De Noordoostpolder
De eerste polder : Noordoostpolder
Omdat de Wieringermeer in de Zuiderzee was aangelegd, nog voor de Afsluitdijk werd gesloten, was de Noordoostpolder strikt genomen de eerste IJsselmeerpolder.
- In 1939 was de dijk tussen Urk en Lemmer klaar. Vanaf dat moment was Urk geen eiland meer.
- In 1940 werd de dijk Urk-Overijssel gesloten en kon het droogmalen beginnen.
- In september 1942, dus tijdens de Tweede Wereldoorlog, viel de Noordoostpolder (afgekort NOP) eindelijk droog.
De polder bewoonbaar maken: de ontginning
De polder viel droog in september 1942. Maar ‘droog is een groot woord. Drassig ! Deze nieuwe grond is nog lang niet voor bewoning en bebouwing geschikt. Bij een stevige regenbui kon het water nergens heen, waardoor er snel grote plassen ontstaan. Bovendien loopt er constant water door de dijken heen – het zogenaamde kwelwater. Onder zulke omstandigheden is het onmogelijk om te bouwen of gewassen zoals aardappelen te telen.
Wat was de oplossing? Draineren !
Dit geldt overigens niet alleen voor de Noordoostpolder. In een groot deel van Nederland wordt het land gedraineerd.
Om de lage, pas drooggevallen zeebodem bewoonbaar te maken, zijn er drie diepe hoofdvaarten gegraven:
- Vanuit Emmeloord naar Lemmer: de Lemstervaart (16 km)
- Vanuit Emmeloord richting Vollenhove: de Zwolsevaart (15 km)
- Vanuit Emmeloord naar Urk: de Urkervaart (13 km)
Daarnaast zijn er zijvaarten aangelegd naar elk dorp. Vrijwel alle dorpen liggen direct aan een zijvaart. Deze waterwegen waren essentieel voor het transport van onder andere graan en suikerbieten

De grootste uitdaging: het volledig draineren van de polder
Toen begon de grootste uitdaging: het volledig draineren van de polder. De polder moest worden ontwaterd. Drainagebuizen werden op ongeveer één meter diepte in de grond gegraven. Deze poreuze buizen voeren het water af via greppels, sloten en tochten naar de hoofdvaarten. De hoofdvaarten transporteren het water vervolgens naar de gemalen, die het uit de polder pompen.
De maximale afstand waarover water via een drainagebuis kon worden afgevoerd, bedroeg 300 meter. (150 meter de ene kant en 150 meter de andere kant op.)
Daardoor is gekozen voor een kavelmaat van 300 meter breed. Met een standaardlengte van 800 meter hebben de kavels in de Noordoostpolder een afmeting van 300 bij 800 meter, oftewel 24 hectare. De afstand tussen twee parallelle polderwegen bedraagt hierdoor steeds 1600 meter.
De volledige polder is systematisch doorkruist met dit ondergrondse buizennetwerk, in totaal goed voor ongeveer 40.000 kilometer aan drainagebuizen.
Het werk vond plaats tijdens de oorlogsjaren, een tijd waarin er een groot tekort was aan machines en brandstof. Aan mankracht was echter geen gebrek, en ook de toewijding was groot. Veel mensen werkten met enthousiasme aan dit project, omdat ze daarmee vrijgesteld werden van arbeid in de Duitse oorlogsindustrie. Duizenden arbeiders werden ingezet voor het graven van sloten, tochten en drainage, maar ook voor het zaaien en oogsten.
Later meer …….

