Auteur: Meneer de Poldertoren

  • Schouwstra

    Familie Schouwstra – Zeeasterstraat 6

    Een persoonlijk verslag van dHr. S (Sybo) Schouwstra die vanaf midden 1944 gewoond heeft aan wat toen nog de Zuidstraat heette.
    Nu Zeeasterstraat 6, gezien vanuit het Harmen Visserplein in het eerste blok links, 3de huis.

    Enkele bijzonderheden betreffende het leven van

    Errit Schouwstra
    geb. 1-3-1912
    Nes Utingeradeel Friesland


    Enkele bijzonderheden betreffende het leven van Errit Schouwstra geboren 1 maart 1912 te
    Nes Utingeradeel Friesland.

    Gehuwd in Heerenveen op 17 november 1938 met Anna de Jong bakkersdochter uit Heerenveen. Geboren in Heerenveen 10 juni 1913.

    Op 31 mei 1943 werd hij per 1 juni door de Directie Wieringermeer Noordoostpolderwerken benoemd als ” teekenaar 1 e klasse” met standplaats Noordoostpolder. Beloning per jaar f 2073,60 met aftrek van een algemene korting van 1,5 % en kinderbijslag voor 2 kinderen à f 300,00 per jaar.

    Urkerland

    M.i.v. januari 1945 werd de naam van de standplaats gewijzigd in Urkerland.
    Ingaande 1 januari 1951 werd hij benoemd tot opzichter B samen met de heren Koster en Spierings.

    Het toezicht op de bouwkundige werkzaamheden in de polder woonde o.a. in het kamp Emmeloord gelegen achter het kantoorgebouw DK 6 op het Knipmeijerplein wat later het Harmen Visserplein werd genoemd. Elke twee weken kon hij op de motor naar Heerenveen rijden om bij zijn gezin te zijn.

    Begin 1944 kwamen enkele huizenblokken gelegen aan de Middenstraat/Rietstraat en aan de Zuidstraat/Zeeasterstraat gereed. Het gezin verhuisde naar de Zuidstraat 6. Daar woonden ze op een kale zandvlakte zonder voorzieningen. Het waren echt polderpioniers.

    Op 11 september 1944 werd hun derde kind Ineke –doopnaam Asseline Eeke- geboren. Haar geboortekaartje werd getypt. Zie bijgevoegde afbeelding. Hierop staan ook de namen van de oudere kinderen vermeld. Ineke werd als tweede baby gedoopt door een dominee van de gereformeerde kerk van Blokzijl. Zij was het zesde kind dat volgens haar paspoort in de Noordoostelijke Polder werd geboren. (Zij heet nu Ineke Flokstra en woont op Stellingwerf 19)


    Het zesde kind geboren in de Noordoostelijke Polder.

    Op 11 september 1944 werd hun derde kind Ineke –doopnaam Asseline Eeke- geboren. Haar geboortekaartje werd getypt.
    Hierop staan ook de namen van de oudere kinderen vermeld. Ineke werd als tweede baby gedoopt door een dominee van de gereformeerde kerk van Blokzijl. Zij was het zesde kind dat volgens haar paspoort in de Noordoostelijke Polder werd geboren. (Zij heet nu Ineke Flokstra en woont op Stellingwerf 19)


    Speelgoed

    Tijdens het verblijf in kamp Emmeloord werd er door de bewoners o.a. veel speelgoed gemaakt. De avonden waren lang en er was geen vertier de bewoners van het kamp moesten zichzelf vermaken. Maar afvalhout was er voldoende en er werden zelfs onderdelen van neergestorte vliegtuigen gebruikt. Mijn vader maakte o.a. een houten truck met oplegger, een hijskraan, poppenwiegjes, kruiwagens en b.v. ook een slagroomklutser etc. Zie vier afbeeldingen van in 1980 gerestaureerde exemplaren. Belangrijk is ook dat hij een korenmolen maakte die aangedreven met een elektromotor tarwe kon malen voor de hele
    buurt. Ook maakte hij met onderdelen van een straalkachel een oventje dat ook in de hele buurt werd gebruikt o.a. om brood te bakken. Zijn vrouw speelde hierin natuurlijk een belangrijke rol. Zij maakte en vermaakte kleding voor de opgroeiende kinderen. Stroom werd in de nacht afgetapt bij het laatste huis, want daar waren de stroomdraden zo dicht bij het huis dat je met een paar draden met haken stroom kon aftappen. Vanwege de in de oorlog verplichte verduistering werd namelijk de stroom gedurende de nacht afgesloten.

    Belangrijk is ook op te merken dat mijn vader een flinke bolderwagen maakte waarmee kinderen en enige huisraad meegenomen konden worden mocht evacuatie noodzakelijk blijken.Er was namelijk een permanente dreiging dat de polderdijk bij Lemmer opgeblazen zou kunnen worden. Naar verluid is dit verijdeld door een groep Polen. (helaas is dit bij de Wieringermeer mis gegaan) Sybo wilde met de bolderwagen spelen maar dit mocht hij pas na de bevrijding. Moeder vertelde later dat hij toen riep: “Pap, de kar”.


    Razzia

    Henk Rotgans

    Op zijn trouwdag 17 november 1944 werd mijn vader ook opgepakt bij de razzia. Hierover is veel bekend geworden en geschreven. Hij wist samen met een collega te ontsnappen en klopte in donker op het raam om binnen gelaten te worden. Moeder speelde een belangrijke rol: zij zorgde niet alleen voor het gezin maar ook nog voor een MTS-er uit Walcheren die bij het waterleidingbedrijf werkte en die ook in het verzet bleek te zitten. In een artikel in het blad “De Noordoostpolder” van maandag 1 mei 1995 staat een uitgebreid interview met haar!

    Bevrijding

    Van de bevrijding herinner ik mij dat er van lakens vlaggen werden geschilderd. Op een foto staat mijn moeder ook afgebeeld.

    Terwijl Emmeloord volop in ontwikkeling was werd mijn vader door het Ministerie Wederopbouw Boerderijen belast met het leiden van een rayonkantoor voor het toezicht op de daarbij behorende bouwprojecten die van belang waren voor de voedselvoorziening. Er werden met dat doel overal in Nederland rayonkantoren opgericht. De voor de opbouw van de boerderijen toen schaarse bouwmaterialen werden met voorrang gebruikt voor deze
    projecten.
    Samen met het gezin moest hij verhuizen naar Oostvoorne waar een grote villa van een Rotterdammer in Amsterdamse stijl was gevorderd als kantoor/woonhuis. Gedurende de drie jaar dat het gezin daar woonde werd in februari 1948 mijn derde zuster Greetje Hermien geboren. Midden 1948 was de opbouw van de boerderijen voltooid en verhuisde het gezin weer naar Emmeloord waar later dat jaar de woning aan Espelerlaan 11 werd betrokken.
    Ik kan mij nog herinneren dat ik enige tijd op de school aan de Moerasandijviestraat heb gezeten. En ook dat Dr Jansen die ook op de Espelerlaan woonde verongelukte.
    Zowel tegen het einde van de oorlog als in Oostvoorne en later weer in Emmeloord was mijn vader erg actief betrokken bij het kerkelijk opbouwwerk. Ik noem hierbij zowel de houten noodkerk van de Gereformeerden als later als lid van de bouwcommissie voor de bouw van de Nieuw Jeruzalem Kerk. Een naam die destijds door de eerste gereformeerde predikant ds J. Bos is voorgesteld.
    Intussen had mijn vader via cursussen e.d. in 1952 het diploma BNA gehaald voor architect bij de Bond van Nederlandse architecten. Hierdoor was hij zowel bij zijn werk voor de Rijksdienst als privé een gerespecteerd en gedegen vakman! Dit werd bekroond door zijn benoeming tot Bouwkundig Hoofdambtenaar.

    In 1962 was de inrichting van de Noord Oostpolder voltooid en werden werkzaamheden van de Rijksdienst verplaatst naar toen Oostelijk Flevoland. Mijn vader kreeg de leiding over de bouw van de dorpen en het hele gezin verhuisde naar Dronten en werden daar opnieuw polderpioniers!


    Documenten:

    Om in de polder te mogen verblijven en te werken werden door de bezetter diverse documenten gemaakt.



    Colofon: deze informatie en foto’s zijn aangeleverd door de familie Schouwstra en zijn de rechtmatige eigenaar.

