Prijsvraag

Al vroeg in de ontwerpplannen Noordoostpolder werd besloten om op het centrale plein van Emmeloord, in het hart van de polder, een hoge toren te bouwen.
Die toren moest dienen als herkenningspunt van veraf en als symbool voor de eenheid van de polder.
De toren moest zo hoog worden, zodat de wedloop tussen kerken wie de hoogste toren had, meteen werd voorkomen.
En voor de watervoorziening in die grote polder (596,2 km²) was ook een hoge watertoren nodig. Zo ontstond het idee om deze toren vorm te geven als een ‘poldertoren’.
In december 1950 schreef de waterleidingmaatschappij Overijssel een openbare ideeënwedstrijd uit voor het ontwerp van de toren. De opdracht was om een watertoren te ontwerpen met een carillon en een uitkijkplatform. Daarbij stelde de W.M.O. als voorwaarde dat de toren de eenheid van de polder moest uitbeelden en de rol van Emmeloord als centrum moest benadrukken.
Maar liefst 514 architecten ontvingen het programma en werden uitgenodigd om mee te doen aan deze bijzondere en uitdagende opdracht. Uiteindelijk werden 170 ontwerpen ingediend, die door een jury werden beoordeeld. Deze jury bestond uit ir. G. Friedhoff, ir. J.C. Keller, ir. D. van Eck, A. Komter, ir. S. van Embden en secretaris ir. S. Bakker.
Volgens de jury voldeed geen enkel ontwerp volledig aan alle eisen, waardoor er geen eerste prijs werd toegekend. In plaats daarvan kregen de drie beste inzendingen elk een premie van ƒ 2000.-
De winnaars waren
- M.F. Duintjer uit Amsterdam met “Rode Toren”,
- H. Mieras en B. van Kasteel uit Amsterdam met “Uilenspiegel”
- H. van Gent uit Amsterdam met “Utilis”.
Uiteindelijk werd gekozen voor het ontwerp “Utilis” (Latijn voor ‘nuttig’) van de Amsterdamse architect H. van Gent.
Toch twijfelde de jury aan de capaciteiten van de architect van Gent.
Daarom werd van Gent bijgestaan door zijn collega-architect J.W.H.C. Pot. (van het architectenbureau Pot en Pot-Keegstra)
Utilis
De architecten gaven hun ontwerp een ontwerpnaam mee, een motto, een concept naam of de essentie van het architectonisch ontwerp.
Die van de Poldertoren is dus UTILIS (nuttig)
De twee andere finalisten waren De Rode Toren en Uilenspiegel. De andere torens hadden ook fraaie namen. Wat denkt u van „Muziek-Water”, „Zeepaardje”. Steekspel”, „Deel dom” en „Veldfles”?
Architecten
– Pot, J.W.H.C. (bureau Pot en Pot-Keegstra) 1955-1959
– Gent, H. 1950-1959
- aannemersbedrijf– Harm Fokkens Naarden NV Velp
- uurwerk-, Nederlandse Klokkengieterij B. Eijsbouts NV Asten -uurwerk, carillon en windwijzer
- betonconstructie-, P.J. de Gruyter Zwollerkerspel
Utilis

uit het juryrapport:
“De Jury is van mening, dat de algemene opvatting, alsmede de hoofdvorm en de hoofd afmetingen van deze inzending uitstekend beantwoorden aan de bijzondere eisen door de opgave gesteld; de sfeer van de polder is zeer goed getroffen.
Het ontwerp getuigt van stoerheid en eenvoud, de samenstellende onderdelen zijn voldoende gekarakteriseerd, zonder dat daardoor de eenheid van het geheel wordt aangetast. Het silhouet is eenvoudig en toch boeiend.
Bij kennisneming van de details en van de toelichting is evenwel ernstige twijfel gerezen of de ontwerper over voldoende bekwaamheid beschikt om bij uitvoering van dit project een bevredigend eindresultaat te bereiken en in vorm de onderdelen te bepalen uit dezelfde geest, waaruit de grondvorm van het geheel is voortgekomen. Met name de ingang en de wijzerplaten getuigen van een zeker onvermogen tot vormgeven; in het bijzonder de omschrijving van de toe te passen materialen en van de afwerking wekt twijfel. Zou opdrachtgeefster besluiten deze inzender te belasten met de uitvoering, dan zou een bijzondere regeling moeten worden getroffen om te waarborgen dat detaillering en materiaalbehandeling op het niveau komen van de algemene opzet.”
Uilenspiegel

H. Mieras en B. van Kasteel uit Amsterdam
De jury vond de plaatsing van het ontwerp ‘Uilenspiegel’ op het plein goed.
Van een afstand zal het silhouet waarschijnlijk minder mooi uitkomen.
Het ontwerp is heel netjes uitgewerkt en de verhoudingen zijn mooi in balans.
Toch denkt de jury dat het gebouw na verloop van tijd achteruit zal gaan.
Zelfs met goed en duur onderhoud kan dit volgens hen niet worden voorkomen.
Rode toren

