Het carillon


De Beiaard heeft 48 klokken, volgens een chromatische reeks c1 -c5.
De zwaarste klok met de naam ‘Juliana Regina’ weegt 2382 kg en doet tevens dienst als luidklok. Het kleinste klokje weegt 13 kg.
Ze zijn in 1958/59 door klokkengieterij Eijsbouts gegoten.

Alle klokken, behalve de grote luidklok bovenin, zijn vast opgehangen. Ze gaan dus niet heen en weer.
Aan de binnenkant van de klok zit een klepel die met een staalkabel verbonden is met het stokkenklavier van de beiaard.

Vroeger zaten er ook nog hamers aan de buitenkant van de klokken. Die hamers werkten elektrisch en waren aangesloten op een speelautomaat.

In 2020 heeft het carillon een grote renovatie ondergaan.
De hamers zijn verwijderd en de speelautomaat trekt nu aan dezelfde staalkabels die van de speeltafel naar de klepels gaan.






Weetjes


Oorsprong woord carillon (etymologie)


In de jaren dat nog niet iedereen een klok of horloge bezat, was het op zekere tijd toch wenselijk dat burgers wisten hoe laat het was. Zo kon je op tijd op het werk of je afspraak verschijnen.
Daarom verschenen er uurwerken in torens en hoge gebouwen.
Omdat die wijzers niet voor iedereen goed zichtbaar waren, werd met een bronzen luidklok op het hele uur het aantal uurslagen gegeven. Zo kon je ook hóren hoe laat het was.


Verwarring
Er was echter vaak verwarring; 
‘Sloeg de klok net negen keer? Of toch tien keer? Heb ik de eerste slag misschien gemist?’
Om dat probleem te voorkomen werd met vier kleinere klokjes een kort melodietje gegeven zodat men wist: ‘opletten, hierna komen de uurslagen’. Een soort voorslag, een aankondiging.
De beroemdste voorslag is de melodie van de Big Ben.

Het woord carillon is een verbastering van quadrillon. In dat woord is het getal vier te herkennen. Want het begon met vier klokken.


En zoals dat gaat….. als Amsterdam vier klokjes heeft,
dan komt Den Haag opeens met zes klokjes.
En dan Deventer met 12 klokjes,
en dan Emmeloord met ….

Wat is een carillon

Beiaard, carillon en klokkenspel zijn drie benamingen voor dit instrument.
Het wordt bespeeld door een beiaardier.
Minimaal moet de beiaardier kunnen beschikken over 24 gegoten bronzen klokken.
Dat zijn 2 octaven.
Tegenwoordig geldt 48 klokken als standaardomvang. Dat zijn 4 octaven.

Gewoonlijk hangt een carillon in een toren.
De klokken worden vanaf een klavier (toetsenbord) bespeeld. Geen smalle toetsen zoals bij een piano, maar stevige stokken die met de vuisten bediend worden. Ze noemen dit daarom ook wel een stokkenklavier. Toch kunnen de huidige carillons vaak subtiel bespeeld worden.
De stokken van het klavier zijn met kabels verbonden met de klepel van de klok.
Om een voller muziekspel mogelijk te maken zijn er veelal ook pedalen gekoppeld aan dit stokkenklavier.

Het carillon kan op twee manieren worden bespeeld: handmatig en automatisch.

  • Bij het handspel brengt de beiaardier de klokken met klepels, die via het stokkenklavier worden bespeeld, tot klinken. De beiaardier kan in zijn spel nuances en dynamiek aanbrengen (hard, zacht, snel, langzaam etc.) om de muziek levend te maken.
  • Bij het automatisch bespelen stuurt een automaat (computer) de magneethamers aan, zodat een voorgeprogrammeerde melodie klinkt.

Net als een orgel of piano is het carillon chromatisch gestemd. Dat wil zeggen dat we ieder nootje omhoog een ‘halve toon’ noemen.

Alleen beiaarden van ten minste 23 à 24 klokken dan wel met een klokkenreeks die zich chromatisch of diatonisch uitstrekt over ten minste twee octaven, komen in aanmerking om carillon genoemd te mogen worden of  met slechts 15 klokken dus diatonisch over twee octaven.

Diatonisch bevat slechts 7 noten, (zeg maar alleen de witte toetsen) zodat je een muziekstuk niet in ieder willekeurige toonaard kan spelen. Mineur en majeur is wel mogelijk.
Chromatisch bevat alle twaalf de halve toonafstanden binnen een octaaf. Dus je kan ieder melodietje spelen in iedere gewenste toonaard.



Automatisch speelwerk

Vroeger

De klokken werden vroeger aangestuurd door een bandspeelwerk. Dat kan je vergelijken met het ‘boek’ in een draaiorgel. Een soort ponsband waar de beiaardier gaatjes in heeft geprikt.
Van tijd tot tijd werd er verstoken. Nieuwe melodietjes.

Tegenwoordig

Vanaf begin jaren ’90 worden de melodietjes opgeslagen in een computer.
De aansturing gaat middels een compressor. Met hydraulische (of pneumatische) klepjes en ventielen wordt aan dezelfde staalkabels getrokken die aan de toetsen (stokken) van de beiaard verbonden zijn.


Begrippen

Luiden
Bij luiden zwaait men de klok heen en weer zodat de klepel afwisselend tegen de beide zijden van de klok slaat; dit in tegenstelling tot speelklokken in een beiaard die stil hangen en bespeeld worden.

Kleppen
Bij kleppen hangt de klok stil waarbij alleen de klepel wordt bewogen of men zwaait de klok heen en weer waarbij de klepel van de klok slechts aan één zijde slaat.

Beieren
Bij het beieren hangt de klok stil en beweegt men de klepel naar de klokwand toe totdat de klepel de klok raakt. Deze manier wordt gebruikt bij het bespelen van een beiaard (vandaar ook wellicht de herkomst van de naam beiaard), maar ook bij uitzonderlijke klokken.


Vallende klepel

Leeuwarder courant 16-8-1993

‘Het gaat niet altijd en overal goed.
Ooit dreigde hij (Dirk S.. Donker)  het slachtoffer te worden van een vallende klepel, 80 kilo zwaar, die uit het klokkenspel van de poldertoren in Emmeloord donderde. Gelukkig lag het beiaardiersdak nog tussen het brok ijzer en het hoofd van Donker in, zodat hij met de schrik vrij kwam. ‘


Eerste klanken

Na oplevering van het carillon (1959) is het instrument voor het eerst bespeeld door de stadsbeiaardier van Delft, Leen ’t Hart.  (Delft,  1920 – 1992)

“Door een druk op de knop zette de minister de grote luidklok, die de naam van koningin Juliana draagt in beweging, waarna de Delftse beiaardier Leen ’t Hart een carillonconcert gaf. Daarmee was de officiële overdracht afgelopen, maar de feestelijkheden zullen nog tot en met aanstaande zaterdag voortduren

Programma openingsconcert:


Beiaardiers


Henk Held

1959 – 1977

De eerste beiaardier
Henk Held ook is ook bekend als ‘de spelende kapper’.


Dirk S. Donker

Vanaf 1977

Organist van de Grote Kerk in Sneek, Stadsbeiaardier in Groningen, Leeuwarden, Sneek en Dokkum en beiaardier van Emmeloord en Joure.


Anne Kroeze

Vanaf 2002

Ook vaste begeleider van het Christelijk mannenkoor Emmeloords en de Melody Singers Emmeloord




Je ziet ook op deze foto dat de lage CIS in het pedaal mist.