Auteur: Meneer de Poldertoren

  • Postkantoor

    Postkantoor

    Koningin Julianastraat 41, Goudenregenstraat 8

    Het opvallende ensemble van postkantoor en telefooncentrale is in 1952 naar een ontwerp van de Amsterdamse architect A. Komter gebouwd.
    De heldere symmetrie van de voorgevel van het kantoorgedeelte en de strakke geleding van de zijgevels, zijn typerend voor de vormgeving van openbare gebouwen in de wederopbouwperiode in Nederland.
    Doordat de lange lage gevel van de telefooncentrale sterk verticaal geleed is, heeft het gebouw een zeer evenwichtige uitstraling.

    Bij de aanbesteding voor het Postkantoor was de laagste inschrijver een aannemersfirma P. Frolich en Zn. uit Harlingen voor de som van ƒ 378.626,- .

    Die heldere symmetrie was jarenlang lelijk verstoord door een verbouwing van de ingang. Een talud voor rolstoel en kinderwagens verstoorde het complete beeld.
    Gelukkig is na de verbouwing tot de huidige apotheek deze symmetrie weer prachtig hersteld.


    Vroeger

    Het eerste postkantoor van Emmeloord was gevestigd in een woonhuis aan de Rietstraat 3.
    De medewerkers van het eerste uur sliepen boven het postkantoor.
    Telefonistes werkten vanuit de slaapkamertjes.

    Voordat het eerste postkantoor aan de Rietstraat werd geopend, kon men in de kantine van het arbeiderskamp terecht voor postzaken.

    Postkantoor Rietstraat Emmeloord. Beschrijving: Het hoekhuis van de Rietstraat, gezien vanaf het Harmen Visserplein was ingericht als postkantoor.

    Tekst uit de Driemaandelijksche bericht betreffende de Zuiderzeewerken 1950:

    Posterijen, telegrafie, telefonie.

    Op 1 Mei 1950 is het Noordoostpoldernet (de z.g.n. poldertelefoon) door de P T.T. overgenomen. Gedurende het 1ste halfjaar 1950 nam het PTT-verkeer op de verschillende postinrichtingen nog gestadig toe.
    Voor de brief- en pakketpostbestelling, welke geschiedt van het hulppostkantoor Emmeloord en de poststations Marknesse en Ens uit, zijn thans zes motorrijwielen in gebruik. Te Ens werd de telefoon- en telegraafdienst overgebracht van het kamp naar het inmiddels gestichte poststation.
    Het telefoonstation Ramspol blijft in verband met de nog niet voltooide kabellegging voorshands in het kamp gevestigd.
    Om dezelfde reden kan het telefoon-telegraafstation te Kraggenburg nog niet in gebruik worden gesteld.
    De zitdagen in het kamp De Voorst werden overgebracht naar Kraggenburg. De zitdagen, welke door een besteller in verschillende kampen worden gehouden, teneinde des avonds de kampbewoners in de gelegenheid te stellen hun post- en geldzaken af te handelen, werden herzien.
    Te Emmeloord worden de bedieningsposten voor de telefoon verplaatst naar de bovenverdieping van het perceel Rietstraat 3. Deze verplaatsing zal voor de afdeling ,,bestelling” aldaar, welke met een nijpend gebrek aan ruimte heeft te kampen, een aanzienlijke verbetering betekenen.


    Het gevelreliëf op het Postkantoor

    De kunst is ook na de verbouwing van het postkantoor bewaard gebleven.

    Wat stelt het voor.

    Het is verbazend hoe weinig Emmeloorders daar weet van hebben.
    Het is een betonreliëf  met een duidelijke link naar de oude functie van het gebouw, een postkantoor.
    Je ziet een relaxed achterover zittende vrouw die telefoneert.
    Bovenin een aantal fladderende postduiven.
    En een telegraaf-paal.

    PTT – Post – Telegraaf – Telefoon


    De negen losse elementen zijn gegoten in beton, vervolgens met mozaïeksteentjes ingelegd en daarna aan de gevel bevestigd.

    Tijdens de opening in 1952 waren de negen betonelementen waarschijnlijk nog niet geplaatst.
    Dat is ook te zien op de foto in het krantenknipsel.
    De krant sprak van een moderne gevel met ‘uitspringende bakstenen‘.

    Het reliëf is gemaakt door de kunstenaar Berend Hendriks.
    Werk van Berend Hendriks zien we ook terug in De Zaaier op de gevel van een kerkgebouw in Ens en in drie glasappliqué ramen van de Hervormde kerk van Nagele.


