Auteur: Meneer de Poldertoren

  • Oudste straten

    Emmeloord is bedacht, ontworpen en getekend op de tekentafel.
    In de twintigste eeuw. Eind jaren ’30. begin jaren ’40.
    Een heel interessante tijd.
    Een prachtig ontwerpplan lag op de tafel, maar er veranderde in die jaren opeens heel veel in een razend korte tijd.
    Door een snel veranderende wereld werden onze plannen binnen enkele jaren links en recht ingehaald.

    • Met de komst van de Amerikaanse maaidorser of combine werd er niet meer gedorst in die hoge Schokbetonschuren.
    • Door de verzuiling werd een streep gezet door ons bedachte openbare onderwijsplan. Niet tegen te vechten. Tien dorpen, ieder dorp 3 scholen en drie kerken.
    • We realiseerden die 10 dorpjes omdat we dachten dat de boerenarbeiders en hun gezin op een fiets naar school en bakker moesten kunnen.
    • De oorlog kwam er tussendoor. Er moest opeens met de Duitse bezetter overlegd worden.
    • Ir. Pouderoyen, de ontwerper van het centrum van Emmeloord had bij het tekenen van De Deel het San Marcoplein in Venetië voor ogen. Da’s niet helemaal gelukt. Het geld was op. Extra grachten werden geschrapt. Bruggetjes te duur.
    • Ieder dorp een loswal, een bietenbrug en een weegbrug voor het transport van suikerbieten. Gaan al jaren per vrachtauto. Jammer van al die vaarten en beweegbare bruggen.

    De plannen werden bijgesteld. En weer bijgesteld. En opnieuw.
    Er zijn straten die vier keer een andere straatnaam kregen.
    Door de inundatie van Walcheren door de Duitse bezetter en door de Zeelandramp van 1953 kreeg de Noordoostpolder iets meer Zeeuwse boeren en ging de bedachte geselecteerde bevolking als afspiegeling van Nederland toch iets anders.

    Kortom, voor de culturele antropoloog en de sociale demograaf een zeer interessante tijd en ontwikkeling.

    De onkruidbuurt.

    In de zomer van 1943, dus tijdens de tweede wereldoorlog, is begonnen met de bouw van woningen in de eerste straten van Emmeloord, de Rietstraat en omgeving.

    In de zomer van 1943, dus tijdens de tweede wereldoorlog, is begonnen met de bouw van woningen in de eerste straten van Emmeloord.

    De straatnamen waren in 1944 nog niet gegeven. Men volstond met:

    • Middenstraat (Rietstraat)
    • Zuidstraat  (Zeeasterstraat)
    • Weststraat  (Zeebiesstraat)
    • Ooststraat (Espelerlaan)

    In 1944 was de benaming “Dorp A” voor Emmeloord eigenlijk nog te veel eer, als men de bestaande arbeiderskampen buiten beschouwing laat. Er waren slechts vier straten. De bouw van woningen aan deze straten begon reeds in de zomer van 1943, midden in de oorlog.

    Toen de woningen gereed waren, werden ze beschikbaar gesteld aan het leidinggevend personeel dat verantwoordelijk was voor de ontginning en exploitatie. Deze huizen waren strikt gereserveerd voor medewerkers van de Wieringermeerdirectie. Anderen, zoals de dokter, predikant en petroleumhandelaar, moesten zelf hun onderdak regelen. Om deze reden lagen er lange rijen woonarken in de Espelervaart en de Urkervaart, en was er een terrein voor salonwagens. In deze arken en salonwagens verbleven ook veel medewerkers van aannemers in de weg- en waterbouw, die traditioneel een mobiele bevolking vormden. Tot slot was er aan de overkant van de Espelervaart een terrein voor particuliere houten huizen op het zogenaamde “noodwoningterrein”, waar ook kamp Espelerbocht gevestigd was.



    Middenstraat – Rietstraat

    De oudste straat van Emmeloord is de Rietstraat. In 1943 is men met de bouw begonnen. De bouwstijl was De Delftse School.
    De architecten van de Directie Wieringermeer waren Granpré Molière, Verhagen en Pouderoyen. Zij waren niet gecharmeerd van moderne architectuur.
    En omdat er schaarste was waar het bouwmaterialen betrof, zijn de huizen gebouwd met het klezoren metselverband. Hierbij wordt het steenafval geminimaliseerd, wat zowel economisch als ecologisch voordelig is.
    Kleine arbeidershuisjes, maar niet voor de arbeiders.  Ze werden aangeboden aan de ploegbazen, leidinggevend personeel van de Directie Wieringermeer en aan winkeliers.
    De huizen hadden diepe tuinen. Een groentetuintje voor eigen gebruik was gebruikelijk. Samen met wat kippen en bessenstruiken was het een stuk beter toeven als op de lange rij woonboten in de Espelervaart of in het nabijgelegen arbeiderskamp
    Een lapje gras was er niet om te voetballen, maar om de was op de bleek te leggen.

    De rij met huizenblokken versprongen zodat het afwisselender en toch iets knusser leek.

    De eerste bewoner kreeg de sleutel op 15 december 1943.
    Op Rietstraat nummer 3 zat het postkantoor, het Rijkstelefoonkantoor.  Alleen van daaruit kon men bellen.
    In 1954 werd de Noordoostpolder pas aangesloten op het automatische telefoonnet.


    Zuidstraat – Zeeasterstraat

    En verder ging het bouwen. Eind 1943 en 1944 was het de beurt voor de tweede straat. De Zuidstraat. Niet de Zuiderstraat.
    Nog steeds in de moeilijk tijd onder Duitse bezetting. Door gebrek aan geld en materiaal (baksteen) bleven het huizen met één bouwlaag, maar kon men wel meer aandacht besteden aan bijzondere metseltechnieken. Het is daarom dat deze huizen gemetseld zijn volgens het Vlaams metselverband.  De huizen hebben een prachtige detaillering rond ramen, deuren en onder de dakgoot. Delftse School op zijn mooist.


    Ooststraat – Espelerlaan

    De namen van deze wijk houden de herinnering levend aan de wildernis van onkruid die in de polder vurig bestreden moest worden.
    De onkruidbuurt, al spreekt de gemeente liever over de kruidenbuurt.