  • Vriendschapsbanden

    Vriendschapsbanden

    Mizumaki
    Japan

    Ringerike
    Noorwegen

    Tollebeek
    Tollembeek (B)


    Mizumaki – Japan

    Begin 1990 ging de heer Winkler uit de Noordoostpolder naar Japan om daar zijn oorlogsverleden te “verwerken”.  Uit dit bezoek zijn contacten ontstaan en is in Mizumaki een Vereniging ter bevordering van Vrede en Cultuur opgericht.
    Hij richtte tevens de Stichting Ex-krijgsgevangenen Japan-Nederland (Stichting EKJN) op.
    Aangezien de Japanse regering het nut van de Stichting EKJN inzag, heeft het haar volledige steun toegezegd via de Japanse ambassade in Den Haag. Zodoende heeft de Japanse ambassade op 28 september 1995 een delegatie van de gemeente Noordoostpolder uitgenodigd voor een lunchbijeenkomst.
    Op 27 oktober 1995 is een gemeentelijke delegatie naar Japan gereisd met de Stichting EKJN.

    Vanuit deze initiatieven in de stedenband met Mizumaki in Japan vormgegeven.

    De samenwerking heeft de volgende invulling gekregen:

    • Jaarlijkse uitwisseling van scholen tussen Noordoostpolder en Mizumaki
    • Bestuurlijke ondersteuning aan de verenigingen die de vrede en cultuur bevorderen.

    Na 2000 is de steun van de gemeente voortgezet in privaat verband, de Stichting Vrienden van Japan.
    De gemeente ondersteunde de uitwisseling van scholieren met ontvangsten en faciliteiten en een jaarlijkse subsidie.

    Als waardering voor de relatie heeft de gemeente Mizumaki een replica van de poldertoren gebouwd. In Mizumaki doet deze toren dienst als liftschacht die toegang geeft tot de openbare bibliotheek.

    In 2020 is de Stichting met de scholerenuitwisseling gestopt.

    Meer over de stedenband met Mizumaki : klik hier


    Ringerike

    Noordoostpolder is al jaren bevriend met de Noorse gemeente Ringerike.
    Eigenlijk andersom, in 1970 kwam het initiatief uit Noorwegen.

    Ringerike is een vergelijkbaar gebied als de polder: landelijk, een hoofdplaats (Hønefoss) met dorpen en bekend van haar aardappelen (de ‘Ringerikspotet’).

    Zo’n vriendenband schept verplichtingen. Er worden, -niet vervelend-  beleefdheidsbezoekjes afgelegd en cadeautjes uitgewisseld.

    • Wij hebben, toen in 1980 de vriendschapsband 10 jaar bestond Ringerike een mooi ankertje gegeven die hier ooit op de voormalige zeebodem is gevonden.
      Het ligt keurig voor hun gemeentehuis. Zij noemen het ‘het Zuiderzeemonument ‘.
      Het heeft wel wat weg van het anker wat jarenlang ’t Voorhuys op zijn plek hield.
    • Per omgaande post kregen wij vanuit Noorwegen een paar stevige keien.
      We hoeven niet bang te zijn voor diefstal, ze wegen in totaal 110.000 kg.
      Ze lagen eerst op De Deel, maar omdat ze daar toch wel in de weg lagen hebben we ze in 2007 voor de deur van Museum Schokland gegooid.

    Een compleet verhaal over de vriendschapsband met Ringerike leest u op de website van Harry van Boven.

    Een aardig youtube filmpje:


    Tollebeek – Tollembeek

    Partnerstad

    Sinds 1988 onderhoudt Tollebeek warme vriendschapsbanden met het gelijknamige Belgische dorpje Tollembeek, dat zo´n dertig kilometer ten zuidwesten van Brussel ligt.  Tollembeek is een deelgemeente van Galmaarden, gelegen in het Pajottenland.

    Nadat de heer A. Fokkema met het voorstel tot verbroedering kwam, heeft het bestuur van Dorpsbelang Tollebeek voor de verdere uitwerking gezorgd.
    In Tollembeek resulteerde dit tot de oprichting van het “Tolle(m)beek-comité”, waarbij een goede gesprekspartner werd gevonden.
    Sportiviteit en vriendschap staan centraal in dit contact.
    Op 11 mei 1991 vond een sportieve actiedag in Tollembeek plaats, waaraan zo´n 200 Tollebekers deelnamen. Op 20 juni 1992 brachten 260 Belgen een tegenbezoek. In 1994 werd gezamenlijk het Europees Parlement in Brussel bezocht, gevolgd door een bezoek aan het regeringscentrum in Den Haag in 1996.

    De goede contacten worden voorgezet tijdens onze jaarlijkse nieuwjaarsreceptie en de “Kaas en Wijn” avond in België. Tijdens ons groot opgezette lustrumfeest wordt een speciale dag voor onze Belgische vrienden georganiseerd.

    bron: tollebeek.nl


    Op Wikipedia staat trouwens
    een prachtig verhaaltje over:
    Wat is Tollebeek

    Tollebeêk (Nederlands: Tollebeek) is ’n plekke in de gemeênte Noôrdoôstpolder korte bie Urk en Emmeloôrd. ’t Ao 2.500 inweuners (2024).

    Tollebeêk ligt op leêgste punt van d’n polder. ’t Durp is ’n partnerstad van Tollembeek in de Belse gemeênte Pajottegem, provincie Vlaoms-Braebant.

    De leste jaeren komme d’r steeds meer Urkers te weunen op Tollebeêk omdat de ‘uuzen nie zo diere binne as op d’n bult. Da’s ok te ziejen an de groei van christelijke partijen in Tollebeêk.

    In oktober 1998 wier Tollebeêk ‘arde getroffen deu de waeteroverlast van dat jaer.

  • Moerasandijviestraat

    Moerasandijviestraat

    Op 15 april 1943 werd de eerste lagere school opgericht in een houten woonbarak van het arbeiderskamp bij Ramspol. Het schoolbestuur werd gevormd door het openbaar lichaam, terwijl het godsdienstonderwijs in de polderscholen werd verzorgd door de kerkgenootschappen. Hoewel alle leraren een religie aanhingen, was het hen niet toegestaan hun overtuiging in de klas uit te dragen.

    De school begon met acht kinderen uit kamp Ramspol en vier uit Emmeloord, onder leiding van meester Kamp. Naarmate de bouw van het dorp Emmeloord vorderde, verhuisde de school al snel naar Emmeloord. Vanaf 1 februari 1944 functioneerde de school als de eerste openbare lagere school in Emmeloord, gevestigd in de barakken van Kamp Emmeloord II.

    De behoefte aan een definitief schoolgebouw groeide, maar de bezetter weigerde tijdens de oorlog de aanvraag voor een dergelijk gebouw te honoreren. In plaats daarvan werd er toestemming gevraagd en verkregen voor de bouw van een paardenschuur aan de Moerasandijviestraat, die vervolgens snel werd omgebouwd tot schoolgebouw.

    Hier zette meester Kamp zijn onderwijs voort, bijgestaan door een ondergedoken onderwijzer. Wanneer er gevaar dreigde, dook de onderwijzer onder en kregen de kinderen vrij. Een door paarden getrokken wagen vervoerde de kinderen naar Emmeloord, wat al snel een vertrouwd beeld werd op de hobbelige polderwegen. Het witte gebouwtje werd pas eind jaren zeventig afgebroken.

    Meester Kamp gaf gymnastiekles in de kantine van het “Districtskantoor 6,” het administratieve centrum aan het latere Harmen Visserplein, waar ook kerkdiensten werden gehouden. In die tijd was het gebruikelijk om veel zelf te doen, niet te klagen, en samen iets tot stand te brengen. Dit principe van gezamenlijkheid werd ondersteund door landdrost ir. S. Smeding en zijn secretaris drs. A. Blaauboer, die voorstanders waren van openbaar onderwijs.

    Op 13 juli 1951 bezocht Koningin Juliana de school, die vanaf dat moment de naam “Koningin Julianaschool” mocht dragen.

    Eind jaren ’50 werd op de hoek van de Hoefbladstraat en de Moerasdijviestraat begonnen met de bouw van een permanent, stenen schoolgebouw. Na de voltooiing verhuisde De Witte School naar dit nieuwe gebouw. Het huidige gebouw werd in 1960 in gebruik genomen en werd in 1984 aangepast in verband met de invoering van het basisonderwijs. In 2011 verhuisde de Koningin Julianaschool, waarna het gebouw in gebruik werd genomen door De Optimist.

