlog, waren in Nederland twee architectuurstromingen actueel. We stonden eigenlijk op een kantelpunt:
Het traditionalisme Plattelandsarchitectuur. Huizen van baksteen met rode dakpannen. Niet zo spannend. Maar een groot voorvechter was Granpré Molière, hoogleraar in Delft. Een stroming binnen dit traditionalisme was de Delftse School. De Noordoostpolder, Nagele uitgezonderd, is consequent gebouwd volgens deze behoudende stijl.
Het nieuwe bouwen is een verzamelnaam voor verschillende moderne bouwstijlen en radicale vernieuwingen. Veel glas, staal en beton. Lelystad.
Emmeloord was daar nog niet aan toe. De keuze viel dus op het traditionele bouwen.
Jammer ? In zekere zin misschien wel.
In Lelystad hebben ze wel de stap gezet naar het moderne bouwen. Vol verwachting stroomden in 1967 duizenden polderpioniers naar de nieuwe stad, Wat het toonbeeld van de moderne stedenbouw moest worden werd een broedplaats voor architecten en creatieve geesten. Ze experimenteerden erop los. En dat heeft niet zo goed uitgepakt. Daar is de Noordoostpolder voor behoed !
Daarnaast was de toelatingseis zoals die voor de Noordoostpolder gold, losgelaten, waardoor veel gajes uit het Westen naar Lelystad verhuisde.
Al tijdens het ontwikkelen van de Noordoostpolder besloot men dat in het hart van de polder op het centrale plein in Emmeloord een hoge toren zou moeten komen te staan. Deze toren zou moeten fungeren als een baken, dat van ver af zichtbaar zou moeten zijn en moest als symbool dienen voor de eenheid van de polder. Het mocht geen kerktoren worden, want geen van de kerken mocht over de anderen domineren. Omdat voor de watervoorziening van de polder een watertoren noodzakelijk was is er uiteindelijk voor gekozen om de watertoren deze functie te geven.
In december 1950 schreef de Waterleidingmaatschappij ‘Overijssel’ een prijsvraag uit voor het ontwerp hiervan. De opgave bestond uit het ontwerpen van een watertoren, die die symboolfunctie moest kunnen vervullen. Daarom zou de toren behalve drie waterreservoirs ook een uitzichtplateau en ruimte voor een carillon moeten krijgen. Uit de ingediende ontwerpen werd uiteindelijk het traditionalistische ontwerp ‘Utilis’ van H. van Gent geselecteerd. De jury had echter wel twijfels of de ontwerper in staat was alle met dit ontwerp samenhangende problemen m.b.t. detaillering en materiaalgebruik op te lossen. Kennelijk was Van Gent zich hiervan ook bewust. Daarom werd voor de realisering van het ontwerp ook J.W.H.C. Pot van bureau Pot-Keegstra aangetrokken. Op 12 juni 1957 werd met de bouw begonnen en op 20 juni 1959 is de toren officieel in gebruik genomen.
Renovatie en herbestemming
Inmiddels heeft de Poldertoren, evenals de meeste watertorens, zijn functie verloren. De gemeente Noordoostpolder heeft in 2005 de toren overgenomen van waterleidingbedrijf Vitens. Na een renovatie in 2008 en 2009 heeft de toren een nieuwe bestemming gekregen.
In 1992 werd de toren voorzien van een figurenomloop, die om het hele en halve uur naar buiten komt. De figurenomloop bestaat uit een mammoet, een oermens, een koggeschip, een pionier, een maaidorser en een fabriek.
Bij de renovatie in 2008 moest voor de nieuwe bestemming voldoende vloeroppervlak worden gecreëerd, maar ook moest meer daglicht worden toegelaten. Daarvoor zijn in de onder- en bovenbouw extra vloeren gemaakt. Op plekken met te weinig daglicht zijn de functies ondergebracht die geen daglicht nodig hebben, zoals installaties. De bestaande verdiepinghoogte is gehalveerd van 8 naar 4 meter, zodat het aantal verdiepingen werd verdubbeld. Omdat de meeste ramen in het bovenste deel zitten, ter hoogte van de voormalige reservoirs, is daar een restaurant gemaakt. De waterreservoirs zijn gehandhaafd, maar om voldoende licht in de betonnen cilinders te krijgen zijn grote gaten in de schil hiervan aangebracht.
Exterieur
De toren is achthoekig en is in totaal 65,3 meter hoog (70, 5 meter incl. windvaan). Daarmee is het een van de hoogste watertorens in Nederland. Het bezoekersplatform zit op 43,4 meter hoogte. De breedte van de poldertoren is aan de voet 14 meter en op het bezoekersplatform 13,4 meter.
Verder is de toren voorzien van een uitzichtplateau in de opengewerkte lantaarn met tentdak en carillon. De vergulde windvaan heeft de vorm van een koggeschip.
Vier zijden van de poldertoren zijn voorzien van een wijzerplaat. De cijfers en wijzers zijn verguld. Zowel de het carillon, de windvaan en de wijzerplaten zijn vervaardigd door gieterij Eijsbouts.
De toren heeft een bekleding van geelgrijze baksteen rond een skelet van gewapend beton. De metselwerkschil draagt alleen zichzelf en speelt slechts een beperkte rol in de stabiliteit. In de toren is verwerkt: 1220 m3 beton, 185 ton wapeningsstaal, 600.000 bakstenen, 624 ton cement en 7200 draineerbuizen.
De grote toegangs- en lichtpuien op de begane grond zijn van aluminium. De (smalle) lichtopeningen bestaan uit diep geplaatste betonramen met roeden van aluminium.
Om vorstschade te voorkomen is in de buitenste steenmuur tegen de waterdichte pleisterlaag aan vijf van de acht zijden van de toren een verticale drainage ingemetseld, om een snelle droging van het buitenmetselwerk te bevorderen. Deze bestaat uit speciaal vervaardigde buisjes van poreus beton met een dikte van 5 cm. De bochtstukken zijn van gres.
Het piramidedak rust op een houten dakconstructie en is met koperen platen bekleed. De toren is 63,5 m hoog. De basis van de Poldertoren heeft een doorsnede van 14 m. Bovenop de toren staat een 5 m. hoge windwijzer.
Interieur
De toren had oorspronkelijk zes verdiepingen. Op de derde t/m de vijfde verdieping bevonden zich drie waterreservoirs. In de voet van de toren bevond zich eveneens een waterreservoir. De zesde verdieping werd gevormd door het uitkijkplatform, waarboven het carillon. De toren heeft een trap met 243 treden. Een lift voert van de begane grond naar het platvorm dat op 43,4 m. hoogte ligt.