    Lischdoddestraat – laan

    Deze straat, die aanvankelijk de Ooststraat droeg, kreeg in 1945 de naam Lischdoddestraat.  Omdat de huizen, die bestemd waren voor de ingenieurs toch beduidend chiquer van opzet waren, vonden de bewoners van deze straat dat Lisdoddelaan de straat meer eer aan deed.
    In 1946 werd dit verzoek door de Directie ingewilligd.

    Overigens heet de straat volgens een ansichtkaartje de Lisdoddenstraat, dus zonder sch en met de tussen- n.

    In 1948 paste men het straatnamenplan van Emmeloord enigszins aan.  Een straat die een wijk afsluit, kreeg een neutrale naam. Dus geen onkruid.
    De straat ging van Lisdoddenlaan verder met de naam Espelerlaan.
    De Goudenregenstraat werd trouwens omgedoopt naar Koningin Julianastraat.

    Anecdote  Het Vrije Volk  12-06-1951

    Toen het eerste kind van wijlen dokter Jansen uit Emmeloord geboren werd, was dat aan de Ooststraat .
    Het tweede kind kwam ter wereld aan de Lischdoddenstraat, het derde aan.. de Lisdoddenlaan en het vierde aan de Espelerlaan.
    Toch was het gezin in al die tijd niet verhuisd.
    De straatnaam.was alleen maar een paar keer veranderd, eerst omdat Ooststraat een onofficieel bedenksel was van de eerste bewoners.
    Later omdat het toch echt meer een laan dan een straat was en ten slotte, omdat men deze laan een neutrale overgang wilde laten vormen tussen de onkruid- en de inmiddels uit de; klei verrezen vogelbuurt, zodat de lisdodden uit de naam moesten worden weg-gewied.
    Trouwens, op het ogenblik ligt datzelfde huis (dat een hoekhuis is) volgens het bevolkingsregister ook al niet’ meer aan de Espelerlaan, maar aan de Moerasandijviestraat.
    Deze kleine geschiedenis over die straat-met-vijf-namen illustreert de ongedurigheid van het jonge leven in de polder, die zich sneller ontwikkelt dan welk ander gebied ook in Nederland. Het is een groeistuip.


    Weststraat – Zeebiesstraat

    De eerste pioniers woonden in woonwagens, blokhutten, keten en woonboten. Vele kinderen in de polder werden zelfs aan boord van een schip geboren. Formele adressen bestonden nog niet, waardoor op het aangifteformulier vaak stond vermeld: ‘geboren aan boord’.

    In de vaart naast het brede grasveld van de Zeebiesstraat lag destijds een lange rij woonboten. Aan de overzijde van het water was een volledig houten dorp ontstaan, bestaande uit keten en huisjes, dat bekend stond als Tuindorp.

    Vanaf 1944 bood een verblijf in de Zeebiesstraat uitzicht op zowel Tuindorp als de woonboten.

    Dezelfde woningen als Rietstraat type A werden ook gebouwd in de Zeebiesstraat.

    In de Zeebiesstraat staan drie blokken van zes woningen in een rooilijn. De woningen hebben diepe tuinen aan de voorzijde en zicht op de brede groenstrook langs de Espelervaart.

    Pas in 1953 is de straat doorgetrokken met de straatnaam Hoefbladstraat

    Latere wijzigingen
    In 1979 werd door woningbouwvereniging ‘Nooroostpolder’ een renovatieplan voor 98 woningen aan de Rietstraat en Zeebiesstraat opgesteld. Voorafgaand had de woningbouwvereniging met de bewoners gesproken en hun wensen geïnventariseerd.
    In de Zeebiesstraat werd een deel van de woningen geschikt gemaakt als bejaardenwoning door de aanbouw te gebruiken als slaapkamer.
    Er zijn parkeervakken gesitueerd aan de overzijde van de straat, aan de brede groenstrook langs de Espelervaart. Hier zijn eveneens verkeersdrempels aangebracht ter plaatste van de doorgangen tussen de woningen.


    Duizendknoopstraat

    De hoofdstructuur van de buurt is de oorspronkelijke verkaveling en hiërarchische opbouw van de stad. De woonstraten Rietstraat, Zeebiesstraat en Duizendknoopstraat zijn noord-zuid gericht. De bredere ontsluitingsweg, de Moerasandijviestraat, loopt oost-west.
    Hierlangs liggen kleine winkels en voorzieningen.

    Na de Rietstraat volgden de (arbeiders)woningen aan de Zuidstraat / Zeeasterstraat en de Weststraat/ Zeebiesstraat in 1944. Door de oorlog was er nog steeds sprake van materiaalschaarste. Ook deze woningen kregen daarom één bouwlaag onder een kap voorzien
    van een dakkapel en decoratief metselwerk. Vervolgens werd de Ooststraat (later Lischdoddenstraat, toen Lischdoddenlaan en nu Espelerlaan) bebouwd. De huizen hier waren bestemd voor ingenieurs, groter van opzet en beduidend chiquer in uitwerking.

    Vanaf 1955 kwamen de woningen in de Duizendknoopstraat tot stand.

    Dit betekende voor de voetbalvereniging Sportclub Emmeloord dat ze opnieuw een mooi voetbalveldje kwijt raakte.

    De woningen aan de Duizendknoopstraat, gebouwd vanaf 1955, hebben een soberder verschijningsvorm en zijn typische rijtjeshuizen uit de Wederopbouw. Ze hebben twee bouwlagen onder een flauw hellend zadeldak.
    De straat is in het zuidelijk deel beduidend smaller dan in het noordelijk deel. Bij de kruising met Moerasandijviestraat zit een knik. Ook deze rijtjes zijn opgedeeld in blokken van verschillende aantallen woningen, met hier deels verspringende rooilijnen. Hierdoor hebben de woningen aan de ene kant kleine voortuinen en aan de andere kant voortuinen van wisselende diepte.