    Gevelstenen

    De grappige ruit-raampjes zijn vervangen door gevelstenen.

    In de middeleeuwen hadden de vroedvrouwen, net als andere beroepen een gildeschild aan de gevel hangen, zodat iedereen kon zien welk ambacht men uitoefende. De tijd voor de straatnamen en huisnummers.
    Dit schild was altijd een vierkant op de punt met een brede (meest groene) rand langs de bovenkant.
    Soms was daarop ook een afbeelding te zien, zoals een baby of een klisteerspuit.
    Ze verwijzen naar het oude woord vroedvrou, dat letterlijk vroede vrouw, oftewel wijze vrouw betekent.
    Tegenwoordig wordt meestal “verloskundige” gebruikt.


    Uit de Friese Koerier : 3 dec 1953

    Postkantoor in de Noordoost Polder geopend

    Proef met brievenbussen en in 1954automatisering telefoonnet

    (Van een onzer redacteuren)

    Woensdagmiddag stond de directeur-generaal der P.T.T., de heer L. Neher, achter het loket van het nieuwe (bij) postkantoor te Emmeloord en verkocht aan mevrouw J. Jonker-Smid, lid van de Polderraad, de eerste zegels. Natuurlijk was dit maar een grapje voorde fotografen, maar een feit is het, dat enkele minuten van tevoren den heer Neher het nieuwe postkantoor voor geopend had verklaard.
    Zodat de huizen 1 en 3 in de Rietstraat alleen nog maar de telefoon en telegraafdienst zullen moeten herbergen.
    Tot het volgende jaar, want het gebouw voor de telefoondienst is reeds gereed, onmiddellijk achter het nieuwe postkantoor en er wordt reeds druk gewerkt aan het inbrengen van de apparatuur.
    Als het eenmaal zover is dat ook dit gebouw in gebruik wordt genomen, zal de automatisering van het telefoonnet in de N.O.P. tevens een feit zijn.

    Er had zich een heel gezelschap genodigden en belanghebbenden verzameld in de hal van het nieuwe kantoorgebouw, toen de directeur van het Postkantoor te Kampen, de heer A.Brouwer, de gasten, in het bijzonder de directeur-generaal van de P.T.T.,de heer L. Neher en de hoofddirecteur der Posterijen, de heer F. A. Hofman verwelkomde.
    Verder de plaatsvervangende landdrost, de heer J. Blauw-bocr, de heer ir A. P. Minderhoud als afgevaardigde van de directie der Zuiderzeewerken en de heer Ms. Ebbens, secretaris van het Openbaar Lichaam en de leden van de Polder-raad.

    De openingsrede werd uitgesproken door de directeur-generaal, de heer Neher, die zeide verheugd te zijn, hierin dit nieuwe land een nieuw kantoor in gebruik te mogen nemen. Hij wees op de moeilijkheden, waarmede de Posterijen in de eerste jaren in de N.O.P. had te kampen gehad op het vele werk, door de eerste beambten hier verricht. De situatie in dit snelgroeiende wijde gebied heeft altijd veel tact en opofferingen gevraagd van directie en personeel. Hij meende er echter van overtuigd te mogen zijn, dat deze laatste eigenschappen ook nu nog aanwezig zouden blijven, nu in dit nieuwe gebouw de belangen van de Polder en van haar inwoners zo goed zouden kunnen worden behartigd. De heer Neher roemde het werk van de architect Komter, die het gebouwen mooie vorm had gegeven, passend in het nieuwe landschap en die de in-richting en verdeling zo doelmatig mogelijk had gemaakt. Hij droeg dit fraaie geheel nu met een gerust hart over aan de Posterijen, in de wetenschap, dat zij er een nuttig en dank-baar gebruik van zou maken.

    Namens de Posterijen aanvaard de rlc Hoofddirecteur Hofman het ge-bouw en verklaarde, dat de Posterijen in de N.O.P. zeer modern georganiseerd en uitgerust was en nu met de beschikking over deze doelmatige centrale nog weer een grote aanwinst verkreeg. Momenteel nam men in de polder een proef met het plaatsen van brievenbussen langs de wegen, waarin de post gedeponeerd kan worden en worden afgehaald.