  • Frans Balkon

    Frans Balkon

    Waarom heet het een Frans balkon?

    bron:  Hekwerk Webshop https://balkonhekwerk.net/

    Een Frans balkon is een charmant architectonisch element dat je vaak ziet in stedelijke gebieden en appartementen. Ondanks de naam, is een Frans balkon niet altijd afkomstig uit Frankrijk. Maar waarom noemen we het dan een Frans balkon? In dit blogbericht duiken we in de geschiedenis, kenmerken en culturele context van het Franse balkon om deze vraag te beantwoorden.

    Wat is een Frans balkon?

    Frans balkonhek kopen

    Een Frans balkon, ook wel een Juliet-balkon genoemd, is een soort balkon dat meestal uit niet meer bestaat dan een deur die naar buiten opent, met een balustrade of hekwerk direct aan de buitenkant. Er is geen uitstapruimte zoals bij een traditioneel balkon; het is eerder een sierlijk element dat licht en lucht binnenlaat zonder dat er daadwerkelijk buitenruimte is om op te staan.

    Kenmerken van een Frans balkon

    1. Balustrade of hekwerk: Het belangrijkste kenmerk van een Frans balkon is de balustrade, die direct aan de buitenkant van de deur is bevestigd. Dit hekwerk kan variëren van eenvoudig tot zeer gedetailleerd en decoratief, vaak met smeedijzeren ontwerpen.
    2. Dubbele deuren: Een Frans balkon heeft meestal dubbele deuren die naar buiten openen, waardoor het interieur meer licht en lucht krijgt. Deze deuren kunnen van glas zijn, waardoor ze een open en ruimtelijk gevoel creëren, zelfs zonder echte buitenruimte.
    3. Geen uitstapruimte: In tegenstelling tot traditionele balkons, heeft een Frans balkon geen platform om op te staan. Het is meer een esthetisch element dan een functionele buitenruimte.

    De oorsprong van het Franse balkon

    De term “Frans balkon” komt waarschijnlijk voort uit de associatie met Franse architecturale stijlen en de populariteit van dit type balkon in Frankrijk en andere delen van Europa. Hoewel de exacte oorsprong niet helemaal duidelijk is, zijn er enkele redenen waarom het Frans balkon deze naam heeft gekregen:

    1. Franse architectuur: In de Franse steden, vooral in Parijs, zie je vaak gebouwen met deze sierlijke balkons. De Franse stijl van stedelijke appartementen, met hun hoge plafonds en grote ramen, leent zich perfect voor de toevoeging van een Frans balkon. Deze balkons voegen niet alleen een esthetische waarde toe, maar ook functionele voordelen zoals extra ventilatie en licht.
    2. Renaissance en Barok invloed: Tijdens de Renaissance en Barokperiode werden Franse balkons populair in de architectuur. Deze stijlen legden de nadruk op symmetrie, licht, en luchtigheid, wat het gebruik van grote ramen en balkons bevorderde. De Franse balkons pasten perfect in deze architectonische trends.
    3. Cultuur en romantiek: De naam “Juliet-balkon” verwijst naar de beroemde scène uit William Shakespeare’s “Romeo and Juliet”, waarin Juliet op haar balkon staat en praat met Romeo. Hoewel het verhaal zich in Italië afspeelt, heeft de associatie met romantiek en balkonliefdes de naam “Frans balkon” versterkt vanwege de romantische en sierlijke uitstraling.

    De voordelen van een Frans balkon

    Frans balkonhek rechthoekige spijlen

    Hoewel een Frans balkon niet dezelfde functionaliteit biedt als een traditioneel balkon, heeft het verschillende voordelen die het een populaire keuze maken in stedelijke woningen:

    1. Licht en ventilatie: Franse balkons laten meer licht en lucht binnen in een kamer, wat vooral gunstig is in appartementen en stedelijke woningen waar ruimte schaars is. De dubbele deuren kunnen volledig worden geopend, waardoor frisse lucht en natuurlijk licht naar binnen kunnen stromen.
    2. Ruimtelijk effect: Door het toevoegen van een Frans balkon kan een kamer groter en ruimer aanvoelen. Het zicht naar buiten wordt vergroot en het gevoel van een buitenruimte wordt gecreëerd, zelfs zonder een daadwerkelijke plek om te staan.
    3. Esthetiek: Franse balkons voegen een sierlijk en elegant element toe aan de buitenkant van een gebouw. De decoratieve balustrades en de stijl van de deuren dragen bij aan de algehele uitstraling van het gebouw, waardoor het aantrekkelijker wordt.
    4. Kosten en onderhoud: In vergelijking met traditionele balkons zijn Franse balkons goedkoper en vereisen ze minder onderhoud. Er is geen platform dat regelmatig moet worden schoongemaakt of gerepareerd, en de installatiekosten zijn doorgaans lager.

    De populariteit van Franse balkons wereldwijd

    Hoewel Franse balkons hun oorsprong hebben in Europese architectuur, zijn ze wereldwijd populair geworden. In moderne stedelijke ontwikkeling worden ze vaak gebruikt in hoogbouw en appartementen om bewoners een gevoel van buitenruimte te bieden zonder de noodzaak van een volledig balkon.

    In steden als New York, Tokyo, en Londen, waar ruimte beperkt en kostbaar is, bieden Franse balkons een praktische oplossing voor bewoners die willen genieten van frisse lucht en natuurlijk licht. De esthetische waarde van deze balkons maakt ze ook populair in hotels en commerciële gebouwen, waar ze bijdragen aan de visuele aantrekkingskracht van de gevels.

    Tips voor het inrichten van een Frans balkon

    Hoewel je geen ruimte hebt om meubels neer te zetten, kun je een Frans balkon toch op verschillende manieren decoreren om het aantrekkelijker te maken:

    1. Plantenbakken: Hangende plantenbakken of smalle plantenbakken aan de balustrade kunnen groen en kleur toevoegen aan je balkon. Kies voor planten die goed gedijen in jouw klimaat en lichtomstandigheden.
    2. Lichtjes: Sfeerverlichting zoals LED-strips of kleine lantaarns kunnen ’s avonds een gezellige sfeer creëren. Zorg ervoor dat de verlichting geschikt is voor buitengebruik.
    3. Decoratieve hekwerken: Als je balustrade eenvoudig is, kun je overwegen om decoratieve elementen toe te voegen, zoals kunstwerken of textiel, om het visueel aantrekkelijker te maken.
    4. Raamdecoratie: Gebruik gordijnen of jaloezieën die je gemakkelijk kunt openen om het meeste uit het licht en de lucht te halen die het Franse balkon biedt.

    Conclusie

    Een Frans balkon is een elegant en functioneel architectonisch element dat niet alleen de esthetiek van een gebouw verbetert, maar ook praktische voordelen biedt zoals verbeterde ventilatie en lichtinval. Hoewel de naam doet vermoeden dat het specifiek Frans is, komt het concept voort uit bredere Europese architecturale trends die licht, lucht en schoonheid benadrukken. Of je nu in een drukke stad woont of een rustige buitenwijk, een Frans balkon kan een waardevolle toevoeging zijn aan je huis, die charme en functionaliteit combineert.

    bron:  Hekwerk Webshop (ext. link)

  • Zeebiesstraat

    Zeebiesstraat

    De eerste pioniers woonden in woonwagens, blokhutten, keten en woonboten. Vele kinderen in de polder werden zelfs aan boord van een schip geboren. Formele adressen bestonden nog niet, waardoor op het aangifteformulier vaak stond vermeld: ‘geboren aan boord’.

    In de vaart naast het brede grasveld van de Zeebiesstraat lag destijds een lange rij woonboten. Aan de overzijde van het water was een volledig houten dorp ontstaan, bestaande uit keten en huisjes, dat bekend stond als Tuindorp.

    Vanaf 1944 bood een verblijf in de Zeebiesstraat uitzicht op zowel Tuindorp als de woonboten.

    Pas in 1953 is de straat doorgetrokken met de straatnaam Hoefbladstraat

    Latere wijzigingen
    In 1979 werd door woningbouwvereniging ‘Nooroostpolder’ een renovatieplan voor 98 woningen aan de Rietstraat en Zeebiesstraat opgesteld. Voorafgaand had de woningbouwvereniging met de bewoners gesproken en hun wensen geïnventariseerd.
    In de Zeebiesstraat werd een deel van de woningen geschikt gemaakt als bejaardenwoning door de aanbouw te gebruiken als slaapkamer.
    Er zijn parkeervakken gesitueerd aan de overzijde van de straat, aan de brede groenstrook langs de Espelervaart. Hier zijn eveneens verkeersdrempels aangebracht ter plaatste van de doorgangen tussen de woningen.