    Frans balkon

    Zoals op de foto’s te zien is, zijn de woningen aan de Duizendknoopstraat voorzien van een bijzonder element, een Frans balkon.
    Een Frans balkon, ook wel een Juliet-balkon genoemd, is een soort balkon dat meestal uit niet meer bestaat dan een deur die naar buiten opent, met een balustrade of hekwerk direct aan de buitenkant. Er is geen uitstapruimte zoals bij een traditioneel balkon; het is eerder een sierlijk element dat licht en lucht binnenlaat zonder dat er daadwerkelijk buitenruimte is om op te staan.

    Breuk

    De latere bejaardenwoningen uit de jaren ’80 op de hoeken Duizendknoopstraat – Moerasandijviestraat vallen vormen een breuk met de eerdere eenheid in het straatbeeld.
    Ze wijken af van het oorspronkelijke gedachtengoed, zowel wat hiërarchie, structuur, als uiterlijk betreft.


    Hoefbladstraat

    Pas in 1953 is de Zeebiesstraat doorgetrokken met de straatnaam Hoefbladstraat
    Bij de inpoldering is men klein hoefblad een slag voor geweest door tijdig riet in te zaaien. Onder riet kan hoefblad niet opkomen.
    Voor de gewassen op de akkers is riet natuurlijk ook een concurrent, maar deze plant is gemakkelijker te onderdrukken dan klein hoefblad.

    ’t Nieuws voor Kampen 30-01-1953

    Aan de Hoefbladstraat in Emmeloord bouwt de aannemingsfirma Kingma en Zn een twintigtal woningen voor eigén rekening. Dit is de eerste keer. dat hier blokken woningen dooreen particulier worden gebouwd. De mogelijkheden voor hen, die er maar niet in slagen om een directiewoning te krijgen, nemen dus weer toe. En daarom zullen deze 20 woningen ook wel grif van de hand gaan. Temeer, daar de middenstanders personeel aantrekken en daarvoor toch ook huizen beschikbaar moeten hebben. Met het werk voor de bouw van deze woningen is inmiddels een begin gemaakt.


    Moerasandijviestraat

    Op 15 april 1943 werd de eerste lagere school opgericht in een houten woonbarak van het arbeiderskamp bij Ramspol. Het schoolbestuur werd gevormd door het openbaar lichaam, terwijl het godsdienstonderwijs in de polderscholen werd verzorgd door de kerkgenootschappen. Hoewel alle leraren een religie aanhingen, was het hen niet toegestaan hun overtuiging in de klas uit te dragen.

    De school begon met acht kinderen uit kamp Ramspol en vier uit Emmeloord, onder leiding van meester Kamp. Naarmate de bouw van het dorp Emmeloord vorderde, verhuisde de school al snel naar Emmeloord. Vanaf 1 februari 1944 functioneerde de school als de eerste openbare lagere school in Emmeloord, gevestigd in de barakken van Kamp Emmeloord II.

    De behoefte aan een definitief schoolgebouw groeide, maar de bezetter weigerde tijdens de oorlog de aanvraag voor een dergelijk gebouw te honoreren. In plaats daarvan werd er toestemming gevraagd en verkregen voor de bouw van een paardenschuur aan de Moerasandijviestraat, die vervolgens snel werd omgebouwd tot schoolgebouw.

    Hier zette meester Kamp zijn onderwijs voort, bijgestaan door een ondergedoken onderwijzer. Wanneer er gevaar dreigde, dook de onderwijzer onder en kregen de kinderen vrij. Een door paarden getrokken wagen vervoerde de kinderen naar Emmeloord, wat al snel een vertrouwd beeld werd op de hobbelige polderwegen. Het witte gebouwtje werd pas eind jaren zeventig afgebroken.

    Meester Kamp gaf gymnastiekles in de kantine van het “Districtskantoor 6,” het administratieve centrum aan het latere Harmen Visserplein, waar ook kerkdiensten werden gehouden. In die tijd was het gebruikelijk om veel zelf te doen, niet te klagen, en samen iets tot stand te brengen. Dit principe van gezamenlijkheid werd ondersteund door landdrost ir. S. Smeding en zijn secretaris drs. A. Blaauboer, die voorstanders waren van openbaar onderwijs.

    Op 13 juli 1951 bezocht Koningin Juliana de school, die vanaf dat moment de naam “Koningin Julianaschool” mocht dragen.

    Eind jaren ’50 werd op de hoek van de Hoefbladstraat en de Moerasandijviestraat begonnen met de bouw van een permanent, stenen schoolgebouw. Na de voltooiing verhuisde De Witte School naar dit nieuwe gebouw. Het huidige gebouw werd in 1960 in gebruik genomen en werd in 1984 aangepast in verband met de invoering van het basisonderwijs. In 2011 verhuisde de Koningin Julianaschool, waarna het gebouw in gebruik werd genomen door De Optimist.


    Meidoornstraat


    Koningin Julianastraat


    Hoek Rietstraat – Moerasandijviestraat


    1 – Bloemist Azalea

    Vroeger:

    • Kruidenier Oosterveld
      later naar de Zeeasterstraat
    • Kruidenier Derksen
    • Kruidenier Te Kiefte
    • Broekhuizen

    2 – Western Union store

    Vroeger:

    • Bekius melkhandel
      later naar de Lange Nering
    • Boekhandel Marsman
      koster van de rk kerk met religieuze artikelen en boeken, later naar de Lange Nering
    • Fietsenmaker Hoekstra
    • Electrowinkel Aleko

    3 – Leone Lourens optometrist

    Vroeger:

    • Loodgieter Dijkstra
    • Wiegman Petroleumhandel
    • Familie Korte Petroleumhandel
    • Horlogemaker Bosma

    4 – Marhaba Market

    Recente brand – binnenkort meer

    Vroeger:

    • Groentehandel Roorda
      later naar de Zeeasterstraat
    • Tank kleermaker
      afkomstig uit Beltrum, later naar de Zeeasterstraat
    • Kapper Kollen
    • Schoenreparatie Coppes
      ook later naar de Zeeasterstraat
    • Dierenwinkel De Rietvink
    • Dierenwinkel De Dierenvriend

    Leuk weetje

    De bouwers van de eerste woningen in Emmeloord maakten dankbaar gebruik van de palen en balken uit de westelijke zeewering van Schokland.