In de toren hangt het (destijds) grootste klokkenspel van Nederland. Een actie onder de bevolking leverde 48 klokken op (waaronder van ieder dorp 1 klok) met inscripties, gemaakt door klokkengieterij Eijsbouts. De grootste klok weegt 2382 kg en doet tevens dienst als luidklok. Op 20 juli 1959 werd het carillon officieel overgedragen aan de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat.
Het Openbaar Lichaam ‘de Noordoostelijke Polder’ (de voorloper van de gemeente Noordoostpolder) stelde het uurwerk beschikbaar. Dit uurwerk is thans verbonden net de wereldatoomklok in Zurich. Deze klok zendt een signaal naar een zogenaamde telebox in de toren, die dit signaal vervolgens doorgeeft aan het uurwerk in de toren.
Het interieur van de toren bevat voor de opslag van water drie betonnen vlakbodemreservoirs, in de vorm van cilinders met een inwendige diameter van 8,7 meter. De reservoirs worden gedragen door acht kolommen van 1,1 x 0,7 meter onder de rand, een achthoekige kolom van 1,2 meter in het midden en een ringbalk van 1 m hoog. De drie hoogreservoirs hebben een inhoud van 425 m³, het laagreservoir een inhoud van 575 m³. Daarmee was de totale wateropslagcapaciteit 1850 m3.
Monumentale waarde
De Poldertoren symboliseert de eenheid van de poldergemeenschap en is het belangrijkste landmark in de polder. De toren markeert letterlijk en figuurlijk het hart van de Noordoostpolder en is ontworpen als eindpunt van veel zichtlijnen. De toren is harmonieus en fraai van verhoudingen. De afzonderlijke onderdelen van de toren vormen ondanks hun verscheidenheid een duidelijke eenheid. Het silhouet is eenvoudig en toch boeiend, wat mede wordt veroorzaakt doordat de toren naar boven toe 60 cm smaller wordt.
Adviezen van voor 1 januari 2024 zijn uitgebracht in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Adviezen vanaf 1 januari 2024 zijn uitgebracht in het kader van de Omgevingswet, rijksmonumentenactiviteit.
Besluit Officieel besluit van de rijksoverheid tot het aanwijzen van dit rijksmonument.
Besluitmotivering Toelichting van de redenen voor het aanwijzen van dit rijksmonument.
Bibliotheek RCE P. Korthagen, M. Moerman en P. Peters, Hergebruik watertorens: maximaal gebruik van bestaande draagkracht; in: Cement; (2009) nr. 4, p. 30-33
Trots dat emmeloord.info genoemd wordt in het monumentenregister Poldertoren. Het onfatsoen van een andere Flevolands erfgoedwebsite was gênant. Ik kreeg maart 2026 een mailtje van Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed : “Recent zijn wij erop geattendeerd dat op de website emmeloord.info bij de scheepswrakken in Flevoland teksten zijn opgenomen die woordelijk overeenkomen met de beschrijvingen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.” Pijnlijk voor RvCE: daar had Emmeloord.info in 2018 al toestemming voor gevraagd en gekregen. Met duidelijk bronvermelding. Een overheersend ego blokkeert vaak verbinding en zelfs fatsoen.
Ideeënprijsvraag voor een poldertoren te Emmeloord (N.O.P) In; Forum; (1952) p. 60-66
Monumenten in Nederland Ronald Stenvert e.a., Monumenten in Nederland: Flevoland – Emmeloord, 2006, p. 56
Al vroeg in de ontwerpplannen Noordoostpolder werd besloten om op het centrale plein van Emmeloord, in het hart van de polder, een hoge toren te bouwen.
Die toren moest dienen als herkenningspunt van veraf en als symbool voor de eenheid van de polder.
De toren moest zo hoog worden, zodat de wedloop tussen kerken wie de hoogste toren had, meteen werd voorkomen. En voor de watervoorziening in die grote polder (596,2 km²) was ook een hoge watertoren nodig. Zo ontstond het idee om deze toren vorm te geven als een ‘poldertoren’.
In december 1950 schreef de waterleidingmaatschappij Overijssel een openbare ideeënwedstrijd uit voor het ontwerp van de toren. De opdracht was om een watertoren te ontwerpen met een carillon en een uitkijkplatform. Daarbij stelde de W.M.O. als voorwaarde dat de toren de eenheid van de polder moest uitbeelden en de rol van Emmeloord als centrum moest benadrukken.
Maar liefst 514 architecten ontvingen het programma en werden uitgenodigd om mee te doen aan deze bijzondere en uitdagende opdracht. Uiteindelijk werden 170 ontwerpen ingediend, die door een jury werden beoordeeld. Deze jury bestond uit ir. G. Friedhoff, ir. J.C. Keller, ir. D. van Eck, A. Komter, ir. S. van Embden en secretaris ir. S. Bakker.
Volgens de jury voldeed geen enkel ontwerp volledig aan alle eisen, waardoor er geen eerste prijs werd toegekend. In plaats daarvan kregen de drie beste inzendingen elk een premie van ƒ 2000.-
De winnaars waren
M.F. Duintjer uit Amsterdam met “Rode Toren”,
H. Mieras en B. van Kasteel uit Amsterdam met “Uilenspiegel”
H. van Gent uit Amsterdam met “Utilis”.
Uiteindelijk werd gekozen voor het ontwerp “Utilis” (Latijn voor ‘nuttig’) van de Amsterdamse architect H. van Gent. Toch twijfelde de jury aan de capaciteiten van de architect van Gent. Daarom werd van Gent bijgestaan door zijn collega-architect J.W.H.C. Pot. (van het architectenbureau Pot en Pot-Keegstra)
Utilis
De architecten gaven hun ontwerp een ontwerpnaam mee, een motto, een concept naam of de essentie van het architectonisch ontwerp. Die van de Poldertoren is dus UTILIS (nuttig) De twee andere finalisten waren De Rode Toren en Uilenspiegel. De andere torens hadden ook fraaie namen. Wat denkt u van „Muziek-Water”, „Zeepaardje”. Steekspel”, „Deel dom” en „Veldfles”?
