Categorie: Uncategorized

  • Zeeasterstraat

    Zeeasterstraat

    Deze door de Directie ontworpen arbeiderswoningen behoren tot de eerst gebouwde huizen in de Noordoostpolder.
    Ze verrezen al tijdens de oorlog in 1943 – 1944. Hierdoor is de omvang van de woningen bescheiden. Van de bezetter mocht immers niet groter worden gebouwd.
    De detaillering is in vergelijking met later gebouwde woningen echter rijk te noemen. Met verschillende metselverbanden en siermetselwerk zijn verdienstelijke gevels tot stand gekomen.
    Helaas zijn de karakteristieke, licht gespitste dakkapellen in de loop der jaren vaak vervangen.


    Middenstand Rietstraat en Zeeasterstraat

    • Nico Noordermeer heeft onderzoek gedaan naar de middenstand in de Rietstraat en Zeeasterstraat.
      Tevens heeft hij een lijst weten op te stellen met de eerste bewoners van de Zeeasterstraat.
      Heeft u aanvullende informatie of tips: dan kan u Nico bereiken via nicolaasnoordermeer at outlook punt com
    • Evert Haar is ook iemand die een fraai overzicht heeft weten te geven.
      Zijn opa en oma hebben tot 1969 in een woonschip in de Espelervaart gewoond. (zie onderaan de pagina)
    • Lees ook het persoonlijk verslag van de fam Schouwstra.
      Zij woonden aan de Zeeasterstraat 6

    Nico Noordermeer :

    Winkels in de Zeeasterstraat (vanaf het Harmen Visser plein)

    1. bakkerswinkel: fam. Braaksma
      opgevolgd door Japie, Handel in witgoed, kleding en dump
    2. schoenenwinkel: fam. Bruin, later naar De Lange Nering)
      opgevolgd door fam.Tank (kleermaker) (uit de Rietstraat) ook later naar de Lange Nering,
      opgevolgd (1957) door fam. Coppes (’t Schoenenhuis Coppes) (uit de Rietstraat)
    3. melkwinkel: Frans van Melzen (beheerder vd Leijmf) (1946-1960)
      opgevolgd door Jan Ficher, kapper (tevens antiek)
    4. kruidenierswinkel: fam. Oosterveld
      opgevolgd door de fam. Roorda (groentewinkel): later naar de Lange Nering
      later de fam.Dijkstra (groenteboer) de familie Dijkstra was één van de eerste bewoners in de Rietstraat, van hier uit vertrokken zij naar Kraggenburg, waar ze een groentewinkel hadden), van hier naar de Zeeasterstraat: later naar de Lange Nering
      H. Dijkstra was actief in het openbaar leven: o.a. lid van de “Polderadviescommissie” , een voorloper van een gemeentebestuur
    5. textiel winkel: de fam. Breukel: later naar de Lange Nering
      opgevolgd door de fam. Koelmans (drogisterij): later naar de Lange Nering,
      opgevolgd door de familie Held (kapper met boven een schoonheidssalon): ook later naar de Lange Nering. Dhr Held was de eerste beiaardier van het carillon in de watertoren,
      opgevolgd door de fam de Groot (kapper)
    6. slagerij: fam. Westerhof, ook later naar de Lange Nering)
      opgevolgd door Koops (vishandel, had eerst een viskraam op het Harmen Visserplein )
      ook later naar De Lange Nering.

    de 4 winkels in de Rietstraat op het kruispunt Rietstraat / Moerasandijviestraat
    (bekeken vanaf het Harmen Vissersplein: beginnend links met de klok mee)

    1. Roorda, groentehandel, later naar de Zeeasterstraat
      een gezin met 3 kinderen (Anton, Annie en Frans)
      opgevolgd door Tank (kleermaker), afkomstig uit Beltrum, later naar de Zeeasterstraat
      een gezin met vier zonen
      later opgevolgd (1953) door Coppes (schoenen reparatie), ook later naar de Zeeasterstraat
      afkomstig uit ????, een gezin met ???? kinderen
    2. Oosterveld (kruidenier), gaat naar de Zeeasterstraat
      opgevolgd de fam. Derksen (kruidenier), afkomstig uit Kampen of Zwolle
      een gezin met twee zonen
    3. Bekius (melkhandel), later naar de Lange Nering
      opgevolgd door Marsman (koster van de Rk kerk) met religieuze artikelen en boeken, later naar de Lange Nering
    4. Wiegman (petroleum handel).
      opgevolgd door de fam. Korte (eveneens petroleum handel)

    Bewoners in de Rietstraat, eerst Middenweg genoemd, vanaf het Harmen Visserplein: rechts de even nummers en links de oneven

    nr. 02 (hoek Zeeasterstraat)

    • 1ste bewoners: de fam. Molenberg, komen hier wonen op 15-12-1943, verhuizen naar de
      Zeeasterstraat
    • 2de bewoners: de familie Wagter
      afkomstig uit Wolvega, de familie betrok de woning op 1-11-1945, de vader was bij de
      vrijwillige brandweer en bij het muziekkorps
      een gezin met drie kinderen: twee meisjes en een jongen, Jan, Hennie en Willy
    • 3de bewoners: de familie Zijlstra, komen van de Rietstraat 67

    nr. 30

    • 1ste bewoners: de familie Noordermeer, uit Den Haag, komen hier wonen op 8-7-1944,
      verhuizen op 26-7-1945 naar de Rietstraat nr. 29, verhuizen op 21-9-1945 naar de Zeeasterstraat
    • de family J Smink, met 5 kinderen Jochum, Douty, Elly, Maaike en Gerrit.
      later o.a. de familie Sluiter (sigaren magazijn), later naar de Lange Nering
      daarna zijn de ouders van Jochum Smink er in 1953 komen wonen. jochumsmink [at] gmail [dot] com (Austrailia)
    • Toevoeging via het gastenboek:
      Bea Ordelman-Klasen. Zeeasterstraat 30 (vanaf 1946 tot eind jaren ’60]

    nr. 01 hier was eerst de telefooncentrale gevestigd
    nr. 29 1ste bewoners: de familie Noordermeer, komen van de Rietstraat nr. 30
    nr. 67 1ste bewoners: de familie Zijlstra, verhuizen later naar de Rietstraat nr. 2
    het gezin komt op 5-8-1945 in Emmeoord, eerst woonden ze op een woonboot in de Espelerlaan.

    In de Moerandijviestraat (bekeken vanaf de Rietstraat links naar de Espelervaart) stond een alleenstaande woning:
    bewoond door de familie Veenhuis.

    De familie Veenhuis  ging van de Moerasandijviestraat naar Kampwal 15 en later naar 21 (vanwege een garage naast de woning)

    Op een van de hoeken van de Rietstraat zat eerst kapper Held, die later ook nog
    beiaardier is geweest. Daarna kwam kruidenier Derksen met 2 zonen waarvan er een
    directeur van het Luchtvaartlab is geweest en nog steeds in Emmeloord woont. (bron Hans Veenhuis)

    Aan de overkant, tussen de Espelervaart en de Rietstraat, stond de eerste RK noodkerk, hierin was
    één leslokaal: eerst in gebruik als de openbare lagere school, later als de openbare kleuterschool

    eerste bewoners in de Zeeasterstraat, vanaf medio 1945 werden de woningen opgeleverd, tot ca. 1955

    eerste blok:

    02: fam. Distelbrink, afkomstig uit Amsterdam
    opgevolgd door de fam. Witpaerd
    04. fam. Spierings, (uit de Rietstraat), afkomstig uit Brabant
    een gezin met twee kinderen
    06. fam. Schraverus
    opgevolgd door de fam. Kruizinga
    08. fam. Noordermeer, (uit de Rietstraat nummer 29), afkomstig uit Den Haag
    een gezin met vijf kinderen: twee dochters en drie zonen: Diny, Anneke, Nico, Hans en Herman
    de familie verhuisde in 1961 naar de Espelerlaan nummer 3
    10. fam. van Roeden, (uit de Rietstraat), afkomstig uit Zwolle
    een gezin met twee kinderen: een zoon en een dochter
    12. fam. de Vlieger, (uit de Zeebiesstraat), afkomstig uit Blokzijl

    tweede blok:

    14. fam. Tijssen of Tijman
    16. fam. Molenberg, (uit de Rietstraat), de familie Molenberg was het eerste gezin dat een stenen huis
    betrok in Emmeloord (Rietstraat 2, december 1943)
    18. fam Vos, gaat naar nummer 20
    20. fam. Dik, een gezin met twee kinderen
    opgevolgd door de fam. Vos (van nummer 18)

    derde blok:

    22. fam. Albers
    opgevolgd door de fam. Holthuizen
    opgevolgd door de fam. Bert van Veen, ze verhuizen ca. 1962 naar de Espelerlaan nr. 1
    24. fam. van Leusen (politie agent) achter zijn huis stond de gevangenis
    26. fam. de Graaf
    opgevolgd door de familie Steenbergen (1953), zij gaan naar nummer 36
    28. fam. Brusse, zijn vrouw was onderwijzeres op de Juliana School

    vierde blok

    30. fam. Klaasens
    32. fam. Scharringa, een gezin met twee oudere dochters
    34. fam. Wijnbergen
    36. fam. Hielkema (politieman: hoofd van de politie), zijn vrouw was onderwijzeres op de Openbare
    School
    opgevolgd door de fam. Steenbergen (van nummer 26)

    Eerste bewoners van de hoek Espelerlaan en Moerasandijviestraat

    het eerste blok (links) (twee huizen) woonde dokter Jansen (eerste huis was zijn woonhuis, het tweede was zijn praktijkruimte), hier had hij zijn praktijk
    hij werd opgevolgd door dokter Groenewold
    het eerste huis van het tweede blok was de Rk pastorie
    later betrok de weduwe van dokter Jansen deze woning

    in het eerste blok (rechts) (twee huizen), in het hoekhuis woonde de fam. Avis, hiernaast woonde het hoofd van de openbare Juliana School de heer Kamp. De school stond achter dit blok.en had in eerste instantie drie lokalen:

    de Koningin Julianaschool

    Dit was de eerste (openbare) lagere school in Emmeloord. De school is begonnen met één lokaal (april 1944) in de Rk noodkerk, later werd in dit lokaal de eerste kleuterschool van Emmeloord gevestigd.
    (de kerk was gelegen aan de Moerasandijviestraat – tussen het kruisput Rietstraat en de Espelervaart)
    Het schoolgebouw werd medio 1944 gebouwd. Van de bezetter mocht geen school gebouwd worden, maar wel een loods om landbouwbenodigdheden in op te bergen. Voor de Wieringermeerdirectie was dat geen bezwaar om daarvoor in de plaats een 3-klassige school te realiseren.
    Iedere morgen kwamen pastoor Koopmans, dominee Bos en Rasel de kinderen van verschillende richtingen godsdienstles geven.
    In de zomer 1951 bezocht Koningin Juliana de school en nadien werd de school van “meester Kamp” officieel “De Koningin Juliaschool”.