    Gevangenis

    Emmeloord had ook zijn gevangenis. Niet te vergelijken met de PIL (Penitentiaire Inrichting Lelystad) maar een eenvoudig omgebouwd ‘fietsenschuurtje’ achter de Zeeasterstraat, op het oude speelplaatsje van de Duizendknoopstraat.
    Het oude houten politiebureau had geen cellen. Daarom werden de arrestanten opgesloten in dit stenen huisje.
    Toezicht en verzorging  door een agent die op Zeeasterstraat nr. 24 woonde.

    2 cellen, tralies voor het raam.

  • Metselverbanden

    Je loopt er zo vaak doorheen, maar blijkbaar met de ogen dicht.
    Opeens viel mij op dat de oudste straten van Emmeloord ieder zijn eigen metselverband heeft.

    • Rietstraat : klezoren verband
    • Zeeasterstraat : Vlaams verband
    • Meldestraat : halfsteensverband
    • Espelerlaan : klezorenverband

    Zelfs het vlechtwerk (de schuine strek) op de zijkant van een woning volgt het gekozen metselverband. En natuurlijk ook de schuurtjes.

    De gebouwen rond het Harmen Visserplein:

    • bibliotheek: kettingverband
    • politiebureau: Vlaams verband

    Zeur Heks

    Tijdens mijn rondleidingen door Emmeloord wijs ik er vaak op. Ik blijf tenslotte een aannemerszoon. En als je eenmaal gewezen bent op de verschillende metselverbanden, laat het je niet meer los.
    Mensen die nog nooit van deze patronen hadden gehoord, kijken vanaf nu bijna dwangmatig naar een gemetselde structuur. Het blijft de rest van je leven latent in je bewustzijn. Sorry
     

    En Meneer de Poldertoren was op het internet vrij snel niet meer de enige 😉 Steelverband.








    Delftse School

    In de tijd dat de Noordoostpolder ‘opgemetseld’ werd, is gekozen voor een traditionalistische en wat saaie architectuurstijl.
    Het huis voor een arbeider moest een eenvoudig bakstenen huis met dakpannen worden.
    Maar met dat stenen stapelen kon je wel wat leuks doen.
    De Delftse School gaf die ruimte.
    En metselaars zijn ware kunstenaars.

    Even terug naar onze jeugd

    We weten allemaal hoe je met legosteentjes een stevige muur moet bouwen.
    De stenen moeten elkaar overlappen.

    Halfsteens metselverband

    Dit meest-voorkomende voorbeeld heet in de bouw een halfsteens metselverband.

    De volledige ‘strekken’ van de steen worden gebruikt. De verticale voegen verspringen telkens met de helft van de baksteenlengte.

    Dat kan creatiever. Zolang het maar een stevige constructie blijft natuurlijk.

    Vroeger was het metselwerk belangrijk voor de stevigheid van het huis.
    Tegenwoordig heeft dit metselwerk zijn constructieve functie verloren. Het heeft nu meer een esthetische functie.

    Wildverband

    Dit verband (ook wel vrij verband genoemd) is het oudste omdat vroeger de maten van de handgebakken stenen niet altijd gelijk waren.

    Klezorenverband staand

    Dit is een variant op het halfsteens verband. Maar de stenen  verspringen nu niet steeds een halve steen, maar telkens  ¼ of ¾ van de baksteenlengte.
    Deze metselvorm is het meest toegepast in oud Emmeloord. (oudste straten)

    Klezorenverband vallend

    Ook steeds ¼ steen verspringen, maar dit consequent volhouden. Dit voorbeeld valt naar links.

    Staand verband

    Een laag strek, een laag kop, een laag strek etc etc

    Kruisverband

    Ook wel Hollands verband. Lijkt veel op het staand verband, maar de streklaag verspringt steeds.
    Zoals de naam doet vermoeden zijn er bij dit formaat kruizen in het patroon zichtbaar. Ze worden gevormd door een voortdurende afwisseling tussen een laag koppen en een laag strekken, net zoals bij het staand verband. Vaak wordt met verschillende kleuren stenen gewerkt.

    Kettingverband

    Alle lagen  van het kettingverband bestaan uit opeenvolgend een kop en twee strekken. Hierdoor komen de koppen om de andere laag precies onder elkaar te liggen, hetgeen een ‘ketting’ vormt. In tegenstelling tot staand of kruisverband, is het aantal koppen beperkter.

    Stapelverband

    Ook wel tegelverband genoemd. Niet erg stevig natuurlijk, maar rond een voordeur bijvoorbeeld legt het optisch de nadruk op het verticale aspect  En een muurtje de bocht laten maken is ook handig

    Vlaams verband

    Dit verband lijkt op het kruisverband, alleen bestaan bij dit verband alle lagen uit afwisselend een kop en een strek. Bij een kruisverband wisselt dit om de laag, dus niet in dezelfde laag.

    Koppenverband tegel

    Dit  koppenverband wordt ook wel gecombineerd met het gewone halfsteensverband, om bijvoorbeeld een kromming in de muur op een eenvoudigere wijze uit te voeren

    Blokverband twee

    Een metselwerkverband (ook wel stapelverband) waarbij er een ‘blok’ opgesteld wordt dat herhaald wordt in een bepaald ritme.

    Blokverband drie

    Een metselwerkverband (ook wel stapelverband) waarbij er een ‘blok’ opgesteld wordt dat herhaald wordt in een bepaald ritme.

    Koppenverband halfsteens

    Net als die legomuur (halfsteens). Alleen nu niet met alleen maar ‘strek’, maar alleen maar kop.

  • Sint Jansklooster

    Waar komt ons drinkwater vandaan

    Al voor de drooglegging van de Noordoostpolder wist men dat het grondwater hier te brak en ongeschikt voor drinkwater zou zijn. Daarom koos men om grondwater uit het aanliggende Overijssel en wel uit Sint Jansklooster te gebruiken

    Tijdens de jaren van de arbeiderskampen werd het water nog per schip aangeleverd, maar al snel kwam er een 300 mm leiding via Vollenhove langs Marknesse naar Emmeloord en door naar Espel. De watertoren van Sint Jansklooster leverde het water. De druk was echter veel te laag.
    Een watertoren in Noordoostpolder was absoluut noodzakelijk.