    Dezelfde woningen als Rietstraat type A werden ook gebouwd in de Zeebiesstraat.

    In de Zeebiesstraat staan drie blokken van zes woningen in een rooilijn. De woningen hebben diepe tuinen aan de voorzijde en zicht op de brede groenstrook langs de Espelervaart

  • Espelerlaan

    Espelerlaan

    De eerste jaren hadden de straten van Oud Emmeloord nog geen naam.
    Deze straat droeg tijdelijk de naam ‘Ooststraat’.

    Na vele schetsen is het definitieve plan voor Emmeloord na de Tweede Wereldoorlog gemaakt door Ir. Pouderoyen.
    In een eerdere schets was nog een tweede gracht opgenomen. (stippellijn).
    Deze gracht  is later geschrapt omdat alles te duur werd. Daarom heeft de Espelerlaan nu zo’n brede groenstrook

    De namen van deze wijk houden de herinnering levend aan de wildernis van onkruid die in de polder vurig bestreden moest worden.
    De onkruidbuurt, al spreekt de gemeente liever over de kruidenbuurt.

    Lischdoddestraat – laan

    Deze straat, die aanvankelijk de Ooststraat droeg, kreeg in 1945 de naam Lischdoddestraat.  Omdat de huizen, die bestemd waren voor de ingenieurs toch beduidend chiquer van opzet waren, vonden de bewoners van deze straat dat Lisdoddelaan de straat meer eer aan deed.
    In 1946 werd dit verzoek door de Directie ingewilligd.

    Beschrijving foto: Overigens heet de straat volgens dit ansichtkaartje de Lisdoddenstraat, dus zonder sch en met de tussen- n.

    In 1948 paste men het straatnamenplan van Emmeloord enigszins aan.  Een straat die een wijk afsluit, kreeg een neutrale naam. Dus geen onkruid.
    De straat ging van Lisdoddenlaan verder met de naam Espelerlaan.
    De Goudenregenstraat werd trouwens omgedoopt naar Koningin Julianastraat.

    Anecdote  Het Vrije Volk  12-06-1951

    Toen het eerste kind van wijlen dokter Jansen uit Emmeloord geboren werd, was dat aan de Ooststraat .
    Het tweede kind kwam ter wereld aan de Lischdoddenstraat, het derde aan.. de Lisdoddenlaan en het vierde aan de Espelerlaan.
    Toch was het gezin in al die tijd niet verhuisd.
    De straatnaam.was alleen maar een paar keer veranderd, eerst omdat Ooststraat een onofficieel bedenksel was van de eerste bewoners.
    Later omdat het toch echt meer een laan dan een straat was en ten slotte, omdat men deze laan een neutrale overgang wilde laten vormen tussen de onkruid- en de inmiddels uit de; klei verrezen vogelbuurt, zodat de lisdodden uit de naam moesten worden weg-gewied.
    Trouwens, op het ogenblik ligt datzelfde huis (dat een hoekhuis is) volgens het bevolkingsregister ook al niet’ meer aan de Espelerlaan, maar aan de Moerasandijviestraat.
    Deze kleine geschiedenis over die straat-met-vijf-namen illustreert de ongedurigheid van het jonge leven in de polder, die zich sneller ontwikkelt dan welk ander gebied ook in Nederland. Het is een groeistuip.


  • Zeeasterstraat

    Zeeasterstraat

    Deze door de Directie ontworpen arbeiderswoningen behoren tot de eerst gebouwde huizen in de Noordoostpolder.
    Ze verrezen al tijdens de oorlog in 1943 – 1944. Hierdoor is de omvang van de woningen bescheiden. Van de bezetter mocht immers niet groter worden gebouwd.
    De detaillering is in vergelijking met later gebouwde woningen echter rijk te noemen. Met verschillende metselverbanden en siermetselwerk zijn verdienstelijke gevels tot stand gekomen.
    Helaas zijn de karakteristieke, licht gespitste dakkapellen in de loop der jaren vaak vervangen.


    Middenstand Rietstraat en Zeeasterstraat

    • Nico Noordermeer heeft onderzoek gedaan naar de middenstand in de Rietstraat en Zeeasterstraat.
      Tevens heeft hij een lijst weten op te stellen met de eerste bewoners van de Zeeasterstraat.
      Heeft u aanvullende informatie of tips: dan kan u Nico bereiken via nicolaasnoordermeer at outlook punt com
    • Evert Haar is ook iemand die een fraai overzicht heeft weten te geven.
      Zijn opa en oma hebben tot 1969 in een woonschip in de Espelervaart gewoond. (zie onderaan de pagina)
    • Lees ook het persoonlijk verslag van de fam Schouwstra.
      Zij woonden aan de Zeeasterstraat 6

    Nico Noordermeer :

    Winkels in de Zeeasterstraat (vanaf het Harmen Visser plein)

    1. bakkerswinkel: fam. Braaksma
      opgevolgd door Japie, Handel in witgoed, kleding en dump
    2. schoenenwinkel: fam. Bruin, later naar De Lange Nering)
      opgevolgd door fam.Tank (kleermaker) (uit de Rietstraat) ook later naar de Lange Nering,
      opgevolgd (1957) door fam. Coppes (’t Schoenenhuis Coppes) (uit de Rietstraat)
    3. melkwinkel: Frans van Melzen (beheerder vd Leijmf) (1946-1960)
      opgevolgd door Jan Ficher, kapper (tevens antiek)
    4. kruidenierswinkel: fam. Oosterveld
      opgevolgd door de fam. Roorda (groentewinkel): later naar de Lange Nering
      later de fam.Dijkstra (groenteboer) de familie Dijkstra was één van de eerste bewoners in de Rietstraat, van hier uit vertrokken zij naar Kraggenburg, waar ze een groentewinkel hadden), van hier naar de Zeeasterstraat: later naar de Lange Nering
      H. Dijkstra was actief in het openbaar leven: o.a. lid van de “Polderadviescommissie” , een voorloper van een gemeentebestuur
    5. textiel winkel: de fam. Breukel: later naar de Lange Nering
      opgevolgd door de fam. Koelmans (drogisterij): later naar de Lange Nering,
      opgevolgd door de familie Held (kapper met boven een schoonheidssalon): ook later naar de Lange Nering. Dhr Held was de eerste beiaardier van het carillon in de watertoren,
      opgevolgd door de fam de Groot (kapper)
    6. slagerij: fam. Westerhof, ook later naar de Lange Nering)
      opgevolgd door Koops (vishandel, had eerst een viskraam op het Harmen Visserplein )
      ook later naar De Lange Nering.

    de 4 winkels in de Rietstraat op het kruispunt Rietstraat / Moerasandijviestraat
    (bekeken vanaf het Harmen Vissersplein: beginnend links met de klok mee)

    1. Roorda, groentehandel, later naar de Zeeasterstraat
      een gezin met 3 kinderen (Anton, Annie en Frans)
      opgevolgd door Tank (kleermaker), afkomstig uit Beltrum, later naar de Zeeasterstraat
      een gezin met vier zonen
      later opgevolgd (1953) door Coppes (schoenen reparatie), ook later naar de Zeeasterstraat
      afkomstig uit ????, een gezin met ???? kinderen
    2. Oosterveld (kruidenier), gaat naar de Zeeasterstraat
      opgevolgd de fam. Derksen (kruidenier), afkomstig uit Kampen of Zwolle
      een gezin met twee zonen
    3. Bekius (melkhandel), later naar de Lange Nering
      opgevolgd door Marsman (koster van de Rk kerk) met religieuze artikelen en boeken, later naar de Lange Nering
    4. Wiegman (petroleum handel).
      opgevolgd door de fam. Korte (eveneens petroleum handel)

    Bewoners in de Rietstraat, eerst Middenweg genoemd, vanaf het Harmen Visserplein: rechts de even nummers en links de oneven

    nr. 02 (hoek Zeeasterstraat)

    • 1ste bewoners: de fam. Molenberg, komen hier wonen op 15-12-1943, verhuizen naar de
      Zeeasterstraat
    • 2de bewoners: de familie Wagter
      afkomstig uit Wolvega, de familie betrok de woning op 1-11-1945, de vader was bij de
      vrijwillige brandweer en bij het muziekkorps
      een gezin met drie kinderen: twee meisjes en een jongen, Jan, Hennie en Willy
    • 3de bewoners: de familie Zijlstra, komen van de Rietstraat 67

    nr. 30

    • 1ste bewoners: de familie Noordermeer, uit Den Haag, komen hier wonen op 8-7-1944,
      verhuizen op 26-7-1945 naar de Rietstraat nr. 29, verhuizen op 21-9-1945 naar de Zeeasterstraat
    • de family J Smink, met 5 kinderen Jochum, Douty, Elly, Maaike en Gerrit.
      later o.a. de familie Sluiter (sigaren magazijn), later naar de Lange Nering
      daarna zijn de ouders van Jochum Smink er in 1953 komen wonen. jochumsmink [at] gmail [dot] com (Austrailia)
    • Toevoeging via het gastenboek:
      Bea Ordelman-Klasen. Zeeasterstraat 30 (vanaf 1946 tot eind jaren ’60]

    nr. 01 hier was eerst de telefooncentrale gevestigd
    nr. 29 1ste bewoners: de familie Noordermeer, komen van de Rietstraat nr. 30
    nr. 67 1ste bewoners: de familie Zijlstra, verhuizen later naar de Rietstraat nr. 2
    het gezin komt op 5-8-1945 in Emmeoord, eerst woonden ze op een woonboot in de Espelerlaan.