    het eerste lokaal : de eerste klas (met mevr. Brusse als onderwijzeres)
    het tweede lokaal : de klassen ???????? (met als onderwijzeres mevr Hylkema) ,
    het derde lokaal : klas ??? met meester Kamp als onderwijzer
    kinderen: te weten o.a. Diny Noordermeer, Guus Avis, Greetje de Graaf

    Meester Kamp: de 28 jarige onderwijzer C.A. (Cees) Kamp was op 15 april 1943 in de polder begonnen in kamp Ramspol, waar hij les gaf aan 22 kinderen. Nog in hetzelfde jaar verhuisde de school naar een stenen barak in kamp Ens en toen Emmeloord zich uitbreidde, werd hij hier (1944) het eerste schoolhoofd. Zijn vrouw was handwerk-onderwijzeres en zij “spijkerde” kinderen met een leer achterstand bij. In 1952 vertrokken zij naar Rotterdam. De heer Boschma volgde hem op als schoolhoofd.

    ondernemers, die vanuit een woning zich hebben gevestigd in de Lange Nering

    • boekhandel d’Ailly: Lijsterbesstraat
    • sigarenmagazijn Sluiter, afkomstig uit Kampen (Vader, moeder, een zoon (1939) een dochter (1946) en een opa
      ze beginnen medio 1952 in de Rietstraat nr. 30 een sigarenmagazijn
      ze vestigen zich in het voorjaar 1953 in de Lange Nering

    Evert Haar:

    goedemiddag Evert, (april 2016)

    Met veel belangstelling en interesse zie ik uw site over de historie van Emmeloord. Veel hiervan heb ik zelf meegemaakt, dus het is een feest van herkenning.
    Op zeker moment zag ik enkele punten staan waar ik graag op aan wil vullen. Ik weet niet of het gebruikt mag worden, vwb privacy ed maar ik geef het alleen maar graag door:

    Bewoners

    Rietstraat 2 Fam. Zijlstra, 3 zonen, Jannes ( woonde op nr 54) Jan en Piet. Dhr Zijlstra was een broer van mw. T de Jong-Zijlstra van nr 56. Fam. de Jong ( Lucas en Tjerkje) hadden 2 kinderen, Jan (Stadskanaal) en Sietske.( mijn moeder).
    nr 4   Eerder fam. Korhorn, later fam. Helmich, woont er nog.
    nr 6   Fam. Koopman, zoon Wim en dochter Marja, volgens mij nog meer kinderen. Later Fam. Drent vanuit Kuinre, met zoon Anne.
    nr 8   Fam. de Vries, kinderen Marie en Jacob
    nr 10  Fam. Stoter met kinderen Klaas, Hennie, Harm en Albert. Later Fam. van Gunst
    nr 12   Fam. Haar, mijn zus Jerry 1955 en ik (Evert) 1957 zijn hier geboren. Mijn moeder was Sietske de Jong (van nr 56) wij zijn in 1969 verhuisd naar de Zeeasterstraat
    nr 14   Fam. de Vet, met kinderen Wim, Jaap, Kees en Marijke. Toen de Rietstraat gerenoveerd werd, verhuisd naar nr. 15
    nr 16   Fam. Last, met zoon Gert, later fam. van de Broek
    nr 18   Fam. De Vries
    nr 20   Fam. Norbruis, met kinderen Ellie en Dirk. Later fam. Snoeijenbos met zoon Jan
    nr 22   Fam. Ozinga met kinderen Hillie, Piet en Dirk
    nr 24   Fam. Krist met kinderen Sake en 2(?) meisjes
    nr 26   Fam. Veldkamp met dochter Tieneke en zoon Lute
    nr 28   Fam Siersema met 2 of 3 dochters en zoon Popke/Rob
    nr 30   zie elders op deze pagina
    nr 32   Fam. Vis met dochter en zoon Siemon

    Oneven kant:
    nr 1    Fam. Millenaar, dochter en zoon Eugene
    nr 3    Fam. Wildeboer
    nr 5    Fam. Halman, met kinderen Anja, Tonnie, Jose en Adrie
    nr 7    Fam Prins met kinderen Janke, Leen en Alberdien
    nr 9    Fam. In t Veld
    nr 11   Fam (de) Vos
    nr 13   Fam. Boltjes
    nr 15   Fam. Oevering, toen fam. de Korte verhuisd was kon je hier petroleum ( en koffie) kopen.

    Over de winkels in de Rietstraat/ Moerasandijviestraat:

    De kruidenierswinkel is later overgenomen door fam. te Kiefte. Toen de boekhandel van Marsman verhuisde naar de Lange Nering, kwam fam. Hoekstra in het huis wonen. De winkel werd woonhuis
    maar achterom kon je terecht voor fietsen en reparaties daarvan.
    In het pand van de Korte kwam een klokkenwinkel en daar tegenover was de dierenwinkel eerst van fam. Huygens, later de Rietvink van fam. Wienholts.

    De winkels in de Zeeasterstraat:

    Vishandel Koops zat geloof ik op nr 21, toen die daar wegging heeft er een tijdje Noordda IJzerwaren in gezeten. Het Net, een evangelische boeken en platen zaak is er even geweest en Electra.
    Kapper Lorist op nr 23, en mevrouw Fischer had een wasserette, waarschijnlijk op nr 25.

    De bewoners van de Zeeasterstraat:
    Op nr 36 woonde fam. Steenbergen, die woonde eerder op nr 24 en na een brand in hun keuken zijn ze verhuisd naar nr 36.
    nr 34   Fam Siepel met kinderen Mineke en Harm
    nr 32   Fam Prang met kinderen Sita en Lex. Fam. Prang had in de achtertuin een vijver met een bruggetje erover. In de vijver woonde de eend Snabbeltje.
    Later woonde hier fam. Maats met een dochter en zoon Wim
    nr 30   Fam Klaassen, het schijnt dat dhr. Klaassen inderdaad Jan heette
    nr 28   Fam Coppes, van de schoenwinkel ertegenover
    nr 26   Fam Visser met 2 dochters, Joke en ?
    nr 24   na fam. Steenbergen fam. Rodermond
    nr 22   Fam. Teijema
    nr 20   Fam. Meijerink met kinderen Johan, Nellie, Harrie en Yvonne
    nr 18   Fam. Nijdam met kinderen Ginie, Ellie en Jos
    nr 16   Het huis met toen nog een sirene op het dak.
    Eerder fam. Visser, de brandweer commandant. Wij zijn er in 1969 naar toe verhuisd, mijn moeder heeft er tot haar overlijden in 2002 gewoond.
    nr 14   Fam. Luchtmeijer, het taxibedrijf
    nr 12   Fam. Kay. Dhr Kay was jachtopziener en schoot met oud en nieuw lichtkogels af. Kinderen Jeanette en Margret
    nr 10   Fam Breederveld, met kinderen Janet en Ria, de anderen weet ik de naam niet van
    nr 8    Fam. Seepma
    nr 6    Fam. Schouwstra (tot aug. 1945)
    nr 4    Fam. Renkema met kinderen Harrie en ?
    nr 2    ?

    Aan de oneven kant was op de hoek de Nutsspaarbank. daarboven woonde eerst fam. van Drecht, met dochter Joke en zoon Peter. Later fam. Iepsma, met een zoon en dochter Jolanda.
    nr 7    Fam. Lemstra met zoon Gerrit
    nr 9    ?
    nr 11   Fam. van Drogen met kinderen Hans en Zieger
    nr 13   Fam de Fouw met dochter Katrien
    nr 15   Fam. Slot, later fam Luichies met zoon Mees
    nr 17   Fam. Doff
    nr 19   Fam Tazelaar


    Familie Schouwstra

    Lees ook het persoonlijk verslag van de fam Schouwstra.
    Zij woonden aan de Zeeasterstraat 6


  • Rietstraat

    Rietstraat

    straatbeeld & geschiedenis

    Met de bouw van de eerste woningen in Emmeloord wordt al vlak na het droogvallen van de polder begonnen. Hoe pril alles was, wordt weerspiegeld in de naamgeving. Het gaat om de woningblokken aan de straten die aanvankelijk eenvoudigweg werden aangeduid als de Middenstraat, de Zuidstraat, de Weststraat en de Ooststraat; Emmeloord werd toen nog Dorp A genoemd. Later kregen ze de namen Rietstraat, Zeeasterstraat, Zeebiesstraat en Espelerlaan – naar het onkruid dat volop groeide op de voormalige zeebodem.
    De hoofdstructuur van de buurt is de oorspronkelijke verkaveling en hiërarchische opbouw van de stad. De woonstraten Rietstraat, Zeebiesstraat en Duizendknoopstraat zijn noord-zuid gericht. De bredere ontsluitingsweg, de Moerasandijviestraat, loopt oost-west.
    Hierlangs liggen kleine winkels en voorzieningen.

    De Rietstraat begint aan het Harmen Visserplein.
    Op deze ansicht is te zien dat dat plein daarvoor de naam Knipmeyerplein droeg.

    De eerste woningen aan de Rietstraat waren bestemd voor leidinggevend personeel van de Directie Wieringermeer en winkeliers. Eind 1943 werd de eerste sleutel overhandigd aan de bewoners van de Middenstraat / Rietstraat 2. Andere inwoners moesten vooralsnog zelf
    voor onderdak zorgen en vonden die bijvoorbeeld in woonarken langs de Espelervaart en Urkervaart. Tijdelijke huisvesting boden ook de arbeiderskampen, de keten en houten huizen in het zogenoemde Tuindorp.

    Na de Rietstraat volgden de (arbeiders)woningen aan de Zuidstraat / Zeeasterstraat en de Weststraat/ Zeebiesstraat in 1944. Door de oorlog was er nog steeds sprake van materiaalschaarste. Ook deze woningen kregen daarom één bouwlaag onder een kap voorzien van een dakkapel en decoratief metselwerk. Vervolgens werd de Ooststraat (later Lischdoddenstraat, nu Espelerlaan) bebouwd. De huizen hier waren bestemd voor ingenieurs, groter van opzet en beduidend chiquer in uitwerking. Vanaf 1955 kwamen de woningen in de
    Duizendknoopstraat tot stand.

    Rietstraat

    De eerste woningen aan de Rietstraat waren bescheiden woningen, smal en ondiep, traditioneel vormgegeven in de stijl van de Delftse School. Ze werden gebouwd als (arbeiders)woningen in opdracht van de Directie van de Wieringermeer, afdeling Noordoostpolderwerken. Voor het ontwerp en de constructie van de woningen was de Bouwkundige Afdeling van de dienst verantwoordelijk. Op de bouwtekeningen is te zien dat er meerdere typen woningen ontwikkeld waren, van A tot en met G.