    De heer Hesling, inspecteur van de P.T.T. te Zwolle, deed een boekje open over het verleden. Het postbedrijf inde polder is opgebouwd uit het nieten vooral de eerste jaren waren zeer moeilijk. De eerste nooddruftige post-stations waren ingericht in de arbeiderskampen en meestal onder het beheer van een polder-beambte. Tot men. o heuglijk feit, in de Rietstraat een poststation kon inrichten en door het ongetrouwd blijven van de stationshouder, de heer J. Biezebos, ook de woning van de heer Biezebos ter beschikking kreeg. In deze veel te kleine ruimten heeft het bedrijf zich ontwikkeld, waarbij tenslotte elk hoekje van het huis bezet was en een twintig bestellers in een kamer van nog geen 5×5 meter de post moesten sorteren. De 20 telefonistes, die het bedrijf heden ten dage telt, werden respectievelijk ondergebracht op de kleine zolderkamertjes van deze arbeiderswoningen.

    Hij roemde het werk en de daadkracht van de heer Roelof Terwee, besteller-voorman en de eerste besteller in de polder.
    Hij was zeer blij, dat hij namens de directeur-generaal Roelof Terwee vandaag mocht bevorderen tot voorman-besteller eerste klas.

    De bestellingen in de Polder zijn extra zwaar, een route van 100 km is heel normaal hier. Sommige routes zijn 140 km lang en vanuit den Haag had hij hierover wel eens ongelovige opmerkingen gehoord. Maar toch zal het corps bestellers hier straks moeten worden uitgebreid tot dertig man. De heer A. Zoutewelle, beheerder van het nieuwe bijkantoor te Emmeloord, sprak de dank uit over het vertrouwen, dat de directie der P.T.T. in hem stelde en hij hoopte zijn superieuren nooit teleur te stellen. Nog enkele sprekers voerden het woord, waaronder afgevaardigden van het bedrijfsleven in de N.O.P. en de aannemers, firma Fróhlig van Harlingen. Het nieuwe kantoor is een hoog hal-vormig gebouw, mét in de voorgevel een versiering van uitspringende bakstenen. De lijnen van het exterieur zijn sober en strak, maar inwendig is de afwerking iets meer luxueus. De rij loketten is flink groot en er is nog mogelijkheid van uitbreiding, zodat de dienst straks vlot zal kunnen verlopen.
    De heer R. Terwee, de oudste (in dienstjaren) besteller in de Polder ende jongste voorman besteller eerste klas bij de hele P.T.T. , neemt verheugd de felicitaties van zijn collega’s in ontvangst.

    Uit De Noordoostpolder September 2008

    Het voormalige postkantoor aan de Koningin Julianastraat in Emmeloord wordt de komende maanden verbouwd, waarbij het pand weer het historische karakter krijgt. Eerder dit jaar meldde deze krant al dat de apotheek naar die gewilde locatie verhuist. Apotheek Noordoostpolder krijgt gezelschap van huisarts Paul van Doorn en het Verloskundig Centrum.

    Het gebouw werd vorig jaar september voor ongeveer een miljoen euro verkocht aan H&S Groep van Emmeloorders Henk Houtman en Hans Schipper. De invulling van het pand had H&S al wat voor ogen, want volgens de buurman van Schipper – huisarts Van Doorn – was er wel belangstelling voor het pand met onder meer een bestemming voor medische doeleinden.

    De huisarts zelf had er ook oren naar en Apotheek NOP en het Verloskundig Centrum vinden in het nieuwe onderkomen de zo zeer gewenste extra vierkante meters. Om alle partijen een plek te geven, wordt een verdieping gerealiseerd. De begane grond is voor de apotheek. Op de verdieping worden de andere twee partijen gevestigd.

    Bouwbedrijf Houtman uit Marknesse start op 6 oktober met de verbouwing die tot en met februari 2009 moet duren. ‘Hiermee is een half miljoen euro gemoeid’, vertelt Schipper desgevraagd. ‘Onze doelstelling was: het pand moet de authenticiteit terug krijgen en beschikbaar worden voor iedereen. Een gebouw waar iedereen graag naartoe gaat. Bezoekers moeten straks weer de oude sfeer opsnuiven.’ Volgens Schipper moet het voormalige postkantoor een vergelijkbare status krijgen als de Poldertoren als richtpunt in Emmeloord.

    Architect Dirk Klaver van K4 architecten laat onder meer weten dat zijgevels weer transparant worden, de entree op de oorspronkelijke plek wordt gerealiseerd en dat aan de achterkant een kleine uitbreiding komt voor de nieuwe verdieping. ‘Met deze huurders krijgt het gebouw weer een centrale plek in de Noordoostpolder. We hebben straks weer een stukje hart in Emmeloord neergezet.’