Architecten – Pot, J.W.H.C. (bureau Pot en Pot-Keegstra) 1955-1959 – Gent, H. 1950-1959
aannemersbedrijf– Harm Fokkens Naarden NV Velp
uurwerk-, Nederlandse Klokkengieterij B. Eijsbouts NV Asten -uurwerk, carillon en windwijzer
betonconstructie-, P.J. de Gruyter Zwollerkerspel
Utilis
uit het juryrapport:
“De Jury is van mening, dat de algemene opvatting, alsmede de hoofdvorm en de hoofd afmetingen van deze inzending uitstekend beantwoorden aan de bijzondere eisen door de opgave gesteld; de sfeer van de polder is zeer goed getroffen. Het ontwerp getuigt van stoerheid en eenvoud, de samenstellende onderdelen zijn voldoende gekarakteriseerd, zonder dat daardoor de eenheid van het geheel wordt aangetast. Het silhouet is eenvoudig en toch boeiend. Bij kennisneming van de details en van de toelichting is evenwel ernstige twijfel gerezen of de ontwerper over voldoende bekwaamheid beschikt om bij uitvoering van dit project een bevredigend eindresultaat te bereiken en in vorm de onderdelen te bepalen uit dezelfde geest, waaruit de grondvorm van het geheel is voortgekomen. Met name de ingang en de wijzerplaten getuigen van een zeker onvermogen tot vormgeven; in het bijzonder de omschrijving van de toe te passen materialen en van de afwerking wekt twijfel. Zou opdrachtgeefster besluiten deze inzender te belasten met de uitvoering, dan zou een bijzondere regeling moeten worden getroffen om te waarborgen dat detaillering en materiaalbehandeling op het niveau komen van de algemene opzet.”
Uilenspiegel
H. Mieras en B. van Kasteel uit Amsterdam
De jury vond de plaatsing van het ontwerp ‘Uilenspiegel’ op het plein goed. Van een afstand zal het silhouet waarschijnlijk minder mooi uitkomen. Het ontwerp is heel netjes uitgewerkt en de verhoudingen zijn mooi in balans. Toch denkt de jury dat het gebouw na verloop van tijd achteruit zal gaan. Zelfs met goed en duur onderhoud kan dit volgens hen niet worden voorkomen.
Rode toren
M.F. Duintjer uit Amsterdam
Het ontwerp van Duintjer bestaat uit een gesloten toren, opgetrokken in rood metselwerk met een aantal uurwerken als decoratie aan de bovenkant van het rode metselwerk en een aantal ritmische perforaties ter plaatse van de wateropslag.
Volgens de jury verraadde Duintjers ontwerp een gevoelige hand: ‘De plaats van de toren op het plein is goed. De eenvoudige situering past bij het karakter van dit onderwerp. De silhouetwerking van de toren is op korte afstand aantrekkelijk, doch de jury betwijfelt of, uit de polder gezien, deze werking behouden blijft. De toren is logisch opgebouwd; de verhoudingen zijn goed en gevoelig. Bij bestudering van de maquette bleek echter de toren vijf meter te laag te zijn, terwijl bij verhoging de diameter in evenredigheid zou moeten worden vergroot om de optimale werking te verkrijgen’. Daarnaast was er kritiek op de plaatsing van technische installaties.
Architecten zwoegden op watertoren voor Emmeloord
Tentoonstelling van 170 ingezonden ontwerpen in DK 6
Het is al geruime tijd geleden, dat de Waterleiding Mij. Overijsel N.V. te Zwolle in overleg met de Directie van de Noordoostpolder een prijsvraag uitschreef voor een aan de Deel in Emmeloord te bouwen watertoren, die meteen het karakter van een monument zou moeten dragen.
In totaal waren op 15 Juni 1951, de datum waarop de inzendtermijn sloot, niet minder dan 170 ontwerpen binnengekomen. Een bij uitstek deskundige jury met als voorzitter ir. G. Friedhof, heeft de inzendingen bekeken en kort geleden is de uitslag bekend gemaakt.
Op grond van haar beoordeling meende de jury, met het oog op de vele bezwaren die nog aan de beste inzendingen kleefden, van haar recht gebruik te moeten maken om geen prijzen toe te kennen, doch premies.
Drie gelijke premies, ieder groot tweeduizend gulden, werden toegekend aan drie Amsterdammers: de heren H. van Gent, M. F. Duintjer en H. Mieras. die hun ontwerpen inzonden, resp. onder de motto’s „Utilis”, „Rode Toren” en „Uilenspiegel”. „ Utilis” vond de meeste waardering.
Het gehalte van wat binnenkwam viel de jury niet mee, maar er waren toch verscheidene tekeningen, die in grotere kring aandacht verdienden en zo organiseerde men een tentoonstelling, die in de laatste week van December in Zwolle te zien is geweest en op het ogenblik in de grote barak DK6 te Emmeloord is uitgestald. Tot en met Zaterdag.
De expositie in Emmeloord laat overzichtelijk zien wat architecten in alle delen van het land de Noordoostpolder hebben toebedacht, al is het jammer, dat de maquettes, die van een tiental inzendingen gemaakt zijn — tijdens de beoordeling bestudeerd in de maquette van Emmeloord — in Zwolle zijn gebleven.
Eenvoud De ontwerpers hadden geen gemakkelijke taak, omdat ze een technisch object moesten verheffen boven zijn zakelijk karakter en dit tevens doen dienen voor een meer ideële functie. Deze combinatie bleek grote moeilijkheden in zich te bergen.
De jury is van het standpunt uitgegaan, dat eenvoud het kenmerk van het ware is. Van deze gedachte getuigt ook ‘ Utilis’. waarvan hierboven een tekening is afgebeeld.
In „Utilis”, zo was de jury van oordeel, is de sfeer van de polder goed getroffen. Het ontwerp getuigt van stoerheid en eenvoud. De samenstellende onderdelen zijn voldoende gekarakteriseerd, zonder dat daardoor de eenheid van het geheel wordt aangetast. Het silhouet is eenvoudig en toch boeiend.
Twijfel is evenwel gerezen of de ontwerper over voldoende bekwaamheid beschikt om bij uitvoering van dit project een bevredigend eindresultaat te bereiken en in vorm de onderdelen te bepalen in dezelfde geest, waaruit de grondvorm van het geheel voortgekomen is.
Zou opdrachtgeefster besluiten de inzender van „Utilis” te belasten met de uitvoering, dan zou een bijzondere regeling getroffen moeten worden om te waarborgen, dat detaillering en materiaalbehandeling op het niveau komen van de algemene opzet.
Men vond „Uilenspiegel”, een nogal “buitenissig” geval, waarin de bestanddelen van de toren in het uitwendige tot uitdrukking zijn gebracht, fraai van verhoudingen, doch meende dat de tand destijds het bouwwerk nadelig zou beïnvloeden. „Rode Toren” achtte men aantrekkelijk van silhouet en goed en gevoelig van verhoudingen, doch ook aan dit ontwerp kleefden praktische bezwaren.
Op de tentoonstelling prijken verder de meest uiteenlopende torens. Sommige eenvoudig van opzet, andere zeer fantastisch en beter passend in het stadsbeeld van Hongkong, Moskou of Damascus dan in het beeld van Emmeloord.