    In de Rietstraat treffen we type A aan de ene zijde van de straat en type B aan de andere zijde.
    Type F en G zijn eindwoningen op de hoeken met de Moerasandijviestraat.
    Woningen van type A werden ook gebouwd in de Zeebiesstraat.

    De woningen in de Rietstraat staan in een rooilijn en zijn opgeknipt in verschillende blokken van wisselende omvang. Tussen de blokken waren doorgangen naar het achtergebied. De woningen hebben een kleine voortuin en diepe achtertuinen. De straat werd aanvankelijk op de middenas gescheiden door een groenstrook beplant met bomen. In de Zeebiesstraat staan drie blokken van zes woningen in een rooilijn. De woningen hebben diepe tuinen aan de voorzijde en zicht op de brede groenstrook langs de Espelervaart.

    Woningen type A

    Bron: Rietstraat en omgeving Emmeloord – Cultuurhistorische waardestelling – Zwolle, december 2021 – Het Oversticht

    De woningen zijn opgetrokken over een bouwlaag onder een zadeldak. Er is gebruik gemaakt van traditionele materialen als baksteen, hout, gebakken pannen.
    De gevels en schoorstenen werden op verschillende plaatsen voorzien van decoratief metselwerk. De woningen van het type A hadden behalve de woonkamer en keuken ook een slaapkamer op de begane grond; op de verdieping, de vliering, was een grotere slaapkamer aan de voorzijde en twee kleinere aan de achterzijde.
    De woningen hadden geen badkamer.
    Onder de trap was een kelder. Zowel voor als achter was centraal in het dakvlak eenzelfde maat en model dakkapel geplaatst met een karakteristieke puntig vormgegeven daklijst.
    Achter de woningen lagen diepe achtertuinen, te gebruiken als moestuin en voor het bleken en ophangen van de was. Op de erfgrens waren telkens twee schuurtjes achter elkaar geplaatst met ingebouwd kolenhok. De erfscheidingen bestonden uit houten paaltjes met draad. Later werden er hagen aangeplant.

    Woningen type B

    Bron: Rietstraat en omgeving Emmeloord – Cultuurhistorische waardestelling – Zwolle, december 2021 – Het Oversticht

    De woningen van het type B waren iets groter en telden een oppervlakte van 43 m2. Ze hadden een vergelijkbare opzet en uitwerking als type A, maar een andere indeling en op onderdelen een andere detaillering. Hier was de slaapkamer op de begane grond aan de voorzijde geplaatst en de woonkamer aan de achterzijde. In het voordakvlak zat een kleine dakkapel met houten klauwstukken voor de grotere slaapkamer, in het achterdakvlak voorzag een grotere dakkapel met fronton de twee kleinere slaapkamers van licht en lucht.
    Ook hier de dubbele schuurtjes, waarin basaltine tegels, hetzelfde materiaal dat ook voor de buitenruimte tussen woning en schuur was toegepast.
    De tekening geeft verder informatie over de opbouw van de houten sporenkap met onder meer de vooral na de oorlog veel toegepaste asbestplaat, de schoorsteen met verschillende rookkanalen. . Op de verdieping twee kleine, licht getoogde vensters met een eveneens getoogde dubbele gemetselde strek; dit zijn achterover vallende raampjes.
    De zijgevel is voorzien van vlechtwerk.

    Latere wijzigingen

    In 1979 werd door woningbouwvereniging ‘Noordoostpolder’ een renovatieplan voor 98 woningen aan de Rietstraat en Zeebiesstraat opgesteld. Voorafgaand had de woningbouwvereniging met de bewoners gesproken en hun wensen geïnventariseerd. Bij de renovatie werden onmiskenbaar goten, dakkapellen en buitenkozijnen aangepakt, waardoor aanzicht en uitstraling van de woningen behoorlijk zou wijzigen. Door een aanbouw aan de achterzijde (een uitdrukkelijke wens van de bewoners) werden de woningen vergroot en verbonden met de schuur. In deze aanbouw kwam voor de eengezinswoningen de keuken, de oude keuken werd bijkeuken; op de verdieping kwam een badkamer in de plaats van een slaapkamer. De individuele dakkapellen aan de achterzijde verdwenen en veranderden in een over de woningen doorlopende exemplaar.
    In de Zeebiesstraat werd een deel van de woningen geschikt gemaakt als bejaardenwoning door de aanbouw te gebruiken als slaapkamer.

    Bron: Rietstraat en omgeving Emmeloord – Cultuurhistorische waardestelling – Zwolle, december 2021 – Het Oversticht


    Tijdlijn

    • 1918 – Zuiderzeewet aangenomen: bepaalde de aanleg van de Afsluitdijk en de droogmaking van een deel van de Zuiderzee.
    • 1937 – Start drooglegging noordoostelijke polder, o.a. ook wel Urkerland genoemd.
    • 1942 – De polder valt officieel droog.
    • 1943 – Start bouw eerste woningen Emmeloord aan de Middenstraat (nu Rietstraat), Zuidstraat (nu Zeeasterstraat), Weststraat (nu Zeebiesstraat) en Ooststraat (nu Espelerlaan).
      Rietstraat 2 is het oudste huis van Emmeloord en werd op 15 december 1943 officieel opgeleverd.
    • 1943 – Bouwjaar Rietstraat even zijde, 40 woningen waarvan 27 eengezinswoningen en 13 multifuntioneel.
      1944 Bouwjaar Rietstraat oneven zijde, 30 eengezinswoningen.
    • 1944 – Bouwjaar 18 woningen Zeebiesstraat, waarvan 16 eengezinswoningen en 2 multifunctioneel.
    • 1948 – De naam van de polder wijzigt in Noordoostpolder.
    • 1955 – Woningen aan de Duizendknoopstraat gerealiseerd.
    • 1979 – Grote renovatieslag, waarbij veel oorspronkelijke details verloren zijn gegaan. Ook zijn er toen bijv. bijkeukens geplaatst grenzend aan de schuur en opbouwen aan de
      achterzijde geplaatst zodat de bovenverdieping groter werd.
    • Jaren ’90 – Bouw van bejaardenwoningen op hoeken Moerasandijviestraat en Duizendknoopstraat.
    • Jaren ’90 – Wederom grote renovatieprojecten.
    • 1995 – Woningbouwvereniging Noordoostpolder verkoopt deel van het woningbezit om te kunnen investeren in renovatie en nieuwbouw.
    • 2001 – Naamswijziging: van Woningbouwvereniging Noordoostpolder naar Mercatus.

    Postkantoor

    Het hoekhuis van de Rietstraat in Emmeloord, gezien vanaf het Harmen Visserplein was ingericht als postkantoor, 7 juli 1947 (Henk Rotgans)

    Kipkar

    Zoals je ook op deze foto kan zien, zijn de bouwmaterialen per schip via de Espelervaart aangevoerd en met kipkarretjes naar de bouwplaats vervoerd.


    Sloop van oudste woningen in Emmeloord start in 2026

    Het gaat om 82 huurwoningen aan de Rietstraat en de Zeebiesstraat.
    Niet alle huizen worden gesloopt. Minstens zes huurwoningen blijven staan, omdat ze in een blok staan met koopwoningen.

    Ik kan niet anders zeggen dan dat de nieuw te bouwen huizen keurig lijken op de oude gesloopte woningen.
    Het DNA van Emmeloord blijft keurig bewaard.

    Grote verandering: geen straat meer vol met blik.  Nu staan alle auto’s in de straat voor de woningen geparkeerd. Dat wordt straks achter de woningen. De tuinen worden daarvoor kleiner. De gedachte is daarin dat mensen niet meer zo’n grote tuin willen en nodig hebben.

    Bewoners van de Hoefbladstraat in Emmeloord zijn geschrokken. Woningcorporatie Mercatus wil  ook de groenstrook tussen de Rietstraat en de Hoefbladstraat gebruiken. Het speelveld moet dan wijken voor nieuwbouw en parkeerplaatsen.


    Middenstand Rietstraat en Zeeasterstraat

    Nico Noordermeer heeft onderzoek gedaan naar de middenstand in de Rietstraat en Zeeasterstraat.
    Tevens heeft hij een lijst weten op te stellen met de eerste bewoners van de Zeeasterstraat.
    Heeft u aanvullende informatie of tips: dan kan u Nico bereiken via nicolaasnoordermeer at outlook punt com

    Nog iemand die een fraai overzicht heeft weten te geven.
    Evert Haar.
    Zijn opa en oma hebben tot 1969 in een woonschip in de Espelervaart gewoond. (zie onderaan de pagina)



    Uit de driemaandelijkse:

    Posterijen, telegrafie, telefonie. Gedurende het 1ste halfjaar 1950 nam het PTT-verkeer op de verschillende postinrichtingen nog gestadig toe. Voor de brief- en pakketpostbestelling, welke geschiedt van het hulppostkantoor Emmeloord en de poststations Marknesse en Ens uit, zijn thans zes motorrijwielen in gebruik. Te Ens werd de telefoon- en telegraafdienst overgebracht van het kamp naar het inmiddels gestichte poststation. Het telefoonstation Ramspol blijft in verband met de nog niet voltooide kabellegging voorshands in het kamp gevestigd. Om dezelfde reden kan het telefoon-telegraafstation te Kraggenburg nog niet in gebruik worden gesteld. De zitdagen in het kamp De Voorst werden overgebracht naar Kraggenburg. De zitdagen, welke door een besteller in verschillende kampen worden gehouden, teneinde des avonds de kampbewoners in de gelegenheid te stellen hun post- en geldzaken af te handelen, werden herzien. Te Emmeloord worden de bedieningsposten voor de telefoon verplaatst naar de bovenverdieping van het perceel Rietstraat 3. Deze verplaatsing zal voor de afdeling ,,bestelling” aldaar, welke met een nijpend gebrek aan ruimte heeft te kampen, een aanzienlijke verbetering betekenen.


  • De Beurs

    De Beurs

    Nog voordat ’t Voorhuys in 1953 uitgroeide tot zoals wij het nu kennen, liet de Directie van de Wieringermeer in 1948 al een houten ontmoetingsgebouw neerzetten aan De Deel. Het gebouw bood onderdak aan een café-restaurant met terras én een grote zaal met toneelpodium, bedoeld als plek waar bewoners en bezoekers elkaar konden ontmoeten.

    Op 9 februari 1949 werd het centrum officieel geopend. Het eenvoudige houten pand deed qua uitstraling denken aan de kantines van de arbeiderskampen uit die tijd, opgetrokken uit bruin geschilderde liggende planken.
    Ook lijkt het wat op de beroemde Belgische barak, waarover later meer.


    Twee dagen na de opening maakte fotograaf Jaap Potuyt, werkzaam voor de Directie van de Wieringermeer, een serie foto’s van zowel het interieur als het exterieur. Op één van die beelden staat een netjes geklede ober achter de bar afgebeeld. Samen met de bloempotten en felicitatiekaartjes vormde hij waarschijnlijk nog een stille herinnering aan de feestelijke ingebruikname.