    Tekst: Silvan Vijver



    Uit de driemaandelijkse:

    Posterijen, telegrafie, telefonie. Gedurende het 1ste halfjaar 1950 nam het PTT-verkeer op de verschillende postinrichtingen nog gestadig toe. Voor de brief- en pakketpostbestelling, welke geschiedt van het hulppostkantoor Emmeloord en de poststations Marknesse en Ens uit, zijn thans zes motorrijwielen in gebruik. Te Ens werd de telefoon- en telegraafdienst overgebracht van het kamp naar het inmiddels gestichte poststation. Het telefoonstation Ramspol blijft in verband met de nog niet voltooide kabellegging voorshands in het kamp gevestigd. Om dezelfde reden kan het telefoon-telegraafstation te Kraggenburg nog niet in gebruik worden gesteld. De zitdagen in het kamp De Voorst werden overgebracht naar Kraggenburg. De zitdagen, welke door een besteller in verschillende kampen worden gehouden, teneinde des avonds de kampbewoners in de gelegenheid te stellen hun post- en geldzaken af te handelen, werden herzien. Te Emmeloord worden de bedieningsposten voor de telefoon verplaatst naar de bovenverdieping van het perceel Rietstraat 3. Deze verplaatsing zal voor de afdeling ,,bestelling” aldaar, welke met een nijpend gebrek aan ruimte heeft te kampen, een aanzienlijke verbetering betekenen.

  • De Deel 21 en 22

    De Deel 21 en 22

    Twee kantoren, bedoeld voor landbouwinstellingen.

    Het waren twee uiterst eenvoudige bouwvolumes, die nagenoeg identiek waren. Nr.21 was iets langer.
    Ze waren gespiegeld ten opzichte van elkaar waardoor de ingangen tegenover elkaar lagen.

    NAK
    De Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK)
    Het gebouw is op 21 oktober 1957 geopend.
    Dit gebouw is in 2009 gesloopt.
    Op deze plaats staat nu ‘Het AanDeel

    Landbouwhuis
    In dit gebouw was het landbouw-boekhoudkantoor gevestigd én de Coöperatieve rundveefok- en controlevereniging NOP
    Het gebouw is op 6 augustus 1958 geopend
    Gesloopt in januari 2022 gesloopt om plaats te maken voor ‘Het Rondeel


    Verwarring

    Het ‘kantoor landbouwhuis’ is op zeker moment verhuisd naar het gebouw van de NAK.

    De NAK reorganiseerde en verhuisde naar de Randweg in Emmeloord. (1977?)
    Het gebouw van de NAK aan De Deel 21 kwam dus leeg te staan.
    De ambtenaren van de dienst landbouwhuis zijn verhuisd naar het buurpand, nr. 21.

    In 1984 is de (lelijke) vleugel dwars voor het oude landbouwhuis gebouwd. Countus (boekhoudbureau)  had meer ruimte nodig.

    Vandaar dat beide panden in de volksmond van Emmeloord bekend staat als ‘Het Landbouwhuis’.


    VVV

    Ook de VVV heeft een ere-plaatsje gekend in het NAK gebouw op nummer 21.


    Sgraffito

    In de jaren tijdens de bouw bestond de Percentageregeling beeldende kunst, wat inhield dat 1% tot 2%  van de bouwkosten besteed mocht worden aan kunst.

    Het stucwerk is in 1987 gerestaureerd.

    Sgraffito

    De term sgraffito komt van het Italiaanse werkwoord sgraffiare, wat ‘krabben’ betekent. Bij het vervaardigen van sgraffito  wordt in de verse pleister een lijntekening gekrast en ingekleurd volgens de fresco-techniek. In Nederland wordt de techniek eigenlijk pas vanaf de wederopbouwperiode toegepast en wordt dan veelal gebruikt voor zelfstandige kunstwerken.

    Zie Rondeel


    Fontein

    Tussen deze twee gebouwen was een fontein met kunstwerk

    Kunstwerk Man en vrouw wijzend naar de zon  – Auguste Manche

    Een opengewerkt beeld, waar licht en lucht doorheen kunnen stromen.
    Oorspronkelijk stond dit beeld op een andere plek, maar in 1996 is het in overleg met de kunstenaar verplaatst naar het pleintje bij het kantorencomplex aan De Deel. In 2009 is het weer verplaatst, nu naar de vijver van park West in Emmeloord. Het is een aanwinst voor het aangezicht van het park. Hopelijk blijft het paar daar tot in lengte van jaren staan.