    In het Gereformeerd gezinsblad van 1950 lees ik:

    WATERVOORZIENING NOORD-OOST POLDER EN URK

    De N.V. Waterleiding Mij „Overijssel” te Zwolle heeft grote plannen gemaakt voor een betere drinkwatervoorziening van Overijssel. Dit betreft o.a. de bouw van stations te St.Jansklooster, Steenwijk, Raalte, Diepenveen en Urkervaart en een watertoren in Emmeloord.

    Op 10 Maart is overgegaan tot het leveren van water aan de gemeente Urk met ongeveer 900 aansluitingen. Om dit doel te verwezen.ijken werd een leiding van Emmeloord naar Urk gelegd, volgens het nieuwe systeem, met asbest buizen en gummiringen.



    Waterhardheid

    Vitens noemt het kraanwater uit het waterwingebied Sint Jansklooster: St. Jans Zuiver

  • Drainagebuisjes

    Problemen met drainagebuisjes

    Gaandeweg de renovatie werd € 665.000,- extra gevraagd omdat ‘aannemer Draaisma verrast wordt door ingemetselde draineerbuizen’.

    Dat maakte veel boze tongen los. De krant belde Evert de Graaff of hij bekend was met deze buisjes.
    Natuurlijk, oordeelde de Poldertorenkenner bij uitstek. Dat is algemeen bekend.
    Daar is tijdens de bouw van de Poldertoren uitgebreid over gerapporteerd. Kijk maar op mijn website emmeloord.info

    De Poldertoren is 8-zijdig. Vijf van de zijden, met name zuid en west, staan in de volle wind en regen.
    Om een goede en snelle droging van de muren te bevorderen zijn op die kanten verticaal in totaal 7200 draineerbuisjes ingemetseld. Dat is met name belangrijk om te voorkomen dat bij vorst de stenen gaan stukvriezen of barsten.

    Bij een vorige renovatie werd hierover als volgt over gerapporteerd:

    Onderzoeksrapport gevel- en daklekkages Nieman-Kettlitz 2012:

    In de gevel is sprake van een soort drainagesysteem. Dit systeem is waarschijnlijk bedoeld om doorslagwater in het steens buitenblad (dus niet de spouw) af te voeren. Deze drainagebuizen eindigen op verschillende plekken in e gevel. Doordat al deze buizen open staan is zowel ontwatering als inwatering mogelijk. Het hydrofoberen heeft dus niet zoveel zin gehad. Immers, de buizen staan open.
    n de Poldertoren zijn drainagebuizen in de gevels opgenomen.

    In bouwfysisch opzicht hebben de drainagebuizen geen enkele toegevoegde waarde. De huidige buizen verplaatsen slechts het regenwater van een hooggelegen positie naar een lager gelegen positie in het gevelvlak.
    Wel zal er in de praktijk enige mate van ventilatie in de buizen plaatsvinden. Een effectieve droging van het metselwerk mag echter niet worden verwacht, aangezien de luchtventilatie via een gesloten systeem plaatsvindt en niet langs het metselwerk strijkt.

    Geconcludeerd wordt dat het toegepaste drainagesysteem een onnodige bouwkundige voorziening is.


    link externe pagina: link

  • Bruggen over de gracht

    De boogbruggen over de gracht

    • De meest westelijke brug heet PIONIERSBRUG;
      deze brug ligt in het oude gedeelte van Emmeloord,  waar destijds de pioniers in het kamp woonden.
    • De LEEUWENBRUG (1952) bij de hervormde kerk is genoemd naar de stenen leeuwen die hier vroeger te vinden waren.
    • De brug tussen Lange Dreef en Cornelis Dirkszplein heet GEUZENBRUG (1957). Cornelis Dirksz voerde de geuzen aan in de Slag op de Zuiderzee.
    • Bossu, zijn tegenstander was aanvoerder van de Spaanse vloot. Om die reden heet de brug tegenover de Bossulaan SPAANSEBRUG. (1958)

      Alleen de Leeuwenbrug heeft twee bogen.
      De overige drie bruggen hebben één boog.

    Zuilengalerij

    Ir. Pouderoyen had bij het tekenen van het centrumplein Emmeloord het San Marcoplein in Venetië voor ogen.
    Op de Leeuwenbrug (gebouwd in 1952) was een loggia gepland. Een overdekte zuilengalerij.
    In de bestrating van de leeuwenbrug zijn duidelijk de contouren zichtbaar.


    Toch is de loggia nooit gebouwd. Ze zijn wel terug te vinden in de maquettes.
    Tot 2018 bleef in de bestrating van de Leeuwenbrug de contouren zichtbaar. Jammer, nu is het weg. De stratenmakers zeiden nog : ‘waarom zitten er van die vreemde gaten in de fundering ?’

  • Metselverband Poldertoren

    Metselverband Poldertoren

    De Poldertoren is opgemetseld in een geel-grijs genuanceerde waalsteen.
    ‘Een bontgemegde ruwe handvorm waalformaat’.
    Deze grauwgele bakstenen werden geleverd door NV Aberson en Zn. uit Zwolle die de waalsteentjes betrok van de steenfabriek Bélvèdere uit Maastricht.
    De wens van architect Van Gent was de Poldertoren te metselen volgens het kruisverband.
    Kruisverband is één laag strek – één laag kop – één laag strek enz.



    De fabriek trok echter tijdig aan de bel.
    Volgens hen was het onmogelijk om de toren volgens dit metselverband te bouwen.
    Bij kruisverband is het belangrijk dat alle stenen een juiste en gelijke afmeting hebben.
    Bij de uitgekozen bonte sortering van grauwgele bakstenen waalsteen was dit volgens Maastricht niet mogelijk.

    Er waren een paar brieven voor nodig om te directie van de Wieringermeer te overtuigen dat dit toch echt niet mogelijk was. De toren is daarom gebouwd in het zogenaamde vrij- of wildverband.