    De naam van het gebouw werd ‘De Beurs’, vermoedelijk vanwege de landbouwbeurs die er elke donderdagochtend plaatsvond. In de grote zaal, waar naar verluidt zo’n zevenhonderd mensen terechtkonden, kwam het culturele leven van Emmeloord langzaam op gang. Er werden filmvoorstellingen gehouden en regelmatig vonden er toneelstukken, dansavonden en cabaretoptredens plaats.

    Ook voor bezoekers van buiten de polder kreeg De Beurs een belangrijke functie. Mensen die hoopten in aanmerking te komen voor een pachtboerderij verzamelden zich hier voorafgaand aan excursies door de Noordoostpolder, georganiseerd door de Directie van de Wieringermeer. Tijdens een werkbezoek aan de polder op 13 juli 1951 lunchten zelfs koningin Juliana en prins Bernhard in het café-restaurant.

    Op de historische foto’s is bovendien te zien dat boven de bar een opvallende wanddecoratie hing. Daarop stonden onder meer een rupstrekker met ploeg en een wieltrekker met maaimachine afgebeeld. Op de achtergrond zijn een kanaal en twee hijskranen zichtbaar, waarschijnlijk bedoeld als verwijzing naar de aanleg van de polder.

    Wie de maker van deze decoratie precies was, blijft onzeker. Op het eerste gezicht doet het werk denken aan de tekeningen die illustrator Henk Rotgans tussen 1943 en 1945 in de Noordoostpolder vervaardigde. Toch bestaat ook de mogelijkheid dat mevrouw De Boer-Rijkmans verantwoordelijk was voor het ontwerp. Van haar is bekend dat zij de decoraties ontwierp en uitvoerde die naast het toneelpodium in de grote zaal waren aangebracht.

  • Oudste straten

    Emmeloord is bedacht, ontworpen en getekend op de tekentafel.
    In de twintigste eeuw. Eind jaren ’30. begin jaren ’40.
    Een heel interessante tijd.
    Een prachtig ontwerpplan lag op de tafel, maar er veranderde in die jaren opeens heel veel in een razend korte tijd.
    Door een snel veranderende wereld werden onze plannen binnen enkele jaren links en recht ingehaald.

    • Met de komst van de Amerikaanse maaidorser of combine werd er niet meer gedorst in die hoge Schokbetonschuren.
    • Door de verzuiling werd een streep gezet door ons bedachte openbare onderwijsplan. Niet tegen te vechten. Tien dorpen, ieder dorp 3 scholen en drie kerken.
    • We realiseerden die 10 dorpjes omdat we dachten dat de boerenarbeiders en hun gezin op een fiets naar school en bakker moesten kunnen.
    • De oorlog kwam er tussendoor. Er moest opeens met de Duitse bezetter overlegd worden.
    • Ir. Pouderoyen, de ontwerper van het centrum van Emmeloord had bij het tekenen van De Deel het San Marcoplein in Venetië voor ogen. Da’s niet helemaal gelukt. Het geld was op. Extra grachten werden geschrapt. Bruggetjes te duur.
    • Ieder dorp een loswal, een bietenbrug en een weegbrug voor het transport van suikerbieten. Gaan al jaren per vrachtauto. Jammer van al die vaarten en beweegbare bruggen.

    De plannen werden bijgesteld. En weer bijgesteld. En opnieuw.
    Er zijn straten die vier keer een andere straatnaam kregen.
    Door de inundatie van Walcheren door de Duitse bezetter en door de Zeelandramp van 1953 kreeg de Noordoostpolder iets meer Zeeuwse boeren en ging de bedachte geselecteerde bevolking als afspiegeling van Nederland toch iets anders.

    Kortom, voor de culturele antropoloog en de sociale demograaf een zeer interessante tijd en ontwikkeling.

    De onkruidbuurt.

    In de zomer van 1943, dus tijdens de tweede wereldoorlog, is begonnen met de bouw van woningen in de eerste straten van Emmeloord, de Rietstraat en omgeving.

    In de zomer van 1943, dus tijdens de tweede wereldoorlog, is begonnen met de bouw van woningen in de eerste straten van Emmeloord.

    De straatnamen waren in 1944 nog niet gegeven. Men volstond met:

    • Middenstraat (Rietstraat)
    • Zuidstraat  (Zeeasterstraat)
    • Weststraat  (Zeebiesstraat)
    • Ooststraat (Espelerlaan)

    In 1944 was de benaming “Dorp A” voor Emmeloord eigenlijk nog te veel eer, als men de bestaande arbeiderskampen buiten beschouwing laat. Er waren slechts vier straten. De bouw van woningen aan deze straten begon reeds in de zomer van 1943, midden in de oorlog.

    Toen de woningen gereed waren, werden ze beschikbaar gesteld aan het leidinggevend personeel dat verantwoordelijk was voor de ontginning en exploitatie. Deze huizen waren strikt gereserveerd voor medewerkers van de Wieringermeerdirectie. Anderen, zoals de dokter, predikant en petroleumhandelaar, moesten zelf hun onderdak regelen. Om deze reden lagen er lange rijen woonarken in de Espelervaart en de Urkervaart, en was er een terrein voor salonwagens. In deze arken en salonwagens verbleven ook veel medewerkers van aannemers in de weg- en waterbouw, die traditioneel een mobiele bevolking vormden. Tot slot was er aan de overkant van de Espelervaart een terrein voor particuliere houten huizen op het zogenaamde “noodwoningterrein”, waar ook kamp Espelerbocht gevestigd was.



    Middenstraat – Rietstraat

    De oudste straat van Emmeloord is de Rietstraat. In 1943 is men met de bouw begonnen. De bouwstijl was De Delftse School.
    De architecten van de Directie Wieringermeer waren Granpré Molière, Verhagen en Pouderoyen. Zij waren niet gecharmeerd van moderne architectuur.
    En omdat er schaarste was waar het bouwmaterialen betrof, zijn de huizen gebouwd met het klezoren metselverband. Hierbij wordt het steenafval geminimaliseerd, wat zowel economisch als ecologisch voordelig is.
    Kleine arbeidershuisjes, maar niet voor de arbeiders.  Ze werden aangeboden aan de ploegbazen, leidinggevend personeel van de Directie Wieringermeer en aan winkeliers.
    De huizen hadden diepe tuinen. Een groentetuintje voor eigen gebruik was gebruikelijk. Samen met wat kippen en bessenstruiken was het een stuk beter toeven als op de lange rij woonboten in de Espelervaart of in het nabijgelegen arbeiderskamp
    Een lapje gras was er niet om te voetballen, maar om de was op de bleek te leggen.

    De rij met huizenblokken versprongen zodat het afwisselender en toch iets knusser leek.

    De eerste bewoner kreeg de sleutel op 15 december 1943.
    Op Rietstraat nummer 3 zat het postkantoor, het Rijkstelefoonkantoor.  Alleen van daaruit kon men bellen.
    In 1954 werd de Noordoostpolder pas aangesloten op het automatische telefoonnet.


    Zuidstraat – Zeeasterstraat

    En verder ging het bouwen. Eind 1943 en 1944 was het de beurt voor de tweede straat. De Zuidstraat. Niet de Zuiderstraat.
    Nog steeds in de moeilijk tijd onder Duitse bezetting. Door gebrek aan geld en materiaal (baksteen) bleven het huizen met één bouwlaag, maar kon men wel meer aandacht besteden aan bijzondere metseltechnieken. Het is daarom dat deze huizen gemetseld zijn volgens het Vlaams metselverband.  De huizen hebben een prachtige detaillering rond ramen, deuren en onder de dakgoot. Delftse School op zijn mooist.


    Ooststraat – Espelerlaan

    De namen van deze wijk houden de herinnering levend aan de wildernis van onkruid die in de polder vurig bestreden moest worden.
    De onkruidbuurt, al spreekt de gemeente liever over de kruidenbuurt.

    Lischdoddestraat – laan

    Deze straat, die aanvankelijk de Ooststraat droeg, kreeg in 1945 de naam Lischdoddestraat.  Omdat de huizen, die bestemd waren voor de ingenieurs toch beduidend chiquer van opzet waren, vonden de bewoners van deze straat dat Lisdoddelaan de straat meer eer aan deed.
    In 1946 werd dit verzoek door de Directie ingewilligd.

    Overigens heet de straat volgens een ansichtkaartje de Lisdoddenstraat, dus zonder sch en met de tussen- n.

    In 1948 paste men het straatnamenplan van Emmeloord enigszins aan.  Een straat die een wijk afsluit, kreeg een neutrale naam. Dus geen onkruid.
    De straat ging van Lisdoddenlaan verder met de naam Espelerlaan.
    De Goudenregenstraat werd trouwens omgedoopt naar Koningin Julianastraat.

    Anecdote  Het Vrije Volk  12-06-1951

    Toen het eerste kind van wijlen dokter Jansen uit Emmeloord geboren werd, was dat aan de Ooststraat .
    Het tweede kind kwam ter wereld aan de Lischdoddenstraat, het derde aan.. de Lisdoddenlaan en het vierde aan de Espelerlaan.
    Toch was het gezin in al die tijd niet verhuisd.
    De straatnaam.was alleen maar een paar keer veranderd, eerst omdat Ooststraat een onofficieel bedenksel was van de eerste bewoners.
    Later omdat het toch echt meer een laan dan een straat was en ten slotte, omdat men deze laan een neutrale overgang wilde laten vormen tussen de onkruid- en de inmiddels uit de; klei verrezen vogelbuurt, zodat de lisdodden uit de naam moesten worden weg-gewied.
    Trouwens, op het ogenblik ligt datzelfde huis (dat een hoekhuis is) volgens het bevolkingsregister ook al niet’ meer aan de Espelerlaan, maar aan de Moerasandijviestraat.
    Deze kleine geschiedenis over die straat-met-vijf-namen illustreert de ongedurigheid van het jonge leven in de polder, die zich sneller ontwikkelt dan welk ander gebied ook in Nederland. Het is een groeistuip.


    Weststraat – Zeebiesstraat

    De eerste pioniers woonden in woonwagens, blokhutten, keten en woonboten. Vele kinderen in de polder werden zelfs aan boord van een schip geboren. Formele adressen bestonden nog niet, waardoor op het aangifteformulier vaak stond vermeld: ‘geboren aan boord’.

    In de vaart naast het brede grasveld van de Zeebiesstraat lag destijds een lange rij woonboten. Aan de overzijde van het water was een volledig houten dorp ontstaan, bestaande uit keten en huisjes, dat bekend stond als Tuindorp.

    Vanaf 1944 bood een verblijf in de Zeebiesstraat uitzicht op zowel Tuindorp als de woonboten.