Van veel fantasie getuigden ook de motto’s waaronder men ingezonden had. Wat denkt u van „Muziek-Water”, „Zeepaardje”. „Steekspel”, „Deel dom” en „Veldfles”? Het is nog niet zeker of de Waterleiding Mij. Overijssel tot uitvoering van der binnengekomen ontwerpen zal overgaan.
Utilis, het sobere ontwerp van de heer van Gent te Amsterdam, dat bij de juni de meeste waardering vond. In de toren — dat was één van de gestelde voorwaarden — is plaats voor een carillon.
De vier leeuwen waren het eerste kunstwerk in de Noordoostpolder. Het tweede kunstwerk was ‘De drie muzen‘ op de entree van Schouwburg ’t Voorhuys.
We hebben er een haat-liefde verhouding mee. Ze stonden er, toen weer niet, nu weer wel… Of in Kraggenburg? Hoe zat het eigenlijk met die beesten? Hieronder een vermakelijk chronologisch verslag.
onder de poldertoren
De leeuwen in een notendop
1882 De vier leeuwen zijn aan het eind van de negentiende eeuw gemaakt door Bart van Hove en rond 1882 geplaatst aan weerszijde van de grote sluis van het Merwedekanaal bij Zeeburg (Amsterdam)
1942 Het Merwedekanaal wordt verbreed tot Amsterdam Rijnkanaal. De Leeuwen staan in de weg en gaan in opslag
Eind jaren ’40 De leeuwen worden gespot in Emmeloord. Geschenk? Onbekend.
1952 Noordoostpolder viert 10 jarig bestaan. De Leeuwen worden geplaatst bij het kruispunt. Een Leeuwenmonument wordt gemaakt
1964 De Leeuwen maken het kruispunt onveilig en verhuizen ‘tijdelijk‘ naar de gemeentewerf
1965 Nieuwjaarsstunt: Kraggenburg pikt een Leeuw. De gemeente toonde zich een goed verliezer. Ze krijgen er zelfs nog één bij. (de 4 Leeuwen zijn 2 x 2 symmetrische setjes). De twee overige leeuwen blijven vooreerst op de gemeentewerf staan.
1969 Nieuwjaarsstunt: De overige twee Leeuwen worden tijdens oudejaarsavond versleept van de gemeentewerf naar het jongerencentrum De Klos aan de Meldestraat. De Gemeente plaatst ze daarna in de groene zoom aan de Meldestraat.
1976 Nieuwjaarsstunt: Nagele pikt een Leeuw van Kraggenburg. Het dier moest per omgaande terug, maar niet voordat Piet van der Sar via een gipsen mal een snelle (slordige) kopie had gemaakt.
2010 Het plein rond Poldertoren wordt opgeknapt. De bevolking mist de leeuwen. Kunstenaar Marieke van Diemen wordt gevraagd 4 replica’s te maken. Lion Noir.
2013 Sluiscomplex Amsterdam-Rijnkanaal wordt gesloopt. Rijkswaterstaatmedewerker Herman van Dijk vraagt zich af waar hun leeuwen toch gebleven zijn. In de Noordoostpolder dus. Met de mal van de leeuw (Lion Noir) maakt Amsterdam weer vier nieuwe Leeuwen..
Er zijn nu dus 13 leeuwen
Symmetrie
De leeuwen lijken exact gelijk, maar er is symmetrie. De ene leeuw heeft zijn rechter poot over de linker poot geslagen terwijl dat bij de andere leeuw andersom is.
Meldestraat 2 originelen (setje)
Kraggenburg 2 originelen (setje)
4 replica’s onder de Poldertoren
1 replica in Nagele
Zeeburg Amsterdam (4 nieuwe oude leeuwen)
En nog een gipsen modelletje
In de collectie van het Amsterdam Museum bevindt zich nog een klein gipsen model van één van deze leeuwen. Dit ontwerp-model werd in 1890 aangeboden aan J.M.F. Wellan, één van de ontwerpers van het Merwedekanaal. 22 cm x 33.2 cm x 16.5 cm (h,b,d) Maakt dit 14 exemplaren ?
Wellan was van 1 nov 1894 tot 1 okt 1900 hoofdinspecteur was bij ’s Rijks Waterstaat, (later: Rijkswaterstaat) Aardig te vermelden is dat J.M.F. Wellan ook onderzoek heeft gedaan naar het “droogmaak-plan Zuiderzee” van zijn Rijkswaterstaat collega J.A. Beijerick. Een plan dat later door T.J. Stieltjes werd omgewerkt en ingediend.
Locatie in Zeeburg Amsterdam
over
Bart van Hove
De Leeuwen zijn gemaakt door Bart van Hove (1850 – 1914). Hij is ook de maker van het monument in Artis. De Leeuw is duidelijk te herkennen.
Spuuglelijk
Echt succes had Van Hove niet met zijn monument in Artis. Het architectuur- en bouwtijdschrift ‘De Opmerker’ schrijft: “De voornaamste fout, waaraan dit werk zijn fiasco heeft te danken, is het totaal gemis aan goede architectuur. Blinkt het vrouwenfiguur al niet door bijzondere schoonheid uit, de leeuw mist totaal alle aantrekkelijkheid en gelijkt nog meer op een oudenman, dan zoals Hildebrand zegt dat een leeuw er in een beestenspel uitziet. Hoe is het mogelijk, vlak voor de galerij der wilde dieren, waar men een prachtige leeuw in natura kan bewonderen, zulk een parodie op dit edele dier te plaatsen. Arme kunst, die zulk een natuur tot leermeester heeft.”
Bij de viering van ’10 jaar Noordoostpolder’ werden De Leeuwen in 1952 geplaatst op vier gemetselde stenen sokkels. Plaats: op het kruispunt Nagelerstraat / Lange en Korte Dreef. De brug heet De leeuwenbrug (één van de vier boogbruggen)
Deze sokkels waren bekleed met stenen platen van ‘Bentheimer zandsteen‘ die in 1948 op kavel R43 gevonden zijn in een scheepswrak uit de zeventiende eeuw. Toen de polder in ’42 droog kwam te liggen, werden diverse scheepswrakken die eerder op de Zuiderzee waren vergaan gevonden. Op kavel R43 net boven Marknesse (kavelkaart) stuitte men op een schip die als lading een hoeveelheid van 14 blokken Bentheimer zandsteen vervoerde.
Deze blokken steen zijn gebruikt voor de bekleding van het Leeuwenmonument.
Toen de leeuwen in opslag gingen en het leeuwenmonument werd afgebroken, zijn de platen teruggegeven aan de pachter van kavel R43. Deze cultuurboerderij van het type Q7h uit 1943 aan het begin van de Oosterringweg draagt nog steeds de naam : ‘De 14 blokken’. Nu is de pachter J. Visscher, vroeger Togtema.