    In de Moerandijviestraat (bekeken vanaf de Rietstraat links naar de Espelervaart) stond een alleenstaande woning:
    bewoond door de familie Veenhuis.

    De familie Veenhuis  ging van de Moerasandijviestraat naar Kampwal 15 en later naar 21 (vanwege een garage naast de woning)

    Op een van de hoeken van de Rietstraat zat eerst kapper Held, die later ook nog
    beiaardier is geweest. Daarna kwam kruidenier Derksen met 2 zonen waarvan er een
    directeur van het Luchtvaartlab is geweest en nog steeds in Emmeloord woont. (bron Hans Veenhuis)

    Aan de overkant, tussen de Espelervaart en de Rietstraat, stond de eerste RK noodkerk, hierin was
    één leslokaal: eerst in gebruik als de openbare lagere school, later als de openbare kleuterschool

    eerste bewoners in de Zeeasterstraat, vanaf medio 1945 werden de woningen opgeleverd, tot ca. 1955

    eerste blok:

    02: fam. Distelbrink, afkomstig uit Amsterdam
    opgevolgd door de fam. Witpaerd
    04. fam. Spierings, (uit de Rietstraat), afkomstig uit Brabant
    een gezin met twee kinderen
    06. fam. Schraverus
    opgevolgd door de fam. Kruizinga
    08. fam. Noordermeer, (uit de Rietstraat nummer 29), afkomstig uit Den Haag
    een gezin met vijf kinderen: twee dochters en drie zonen: Diny, Anneke, Nico, Hans en Herman
    de familie verhuisde in 1961 naar de Espelerlaan nummer 3
    10. fam. van Roeden, (uit de Rietstraat), afkomstig uit Zwolle
    een gezin met twee kinderen: een zoon en een dochter
    12. fam. de Vlieger, (uit de Zeebiesstraat), afkomstig uit Blokzijl

    tweede blok:

    14. fam. Tijssen of Tijman
    16. fam. Molenberg, (uit de Rietstraat), de familie Molenberg was het eerste gezin dat een stenen huis
    betrok in Emmeloord (Rietstraat 2, december 1943)
    18. fam Vos, gaat naar nummer 20
    20. fam. Dik, een gezin met twee kinderen
    opgevolgd door de fam. Vos (van nummer 18)

    derde blok:

    22. fam. Albers
    opgevolgd door de fam. Holthuizen
    opgevolgd door de fam. Bert van Veen, ze verhuizen ca. 1962 naar de Espelerlaan nr. 1
    24. fam. van Leusen (politie agent) achter zijn huis stond de gevangenis
    26. fam. de Graaf
    opgevolgd door de familie Steenbergen (1953), zij gaan naar nummer 36
    28. fam. Brusse, zijn vrouw was onderwijzeres op de Juliana School

    vierde blok

    30. fam. Klaasens
    32. fam. Scharringa, een gezin met twee oudere dochters
    34. fam. Wijnbergen
    36. fam. Hielkema (politieman: hoofd van de politie), zijn vrouw was onderwijzeres op de Openbare
    School
    opgevolgd door de fam. Steenbergen (van nummer 26)

    Eerste bewoners van de hoek Espelerlaan en Moerasandijviestraat

    het eerste blok (links) (twee huizen) woonde dokter Jansen (eerste huis was zijn woonhuis, het tweede was zijn praktijkruimte), hier had hij zijn praktijk
    hij werd opgevolgd door dokter Groenewold
    het eerste huis van het tweede blok was de Rk pastorie
    later betrok de weduwe van dokter Jansen deze woning

    in het eerste blok (rechts) (twee huizen), in het hoekhuis woonde de fam. Avis, hiernaast woonde het hoofd van de openbare Juliana School de heer Kamp. De school stond achter dit blok.en had in eerste instantie drie lokalen:

    de Koningin Julianaschool

    Dit was de eerste (openbare) lagere school in Emmeloord. De school is begonnen met één lokaal (april 1944) in de Rk noodkerk, later werd in dit lokaal de eerste kleuterschool van Emmeloord gevestigd.
    (de kerk was gelegen aan de Moerasandijviestraat – tussen het kruisput Rietstraat en de Espelervaart)
    Het schoolgebouw werd medio 1944 gebouwd. Van de bezetter mocht geen school gebouwd worden, maar wel een loods om landbouwbenodigdheden in op te bergen. Voor de Wieringermeerdirectie was dat geen bezwaar om daarvoor in de plaats een 3-klassige school te realiseren.
    Iedere morgen kwamen pastoor Koopmans, dominee Bos en Rasel de kinderen van verschillende richtingen godsdienstles geven.
    In de zomer 1951 bezocht Koningin Juliana de school en nadien werd de school van “meester Kamp” officieel “De Koningin Juliaschool”.

    het eerste lokaal : de eerste klas (met mevr. Brusse als onderwijzeres)
    het tweede lokaal : de klassen ???????? (met als onderwijzeres mevr Hylkema) ,
    het derde lokaal : klas ??? met meester Kamp als onderwijzer
    kinderen: te weten o.a. Diny Noordermeer, Guus Avis, Greetje de Graaf

    Meester Kamp: de 28 jarige onderwijzer C.A. (Cees) Kamp was op 15 april 1943 in de polder begonnen in kamp Ramspol, waar hij les gaf aan 22 kinderen. Nog in hetzelfde jaar verhuisde de school naar een stenen barak in kamp Ens en toen Emmeloord zich uitbreidde, werd hij hier (1944) het eerste schoolhoofd. Zijn vrouw was handwerk-onderwijzeres en zij “spijkerde” kinderen met een leer achterstand bij. In 1952 vertrokken zij naar Rotterdam. De heer Boschma volgde hem op als schoolhoofd.

    ondernemers, die vanuit een woning zich hebben gevestigd in de Lange Nering

    • boekhandel d’Ailly: Lijsterbesstraat
    • sigarenmagazijn Sluiter, afkomstig uit Kampen (Vader, moeder, een zoon (1939) een dochter (1946) en een opa
      ze beginnen medio 1952 in de Rietstraat nr. 30 een sigarenmagazijn
      ze vestigen zich in het voorjaar 1953 in de Lange Nering

    Evert Haar:

    goedemiddag Evert, (april 2016)

    Met veel belangstelling en interesse zie ik uw site over de historie van Emmeloord. Veel hiervan heb ik zelf meegemaakt, dus het is een feest van herkenning.
    Op zeker moment zag ik enkele punten staan waar ik graag op aan wil vullen. Ik weet niet of het gebruikt mag worden, vwb privacy ed maar ik geef het alleen maar graag door:

    Bewoners

    Rietstraat 2 Fam. Zijlstra, 3 zonen, Jannes ( woonde op nr 54) Jan en Piet. Dhr Zijlstra was een broer van mw. T de Jong-Zijlstra van nr 56. Fam. de Jong ( Lucas en Tjerkje) hadden 2 kinderen, Jan (Stadskanaal) en Sietske.( mijn moeder).
    nr 4   Eerder fam. Korhorn, later fam. Helmich, woont er nog.
    nr 6   Fam. Koopman, zoon Wim en dochter Marja, volgens mij nog meer kinderen. Later Fam. Drent vanuit Kuinre, met zoon Anne.
    nr 8   Fam. de Vries, kinderen Marie en Jacob
    nr 10  Fam. Stoter met kinderen Klaas, Hennie, Harm en Albert. Later Fam. van Gunst
    nr 12   Fam. Haar, mijn zus Jerry 1955 en ik (Evert) 1957 zijn hier geboren. Mijn moeder was Sietske de Jong (van nr 56) wij zijn in 1969 verhuisd naar de Zeeasterstraat
    nr 14   Fam. de Vet, met kinderen Wim, Jaap, Kees en Marijke. Toen de Rietstraat gerenoveerd werd, verhuisd naar nr. 15
    nr 16   Fam. Last, met zoon Gert, later fam. van de Broek
    nr 18   Fam. De Vries
    nr 20   Fam. Norbruis, met kinderen Ellie en Dirk. Later fam. Snoeijenbos met zoon Jan
    nr 22   Fam. Ozinga met kinderen Hillie, Piet en Dirk
    nr 24   Fam. Krist met kinderen Sake en 2(?) meisjes
    nr 26   Fam. Veldkamp met dochter Tieneke en zoon Lute
    nr 28   Fam Siersema met 2 of 3 dochters en zoon Popke/Rob
    nr 30   zie elders op deze pagina
    nr 32   Fam. Vis met dochter en zoon Siemon

    Oneven kant:
    nr 1    Fam. Millenaar, dochter en zoon Eugene
    nr 3    Fam. Wildeboer
    nr 5    Fam. Halman, met kinderen Anja, Tonnie, Jose en Adrie
    nr 7    Fam Prins met kinderen Janke, Leen en Alberdien
    nr 9    Fam. In t Veld
    nr 11   Fam (de) Vos
    nr 13   Fam. Boltjes
    nr 15   Fam. Oevering, toen fam. de Korte verhuisd was kon je hier petroleum ( en koffie) kopen.

    Over de winkels in de Rietstraat/ Moerasandijviestraat:

    De kruidenierswinkel is later overgenomen door fam. te Kiefte. Toen de boekhandel van Marsman verhuisde naar de Lange Nering, kwam fam. Hoekstra in het huis wonen. De winkel werd woonhuis
    maar achterom kon je terecht voor fietsen en reparaties daarvan.
    In het pand van de Korte kwam een klokkenwinkel en daar tegenover was de dierenwinkel eerst van fam. Huygens, later de Rietvink van fam. Wienholts.

    De winkels in de Zeeasterstraat:

    Vishandel Koops zat geloof ik op nr 21, toen die daar wegging heeft er een tijdje Noordda IJzerwaren in gezeten. Het Net, een evangelische boeken en platen zaak is er even geweest en Electra.
    Kapper Lorist op nr 23, en mevrouw Fischer had een wasserette, waarschijnlijk op nr 25.

    De bewoners van de Zeeasterstraat:
    Op nr 36 woonde fam. Steenbergen, die woonde eerder op nr 24 en na een brand in hun keuken zijn ze verhuisd naar nr 36.
    nr 34   Fam Siepel met kinderen Mineke en Harm
    nr 32   Fam Prang met kinderen Sita en Lex. Fam. Prang had in de achtertuin een vijver met een bruggetje erover. In de vijver woonde de eend Snabbeltje.
    Later woonde hier fam. Maats met een dochter en zoon Wim
    nr 30   Fam Klaassen, het schijnt dat dhr. Klaassen inderdaad Jan heette
    nr 28   Fam Coppes, van de schoenwinkel ertegenover
    nr 26   Fam Visser met 2 dochters, Joke en ?
    nr 24   na fam. Steenbergen fam. Rodermond
    nr 22   Fam. Teijema
    nr 20   Fam. Meijerink met kinderen Johan, Nellie, Harrie en Yvonne
    nr 18   Fam. Nijdam met kinderen Ginie, Ellie en Jos
    nr 16   Het huis met toen nog een sirene op het dak.
    Eerder fam. Visser, de brandweer commandant. Wij zijn er in 1969 naar toe verhuisd, mijn moeder heeft er tot haar overlijden in 2002 gewoond.
    nr 14   Fam. Luchtmeijer, het taxibedrijf
    nr 12   Fam. Kay. Dhr Kay was jachtopziener en schoot met oud en nieuw lichtkogels af. Kinderen Jeanette en Margret
    nr 10   Fam Breederveld, met kinderen Janet en Ria, de anderen weet ik de naam niet van
    nr 8    Fam. Seepma
    nr 6    Fam. Schouwstra (tot aug. 1945)
    nr 4    Fam. Renkema met kinderen Harrie en ?
    nr 2    ?

    Aan de oneven kant was op de hoek de Nutsspaarbank. daarboven woonde eerst fam. van Drecht, met dochter Joke en zoon Peter. Later fam. Iepsma, met een zoon en dochter Jolanda.
    nr 7    Fam. Lemstra met zoon Gerrit
    nr 9    ?
    nr 11   Fam. van Drogen met kinderen Hans en Zieger
    nr 13   Fam de Fouw met dochter Katrien
    nr 15   Fam. Slot, later fam Luichies met zoon Mees
    nr 17   Fam. Doff
    nr 19   Fam Tazelaar


    Familie Schouwstra

    Lees ook het persoonlijk verslag van de fam Schouwstra.
    Zij woonden aan de Zeeasterstraat 6


  • Rietstraat

    Rietstraat

    straatbeeld & geschiedenis

    Met de bouw van de eerste woningen in Emmeloord wordt al vlak na het droogvallen van de polder begonnen. Hoe pril alles was, wordt weerspiegeld in de naamgeving. Het gaat om de woningblokken aan de straten die aanvankelijk eenvoudigweg werden aangeduid als de Middenstraat, de Zuidstraat, de Weststraat en de Ooststraat; Emmeloord werd toen nog Dorp A genoemd. Later kregen ze de namen Rietstraat, Zeeasterstraat, Zeebiesstraat en Espelerlaan – naar het onkruid dat volop groeide op de voormalige zeebodem.
    De hoofdstructuur van de buurt is de oorspronkelijke verkaveling en hiërarchische opbouw van de stad. De woonstraten Rietstraat, Zeebiesstraat en Duizendknoopstraat zijn noord-zuid gericht. De bredere ontsluitingsweg, de Moerasandijviestraat, loopt oost-west.
    Hierlangs liggen kleine winkels en voorzieningen.

    De Rietstraat begint aan het Harmen Visserplein.
    Op deze ansicht is te zien dat dat plein daarvoor de naam Knipmeyerplein droeg.

    De eerste woningen aan de Rietstraat waren bestemd voor leidinggevend personeel van de Directie Wieringermeer en winkeliers. Eind 1943 werd de eerste sleutel overhandigd aan de bewoners van de Middenstraat / Rietstraat 2. Andere inwoners moesten vooralsnog zelf
    voor onderdak zorgen en vonden die bijvoorbeeld in woonarken langs de Espelervaart en Urkervaart. Tijdelijke huisvesting boden ook de arbeiderskampen, de keten en houten huizen in het zogenoemde Tuindorp.

    Na de Rietstraat volgden de (arbeiders)woningen aan de Zuidstraat / Zeeasterstraat en de Weststraat/ Zeebiesstraat in 1944. Door de oorlog was er nog steeds sprake van materiaalschaarste. Ook deze woningen kregen daarom één bouwlaag onder een kap voorzien van een dakkapel en decoratief metselwerk. Vervolgens werd de Ooststraat (later Lischdoddenstraat, nu Espelerlaan) bebouwd. De huizen hier waren bestemd voor ingenieurs, groter van opzet en beduidend chiquer in uitwerking. Vanaf 1955 kwamen de woningen in de
    Duizendknoopstraat tot stand.

    Rietstraat

    De eerste woningen aan de Rietstraat waren bescheiden woningen, smal en ondiep, traditioneel vormgegeven in de stijl van de Delftse School. Ze werden gebouwd als (arbeiders)woningen in opdracht van de Directie van de Wieringermeer, afdeling Noordoostpolderwerken. Voor het ontwerp en de constructie van de woningen was de Bouwkundige Afdeling van de dienst verantwoordelijk. Op de bouwtekeningen is te zien dat er meerdere typen woningen ontwikkeld waren, van A tot en met G.

    In de Rietstraat treffen we type A aan de ene zijde van de straat en type B aan de andere zijde.
    Type F en G zijn eindwoningen op de hoeken met de Moerasandijviestraat.
    Woningen van type A werden ook gebouwd in de Zeebiesstraat.