    Dezelfde woningen als Rietstraat type A werden ook gebouwd in de Zeebiesstraat.

    In de Zeebiesstraat staan drie blokken van zes woningen in een rooilijn. De woningen hebben diepe tuinen aan de voorzijde en zicht op de brede groenstrook langs de Espelervaart.

    Pas in 1953 is de straat doorgetrokken met de straatnaam Hoefbladstraat

    Latere wijzigingen
    In 1979 werd door woningbouwvereniging ‘Nooroostpolder’ een renovatieplan voor 98 woningen aan de Rietstraat en Zeebiesstraat opgesteld. Voorafgaand had de woningbouwvereniging met de bewoners gesproken en hun wensen geïnventariseerd.
    In de Zeebiesstraat werd een deel van de woningen geschikt gemaakt als bejaardenwoning door de aanbouw te gebruiken als slaapkamer.
    Er zijn parkeervakken gesitueerd aan de overzijde van de straat, aan de brede groenstrook langs de Espelervaart. Hier zijn eveneens verkeersdrempels aangebracht ter plaatste van de doorgangen tussen de woningen.


    Duizendknoopstraat

    De hoofdstructuur van de buurt is de oorspronkelijke verkaveling en hiërarchische opbouw van de stad. De woonstraten Rietstraat, Zeebiesstraat en Duizendknoopstraat zijn noord-zuid gericht. De bredere ontsluitingsweg, de Moerasandijviestraat, loopt oost-west.
    Hierlangs liggen kleine winkels en voorzieningen.

    Na de Rietstraat volgden de (arbeiders)woningen aan de Zuidstraat / Zeeasterstraat en de Weststraat/ Zeebiesstraat in 1944. Door de oorlog was er nog steeds sprake van materiaalschaarste. Ook deze woningen kregen daarom één bouwlaag onder een kap voorzien
    van een dakkapel en decoratief metselwerk. Vervolgens werd de Ooststraat (later Lischdoddenstraat, toen Lischdoddenlaan en nu Espelerlaan) bebouwd. De huizen hier waren bestemd voor ingenieurs, groter van opzet en beduidend chiquer in uitwerking.

    Vanaf 1955 kwamen de woningen in de Duizendknoopstraat tot stand.

    Dit betekende voor de voetbalvereniging Sportclub Emmeloord dat ze opnieuw een mooi voetbalveldje kwijt raakte.

    De woningen aan de Duizendknoopstraat, gebouwd vanaf 1955, hebben een soberder verschijningsvorm en zijn typische rijtjeshuizen uit de Wederopbouw. Ze hebben twee bouwlagen onder een flauw hellend zadeldak.
    De straat is in het zuidelijk deel beduidend smaller dan in het noordelijk deel. Bij de kruising met Moerasandijviestraat zit een knik. Ook deze rijtjes zijn opgedeeld in blokken van verschillende aantallen woningen, met hier deels verspringende rooilijnen. Hierdoor hebben de woningen aan de ene kant kleine voortuinen en aan de andere kant voortuinen van wisselende diepte.

    Frans balkon

    Zoals op de foto’s te zien is, zijn de woningen aan de Duizendknoopstraat voorzien van een bijzonder element, een Frans balkon.
    Een Frans balkon, ook wel een Juliet-balkon genoemd, is een soort balkon dat meestal uit niet meer bestaat dan een deur die naar buiten opent, met een balustrade of hekwerk direct aan de buitenkant. Er is geen uitstapruimte zoals bij een traditioneel balkon; het is eerder een sierlijk element dat licht en lucht binnenlaat zonder dat er daadwerkelijk buitenruimte is om op te staan.

    Breuk

    De latere bejaardenwoningen uit de jaren ’80 op de hoeken Duizendknoopstraat – Moerasandijviestraat vallen vormen een breuk met de eerdere eenheid in het straatbeeld.
    Ze wijken af van het oorspronkelijke gedachtengoed, zowel wat hiërarchie, structuur, als uiterlijk betreft.


    Hoefbladstraat

    Pas in 1953 is de Zeebiesstraat doorgetrokken met de straatnaam Hoefbladstraat
    Bij de inpoldering is men klein hoefblad een slag voor geweest door tijdig riet in te zaaien. Onder riet kan hoefblad niet opkomen.
    Voor de gewassen op de akkers is riet natuurlijk ook een concurrent, maar deze plant is gemakkelijker te onderdrukken dan klein hoefblad.

    ’t Nieuws voor Kampen 30-01-1953

    Aan de Hoefbladstraat in Emmeloord bouwt de aannemingsfirma Kingma en Zn een twintigtal woningen voor eigén rekening. Dit is de eerste keer. dat hier blokken woningen dooreen particulier worden gebouwd. De mogelijkheden voor hen, die er maar niet in slagen om een directiewoning te krijgen, nemen dus weer toe. En daarom zullen deze 20 woningen ook wel grif van de hand gaan. Temeer, daar de middenstanders personeel aantrekken en daarvoor toch ook huizen beschikbaar moeten hebben. Met het werk voor de bouw van deze woningen is inmiddels een begin gemaakt.


    Moerasandijviestraat

    Op 15 april 1943 werd de eerste lagere school opgericht in een houten woonbarak van het arbeiderskamp bij Ramspol. Het schoolbestuur werd gevormd door het openbaar lichaam, terwijl het godsdienstonderwijs in de polderscholen werd verzorgd door de kerkgenootschappen. Hoewel alle leraren een religie aanhingen, was het hen niet toegestaan hun overtuiging in de klas uit te dragen.

    De school begon met acht kinderen uit kamp Ramspol en vier uit Emmeloord, onder leiding van meester Kamp. Naarmate de bouw van het dorp Emmeloord vorderde, verhuisde de school al snel naar Emmeloord. Vanaf 1 februari 1944 functioneerde de school als de eerste openbare lagere school in Emmeloord, gevestigd in de barakken van Kamp Emmeloord II.

    De behoefte aan een definitief schoolgebouw groeide, maar de bezetter weigerde tijdens de oorlog de aanvraag voor een dergelijk gebouw te honoreren. In plaats daarvan werd er toestemming gevraagd en verkregen voor de bouw van een paardenschuur aan de Moerasandijviestraat, die vervolgens snel werd omgebouwd tot schoolgebouw.

    Hier zette meester Kamp zijn onderwijs voort, bijgestaan door een ondergedoken onderwijzer. Wanneer er gevaar dreigde, dook de onderwijzer onder en kregen de kinderen vrij. Een door paarden getrokken wagen vervoerde de kinderen naar Emmeloord, wat al snel een vertrouwd beeld werd op de hobbelige polderwegen. Het witte gebouwtje werd pas eind jaren zeventig afgebroken.

    Meester Kamp gaf gymnastiekles in de kantine van het “Districtskantoor 6,” het administratieve centrum aan het latere Harmen Visserplein, waar ook kerkdiensten werden gehouden. In die tijd was het gebruikelijk om veel zelf te doen, niet te klagen, en samen iets tot stand te brengen. Dit principe van gezamenlijkheid werd ondersteund door landdrost ir. S. Smeding en zijn secretaris drs. A. Blaauboer, die voorstanders waren van openbaar onderwijs.

    Op 13 juli 1951 bezocht Koningin Juliana de school, die vanaf dat moment de naam “Koningin Julianaschool” mocht dragen.

    Eind jaren ’50 werd op de hoek van de Hoefbladstraat en de Moerasandijviestraat begonnen met de bouw van een permanent, stenen schoolgebouw. Na de voltooiing verhuisde De Witte School naar dit nieuwe gebouw. Het huidige gebouw werd in 1960 in gebruik genomen en werd in 1984 aangepast in verband met de invoering van het basisonderwijs. In 2011 verhuisde de Koningin Julianaschool, waarna het gebouw in gebruik werd genomen door De Optimist.


    Meidoornstraat


    Koningin Julianastraat


    Hoek Rietstraat – Moerasandijviestraat


    1 – Bloemist Azalea

    Vroeger:

    • Kruidenier Oosterveld
      later naar de Zeeasterstraat
    • Kruidenier Derksen
    • Kruidenier Te Kiefte
    • Broekhuizen

    2 – Western Union store

    Vroeger:

    • Bekius melkhandel
      later naar de Lange Nering
    • Boekhandel Marsman
      koster van de rk kerk met religieuze artikelen en boeken, later naar de Lange Nering
    • Fietsenmaker Hoekstra
    • Electrowinkel Aleko

    3 – Leone Lourens optometrist

    Vroeger:

    • Loodgieter Dijkstra
    • Wiegman Petroleumhandel
    • Familie Korte Petroleumhandel
    • Horlogemaker Bosma

    4 – Marhaba Market

    Recente brand – binnenkort meer

    Vroeger:

    • Groentehandel Roorda
      later naar de Zeeasterstraat
    • Tank kleermaker
      afkomstig uit Beltrum, later naar de Zeeasterstraat
    • Kapper Kollen
    • Schoenreparatie Coppes
      ook later naar de Zeeasterstraat
    • Dierenwinkel De Rietvink
    • Dierenwinkel De Dierenvriend

    Leuk weetje

    De bouwers van de eerste woningen in Emmeloord maakten dankbaar gebruik van de palen en balken uit de westelijke zeewering van Schokland.


    Gevangenis

    Emmeloord had ook zijn gevangenis. Niet te vergelijken met de PIL (Penitentiaire Inrichting Lelystad) maar een eenvoudig omgebouwd ‘fietsenschuurtje’ achter de Zeeasterstraat, op het oude speelplaatsje van de Duizendknoopstraat.
    Het oude houten politiebureau had geen cellen. Daarom werden de arrestanten opgesloten in dit stenen huisje.
    Toezicht en verzorging  door een agent die op Zeeasterstraat nr. 24 woonde.

    2 cellen, tralies voor het raam.

  • Duckstad

    Donald Duck in Flevoland

    Toen het weekblad Donald Duck in 2012 zestig jaar bestond, bezochten Donald en de andere striphelden maandelijks een andere provincie.
    Flevoland kwam ook aan de beurt en liep als rode draad door het blad.

    Zo verrast Urker Evert Koffeman in de brievenrubriek zijn oom met een foto van hen samen in klederdracht.
    De Almeerse burgemeester Annemarie Jorritsma is duidelijk herkenbaar in de strip waarin de burgemeester nadenken over een toeristische attractie voor hun provincie.

    De Poldertoren, Schokland, Oostvaardersplassen en de Bataviawerf komen voorbij in Goofy’s les over Flevoland.

  • Filmpjes

    Veelbesproken verbouwing Poldertoren bijna klaar | Omroep Flevoland

    5 mrt 2026 De Poldertoren in Emmeloord is bijna klaar na een maandenlange renovatie. Het Rijksmonument uit 1959 werd vanaf vorig voorjaar opgeknapt en moet eind april klaar zijn. De steigers om het gebouw worden inmiddels afgebroken, de uurwerken en klokken doen het weer. En dat is voor torenfan Evert de Graaff een speciaal moment.