M.F. Duintjer uit Amsterdam
Het ontwerp van Duintjer bestaat uit een gesloten toren, opgetrokken in rood metselwerk met een aantal uurwerken als decoratie aan de bovenkant van het rode metselwerk en een aantal ritmische perforaties ter plaatse van de wateropslag.
Volgens de jury verraadde Duintjers ontwerp een gevoelige hand: ‘De plaats van de toren op het plein is goed. De eenvoudige situering past bij het karakter van dit onderwerp. De silhouetwerking van de toren is op korte afstand aantrekkelijk, doch de jury betwijfelt of, uit de polder gezien, deze werking behouden blijft. De toren is logisch opgebouwd; de verhoudingen zijn goed en gevoelig.
Bij bestudering van de maquette bleek echter de toren vijf meter te laag te zijn, terwijl bij verhoging de diameter in evenredigheid zou moeten worden vergroot om de optimale werking te verkrijgen’. Daarnaast was er kritiek op de plaatsing van technische installaties.
Architecten zwoegden op watertoren voor Emmeloord
Tentoonstelling van 170 ingezonden ontwerpen in DK 6
(Automatische tekstherkenning ocr – excuses voor mogelijke foutjes)
Leeuwarder courant : 11-01-1952
Het is al geruime tijd geleden, dat de Waterleiding Mij. Overijsel N.V. te Zwolle in overleg met de Directie van de Noordoostpolder een prijsvraag uitschreef voor een aan de Deel in Emmeloord te bouwen watertoren, die meteen het karakter van een monument zou moeten dragen.

In totaal waren op 15 Juni 1951, de datum waarop de inzendtermijn sloot, niet minder dan 170 ontwerpen binnengekomen. Een bij uitstek deskundige jury met als voorzitter ir. G. Friedhof, heeft de inzendingen bekeken en kort geleden is de uitslag bekend gemaakt.
Op grond van haar beoordeling meende de jury, met het oog op de vele bezwaren die nog aan de beste inzendingen kleefden, van haar recht gebruik te moeten maken om geen prijzen toe te kennen, doch premies.
Drie gelijke premies, ieder groot tweeduizend gulden, werden toegekend aan drie Amsterdammers: de heren H. van Gent, M. F. Duintjer en H. Mieras. die hun ontwerpen inzonden, resp. onder de motto’s „Utilis”, „Rode Toren” en „Uilenspiegel”. „ Utilis” vond de meeste waardering.
Het gehalte van wat binnenkwam viel de jury niet mee, maar er waren toch verscheidene tekeningen, die in grotere kring aandacht verdienden en zo organiseerde men een tentoonstelling, die in de laatste week van December in Zwolle te zien is geweest en op het ogenblik in de grote barak DK6 te Emmeloord is uitgestald. Tot en met Zaterdag.
De expositie in Emmeloord laat overzichtelijk zien wat architecten in alle delen van het land de Noordoostpolder hebben toebedacht, al is het jammer, dat de maquettes, die van een tiental inzendingen gemaakt zijn — tijdens de beoordeling bestudeerd in de maquette van Emmeloord — in Zwolle zijn gebleven.
Eenvoud
De ontwerpers hadden geen gemakkelijke taak, omdat ze een technisch object moesten verheffen boven zijn zakelijk karakter en dit tevens doen dienen voor een meer ideële functie. Deze combinatie bleek grote moeilijkheden in zich te bergen.
De jury is van het standpunt uitgegaan, dat eenvoud het kenmerk van het ware is. Van deze gedachte getuigt ook ‘ Utilis’. waarvan hierboven een tekening is afgebeeld.
In „Utilis”, zo was de jury van oordeel, is de sfeer van de polder goed getroffen. Het ontwerp getuigt van stoerheid en eenvoud. De samenstellende onderdelen zijn voldoende gekarakteriseerd, zonder dat daardoor de eenheid van het geheel wordt aangetast. Het silhouet is eenvoudig en toch boeiend.
Twijfel is evenwel gerezen of de ontwerper over voldoende bekwaamheid beschikt om bij uitvoering van dit project een bevredigend eindresultaat te bereiken en in vorm de onderdelen te bepalen in dezelfde geest, waaruit de grondvorm van het geheel voortgekomen is.
Zou opdrachtgeefster besluiten de inzender van „Utilis” te belasten met de uitvoering, dan zou een bijzondere regeling getroffen moeten worden om te waarborgen, dat detaillering en materiaalbehandeling op het niveau komen van de algemene opzet.
Men vond „Uilenspiegel”, een nogal “buitenissig” geval, waarin de bestanddelen van de toren in het uitwendige tot uitdrukking zijn gebracht, fraai van verhoudingen, doch meende dat de tand destijds het bouwwerk nadelig zou beïnvloeden.
„Rode Toren” achtte men aantrekkelijk van silhouet en goed en gevoelig van verhoudingen, doch ook aan dit ontwerp kleefden praktische bezwaren.
Op de tentoonstelling prijken verder de meest uiteenlopende torens. Sommige eenvoudig van opzet, andere zeer fantastisch en beter passend in het stadsbeeld van Hongkong, Moskou of Damascus dan in het beeld van Emmeloord.
Van veel fantasie getuigden ook de motto’s waaronder men ingezonden had. Wat denkt u van „Muziek-Water”, „Zeepaardje”. „Steekspel”, „Deel dom” en „Veldfles”? Het is nog niet zeker of de Waterleiding Mij. Overijssel tot uitvoering van der binnengekomen ontwerpen zal overgaan.
Utilis, het sobere ontwerp van de heer van Gent te Amsterdam, dat bij de juni de meeste waardering vond. In de toren — dat was één van de gestelde voorwaarden — is plaats voor een carillon.