    De woningen in de Rietstraat staan in een rooilijn en zijn opgeknipt in verschillende blokken van wisselende omvang. Tussen de blokken waren doorgangen naar het achtergebied. De woningen hebben een kleine voortuin en diepe achtertuinen. De straat werd aanvankelijk op de middenas gescheiden door een groenstrook beplant met bomen. In de Zeebiesstraat staan drie blokken van zes woningen in een rooilijn. De woningen hebben diepe tuinen aan de voorzijde en zicht op de brede groenstrook langs de Espelervaart.

    Woningen type A

    Bron: Rietstraat en omgeving Emmeloord – Cultuurhistorische waardestelling – Zwolle, december 2021 – Het Oversticht

    De woningen zijn opgetrokken over een bouwlaag onder een zadeldak. Er is gebruik gemaakt van traditionele materialen als baksteen, hout, gebakken pannen.
    De gevels en schoorstenen werden op verschillende plaatsen voorzien van decoratief metselwerk. De woningen van het type A hadden behalve de woonkamer en keuken ook een slaapkamer op de begane grond; op de verdieping, de vliering, was een grotere slaapkamer aan de voorzijde en twee kleinere aan de achterzijde.
    De woningen hadden geen badkamer.
    Onder de trap was een kelder. Zowel voor als achter was centraal in het dakvlak eenzelfde maat en model dakkapel geplaatst met een karakteristieke puntig vormgegeven daklijst.
    Achter de woningen lagen diepe achtertuinen, te gebruiken als moestuin en voor het bleken en ophangen van de was. Op de erfgrens waren telkens twee schuurtjes achter elkaar geplaatst met ingebouwd kolenhok. De erfscheidingen bestonden uit houten paaltjes met draad. Later werden er hagen aangeplant.

    Woningen type B

    Bron: Rietstraat en omgeving Emmeloord – Cultuurhistorische waardestelling – Zwolle, december 2021 – Het Oversticht

    De woningen van het type B waren iets groter en telden een oppervlakte van 43 m2. Ze hadden een vergelijkbare opzet en uitwerking als type A, maar een andere indeling en op onderdelen een andere detaillering. Hier was de slaapkamer op de begane grond aan de voorzijde geplaatst en de woonkamer aan de achterzijde. In het voordakvlak zat een kleine dakkapel met houten klauwstukken voor de grotere slaapkamer, in het achterdakvlak voorzag een grotere dakkapel met fronton de twee kleinere slaapkamers van licht en lucht.
    Ook hier de dubbele schuurtjes, waarin basaltine tegels, hetzelfde materiaal dat ook voor de buitenruimte tussen woning en schuur was toegepast.
    De tekening geeft verder informatie over de opbouw van de houten sporenkap met onder meer de vooral na de oorlog veel toegepaste asbestplaat, de schoorsteen met verschillende rookkanalen. . Op de verdieping twee kleine, licht getoogde vensters met een eveneens getoogde dubbele gemetselde strek; dit zijn achterover vallende raampjes.
    De zijgevel is voorzien van vlechtwerk.

    Latere wijzigingen

    In 1979 werd door woningbouwvereniging ‘Noordoostpolder’ een renovatieplan voor 98 woningen aan de Rietstraat en Zeebiesstraat opgesteld. Voorafgaand had de woningbouwvereniging met de bewoners gesproken en hun wensen geïnventariseerd. Bij de renovatie werden onmiskenbaar goten, dakkapellen en buitenkozijnen aangepakt, waardoor aanzicht en uitstraling van de woningen behoorlijk zou wijzigen. Door een aanbouw aan de achterzijde (een uitdrukkelijke wens van de bewoners) werden de woningen vergroot en verbonden met de schuur. In deze aanbouw kwam voor de eengezinswoningen de keuken, de oude keuken werd bijkeuken; op de verdieping kwam een badkamer in de plaats van een slaapkamer. De individuele dakkapellen aan de achterzijde verdwenen en veranderden in een over de woningen doorlopende exemplaar.
    In de Zeebiesstraat werd een deel van de woningen geschikt gemaakt als bejaardenwoning door de aanbouw te gebruiken als slaapkamer.

    Bron: Rietstraat en omgeving Emmeloord – Cultuurhistorische waardestelling – Zwolle, december 2021 – Het Oversticht


    Tijdlijn

    • 1918 – Zuiderzeewet aangenomen: bepaalde de aanleg van de Afsluitdijk en de droogmaking van een deel van de Zuiderzee.
    • 1937 – Start drooglegging noordoostelijke polder, o.a. ook wel Urkerland genoemd.
    • 1942 – De polder valt officieel droog.
    • 1943 – Start bouw eerste woningen Emmeloord aan de Middenstraat (nu Rietstraat), Zuidstraat (nu Zeeasterstraat), Weststraat (nu Zeebiesstraat) en Ooststraat (nu Espelerlaan).
      Rietstraat 2 is het oudste huis van Emmeloord en werd op 15 december 1943 officieel opgeleverd.
    • 1943 – Bouwjaar Rietstraat even zijde, 40 woningen waarvan 27 eengezinswoningen en 13 multifuntioneel.
      1944 Bouwjaar Rietstraat oneven zijde, 30 eengezinswoningen.
    • 1944 – Bouwjaar 18 woningen Zeebiesstraat, waarvan 16 eengezinswoningen en 2 multifunctioneel.
    • 1948 – De naam van de polder wijzigt in Noordoostpolder.
    • 1955 – Woningen aan de Duizendknoopstraat gerealiseerd.
    • 1979 – Grote renovatieslag, waarbij veel oorspronkelijke details verloren zijn gegaan. Ook zijn er toen bijv. bijkeukens geplaatst grenzend aan de schuur en opbouwen aan de
      achterzijde geplaatst zodat de bovenverdieping groter werd.
    • Jaren ’90 – Bouw van bejaardenwoningen op hoeken Moerasandijviestraat en Duizendknoopstraat.
    • Jaren ’90 – Wederom grote renovatieprojecten.
    • 1995 – Woningbouwvereniging Noordoostpolder verkoopt deel van het woningbezit om te kunnen investeren in renovatie en nieuwbouw.
    • 2001 – Naamswijziging: van Woningbouwvereniging Noordoostpolder naar Mercatus.

    Postkantoor

    Het hoekhuis van de Rietstraat in Emmeloord, gezien vanaf het Harmen Visserplein was ingericht als postkantoor, 7 juli 1947 (Henk Rotgans)

    Kipkar

    Zoals je ook op deze foto kan zien, zijn de bouwmaterialen per schip via de Espelervaart aangevoerd en met kipkarretjes naar de bouwplaats vervoerd.


    Sloop van oudste woningen in Emmeloord start in 2026

    Het gaat om 82 huurwoningen aan de Rietstraat en de Zeebiesstraat.
    Niet alle huizen worden gesloopt. Minstens zes huurwoningen blijven staan, omdat ze in een blok staan met koopwoningen.

    Ik kan niet anders zeggen dan dat de nieuw te bouwen huizen keurig lijken op de oude gesloopte woningen.
    Het DNA van Emmeloord blijft keurig bewaard.

    Grote verandering: geen straat meer vol met blik.  Nu staan alle auto’s in de straat voor de woningen geparkeerd. Dat wordt straks achter de woningen. De tuinen worden daarvoor kleiner. De gedachte is daarin dat mensen niet meer zo’n grote tuin willen en nodig hebben.

    Bewoners van de Hoefbladstraat in Emmeloord zijn geschrokken. Woningcorporatie Mercatus wil  ook de groenstrook tussen de Rietstraat en de Hoefbladstraat gebruiken. Het speelveld moet dan wijken voor nieuwbouw en parkeerplaatsen.