    24 mei 2025

    De Poldertoren in Emmeloord ondergaat een grootscheepse renovatie die een einde moet maken aan de jarenlange vochtproblemen en die het Rijksmonument weer toegankelijk moet maken voor het publiek. Kosten: 3,3 miljoen euro.



  • Dorpenplannen

    Dorpenplannen

    Het oorspronkelijke plan van de Dienst der Zuiderzeewerken uit 1938, het zogeheten vijf dorpen-plan, ging ervan uit dat de burgers zich vooral in Emmeloord zouden vestigen. Rondom Emmeloord zouden vijf dorpen komen voor landarbeiders.

    De Directie van de Wieringermeer, afdeling Noordoostpolderwerken, die verantwoordelijk was voor de inrichting van de polder, was het daar niet mee eens. Volgens hen moesten de belangrijkste knechten op het boerenbedrijf wonen. Anders zouden de dorpen volgens hen kunnen uitgroeien tot ‘broeinesten van sociale onrust’.

    Daarom werden bij landbouwbedrijven groter dan twintig hectare dienstwoningen gebouwd voor de belangrijkste arbeiders. Deze woningen stonden vaak in blokjes van twee tot vier huizen buiten de dorpen. Daarnaast werden uiteindelijk niet vijf, maar tien dorpen rond Emmeloord aangelegd. Dat was gunstig voor de landarbeiders die in het buitengebied woonden.

    In de praktijk kozen veel landarbeiders er echter voor om in een dorp te wonen. Zij wilden minder afhankelijk zijn van hun werkgever en niet in een feodale verhouding blijven. De dienstwoningen werden namelijk door de Directie verhuurd aan de boeren en niet rechtstreeks aan de landarbeiders. Wie zijn baan verloor, raakte daardoor vaak ook zijn woning kwijt.

    Pas in 1957 besloot de Directie de dienstwoningen rechtstreeks aan de hoofdbewoners te verhuren.


    Dorpen

    De polder was er dus voor de boeren. Die boeren hadden arbeiders en die arbeiders hadden (veel) kinderen.  En die arbeiders moesten bij voorkeur in arbeiderswoningen bij de boerderij gaan wonen.
    De kinderen moesten op de fiets naar school. En de vrouw moest op de fiets naar de bakker. Kortom: een fietsafstand tot zo’n 8 km werd bepalend.

    Men gebruikte ‘de centrale plaatsentheorie’ van de Duitse geograaf Christaller.

    Een centrale hoofdplaats – Emmeloord – met op de 6 hoekpunten  plaatsen van lagere orde.
    Marknesse Ens Nagele Espel Rutten en Kuinre telde mee als zesde dorp. De rest van de bewoners zou zich op het platteland kunnen vestigen in boerderijen en kleine gehuchten met arbeiderswoningen.
    Uiteindelijk werd het Emmeloord, met daaromheen een ring van 10 dorpen.


    SPIJT

    De theorie was al snel achterhaald. Die arbeider had weinig zin om naast de boerderij te gaan wonen. ‘We zijn geen lijfeigenen”
    Boeren gingen ook al snel mechaniseren.
    En die arbeiders hadden toch al snel een brommer of auto en vestigden zich daarom liever in een dorp of in Emmeloord.
    Het bestaansrecht van de kleine kernen is altijd kritisch geweest. Nog net een basisschooltje maar geen supermarkt en geen huisarts.


    In de nieuwe polders heeft men daarvan geleerd.

    Oostelijk Flevoland, 1957, werd uitgegaan van slechts twee dorpen, één kleine stad en één grote stad:

    1. Biddinghuizen (6.455 inwoners)
    2. Swifterbant (6.285 inwoners)
    3. Dronten (28.795 inwoners)
    4. Lelystad (80.490 inwoners)
    • Harderhaven is een buurtschap in de gemeente Zeewolde. Geen dorp, het bestaat uit drie straten.
    • Ketelhaven is een buurtschap in de gemeente Dronten. Het bestaat uit zeven pioniershuizen op de dijk, twee jachthavens, een villapark en een (vakantie) bungalowpark.

    Zuidelijk Flevoland (1968)

    1. Zeewolde (23.098 inwoners)
    2. Almere (216.086 inwoners)

    Misschien zal ik later over Flevoland nog eens een hoofdstuk schrijven. Hangt er van af.


    10 dorpen? en Schokland dan ?

    Is Schokland ook een dorp?

    Ja. Op 1 november 2008 kreeg Schokland de status van dorp
    Tot 2008 was het grondgebied van het voormalige eiland verdeeld tussen Ens en Nagele.
    Schokland telt 6 bewoners.
    De Noordoostpolder repte altijd over ‘Emmeloord en de 10 groendorpen’. Dat moest vanaf 2008 dus losgelaten worden.


    En Schokkerhaven ? Telt die niet mee ?

    Nee. Schokkerhaven is geen dorp in de Noordoostpolder.
    Het hoort niet thuis in het rijtje Emmeloord en de kring van 11 dorpen.

    Schokkerhaven heeft dus ook geen plaatsnaamborden, zodat je slechts aan de gelijknamige straatnaambordjes kunt zien dat je er bent aangekomen.

    Wat is het wel:

    Schokkerhaven is een buurtschap, gelegen rond een jachthaven aan het Ketelmeer. Het ligt ten zuidwesten van het voormalige eiland Schokland (waaraan het zijn naam ontleent) en ten zuidoosten van het dorp Nagele, waar het administratief en ook voor de postadressen toe wordt gerekend.


    Vier gemeenten

    In de naoorlogse jaren zou de polder worden ingedeeld in vier gemeenten te weten

    1. Emmeloord
    2. Creil (incl. Espel Rutten en Bant)
    3. Marknesse (inclusief Luttelgeest en Kraggenburg)
    4. Nagele (incl Ens en Tollebeek)

    bron: de excursiegids van 1956

    De Tweede Kamer lag dwars. In 1962 werd het Gemeente Noordoostpolder, voor het héle gebied.


    Vijfdorpen plan

    Oorspronkelijk was het plan om de nederzettingen te situeren op kruispunten van waterwegen en wegen. Het concept bestond uit één centraal dorp, omgeven door vijf kleinere dorpen en 25 tot 45 gehuchten met elk 10 tot 15 huizen. Ook Kuinre werd in deze verdeling opgenomen.

    Toch was er twijfel aan de capaciteiten van Kuinre. Het was uiteindelijk toch een traditioneel vissersdorp, net als Urk.
    Tussen Emmeloord en Kuinre werd het dorp Kuinderveen bedacht.
    Als Kuinre zich toch goed zou ontwikkelen, kon dat dorp weer komen te vervallen.

    Dit bleek echter niet haalbaar vanwege de te grote afstand tot scholen en andere basisvoorzieningen.

    Het belangrijkste dorp, Nakala, was gepland op een kruising van waterwegen en wegen, op de plek waar volgens overlevering rond het jaar 1000 een nederzetting moet hebben bestaan.

    In het noordoosten zou Muinhuizen komen te liggen, terwijl Ruthe gepland was langs de weg van Urk naar Lemmer.
    Espel en Algodel waren plaatsen op het veel grotere Urk en moesten ook terugkomen.
    Ook Kamperzand en Kuinderveen werden in de plannen genoemd.


    Zes dorpen plan

    In een vroeg plan uit 1941 lezen we dat er sprake was van een zes-dorpen plan.

    Eerste suggestie naamgeving  – link pdf

    • Nagele – dorp A
    • Maanhuizen – dorp B
    • Kamperzand – dorp C
    • Algodeldorp – dorp D
    • Espel – dorp E
    • Rutne – dorp F
    • Kuinderveen – dorp G

    Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant-11-juni-1941

    Automatische tekstherkenning

    Van semi-officiële zijde is een rapport verschenen, bevattende een „Eerste suggestie voor naamgeving aan de voornaamste elementen in den  noordoostelijken polder”. We mochten van dit rapport inzage verlangen en deelen er hier een en ander uit mede. Onder dit voorbehoud echter, dat omtrent een en ander- nog niets definitiefs vaststaat. Hoogere instanties zullen er nog over hebben te beslissen in hoeverre men met de voorgestelde benamingen accoord gaat. Het komt ons echter voor, dat er alle reden is aan te nemen, dat men — op enkele uitzonderingen na wellicht — wel met deze suggestie accoord kan gaan. Immers: door deze naamgeving worden historische bijzonderheden vastgelegd die, welke veranderingen er verder nog in den noordoostelij ken hoek van de voormalige Zuiderzee mogen optreden, voor de geslachten die na ons komen, bewaard blijven.
    Enkele aanhalingen uit voornoemd rapport mogen hier volgen. Dat voorgesteld is den geheelen polder „Urkerland te noemen, weet men uit een vroegere
    mededeeling in dit blad reeds.
    Aan de gemalen zou men de namen willen verbinden van de belangrijkste strijders voor da plannen, met name BUMA de oprichter van de Zuiderzeever-
    eeniging in 1886, mr. G. Vissering, die_ de plannen vooral economisch en financieel verdedigde en mr. H. Smeenge, die zich krachtig aan de meer  populaire propaganda wijdde. Deze drie namen aanhoudend, is aangewezen het gemaal bij Lemmer den naam Buma, dat bij Urk den naam Vissering en dat bij de Voorst den naam Smeenge te geven.
    Het is gewenscht, de bevolkingskernen zoo mogelijk namen te geven van vroeger bestaan hebbende plaatsen binnen den polder.
    Emmloord en Ens alsmede Schokland zijn punten welke in den polder blijven Reeds’vóór het jaar 1000 wordt Nakala, later genaamd Nagele, genoemd. Meer noordwestelijk wordt of Rutne. Niet ver van Emmeloord lag een klein dorp met name Maenhuysen.
    Volgens verschillende gegevens bevonden zich op het eertijds grootere eiland Urk, behalve Urch nog twee of meer dorpen, namelijk Espel of Espelbergh en Algodeldorp of Algotedorp, welke naam samenhangt met Almere den middeleeuwschen naam van de zuidelijke kom der Zuidernrgg Vermoedelijk heeft-westelijk van Kuinre de plaats Vene of Veenhusen gelegen.
    Het schijnt aangewezen, aan de polderkernen A, B, D, E en F resp. de oude namen Nagele, Maanhuizen, Algodeldorp, Espel en Rutne toe te kennen.
    Voor kern G zou de naam Veenhuizen ln aanmerking kom, doch deze naam bestaat reeds. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan Kuinderveen, mede ook omdat deze kern ligt op den rand van een veenachtig gebied. Het dorp C ligt op het bekende Kamperzand, zoodat voor deze kern de naam Kamperzand ln aanmerking komt. De hoofdkanalen stelt men zich voor als volgt te noemen:
    Van het hoofddorp Nagele uit naar Lemmer: Lemstervaart; naar Urk: Urkervaart; naar de Voorst: Zwolsche vaart.
    De sluizen wil men aldus doopen: die hij Lemmer: Friesche sluis; bij Urk: Urkersluis; bij de Voorst: Voorstersluis; de sluis in den polder: Maanhuizersluis; de sluis in het Ganzendiep, buiten den polder: Ganzensluis; de sluis bij Kadoelen: Kadoelersluis. De primaire wegen waren aldus te noe-
    men: van Nagele naar den Ramspol: Kamperweg; van Nagele naar Urk: Urkerweg;


    Urkerland, Schokkerwaard of Noordoostpolder

    Noordoostpolder mocht van de Duitsers Urkerland heten

    Het is dat de Duitsers werden verdreven door de geallieerden. Anders had Noordoostpolder nu Urkerland geheten.