    Uit de krant:

    Centrum Emmeloord verfraaid met kunstwerk
    EMMELOORD — De rundveefok- en kontrôlevereniging Noordoostpolder
    heeft in een algemene vergadering besloten om ƒ4000,– van het batig saldo te bestemmen voor de aankoop van een kunstwerk, dat in de omgeving van
    het Landbouwhuis geplaatst zal worden. Er zal nog moeten worden vastgesteld welk kunstwerk het zal worden en de juiste plaats.


    Sloop NAK

    Landbouwhuis stukje bij beetje ‘uitgekleed’

    Flevopost donderdag 20 augustus 2009

    Vooruitlopend op de nieuwbouwplannen in Emmeloord Centrum wordt voorlopig vooral de slopershamer gehanteerd. Enkele weken geleden moest het voormalige CWI-gebouw er al aan geloven, het Landbouwhuis aan De Deel 21 is nu aan de beurt.

    Bij de sloop- en herinrichtingswerkzaamheden wordt rekening gehouden met de kunst in het centrum. Op het Landbouwhuis zit een ‘sgraffito’. Dat is een schildertechniek waarbij texturen en vormen worden gemaakt door een nat, pas geschilderd oppervlak te schuren. Ook op het tweede voormalige Landbouwhuis, dat eind 2010 gesloopt wordt, zit zo’n kunstwerk. Een paneeldeel van deze sgraffito krijgt een passende nieuwe plek in het centrum.


  • Beursstraat

    Beursstraat

    Naast de vrijstaande kantoren op De Deel zijn er in de Beursstraat ook kantoren in de straatwanden opgenomen.
    Het kantoor van de Boerenleenbank Raifeissenbank W. A, nu gebruikt door een verzekeringsmaatschappij en een uitzendbureau, behoort tot deze categorie.
    Hoewel de gevel ingrijpend veranderd is – de klokgevel die de ingang markeerde is verdwenen – vormt het gebouw ook in deze vereenvoudigde uitvoering een statige beëindiging van de straatwand.

  • Koningin Julianastraat

    Koningin Julianastraat

    De bouw startte in 1947. De straat droeg toen nog de naam: Goudenregenstraat. Deze naam ging daarna naar de straat achter het postkantoor.

    Deze middenklasse woningen, die door de De Bouwkundige Afdeling van de Directie ontworpen zijn, tonen de rijkdom van de door de Delftse School gehanteerde vormentaal.
    Siermetselwerk, gecombineerd met een fraaie detaillering van deuren en ramen, draagt bij aan een van de mooiste straatbeelden in de Noordoostpolder.
    Het metselverband is klezorenverband.

    Onder de betonnen dakgoot met kwarthol profiel is een fraaie en decoratieve rand gemetseld in een diagonaal elleboogverband.
    De daken zijn met gesmoorde donkergrijs gemêleerde pannen belegd, wat sterk bijdraagt aan de chique uitstraling.
    Op de nok een gemetselde schoorsteen, die zich naar boven toe verbreed.
    Er is niet voor loodwerk gekozen, maar voor koper. Door de oxide laag toont het exclusief en het gaat langer mee.
    Tussen de woningblokken van twee lagen met een hoge kap liggen lagere garageblokken, die de allure hebben van een koetshuis.
    Ook aan deze woningen is sinds ze gebouwd zijn het een en ander veranderd, maar gelukkig niet zodanig dat ze ernstig zijn aangetast.
    Tegenwoordig staan deze woningen ingeschreven in het rijksmonumentenregister.



    Rijksmonument

    Rij van zes WONINGEN behorende tot een complex bestaande uit twee rijen woningen, in 1947-1948 gebouwd als middenstandswoningen van de types G en H, in opdracht van de Directie van de Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken. De Bouwkundige Afdeling van deze dienst was verantwoordelijk voor het ontwerp en de constructie van de twee vrijwel identieke rijtjes van zes woningen met respectievelijk drie en twee garages. De vormgeving en de detaillering van dit rijtje woningen met drie garages zijn verwant aan die van de destijds in zwang zijnde Delftse School. Hoewel er enige wijzigingen aan de gevelopeningen en het inwendige hebben plaats gevonden is dit deel van het woningbouwcomplexje in grote lijnen intact gebleven. De vrijstaande, in de achtertuinen van de hoekwoningen geplaatste garages vallen eveneens onder de bescherming.