Bentheimer zandsteen is een zuivere en relatief stevige zandsteen met een gelijkmatige structuur, die zich voor vele doeleinden leent. De steen heeft aanvankelijk een licht geelbruine kleur, die later door verwering steeds donkerder wordt. Bentheimer zandsteen werd gewonnen in steengroeves in de Graafschap Bentheim in Duitsland en werd daar aangeduid als ‘Bentheimer Gold’. Verscheidene monumenten van nationale allure zijn opgetrokken uit de Bentheimer zandsteen, zoals het Paleis op de Dam en de Martinitoren in Groningen.
Inscriptie platen:
HET MONUMENT WERD DE DIRECTIE VAN DE NOORDOOSTPOLDER AANGEBODEN DOOR DE GEZAMENLIJKE AMBTENAREN BIJ DE HER- DENKING VAN HET 10 JARIG⋅ BESTAAN VAN DE NOORDOOSTPOLDER
En op de andere sokkel:
DEZE 4 LEEUWEN ZIJN AF- KOMSTIG VAN DE ,,SYPHON” TE ZEEBURG BIJ AMSTER- DAM DIE IN 1942 BUITEN GEBRUIK WERD GESTELD DE STEEN VAN DE BEKLEDING WERD GEVONDEN OP KAVEL R43 IN EEN SCHEEPSWRAK UIT DE 17E EEUW
WEETJES
WK voetbal 2026 Of Marianne Thieme, Esther Ouwehand of Christine Teunissen het goed vinden weet ik niet. Maar dat maakt Kraggenburg niet uit. Ze doen altijd wat leuks met onze Leeuwen.
‘De Zeeburgersluizen in Amsterdam Oost werden een paar jaar geleden uitgebreid en daarna waren de vier machtige, gebeeldhouwde dieren, ginds niet meer nodig. De Noordoostpolder-directie kwam dit aan de weet, nam de sluisversiering over en verrijkte er in haar gedachten de polderhoofdstad Emmeloord mee. En zo staan de beesten thans op een onschuldige plaats te wachten op het ogenblik, dat zij zullen meehelpen het grote centrumplein, „De Deel” sfeer en waardigheid te geven’.
’t Nieuws voor Kampen 26-11-1949
Monument te Emmeloord
In het kader van de herdenking van het tienjarig bestaan van de Noordoostpolder in 1952 heeft het personeel van de directie het Leeuwenmonument op de Deel te Emmeloord laten vervaardigen ten einde op die wijze permanent de afsluiting van de eerste periode van ingespannen noeste arbeid voor de toekomst te symboliseren. De bekleding van de voetstukken van dit monument is vervaardigd van Bentheimer zandsteen, gevonden in de Noordoostpolder, in een scheepswrak uit de 17e eeuw. Op een muurtje zullen belangrijke polderdata, zoals de droogvalling van het nieuwe land en dergelijke worden vermeld.
Algemeen Handelsblad 16-10-1953
Een leeuw weggegeven aan Blankenham
In de Oudejaarsnacht van 1963 op 1964 roofden inwoners van Luttelgeest het hoogwater-kanon van Blankenham. Het kanon werd overigens keurig teruggebracht. De toenmalige Burgemeester van Noordoostpolder F.M. van Panthaleon van Eck stelde voor dat één van de leeuwen naast het kanon de wacht moest houden en gaf daarvoor een leeuw cadeau aan Blankenham. De bevolking van Noordoostpolder stond op zijn achterste benen. De leeuw moest en kwam retour. Blankenham zegt het kanon moedig te hebben heroverd en een leeuw als krijgsbuit te hebben meegenomen.
1964 Het doek valt
Het doek valt voor de Leeuwen. Ze belemmeren teveel het uitzicht op het kruispunt en worden verwijderd. Er zijn plannen om de Leeuwen te verhuizen naar het wandelpad nabij de Poldertoren. Ze worden ’tijdelijk’ geparkeerd op de gemeentewerf.
1965 Kraggenburg
Tijdens een oudejaarsstunt van 1964 op 1965 heeft Kraggenburg één van de leeuwen ‘gepikt’ en versleept naar Kraggenburg. De gemeente Noordoostpolder toonde zich een goed verliezer en schonk Kraggenburg een tweede leeuw. Deze staan nu aan de poort van het dorp. Sindsdien wordt het dorp wel Leeuwenburg genoemd, heet de carnavalsvereniging De Zotte Leeuwkes en wordt in de winter de Leeuwenronde geschaatst.
Ze hebben een gespiegeld stelletje gekregen. De ene leeuw heeft zijn linkerpoot over de rechterpoot en de andere leeuw andersom. Of andersom.
Nadat de leeuwen aan Kraggenburg geschonken waren, heeft de gemeente de Bentheimer zandsteen van de sokkel geschonken aan dhr Togtema, landbouwer aan de Oosteringweg op wiens land het wrak gelegen had.
1969 Meldestraat
Leeuwen blijven aantrekkelijke objecten om ter gelegenheid van de jaar wisseling te verplaatsen. Dat bleek ook op de drempel ’68-’69 weer: de twee overgebleven leeuwen, die verkleumd op het terrein van Publieke Werken aan beter tijden dachten, zijn oudejaarsavond door jongelui overgebracht naar de in gang van de jeugdsoos-clubhuis in de Meldestraat. De gemeente, wakker geschud, verplaatste de twee leeuwen naar de groene strook aan de Meldestraat waar ze tot aan de dag van vandaag rustig mijmeren.
1976 Nagele
Tijdens de jaarwisseling 1975 1976 heeft Nagele een leeuw versleept van Kraggenburg naar Nagele. Het dier ging per omgaande terug, maar niet voordat Piet van der Sar via een gipsen mal een kopie had gemaakt. Deze kloon staat nu in Nagele, de kwaliteit is inmiddels behoorlijk verslechterd.
2010 Welpenbrug
De Leeuwenbrug en Leeuwenkruising aan de Nagelerstraat – Lange dreef zijn vernoemd naar de leeuwen. Twee van deze Leeuwen staan nu aan de Meldestraat. Aardig om te weten dat in 2010 de fietsbrug over de Espelervaart, nabij de Hoefbladstraat en Meldestraat de toepasselijke naam ‘De Welpenbrug’ heeft gekregen..