    De Duitse bezetter legde destijds die naam officieel vast voor het gebied. Remco van Diepen diepte die kennis op. Hij is onderzoeker bij het Nieuw Land Erfgoed Centrum, hoeder van de Flevolandse historie. In de oorlogstijd werden overigens ook wel Schokkerwaard, Urkerwaard en Nieuw Schokland genoemd als alternatief voor ‘Noordoostpolder’.

    Bosatlas 1948

    Schokkerwaard is een van de namen die worden genoemd als alternatief voor ‘Noordoostpolder’. De discussie over die naam – er zou en negatief imago aan kleven – woedt momenteel. Volgens Van Diepen is de naam Noordoostpolder een verkorte versie van de Noord-Oostelijke Polder, een werknaam die voorkomt in ‘plan-Lely’ uit 1891. Daarin wordt de huidige Wieringermeer de Noord-Westelijke Polder genoemd, bijvoorbeeld. In de oorlog werd Lely’s Noord-Oostelijke Polder verbasterd tot Noordoostpolder. En dat werd volgens Van Diepen een soort geuzennaam, omdat de – denkbeeldige – afkorting NOP werd gebruikt voor Nederlands Onderduikers Paradijs.


    Vier gemeenten

    In de naoorlogse jaren zou de polder worden ingedeeld in vier gemeenten te weten

    1. Emmeloord
    2. Creil (incl. Espel Rutten en Bant)
    3. Marknesse (inclusief Luttelgeest en Kraggenburg)
    4. Nagele (incl Ens en Tollebeek)

    bron: excursiegids van 1956

    De Tweede Kamer lag dwars. In 1962 werd het Gemeente Noordoostpolder, voor het héle gebied.


    De naam van de gemeente :

    OL De Noordoostelijke Polder
    Opgericht: 1942-08-07. Ontstaan uit inpoldering, formeel behorende tot ‘Openbaar Lichaam’.
    Opgeheven: 1962-07-01. Overgegaan naar Noordoostpolder (Ov).

    Gemeente Noordoostpolder (Ov)
    Opgericht: 1962-07-01. Toegevoegd aan Overijssel van Noordoostelijke Polder.
    Opgeheven: 1986-01-01. Wijziging provincie Noordoostpolder (Fl).

    Gemeente Noordoostpolder (Fl)
    Opgericht: 1986-01-01. Wijziging provincie van Noordoostpolder (Ov).
    Tot heden.

    Het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder (OL DNP) was een Nederlands overheidsorgaan dat tussen 28 juni 1942 en 1 juli 1962 het bestuur vormde van de Noordoostpolder inclusief het voormalige eiland Schokland.
    Urk was al een gemeente en viel buiten het grondgebied van het openbaar lichaam.
    Het OL DNP werd bestuurd door een landdrost.
    De volksvertegenwoordiging van het OL DNP werd ‘adviesraad’ genoemd en het dagelijks bestuur was in handen van het ‘dagelijks adviescollege’.
    Het OL DNP viel direct onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

    Het OL DNP hield op te bestaan met de oprichting van de gemeente Noordoostpolder op 1 juli 1962.


    Bij Wet van 19 januari 1962 werd bepaald dat op 1 juli 1962 een gemeente Noordoostpolder ingesteld moest worden en dat deze voorlopig ingedeeld werd bij de provincie Overijssel.
    De inwoners van Noordoostpolder gingen op woensdag 2 mei 1962 voor het eerst naar de stembus voor gemeenteraadsverkiezingen.
    De eerste gemeenteraad werd op 2 juli 1962 geïnstalleerd.
    De polderbewoners bleven trouw aan hun zuil.  De eerste gemeenteraad kende 21 leden: negen namens de protestants christelijke partijen, vijf zetels voor KVP, vijf voor PvdA en twee zetels voor de VVD


    Het was tot 1958 nog niet zeker of de polder in één of uit meerdere gemeenten zou worden opgedeeld, getuige dit krantenknipsel uit 1957 :


    Schokkerwaard

    Provinciale Drentsche en Asser courant
    21-01-1948

    SCHOKKERWAARD — Als ik U zou vragen hoe men van Nagele naar Rutten komt, weet U dan onmiddellijk te antwoorden: via Espel? Tien, neen honderd tegen één, van niet. U behoeft zich daar niet voor te schamen, want deze goed-Nederlandse plaatsnamen staan in geen enkel aardrijkskundeboek. Sterker nog, zij staan wel op alle kaarten van de Schokkerwaard — wat is dat nu weer? —, doch in werkelijkheid zijn zij nergens te vinden. De Schokkerwaard is de nieuwe en definitieve naam voor de Noord-Oostpolder. Knappe koppen van het Kon. Ned. Aardrijkskundig Genootschap hebben nu eindelijk uitgemaakt, dat de aanvankelijk voorgestelde en reeds hier en daar in gebruik genomen naam Urkerland niet de ware is. Schokkerwaard moet dit nieuwe land heten. Binnenkort zal men het officieel vernemen.

    Romantisch

    En om nu op die dorpen terug te komen, ik zou het U voorlopig sterk afraden de reis daarheen te maken. Er zijn in deze 47.600 hectares metende droogmakerij zeven dorpen geprojecteerd (maar het zullen er vermoedelijk tien worden), waarvan er één, nl Emmeloord, inmiddels is verrezen, al wonen er nog lang geen tienduizend mensen; Marknesse, het tweede  dorp, dat tussen Emmeloord en Vollenhove ligt, heeft ook „gestalte” gekregen, maar het ziet er wel heel anders uit dan de stedenbouwkundige plannenmakers bedoeld hadden. De directie van de N.O.P. heeft nl. noodgedwongen haar standpunt ten aanzien van de bewoning van dit nieuwe gebied losgelaten en tijdelijk — ‘maar wie weet voor hoelang! —
    woonwagens, woonschepen en aan particuliere vindingrijkheid ontsproten bouwsels toegelaten. Die zijn nu voornamelijk te Marknesse geconcentreerd. Een romantische aanblik, die ook  weer doet denken aan Amerika’s Middle West, zoals wij dat kennen van de film. Alleen wordt er niet zoveel geschoten.

    — Maar goed ook, zegt een Emmeloorder boer in het koffiehuis aan het Harmen-Visserplein, het centrum van de Schokkerwaardse hoofdstad, met wie ik over die dingen zit te praten.
    — Ik zei het maar voor de aardigheid. — Schieten is geen aardigheid. Ik moet er niet meer aan denken….
    — Wat bedoelt U?
    — Ik bedoel die razzia’s in het najaar van 1944. U weet. dat het hier vol onderduikers zat. De Duitsers wisten dat ook wel, maar zij lieten het maar zo, omdat het blijkbaar in hun kraam te pas kwam.
    Maar op een kwade dag kwamen ze hier met een grote gewapende een de drijfjacht houden. Er zijn er ik weet niet hoeveel weggevoerd.
    — En is daarbij geschoten?
    — En of!
    — Slachtoffers gevallen?
    — Eén dode. Dat was Harmen Visser, naar wie dit plein is genoemd. Een jonge arbeider, die dacht, dat hij nog wel vluchten kon.
    Maar hoe vind je dekking hier in die vlakte? Nu kent iedereen zijn naam hier, maar hij had beter een onbekende arbeider kunnen blijven.

    Een oase

    Harmen-Visserplein, eindstation van de autobuslijnen, die Emmeloord verbieden met Kampen, Meppel, Lemmer en Wolvega en — over
    enige maanden — met Urk. Een  ruim plein met hoge zwartgeteerde roodgedekte houten gebouwen, prille boompjes en ouderwetse telefoonpalen met draden naar alle kanten.
    De meeste straten, waaraan de 230 woningen staan, die Emmeloord telt, komen erop uit. Vriendelijke straten met frisse gordijntjes en rode bloemen achter de ramen; een oord van verkwikking in de woestenij. Van de 1700 boerderijen, die er komen moeten, zijn er nu…. 50 gereed! Ondertussen zijn er 100 verpacht, maar de pachters — boerenzoons, die als pionier in de polder hebben gewerkt — moeten voor het merendeel genoegen nemen met ’n arbeiderswoning en wat Belgische legerbarakken als schuren. De eigenlijke boerderijen komen later wel eens.
    Later »
    Hoe lang zullen zij moeten wachten? Zij weten ’t niet, ik weet ’t niet, niemand kan het zeggen. Maar zij hebben het er voor over, deze Schokkerwaarder boeren! Zij trotseren de onvolmaaktheid, de onherbergzaamheid en de verlatenheid van dit land om er iets groots te verrichten op de bodem van wat eens een stuk Zuiderzee was. Maar daaraan herinnert niets meer dan dat ene bordje boven de ramen aan een gevel te Emmeloord. waarop staat hoe hoog er vroeger de zee stond.


    Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant-11-juni-1941

    Automatische tekstherkenning

    Van semi-officiële zijde is een rapport verschenen, bevattende een „Eerste suggestie voor naamgeving aan de voornaamste elementen in den  noordoostelijken polder”. We mochten van dit rapport inzage verlangen en deelen er hier een en ander uit mede. Onder dit voorbehoud echter, dat omtrent een en ander- nog niets definitiefs vaststaat. Hoogere instanties zullen er nog over hebben te beslissen in hoeverre men met de voorgestelde benamingen accoord gaat. Het komt ons echter voor, dat er alle reden is aan te nemen, dat men — op enkele uitzonderingen na wellicht — wel met deze suggestie accoord kan gaan. Immers: door deze naamgeving worden historische bijzonderheden vastgelegd die, welke veranderingen er verder nog in den noordoostelij ken hoek van de voormalige Zuiderzee mogen optreden, voor de geslachten die na ons komen, bewaard blijven.
    Enkele aanhalingen uit voornoemd rapport mogen hier volgen. Dat voorgesteld is den geheelen polder „Urkerland te noemen, weet men uit een vroegere
    mededeeling in dit blad reeds.
    Aan de gemalen zou men de namen willen verbinden van de belangrijkste strijders voor da plannen, met name BUMA de oprichter van de Zuiderzeever-
    eeniging in 1886, mr. G. Vissering, die_ de plannen vooral economisch en financieel verdedigde en mr. H. Smeenge, die zich krachtig aan de meer  populaire propaganda wijdde. Deze drie namen aanhoudend, is aangewezen het gemaal bij Lemmer den naam Buma, dat bij Urk den naam Vissering en dat bij de Voorst den naam Smeenge te geven.
    Het is gewenscht, de bevolkingskernen zoo mogelijk namen te geven van vroeger bestaan hebbende plaatsen binnen den polder.
    Emmloord en Ens alsmede Schokland zijn punten welke in den polder blijven Reeds’vóór het jaar 1000 wordt Nakala, later genaamd Nagele, genoemd. Meer noordwestelijk wordt of Rutne. Niet ver van Emmeloord lag een klein dorp met name Maenhuysen.
    Volgens verschillende gegevens bevonden zich op het eertijds grootere eiland Urk, behalve Urch nog twee of meer dorpen, namelijk Espel of Espelbergh en Algodeldorp of Algotedorp, welke naam samenhangt met Almere den middeleeuwschen naam van de zuidelijke kom der Zuidernrgg Vermoedelijk heeft-westelijk van Kuinre de plaats Vene of Veenhusen gelegen.
    Het schijnt aangewezen, aan de polderkernen A, B, D, E en F resp. de oude namen Nagele, Maanhuizen, Algodeldorp, Espel en Rutne toe te kennen.
    Voor kern G zou de naam Veenhuizen ln aanmerking kom, doch deze naam bestaat reeds. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan Kuinderveen, mede ook omdat deze kern ligt op den rand van een veenachtig gebied. Het dorp C ligt op het bekende Kamperzand, zoodat voor deze kern de naam Kamperzand ln aanmerking komt. De hoofdkanalen stelt men zich voor als volgt te noemen:
    Van het hoofddorp Nagele uit naar Lemmer: Lemstervaart; naar Urk: Urkervaart; naar de Voorst: Zwolsche vaart.
    De sluizen wil men aldus doopen: die hij Lemmer: Friesche sluis; bij Urk: Urkersluis; bij de Voorst: Voorstersluis; de sluis in den polder: Maanhuizersluis; de sluis in het Ganzendiep, buiten den polder: Ganzensluis; de sluis bij Kadoelen: Kadoelersluis. De primaire wegen waren aldus te noemen: van Nagele naar den Ramspol: Kamperweg; van Nagele naar Urk: Urkerweg.


    Ook in Oostelijk Flevoland

    Voor de Noordoostpolder zijn zoals we hier kunnen lezen, meerdere dorpenplannen geweest.
    Ook Oostelijk Flevoland heeft meerdere dorpenplannen gekend.

    Larsen bijvoorbeeld. Die plaats is vervallen maar het Larserbos is er wel gekomen …….

    Misschien zal ik later over Flevoland nog eens een hoofdstuk schrijven. Hangt er van af.

  • Renovatie

    Renovaties




    Steigerwerk

    Voordat de renovatie kon beginnen heeft KPS Steigerbouw de hele toren in de Layher-steigers gezet. Het materiaal wat hiervoor is gebruikt bestaat uit: 2.725 staanders; 1.836 kantplanken; 11.553 liggers; 2.027 spiekoppen; 448 schoren; 6.144 stalen roosters/steigerplanken/afdekplaten; 92 spindels, 1.679 koppelingen/klemmen; 1.127 ankerogen en pluggen en 62 systeemtrappen met leuningen.
    De steiger was bijna volledig nieuw en kostte zo’n € 500.000 euro.
    Het opbouwen duurde zes weken.

    Steiger bij de bouw 1958


    6 of 8 ?

    Meneer De Poldertoren vergiste zich……

    zes lichtbundels gaan de toren van top tot teen verlichten, met nadruk op de zes hoeken van de toren. De Poldertoren is natuurlijk achtzijdig. Snel verbetert.

    Wel grappig om te zien waar die fout al weer was overgenomen.


  • Lelijkstad

    Lelijkstad

    Toen de Noordoostpolder op de tekentafel lag,
    net voor de Tweede Wereldoorlog,
    waren in Nederland twee architectuurstromingen actueel.
    We stonden eigenlijk op een kantelpunt:

    • Het traditionalisme
      Plattelandsarchitectuur. Huizen van baksteen met rode dakpannen. Niet zo spannend.
      Maar een groot voorvechter was Granpré Molière, hoogleraar in Delft.
      Een stroming binnen dit traditionalisme  was de Delftse School.
      De Noordoostpolder, Nagele uitgezonderd, is consequent gebouwd volgens deze behoudende stijl.
    • Het nieuwe bouwen
      is een verzamelnaam voor verschillende moderne bouwstijlen en radicale vernieuwingen. Veel glas, staal en beton. Lelystad.

    Emmeloord was daar nog niet aan toe. De keuze viel dus op het traditionele bouwen.

    Jammer ? In zekere zin misschien wel.

    In Lelystad hebben ze wel de stap gezet naar het moderne bouwen.
    Vol verwachting stroomden in 1967 duizenden polderpioniers naar de nieuwe stad,
    Wat het toonbeeld van de moderne stedenbouw moest worden werd een broedplaats voor architecten en creatieve geesten.
    Ze experimenteerden erop los.
    En dat heeft niet zo goed uitgepakt.
    Daar is de Noordoostpolder voor behoed !

    Daarnaast was de toelatingseis zoals die voor de Noordoostpolder gold, losgelaten, waardoor veel gajes uit het Westen naar Lelystad verhuisde.

    Lelijkstad

    Nog meer Lelijkstad……

  • Mizumaki

    Replica Poldertoren in Japan

    De gemeente Noordoostpolder heeft van 1996 – 2000   een relatie onderhouden met de gemeente Mizumaki in Japan.
    Als waardering voor die relatie heeft de gemeente Mizumaki een replica van de poldertoren gebouwd.
    In Mizumaki doet deze toren dienst als liftschacht die toegang geeft tot de openbare bibliotheek.
    Sinds 2001 heeft de particuliere stichting Vrienden van Japan de scholierenuitwisseling op zich genomen.
    Om het jaar bezoekt een groep van 10 leerlingen en twee begeleiders Noordoostpolder of Mizumaki.



    De toren staat midden in Mizumaki maar steekt niet zoals de Poldertoren in Emmeloord boven de stad uit. Mizumaki is gebouwd op een helling. Met zijn 22 meter hoogte komt hij amper boven het dak van de bibliotheek uit. Meneer de Poldertoren moest ook even zoeken om hem te vinden.




    Naamplaten

    Deze informatie komt van de website www.wereldoorlog2.com

    FUKUOKA NO 6 BRANCH CAMP. TAKAMATSU COAL MINE MIZUMAKI
    1Arnes Theodoorbacillaire dysenterie
    2Aijkens, Jacobusacute ontsteking v.d. dikke darm
    3Bakker , Fliplongontsteking
    4Barend ,George Frans Johanacute ontsteking v.d. dikke darm
    5Beer, Johan Alphonsgebroken nek verdrukking v.h.lichaam
    6Belle, Edward Christiaanbacillaire dysenterie
    7Benschop, Petrus Martinusbacillaire dysenterie
    8Bierman, Christiaanbacillaire dysenterie
    9Bomhoff, Janbacillaire dysenterie
    10Borman, Hendrikus, Petrus, Mariaacute ontsteking v.d. dikke darm
    11Bossink, Theodorus Johanneslongontsteking rechts
    12Bouma, Jan Leendertacute ontsteking v.d. dikke darm
    13Bouma, Lambertus, Wiebe?
    14Brakel van Everardus, Johannes, Franciscusacute ontsteking a.d. dikke darm
    15D’Hont, Willemacute longontsteking
    16Doorn van Janacute ontsteking v.d.dikke darm
    17Engelenberg, Cornelis Andrieskroep/longontsteking rechts
    18Frankhuisen, Gerrit Johannesacute longontsteking
    19Gabler, Otto Karel, Fritsbacillaire dysenterie

    20Gent van Emile, Martinusbacillaire dysenterie
    21Geuze, Jan?
    22Goossens, Emile, Johan, Augustbacillaire dysenterie
    23Haag, Bernard, Frederikbacillaire dysenterie
    24Hecking Colenbrander van Maarten Abrahamacute longontsteking
    25Heek van Lodewijk, Gerrit,Anthoniebacillaire dysenterie
    26K*l****, E.G.A.schedelbasis fractuur
    27Knoppien, Harm, Barend, Eppoacute longontsteking
    28Kook, Wilhelmus, Josephuslongtuberculose
    29Kohler, Edward, Jozefdoor geweld veroorzaakt etterige ontsteking v.d. rechter heup
    30Kolster, Johannes, Emileacute ontsteking v.d. dikke darm
    31Korevaart, Maartenmalaria
    32Koster, Frederikacute longontsteking
    33Lammerding, Theodorus, Frederikhart stilstand
    34Lannoy de Willem Frederikbacillaire dysenterie
    35Ligten van Albert Marieacute longontsteking
    36Loor de Jan Hendrikkroep/longontsteking
    37Luitjes, Aartacute darmontsteking
    38Maronier, Frans, Mauritsbacillaire dysenterie
    39Merling Meijer, Hermanbacillaire dysenterie
    40Mulder, Johan , Pieterbacillaire dysenterie
    41Ost, Edwin, Wilhelm, Benjaminbacillaire dysenterie
    42Otterspoor, Johannes, Theodorusbacillaire dysenterie
    43Palmar, Antonie, Christiaan?
    44Poulisse, Jankroep/longontsteking
    45Rond, Christiaankroep/longontsteking
    46Rood de Evert,Frederikgebroken ruggegraat
    47Rooymans, Gerardusacute ontsteking v.d.dikke darm
    48Salomon, Albert,Hendrik Ariebacillaire dysenterie
    49Sarton, Joseph, Antonius, Hendrikus,Hubertusbacillaire dysenterie
    50Scheffelaar, Anton,Cornelis, Johannesbacillaire dysenterie
    51Scherpenisse, Adriaan, Leendertacute longontsteking
    52Sitteren van Ferdinand, Josephus,Daniëlbacillaire dysenterie
    53Sprenkels, Aloysius,Arnoldus,Johanneskroep/longontsteking
    54Stok, Willem,Hendrikbacillaire dysenterie
    55Streiff, Gustaaf, Karelacute longontsteking
    56Swensen, Fritsbacillaire dysenterie
    57Tijn van Jacqueshersenbloeding
    58Vredevoogd, Albert,Johanbacillaire dysenterie
    59Winter de Pieter, Johannesbacillaire dysenterie
    60Wit de Evertbloedverlies door borstverwonding