  • vlaggen

    Vlaggen

    Hoe heurt het eigenlijk?

    Vooropgesteld:
    het is een protocol.
    Het is geen wet.
    Je kan het niet fout doen.
    Wél niet goed.

    Wie doet wat

    Tot 2005 was de Waterleidingmaatschappij (Vitens) verantwoordelijk voor het vlagprotocol. In 1995 hebben zij dit wegens bezuinigingen gestopt.
    Toen er gemopperd werd omdat op de verjaardag van Prins Claus niet gevlagd werd, heeft de gemeente die taak op zich genomen.

    Tegenwoordig wordt het voor een kleine vergoeding door carnavalsvereniging De Droogpieren gedaan.
    Deze vergoeding gaat overigens op zijn beurt direct naar een goed doel.

    • Op 4 en 5 mei is correct gevlagd
    • op de verjaardag van koningin Maxima 17 mei 2026 is niet gevlagd
    • op Veteranendag 27 juni 2026 is niet gevlagd

    Nota bene:

    Bode hijst voor ƒ 195,- vlag

    Van een onzer redacteuren

    EMMELOORD – De bode van de gemeente Noordoostpolder gaat voortaan de vlag hijsen op de Poldertoren in Emmeloord.
    De loop naar boven en weer terug kost de gemeente ƒ 195 per keer.
    De toren is eigendom van waterleidingsbedrijf WMO. Die heeft dit najaar het hijsen van de vlag uit oogpunt van bezuinigingen geschrapt.
    Een oplettende buurtbewoner mistte de driekleur op de verjaardag van Prins Claus, 6 september, en schreef de gemeente een brief. Het college van burgemeester en wethouders heeft nu besloten dat voortaan de gemeentebode de vlag zal hijsen. Dat gebeurt zes keer per jaar op de verjaardagen van Koningin Beatrix, Prins Claus, kroonprins Willem Alexander, Koninginnedag en 4 en 5 mei.



  • Duckstad

    Donald Duck in Flevoland

    Toen het weekblad Donald Duck in 2012 zestig jaar bestond, bezochten Donald en de andere striphelden maandelijks een andere provincie.
    Flevoland kwam ook aan de beurt en liep als rode draad door het blad.

    Zo verrast Urker Evert Koffeman in de brievenrubriek zijn oom met een foto van hen samen in klederdracht.
    De Almeerse burgemeester Annemarie Jorritsma is duidelijk herkenbaar in de strip waarin de burgemeester nadenken over een toeristische attractie voor hun provincie.

    De Poldertoren, Schokland, Oostvaardersplassen en de Bataviawerf komen voorbij in Goofy’s les over Flevoland.

  • Karveel

    Karveel

    Er had bijna een ander schip op de toren gestaan.
    Het originele ontwerp van de Poldertoren had een dakhelling van 30°.
    De bouwcommissie vond dit te stomp. Het stelde een dak van 45° voor. ( notulen 21-11-1957)
    De architect van Gent kon dit niet accepteren i.v.m. de verhoudingen. Bouwmeester van Eck wist deze ongemakkelijke discussie te beslechten door  ‘één of andere nokbekroning’ voor te stellen.

    Op een volgende vergadering (3-11-1958) kwam de bouwmeester van Eck met het idee van een windvaan.
    Hij toont een tekening van een windwijzer in de vorm van een gestileerd koggeschip. Van Eck vraagt of een authentiek, wetenschappelijk en geschiedkundig verantwoord model gevonden kan worden.

    In een volgende vergadering van 6 maart 1959 wordt gemeld dat er lang naar is gezocht, maar dat men via het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen tenslotte terechtgekomen is bij de heer Gerrit van der Heide, archeoloog bij de Directie van de NOP-werken. (ext. link)
    Deze bezit in lakzegels afbeeldingen van een koggeschip. Het beeld van de windwijzer stemt hiermede zeer goed overeen.

    Tenslotte wordt besloten de windwijzer aan te bieden aan de WMO, als bewijs van erkentelijkheid voor het vele, dat de WMO voor de totstandkoming van de toren heeft gedaan. (Waterleiding maatschappij Overijssel N.V.)

    Mogelijk heeft van Eck ook de mogelijkheid van een ander type schip onderzocht.
    In de archieven is een foto te vinden van het schip van Pieter Stuyvesant.
    Het bijschrift van de foto is: 10-4-1958 – Gedenkteken van Pieter Stuyvesant te Scherpenzeel. Wordt geplaatst op de Poldertoren
    De link tussen ‘de nieuwe wereld’, ‘Nieuw-Amsterdam’ en  en het nieuwe land is snel gemaakt.
    Ook ‘De Santa Maria’ waarmee Columbus naar Amerika voer was een karveel.

    Pieter Stuyvesant:

    De dorpen Scherpenzeel en Peperga twisten al jaren om de eer waar Pieter of Peter Stuyvesant geboren is.
    In 1626 kocht de West-Indische Compagnie het eiland Manna-hatta, het huidige Manhattan, voor 60 gulden aan snuisterijen van de plaatselijke indianenstam en stichtte er de handelspost Nieuw-Amsterdam.
    Hij verloor een been tijdens een gevecht tegen de Spanjaarden op Sint Maarten en droeg voor het grootste deel van zijn volwassen leven een houten been.

    Pieter Stuyvesant is tegenwoordig behoorlijk omstreden als symbool van de kolonisatie.


    Op de toren van de hervormde kerk in Marknesse staat ook een karveel als windwijzer, al zien sommigen er een kogge of een duikboot in. Maar het is een karveel met een Maltezer kruis in het zeil. 

  • in het midden

    Toen de polder in 1942 drooggevallen was, heeft men in het exacte geometrische midden een stok geplaatst.
    En dat is de plek waar later de Poldertoren is gebouwd.

    Dachten we ………..

    Maar dan is er altijd wel een alerte polderbewoner die denkt: ‘Is dat wel zo ?’

    Jack van der Werf

    Jack van der Werf mailde mij. Hij is dat eens gaan onderzoeken. Geweldig. Hit the road Jack.