2010 De nieuwe Leeuwen
Lion Noir
Het plein rond De Poldertoren is opgeknapt. En Emmeloord mistte zijn Leeuwen. Maar de Meldestraat wilde de leeuwen niet meer kwijt. En Kraggenburg al helemaal niet. Men besluit een serie extra leeuwen te laten vervaardigen. Naar een idee van kunstenares Marieke van Diemen heeft men een afgietsel gemaakt van één van de leeuwen aan de Meldestraat en vier replica’s gemaakt. Daarom is hier van symmetrie geen sprake meer. De ene leeuw had zijn rechter poot over de linker poot geslagen terwijl dat bij de andere leeuw andersom was. Nu hebben alle replica’s de rechter over de linkerpoot. Toch zijn ook deze vier leeuwen niet exact gelijk. Marieke van Diemen heeft bewust bij iedere individuele leeuw enkele ‘onvolmaaktheden’ aangebracht. De ‘echte leeuwen’ zijn uit steen gehouwen. Deze leeuwen zijn met behulp van een rubber mal nagemaakt en gegoten van zwart ‘basalt beton’. Deze leeuwen met als naam Lion Noir zijn op 22 april 2010 geplaatst. Anno 2026zijn ze trouwens niet zo zwart meer.
De firma authentiekeplafonds heeft de mal gemaakt, Nimis Beton te De Cruquius heeft de replica’s gemaakt.
2013 Het verhaal gaat verder
Wanneer in 2013-2015 de laatste resten van het oude sluiscomplex aan het Amsterdam-Rijnkanaal gesloopt worden, vraagt Rijkswaterstaatmedewerker Herman van Dijk zich af waar hun leeuwen toch gebleven zijn. Herman zet zijn tanden er in. ‘ Wie heeft die Leeuwen’. Even googelen: komt bij mij uit. In de Noordoostpolder dus! En wij wil ze echt niet teruggeven. Eens gegeven…. Kraggenburg wil zo ook zeker niet meer missen.
Een grote meevaller voor Van Dijk is dat de leeuwenmal – waarmee nieuwe leeuwen afgegoten kunnen worden – nog steeds in Emmeloordse handen is én dat Emmeloord bereid is deze mal ter beschikking te stellen. Met de mal van de leeuw (Lion Noir) maakt Amsterdam daardoor weer vier nieuwe Leeuwen.
Alhoewel vastgesteld moet worden dat de oorspronkelijke roofdieren nog steeds in de Noordoostpolder staan, kunnen we stellen dat sinds 2015 weer vier leeuwen pronken aan de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal. Alle beelden in Amsterdam zijn gemaakt aan de hand van het afgietsel en zijn dus allemaal grotendeels hetzelfde; rechter voorpoot over de linker.
1891
De vier leeuwenbeelden zijn aan het eind van de negentiende eeuw gemaakt door Bart van Hove en stonden voor de grote sluis van het Merwedekanaal bij Zeeburg. Zij bewaakten vanaf 1891 de syphon onder het toenmalig Merwedekanaal. De syphon werd aangelegd om het Amsterdamse grachtenwater onder het nieuwe kanaal door in het IJ te spuien en het frisse water van het IJ in de grachten binnen te laten.
Ontwerptekening van een siphon onder het Amsterdam – Merwedekanaal bij Amsterdam tot uitlozing en waterverversing van stadswater: lengte-doorsnede met binnen- en buitenhoofd en waterpeilen 1:100 1:100 en plattegrond 1:1.000. Illustratie bijlage 23 bij publicatie in Tijdschrift koninklijk instituut van ingenieurs te ‘s-Gravenhage. (Notulen 1887-1888, zie de bibliotheek van de TU Delft. Link opent in nieuw venster.) Met detail van een leeuw bij het binnenhoofd aan de zijde van het uitwateringskanaal en gericht naar het kanaal. Met toelichting over de techniek van de grondduikers onder het kanaal. De beelden zijn gemaakt door Bart van Hove. Bij de aanleg van het Merwedekanaal rond 1890 was het nodig om het overtollige water van de gemeente Amsterdam en het hoogheemraadschap Amstelland af te voeren naar de Zuiderzee via buizen onder het kanaal, een zgn sifon. Voordat het kanaal er was kon het stadswater via uitwateringsluizen rechtstreeks afvoeren naar de Zuiderzee. In het archief van het hoogheemraadschap Amstelland werd geen informatie gevonden over de betekenis van dit waterwerk voor de waterhuishouding van Amstelland. Bij de bouw ca 1882 van de sifon van Zeeburg werden 4 leeuwen geplaatst aan weerszijden van het Merwedekanaal. Wegens de verbreding van het kanaal rond 1940 werden de leeuwen verwijderd.
In 1953 heeft de landdrost van de Noordoostelijke Polder de schenking van de leeuwen aanvaard van de Directie Wieringermeer. Deze zijn geplaatst in Emmeloord als symbolisering van de afsluiting van de eerst 10 jaar van de kolonisatie van de Noordoostpolder.
Na de verwijdering van de schutsluis in het kanaal bij Zeeburg herplaatste RWS in 2015 replicas van deze leeuwen.
bron: Historisch archief van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
De gemeente Noordoostpolder heeft van 1996 – 2000 een relatie onderhouden met de gemeente Mizumaki in Japan. Als waardering voor die relatie heeft de gemeente Mizumaki een replica van de poldertoren gebouwd. In Mizumaki doet deze toren dienst als liftschacht die toegang geeft tot de openbare bibliotheek. Sinds 2001 heeft de particuliere stichting Vrienden van Japan de scholierenuitwisseling op zich genomen. Om het jaar bezoekt een groep van 10 leerlingen en twee begeleiders Noordoostpolder of Mizumaki.
Japan
Stedenband Mizumaki
Begin 1990 ging de heer Winkler uit de Noordoostpolder naar Japan om daar zijn oorlogsverleden te “verwerken”. Uit dit bezoek zijn contacten ontstaan en is in Mizumaki een Vereniging ter bevordering van Vrede en Cultuur opgericht. Hij richtte tevens de Stichting Ex-krijgsgevangenen Japan-Nederland (Stichting EKJN) op. Aangezien de Japanse regering het nut van de Stichting EKJN inzag, heeft het haar volledige steun toegezegd via de Japanse ambassade in Den Haag. Zodoende heeft de Japanse ambassade op 28 september 1995 een delegatie van de gemeente Noordoostpolder uitgenodigd voor een lunchbijeenkomst. Op 27 oktober 1995 is een gemeentelijke delegatie naar Japan gereisd met de Stichting EKJN. Vanuit deze initiatieven in de stedenband met Mizumaki in Japan vormgegeven.
De samenwerking heeft de volgende invulling gekregen:
Jaarlijkse uitwisseling van scholen tussen Noordoostpolder en Mizumaki
Bestuurlijke ondersteuning aan de verenigingen die de vrede en cultuur bevorderen.