    Middenstand Rietstraat en Zeeasterstraat

    Nico Noordermeer heeft onderzoek gedaan naar de middenstand in de Rietstraat en Zeeasterstraat.
    Tevens heeft hij een lijst weten op te stellen met de eerste bewoners van de Zeeasterstraat.
    Heeft u aanvullende informatie of tips: dan kan u Nico bereiken via nicolaasnoordermeer at outlook punt com

    Nog iemand die een fraai overzicht heeft weten te geven.
    Evert Haar.
    Zijn opa en oma hebben tot 1969 in een woonschip in de Espelervaart gewoond. (zie onderaan de pagina)



    Uit de driemaandelijkse:

    Posterijen, telegrafie, telefonie. Gedurende het 1ste halfjaar 1950 nam het PTT-verkeer op de verschillende postinrichtingen nog gestadig toe. Voor de brief- en pakketpostbestelling, welke geschiedt van het hulppostkantoor Emmeloord en de poststations Marknesse en Ens uit, zijn thans zes motorrijwielen in gebruik. Te Ens werd de telefoon- en telegraafdienst overgebracht van het kamp naar het inmiddels gestichte poststation. Het telefoonstation Ramspol blijft in verband met de nog niet voltooide kabellegging voorshands in het kamp gevestigd. Om dezelfde reden kan het telefoon-telegraafstation te Kraggenburg nog niet in gebruik worden gesteld. De zitdagen in het kamp De Voorst werden overgebracht naar Kraggenburg. De zitdagen, welke door een besteller in verschillende kampen worden gehouden, teneinde des avonds de kampbewoners in de gelegenheid te stellen hun post- en geldzaken af te handelen, werden herzien. Te Emmeloord worden de bedieningsposten voor de telefoon verplaatst naar de bovenverdieping van het perceel Rietstraat 3. Deze verplaatsing zal voor de afdeling ,,bestelling” aldaar, welke met een nijpend gebrek aan ruimte heeft te kampen, een aanzienlijke verbetering betekenen.


  • De Beurs

    De Beurs

    Nog voordat ’t Voorhuys in 1953 uitgroeide tot zoals wij het nu kennen, liet de Directie van de Wieringermeer in 1948 al een houten ontmoetingsgebouw neerzetten aan De Deel. Het gebouw bood onderdak aan een café-restaurant met terras én een grote zaal met toneelpodium, bedoeld als plek waar bewoners en bezoekers elkaar konden ontmoeten.

    Op 9 februari 1949 werd het centrum officieel geopend. Het eenvoudige houten pand deed qua uitstraling denken aan de kantines van de arbeiderskampen uit die tijd, opgetrokken uit bruin geschilderde liggende planken.
    Ook lijkt het wat op de beroemde Belgische barak, waarover later meer.


    Twee dagen na de opening maakte fotograaf Jaap Potuyt, werkzaam voor de Directie van de Wieringermeer, een serie foto’s van zowel het interieur als het exterieur. Op één van die beelden staat een netjes geklede ober achter de bar afgebeeld. Samen met de bloempotten en felicitatiekaartjes vormde hij waarschijnlijk nog een stille herinnering aan de feestelijke ingebruikname.

    De naam van het gebouw werd ‘De Beurs’, vermoedelijk vanwege de landbouwbeurs die er elke donderdagochtend plaatsvond. In de grote zaal, waar naar verluidt zo’n zevenhonderd mensen terechtkonden, kwam het culturele leven van Emmeloord langzaam op gang. Er werden filmvoorstellingen gehouden en regelmatig vonden er toneelstukken, dansavonden en cabaretoptredens plaats.

    Ook voor bezoekers van buiten de polder kreeg De Beurs een belangrijke functie. Mensen die hoopten in aanmerking te komen voor een pachtboerderij verzamelden zich hier voorafgaand aan excursies door de Noordoostpolder, georganiseerd door de Directie van de Wieringermeer. Tijdens een werkbezoek aan de polder op 13 juli 1951 lunchten zelfs koningin Juliana en prins Bernhard in het café-restaurant.

    Op de historische foto’s is bovendien te zien dat boven de bar een opvallende wanddecoratie hing. Daarop stonden onder meer een rupstrekker met ploeg en een wieltrekker met maaimachine afgebeeld. Op de achtergrond zijn een kanaal en twee hijskranen zichtbaar, waarschijnlijk bedoeld als verwijzing naar de aanleg van de polder.

    Wie de maker van deze decoratie precies was, blijft onzeker. Op het eerste gezicht doet het werk denken aan de tekeningen die illustrator Henk Rotgans tussen 1943 en 1945 in de Noordoostpolder vervaardigde. Toch bestaat ook de mogelijkheid dat mevrouw De Boer-Rijkmans verantwoordelijk was voor het ontwerp. Van haar is bekend dat zij de decoraties ontwierp en uitvoerde die naast het toneelpodium in de grote zaal waren aangebracht.

  • Polderfontein

    Polderfontein

    De Deel

    San Marcoplein

    Architect Cees Pouderoyen (1912-1993) wilde van De Deel een soort San Marcoplein maken.
    Het plein werd echter het grijze middelpunt van Emmeloord. Een saai en mistroostig bakstenen parkeerterrein. Dat kwam ook omdat het nieuwe gemeentehuis en politiebureau toch niet op De Deel kwamen.
    En dat saaie plein is lang, heel lang saai gebleven.
    Tot 2020 – zo’n zeventig jaar later.

    In 2016 begon de gemeente een onderzoek onder de bevolking. Het open planproces.
    Er kwam bovenal naar voren dat het een stuk gezelliger moest worden.
    Prachtige plaatjes zijn getoond maar er kwam niet zoveel van terecht.
    Toch is veel van de ideeën van architect Benno Strootman uit Amsterdam blijven hangen. ‘Hij luisterde naar de bevolking en presenteerde een paar scenario’s voor een gezellig plein. ‘Bij de gemeente kwam een nieuwe projectleider’, zegt Verhage. ‘Deze projectleider had maar één doel: De Deel en het centrum van Emmeloord een modern gezicht geven. Hij wil resultaten zien. Dat is even wennen, maar als er echt iets moet gebeuren dan heb je zo’n duwer nodig.’

    Projectleider civiele techniek van de gemeente Noordoostpolder Johan Verhage kijkt voldaan uit over de vernieuwde De Deel en zijn fontein – zijn laatste klus. ‘Het heeft vijftig jaar geduurd.’

    De fontein op het plein is een afscheidscadeau van Verhage.
    Op de dag van zijn afscheid, 3 september 2020 , na 50 jaar bij de gemeente te hebben gewerkt, wordt de fontein officieel in werking gesteld .

    De afscheid nemende Johan Verhage op de Noordoostpolder fontein op de Deel in Emmeloord. Het gat voor hem is van zijn woonplaats Marknesse NDC/Cees Walinga – DeNoordoostpolder.nl


    ‘De fontein is een idee van mij. Ik wilde de Noordoostpolder als basis nemen. De dorpen hebben vaak het idee gehad dat ze er niet bij horen, maar hier in de fontein op de Deel komt alles samen.’

    Fonteintechniek Gruppen B.V heeft de techniek gerealiseerd.
    De fontein heeft meer dan 30 spuiters.
    De marmeren tegels komen uit China.

    Onder de Noordoostpolder (zuidzijde) zien we verzonken tussen de straatklinkers een drietal RVS plaquettes. Bewoning – Ontginning en Urk

    Het getekende Poldertorentje en ook het verkavelings-plaatje op deze plaquettes komen trouwens van mijn website emmeloord.info (een zondagsmiddagje huisvlijt)

    Johan Verhage tekenaar bij de gemeente is de ontwerper.


    Commotie

    De fontein heeft drie afvoerputjes. Het water moet nu eenmaal rondgepompt worden.

    Eén daarvan ligt precies op de plek van Urk. En u raadt het al.

    ‘Is Urk het afvoerputje van de Polder ? ‘

    Het maakt bij sommigen veel frustratie los.
    Na de inpoldering en ontginning van de Noordoostpolder (1942-1948) is de houding richting Urk inderdaad schandalig negatief geweest.

    “Willem” in Het Urkerland reageerde bijzonder dramatisch: “Dat doet zeer! Zoveel decennia na het inpolderingstrauma komt al die pijn weer in volle hevigheid terug. Net nu we ons weer openstelden voor verzoeningsgesprekken. Net nu we bezig waren met het hernieuwd vertrouwen stellen in de autoriteiten. Juist op dat moment doet het poldermonster haar masker af: we zijn voor hen niet meer dan een afzichtelijk afvoerputje.”

    De satirische Facebookpagina ‘Urkers be like’ had overigens een leuk idee om de plek van Urk in de Polderfontein te markeren. Het aanbieden van een kunstwerk van een parel in een schelp moet ‘het mislukte kunstwerk’ in Emmeloord maar gaan opknappen.

    Wie overigens goed kijkt ziet dat de fontein drie afvoerputjes heeft op de eindpunten van de vaarten. Daar waar de gemalen Buma, Vissering en Smeenge het water uit de Noordoostpolder pompt. En dat is natuurlijk nabij Lemmer, Urk en Kraggenburg/Vollenhove.



    Het kan inderdaad wat ongelukkig opgevat worden, maar het is duidelijk dat zonder deze drie afvoerputjes de Noordoostpolder in een paar maanden van de kaart verdwenen zou zijn. We kunnen niet zonder elkaar.