    Ha die Evert,

    Bijgaande foto ken je wel, de paal in het midden van de NOP, de plaats waar de Poldertoren zou zijn gebouwd.
    Toen ik daar eens goed naar keek dacht ik, het klopt niet met waar hij nu staat.
    Met een printje van de foto heb ik eens wat rond gelopen maar het domeinkantoor en de huizen van Onder de toren staan in de weg.

    Maar met dit kaartje denk ik dat dat ik wel in de buurt zit.
    De toren is dus zeker 75 meter verder naar links gebouwd.

    Misschien heeft het te maken met de 2e gracht die in de plannen van Pouderoyen recht naar boven zou lopen, ter hoogte van Onder de Toren.  Dat is ook de reden waarom er aan de Espelerlaan zo’n breed grasveld tussen zit, daar zou een gracht komen en de huizen stonden er al toen die is wegbezuinigd.
    Geen idee of het echt zo gegaan is maar ik vond het wel leuk om dit toch even te melden.


    Staat de Poldertoren wel precies in het midden van de polder?


    In oktober 2022 ben ik gevraagd mee te werken aan het programmaserie ‘Tot op de bodem’ van Omroep Flevoland.
    In deze filmpjes onderzoeken Jaap van den Biesen en Marvin Hop waarom dingen in Flevoland zijn zoals ze zijn.
    Deze editie zou gaan over de Poldertoren en  dePoldertoren.nl  was vanzelfsprekend een dankbaar aanknopingspunt.
    Ik heb daarom met trots en genoegen meegewerkt aan de opnames.
    Ook het weetje ‘In het midden?’ met Jack van der Werf op deze website kwam ter sprake en paste goed in het programma-format.
    Toen ze vervolgens de vraag ook nog bij de gemeente Noordoostpolder legde, werd dit een heuse scoop:

    Burgemeester Roger de Groot:

    Staat de Poldertoren wel precies in het midden van de polder? Deze vraag kregen we van Omroep Flevoland. Natuurlijk is dat zo, dachten wij. Om het zeker te weten ging onze specialist geo-informatie Bert Jan van den Bosch aan de slag met deze vraag. En wat bleek? Het geografische zwaartepunt (midden) van de polder ligt 1200 meter naar het oosten! Aan de rand van het evenemententerrein aan de Kamperweg.

    Tot op de Bodem: Na 63 jaar uitsluitsel, staat de Poldertoren in het midden of niet?

    Hoe zit het nu, staat ie in het midden of niet?
    De gemeente Noordoostpolder heeft na vragen van Tot op de Boden opnieuw onderzoek gedaan of de Poldertoren nu echt in het geografische midden van de gemeente staat of niet. De gemeente heeft een geografisch-analist in dienst en Bert-Jan van den Bosch heeft de gegevens nogmaals bekeken en een aantal berekeningen erop losgelaten:

    • Berekening A:
      Het geografische middelpunt. Met het geografisch middelpunt heb je het zwaartepunt van een gebied als het midden. Dit is het punt waar de Noordoostpolder in evenwicht zou balanceren als je een uitsnede zou maken en zou optillen. Na berekening blijkt dat dit punt 1200 meter ten oosten van de Poldertoren ligt, ter hoogte van het festivalterrein bij de Kamperweg.
    • Berekening B:
      Een cirkel en een rechthoek. Bij deze methode is er een omschreven cirkel en omschreven rechthoek op de kaart van de Noordoostpolder gelegd. Het middelpunt komt dan bij allebei uit op 4 kilometer ten oosten van de Poldertoren.
    • Berekening C:
      Een vierhoek. Als je een vierhoek maakt van het meest noordelijke -, westelijke – , zuidelijke -, en oostelijke puntje van de Noordoostpolder en deze aan elkaar verbindt. Het snijpunt in het midden komt ongeveer uit in Nagele in de buurt van de Johannes Postweg 12.

    Conclusie: de toren staat niet in het midden van de Noordoostpolder. De gemeente Noordoostpolder wist dit zelf overigens ook niet en ging er net als heel veel inwoners vanuit dat de toren ‘gewoon’ in het midden van de polder staat

    Scoop

    Het artikel werd overgenomen door de landelijke media en diverse kranten en dagbladen.



    Tot op de Bodem:

    Na 63 jaar uitsluitsel, staat de Poldertoren in het midden of niet?

    Emmeloord• Vrijdag 21 oktober 2022 | 12:55• 6 min. leestijd

     Lees voorVanaf elke plek in Noordoostpolder moet je ‘m kunnen zien staan, althans dat was één van de gedachten achter de bouw van de Poldertoren in Emmeloord. Een bakermat midden in het nieuwe land en een multifunctioneel centrum op zich: een watertoren, carillon en een herkenningspunt. In dit artikel staan we stil bij de vraag waarvan het antwoord sinds 1959 niet ter discussie stond: staat de Poldertoren nou echt in het midden van de Noordoostpolder of niet?

    In Tot op de Bodem onderzoeken Jaap van den Biesen & Marvin Hop waarom dingen in Flevoland zijn zoals ze zijn. Want, is hier niet over elke centimeter nagedacht?

    Bekijk hier de aflevering van Tot op de Bodem over de Poldertoren:

    Het is 1942 als de Noordoostpolder droogvalt. Al vrij snel kwamen er plannen voor een enorme watertoren. In 1950 werd er een prijsvraag uitgeschreven voor de toren. Want hoe moest die eruit komen te zien? Er werd, in een tijd van verzuiling, een voorwaarde gesteld: de Poldertoren moest hoger worden dan alle omliggende kerktorens. Daarmee was de strijd tussen verschillende kerkstromingen om het hebben van de hoogste toren meteen beslecht, was de gedachte.

    De Waterleiding Maatschappij Overijssel kreeg de opdracht van het Rijk om de toren te gaan bouwen en er kwamen veel verschillende ontwerpen binnen.