Na 2000 is de steun van de gemeente voortgezet in privaat verband, de Stichting Vrienden van Japan. De gemeente ondersteunde de uitwisseling van scholieren met ontvangsten en faciliteiten en een jaarlijkse subsidie. In 2020 heeft de Stichting zijn activiteiten gestopt.
„Atoombom, niet goed”, zei de Japanse kampwacht
Dolf Winkler
10-08-2005 11:16 | Jakko Gunst uit het Reformatorisch Dagblad
Ex-krijgsgevangene Dolf Winkler (88) overleefde in Thailand de Birma-spoorlijn en in Japan de beruchte kolenmijnen. Zijn dagboek, dat hij na de Bevrijding voltooide, verloor hij later uit het oog. Toen zijn vrouw het bijna vijftig jaar later bij toeval terugvond, besloot hij het alsnog uit te geven. „Het blijft een authentiek getuigenis, maar van de haat- en wraakgevoelens die erin doorklinken, ben ik bevrijd.” „Plotseling zwaaide de deur van mijn kamer open. „Waar is je dagboek?” schreeuwde de Jap. Ontkennen had geen zin; ik moest mijn aantekeningen inleveren. Alleen de blaadjes die ik onder mijn tatami (matje) bewaard had, zijn gered.” Toen de Nederlandse krijgsgevangene en dwangarbeider in de oorlog gedwongen werd zijn ooggetuigenverslag af te staan aan de Japanse inspectie, dreigde alles in de vergetelheid te raken. Zijn beschrijving van de slag bij Kalidjati, zijn herinneringen aan het kamp des doods in Thailand, Rintin, en zijn bevrijding uit de Japanse kolenmijn in Mizumaki. Daarom besloot Winkler onmiddellijk na de Bevrijding alles opnieuw op te schrijven. „Ik was in Manilla beland, waar ik me vrijwillig beschikbaar stelde voor het registreren van ex-krijgsgevangenen en vluchtelingen. In de tijd die ik overhield, heb ik mijn kampverleden opnieuw samengevat.”
KNIL-militair Winkler werd kort na het uitbreken van de oorlog gevangengenomen in Buitenzorg in Nederlands-Indië. „Verraden door de lokale bevolking”, verzucht hij, „omdat onze commandant ondanks onze waarschuwingen een deel van een mohammedaans gebedshuisje had ingericht als magazijn.”
In opdracht van de Japanse krijgsmacht werd Winkler belast met het begraven van doden. Tijdens die werkzaamheden stuitte hij op een massagraf. „Bij Tjiaterstelling lagen 72 geëxecuteerde militairen. Achteraf bleek het een sectie te zijn van het vijfde bataljon infanterie uit Semarang.” De moordpartij kwam aan het licht toen twee doodgewaande militairen van dit bataljon elkaar na de oorlog dankzij Winklers speurwerk weer terugvonden. „Toen is ook vastgesteld dat het kader van dit bataljon er voor de executie als een haas vandoor is gegaan.”
Later belandde Winkler in de kampen Kingsajok en Rintin in Thailand, als dwangarbeider voor de beruchte Birma-spoorlijn. „Je sleepte je van de ene dag naar de andere. Ik zie die stakker nog voor me die op zijn sterfbed een kinderbroekje vasthield en zei: Tijdens hun laatste bezoek gaf mijn vrouw mij dit broekje van mijn dochtertje omdat het nat was geworden. De volgende dag zouden ze het schoongewassen en al weer meenemen, maar ik heb ze nooit meer gezien.” Goede herinneringen bewaart Winkler aan de kamparts Van der Meulen. „Hij begon maden te telen, met het doel ze de tropenzweren van de kamparbeiders te laten schoonvreten. Van in stukken gezaagde stammen van pisangbomen maakte hij verband.”
Winkler maakte de Bevrijding mee in de kolenmijnen van Mizumaki in Japan, een land dat hij na de oorlog nog 26 keer bezocht en waar hij een herdenkingsmonument bouwde. „De Japanse kampwachten herhaalden voortdurend: „Atomo djoto-nei: atoombom, niet goed.” Pas later begrepen we wat ze ermee bedoelden.”
Zijn na de Bevrijding voltooide dagboek raakte in de vergetelheid, totdat zijn vrouw het in 2003 ontdekte. „Op haar aanraden heb ik het uitgegeven, want het blijft een authentiek getuigenis”, zegt hij. Eén ding is er echter veranderd, zo merkt de lezer ook uit het woord vooraf: „Van de haat- en wraakgevoelens die er nog in doorklinken, ben ik geheel bevrijd.”
10-08-2005 11:16 | Jakko Gunst uit het Reformatorisch Dagblad
Dolf Winkler …bevrijd van haat…
Op 22 maart 2009 overleed Dolf, geboren op 8 april 1917, na een korte maar heftige ziekte, op 91-jarige leeftijd. ‘Hij laat een blijvende leegte achter’ schreven zijn vrouw, dochter en kleinkinderen op de rouwkaart. De JIN-leden betreuren zijn verlies, in het bijzonder die leden die hem sedert de jaren 1993-1994-1995 goed hebben leren kennen. Velen hebben hem op de jaarlijkse JIN-relatiedag ontmoet. Hij en zijn vrouw Carry waren daar tot in 2008 trouwe en zeer gewaardeerde gasten. Voor de Japans-Indische nakomelingen en voor de vereniging JIN had Dolf een bijzondere betekenis zoals hierna wordt toegelicht.
Kruismonument
Na de capitulatie van Japan had de ‘Nihon Kolenmijn’, die was belast met de registratie van de krijgsgevangenen moeite met een verklaring van de doodsoorzaak en bouwde men in de haast dit monument voor de komst van de onderzoeks-officier naar oorlogsmisdaden. Veertig jaar nadien verdween de mijn en vergaten de mensen deze tragische geschiedenis. Maar een bezoek van Dolf Winkler in juni 1985, die hier als Nederlandse krijgsgevangene in de mijn had gewerkt herinnerde ons aan deze episode van de geschiedenis in Mizumaki.
Herdenking aan Dolf Winkler en Hiroshi Kurokawa.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestond in Mizumaki het krijgsgevangenkamp 6. Aan het eind van de oorlog en de bereiding, zijn de overlevende krijgsgevangenen naar hun eigen land teruggekeerd. Maar 40 jaar daarna, in juli 1985, kwam voormalig Nederlands krijgsgevangene Dolf Winkler naar Mizumaki, om dat krijgsgevangenkamp weer te zien. Een ander deel van zijn bezoek was, om dhr. Minoru Tamura op te zoeken, een kampbewaker die de krijgsgevangenen humaan behandelde terwijl zij als dwangarbeiders in de Nittaan-Takamatsu kolenmijn werkten. De twee mannen konden elkaar weer ontmoeten in de stad Tamano., Okayama prefectuur. Dolf Winkler richtte daarna het huidige monument op, met hulp van dhr. Hiroshi Kurokawa vanuit Japan, ter herdenking van de in de oorlog omgekomen Nederlandse krijgsgevangenen. Vanaf 1988 begonnen Dolf Winkler en andere voormalig krijgsgevangen en hun nabestaanden jaarlijks Mizumaki te bezoeken. Hierdoor konden de voormalig krijgsgevangenen en de inwoners van Mizumaki, eens vijanden in de oorlogstijd, verzoening en vriendschap met elkaar opbouwen. Dhr. Hiroshi Kurokawa was zelf een tweede-generatie kolenmijnwerker. Om een brug van vrede en vriendschap tussen Japan en Nederland op te bouwen heeft hij een vrijwillige organistatie opgericht, het Comitee tot het bevorderen van Vrede en Cultuur. De uitwisselingen door de activiteiten van Dolf Winkler en dhr. Kurokawa leidden tot een studentenuitwisselingsprogramma tussen Mizumaki en Nederland. Dolf Winkler en dhr. Hiroshi Kurokawa zijn beiden in 2009 overleden, maar hun acties om vriendschap en vrede te bevorderen tussen Nederland en Japan zijn enorm. Om hun wensen voor vrede en vriendschap verder over te nemen, gedenken wij hen hier bij het Kruismonument met twee bomen, waaronder hun as uitgestrooid is en voor altijd ligt. De eikenboom rechts is ter herdenking aan dhr. Dolf Winkler, en de sasanquaboom links aan dhr. Hiroshi Kurokawa.
ONTSTAAN VAN HET KRUISMONUMENT
Dit monument werd opgericht als aandenken aan de buitenlanders die door het Japanse leger gedurende de Tweede Wereldoorlog werden gevangen genomen en hier stierven zonder in de gelegenheid te zijn geweest naar hun vaderland terug te keren. Buitenlanders die in 1943 gevangen werden genomen (het 18e jaar van Showa) werden naar Japan vervoerd en gedwongen tewerkgesteld op verschillende plaatsen, ook in de kolenmijnen. Eveneens in Mizumaki, 70 Amerikanen, 250 Britten en 800 Nederlandse gevangenen werden naar 4 locaties in de Takamantsu kolenmijnen gezonden. Het waren hoofdzakelijk militairen van de Geallieerden in Indonesië en Singapore. Er werd een kamp vlak bij een briketten-fabriek van de Tokomatsu kolenmijnen in Koga Ward gebouwd en de gevangenen werden gedwongen om in de mijnen te werken. Velen overleden daar zonder hun thuisland te hebben weergezien, door ontberingen in de kolenmijnen of ten gevolge van honger en het harde gevangenisregime. Anderen door straffen ten gevolge van ontsnappingspogingen om aan het ondragelijke kampleven te ontkomen. Na de capitulatie van Japan had de Nihon Kolenmijn, die was belast met de registratie van de krijgsgevangenen moeite met een verklaring van de doodsoorzaak en bouwde men in de haast dit monument voor de komst van de onderzoeks-officier naar oorlogsmisdaden. Veertig jaar nadien verdween de mijn en vergaten de mensen deze tragische geschiedenis. Maar een bezoek van Dolf Winkler in juni 1985, die hier als Nederlandse krijgsgevangene in de mijn had gewerkt herinnerde ons aan deze episode van de geschiedenis in Mizumaki. We zullen dit kruismonument in de toekomst onderhouden als een teken van onze eeuwigdurende wens voor vrede en nooit-meer oorlog.
1 april 1986 Mizumaki
De beide kanten van het kruismonument zijn uitgebreid zodat aan de reeds bestaande 53 namen van Nederlandse krijgsgevangenen die in het krijgsgevangenkamp Mizumaki stierven de namen van 818 Nederlandse krijgsgevangenen die in geheel Japan omkwamen konden worden toegevoegd.
17 oktober 1989 Ter nagedachtenis van de herdenking van 400 jaar Nederlandse-Japanse betrekkingen is het kruismonument gerenoveerd en nieuwe in Nederland vervaardigde naamplaten waarop de namen van 871 in Japan omgekomen Nederlandse krijgsgevangen werden aangebracht ter vervanging van de oude naamplaten. 30 juni 2000 Mizumaki
Deze informatie komt van de website www.wereldoorlog2.com
Naamplaten
Deze informatie komt van de website www.wereldoorlog2.com
FUKUOKA NO 6 BRANCH CAMP. TAKAMATSU COAL MINE MIZUMAKI
1
Arnes Theodoor
bacillaire dysenterie
2
Aijkens, Jacobus
acute ontsteking v.d. dikke darm
3
Bakker , Flip
longontsteking
4
Barend ,George Frans Johan
acute ontsteking v.d. dikke darm
5
Beer, Johan Alphons
gebroken nek verdrukking v.h.lichaam
6
Belle, Edward Christiaan
bacillaire dysenterie
7
Benschop, Petrus Martinus
bacillaire dysenterie
8
Bierman, Christiaan
bacillaire dysenterie
9
Bomhoff, Jan
bacillaire dysenterie
10
Borman, Hendrikus, Petrus, Maria
acute ontsteking v.d. dikke darm
11
Bossink, Theodorus Johannes
longontsteking rechts
12
Bouma, Jan Leendert
acute ontsteking v.d. dikke darm
13
Bouma, Lambertus, Wiebe
?
14
Brakel van Everardus, Johannes, Franciscus
acute ontsteking a.d. dikke darm
15
D’Hont, Willem
acute longontsteking
16
Doorn van Jan
acute ontsteking v.d.dikke darm
17
Engelenberg, Cornelis Andries
kroep/longontsteking rechts
18
Frankhuisen, Gerrit Johannes
acute longontsteking
19
Gabler, Otto Karel, Frits
bacillaire dysenterie
20
Gent van Emile, Martinus
bacillaire dysenterie
21
Geuze, Jan
?
22
Goossens, Emile, Johan, August
bacillaire dysenterie
23
Haag, Bernard, Frederik
bacillaire dysenterie
24
Hecking Colenbrander van Maarten Abraham
acute longontsteking
25
Heek van Lodewijk, Gerrit,Anthonie
bacillaire dysenterie
26
K*l****, E.G.A.
schedelbasis fractuur
27
Knoppien, Harm, Barend, Eppo
acute longontsteking
28
Kook, Wilhelmus, Josephus
longtuberculose
29
Kohler, Edward, Jozef
door geweld veroorzaakt etterige ontsteking v.d. rechter heup