    Dit is een overzicht van een aantal ontwerpen: 

    Al in 1938 stond vast dat Emmeloord in het midden van de Noordoostpolder moest komen te liggen. In het eerste dorpenplan stond de plek omschreven als ‘Stad A’. In de schetsen van Emmeloord uit 1942 bleek al dat er een centraal plein moest komen met de Poldertoren als oriëntatiepunt. Toen de polder in 1942 droogviel werd daar, in het middelpunt, een stok gezet. Maar was dat wel het midden? Amateurhistoricus Jack van der Werf komt, op basis van onderstaande foto, tot de conclusie dat de toren 75 meter te ver naar links is gebouwd en daarmee dus toch niet precies in het midden van de polder kan staan.

    Aukje van der Molen van Cultuur Historisch Centrum Noordoostpolder weet het niet zeker. “Ik weet dat Jack van de Werf zegt dat het mogelijk niet zo is”, maar denkt Van der Molen: “Maar gezien de planmatigheid van de Noordoostpolder en dat alles echt bedacht is, kan ik me niet voorstellen dat de Poldertoren niet in het midden staat.”Schetsen uit de oorlogstijd
    In het boek ‘Architectuur en stedenbouw in Flevoland’ (1993) staat beschreven dat de Poldertoren al een paar keer van locatie is gewisseld in verschillende plannen van de Deel tussen 1942 en 1945. Mogelijk laat dit zien dat het plaatsen van de toren in het midden van de polder niet het belangrijkste was. In het boek staat: “In januari 1949 werd wederom een nieuw plan voor het stadhuis gepresenteerd. Poldertoren en stadhuis stonden hierin op een totaal andere plaats, dan in het goedgekeurde plan.”

    “Onvermogen tot vormgeven” en toch winnaar
    De Amsterdamse architect H. van Gent won de ontwerpwedstrijd voor de toren. Zijn toren Utilis, wat Latijn is voor ‘nuttig’, werd door de jury geprezen: “De sfeer van de polder is zeer goed getroffen. Het ontwerp getuigt van stoerheid en eenvoud (…). Het silhouet is eenvoudig en toch boeiend.” Wel waren er ook wat bedenkingen en daar wond de jury geen doekjes omheen: “Met name de ingang en de wijzerplaten getuigen van een zeker onvermogen tot vormgeven.” Toch werd Van Gent’s Utilis uiteindelijk de basis voor de huidige Poldertoren.

    Vier olympische zwembaden aan water
    De bouw begon in 1957 en de toren werd geopend op 20 juni 1959. De toren is 65,3 meter hoog en met het windvaantje erop 70,5 meter hoog. De watertoren had een opslagcapaciteit van 1,8 miljoen liter water. Dat zijn omgerekend zo’n vier Olympische zwembaden vol.

    Een hoge watertoren had ook veel voordelen weet Evert de Graaff. Hij beheert een website die enkel en alleen over Emmeloord gaat. “Hoe hoger het water is, hoe meer druk er ook op die leidingen staat. Water moest vanuit de Poldertoren naar alle uithoeken van de polder tot aan Bant en Luttelgeest aan toe. Dan is veel druk altijd erg handig.”

    Hoe zit het nu, staat ie in het midden of niet?
    De gemeente Noordoostpolder heeft na vragen van Tot op de Boden opnieuw onderzoek gedaan of de Poldertoren nu echt in het geografische midden van de gemeente staat of niet. De gemeente heeft een geografisch-analist in dienst en Bert-Jan van den Bosch heeft de gegevens nogmaals bekeken en een aantal berekeningen erop losgelaten:

    Berekening A: Het geografische middelpunt. Met het geografisch middelpunt heb je het zwaartepunt van een gebied als het midden. Dit is het punt waar de Noordoostpolder in evenwicht zou balanceren als je een uitsnede zou maken en zou optillen. Na berekening blijkt dat dit punt 1200 meter ten oosten van de Poldertoren ligt, ter hoogte van het festivalterrein bij de Kamperweg.

    Berekening B: Een cirkel en een rechthoek. Bij deze methode is er een omschreven cirkel en omschreven rechthoek op de kaart van de Noordoostpolder gelegd. Het middelpunt komt dan bij allebei uit op 4 kilometer ten oosten van de Poldertoren.

    Berekening C: Een vierhoek. Als je een vierhoek maakt van het meest noordelijke -, westelijke – , zuidelijke -, en oostelijke puntje van de Noordoostpolder en deze aan elkaar verbindt. Het snijpunt in het midden komt ongeveer uit in Nagele in de buurt van de Johannes Postweg 12.

    Conclusie: de toren staat niet in het midden van de Noordoostpolder. De gemeente Noordoostpolder wist dit zelf overigens ook niet en ging er net als heel veel inwoners vanuit dat de toren ‘gewoon’ in het midden van de polder staat:

    Geen watertoren meer nodig
    Ontwikkeling van moderne technieken maakten watertorens in de loop van de jaren ’70 steeds vaker overbodig. Druk op de leidingen werd op andere manieren geregeld. De Poldertoren was daarom niet langer nodig als watertoren.

    In 2002 kocht de gemeente Noordoostpolder de Poldertoren van Vitens, de opvolger van Waterleiding Maatschappij Overijssel. De toren een nieuwe bestemmingen geven, bleek lastiger dan gedacht. De watertoren was gebouwd om water binnen te houden, maar niet om regenwater buiten te houden. Al jaren is de Poldertoren lek. Huurders, waaronder Michelin restaurant Sonoy en de VVV, hielden het daarom niet lang uit. In 2013 sloot de gemeente de toren. Geld voor groot onderhoud was er niet.

    Nieuw leven
    Sinds 2014 is de toren een Rijksmonument. Ook zijn er nieuwe plannen. Het architectenbureau KHV Architecten heeft een nieuw ontwerp voor gebruik van de toren gemaakt. De grondige renovatie en bouw daarvan beginnen in 2023. De invulling van de toren wordt divers. Zo komen er hotelkamers van hotel ’t Voorhuys, kantoorruimte voor het architectenbureau zelf met flexplekken en er komen nieuwe ruimtes voor feesten en partijen. De meest ingrijpende verandering volgens architect Gerben ter Horst zijn nog de enorme nieuwe ramen die in de toren komen. Daarmee krijgt de toren een nieuw aangezicht als baken van de Noordoostpolder. Het baken dat toch net niet helemaal in het midden staat.