    Omschrijving

    Linker rij van twee rijen woningen met garages, opgetrokken in schone baksteen vanuit rechthoekige plattegronden. De rij met de huisnummers 1-11 is samengesteld uit een serie van vier woningen met balkon (links, met de huisnummers 1-7), drie garages en een dubbel woonhuis zonder balkons (rechts, met de huisnummers 9-11). De woningen hebben een verdieping onder een met gesmoorde grijze pannen gedekte zadeldaken. Op de nok van het gedeelte met de vier woningen staan vijf gemetselde schoorstenen, die zich naar boven toe verbreden. De drie schoorstenen op het dubbele woonhuis zijn vergelijkbaar. De woningen zijn om en om gespiegeld ten opzichte van elkaar. Symmetrische voorgevels met trasraam van klinkers, drie en twee regenpijpen met vergaarbak en rechtgesloten, in betonnen omlijstingen gevatte gevelopeningen, voor een deel met een gewijzigde invulling. De boven betegelde stoepjes staande, nog originele deuren van 1 en 11 bevatten kruisraampjes en staan onder een trapeziumvormig bovenlicht met een invulling van glas-in-lood. De deuren staan binnen een omlijsting van betonnen blokken. Als ondiepe erkers uit de gevel springende betonnen vensters, oorspronkelijk voorzien van stalen ramen (zie huisnrs.7; 9; 11) tussen betonnen penanten boven een bakstenen onderbouw. Op de geprofileerde bovenrand van de vensterlijst rusten balkons met betonnen voetplaat en ijzeren balustrades. Hierop kwam oorspronkelijk een tussen twee ramen staande deur uit, zoals nu nog te zien is bij nummer 3. De verdieping bevatte oorspronkelijk per woning een venster met stalen kruisraam (zie nummer 7). De gevel wordt beëindigd door een lijst van decoratief metselwerk en een betonnen dakgoot met kwarthol profiel. Uit het dakschild steken de vier originele houten dakkapellen met kruisramen en geprofileerde bovenranden met frontonnetje. De beide naar het garageblok gekeerde kopgevels zijn blind en voorzien van vlechtingen.

    Garageblok met drie garages tussen de woningen met huisnr. 7 en 9. Het verdiepingloze blok staat onder een geknikt, met gesmoorde pannen gedekt zadeldak, waaruit drie met die van de woningen vergelijkbare, maar kleinere houten dakkapellen steken. In de symmetrische gevel staan drie dubbele, korfboogvormige inrijdeuren met betonnen aanzetstenen aan de boogaanzetten. Links en rechts in de garagegevel een klein, tweedelig en getoogd venster met betonnen kozijnen. De gevelbeëindiging is vergelijkbaar met die van de woningen aan weerszijden, maar iets minder hoog.

    De gevelindeling van de met de garage verbonden dubbele woning is in grote lijnen vergelijkbaar met die van de vier woningen. Het belangrijkste verschil is het ontbreken van balkons. Boven de parterrevensters staan hier de nog oorspronkelijke vensters met zevenruits, stalen ramen. Nr. 11 heeft ook nog de originele deur en nr. 9 nog het oorspronkelijke stalen verdiepingsraam boven de deur. Uit het voorste dakschild steken twee dakkapellen. Op de nok staan drie schoorstenen en tegen de gevel staan twee regenpijpen met vergaarbak. Deze dubbele woning en de woning op nr. 7 zijn, waar het de detaillering van zowel de voor- als de achtergevel betreft, het beste in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. De kopgevel van nr. 11 is een symmetrische topgevel (tuitgevel) met vlechtingen, een klein, hoog in de gevel geplaatst venster en een verdiepingloze uitbouw onder een half schilddak met zeeg. De uitbouw bevat enkele kleine vensters, een deur aan de tuinzijde, het heeft een decoratieve gevelbeëinging als die van de garagegevel en er sluit een met lisenen verstevigde, door een uitgemetselde rollaag afgedekte en met bollen bekroonde, tweedelige tuinmuur op aan. Deze muur om de achtertuin is verbonden met een vrijstaande, onder een met pannen gedekt zadeldak staande garage, die qua materiaalgebruik en detaillering aansluit op het hoofdvolume. De dubbele inrijdeuren zijn korfboogvormig met betonnen aanzetstenen en staan in een puntgevel met vlechtingen. Deze zijn ook te vinden in de andere kopgevel, die twee vensters bevat. De beide langsgevels hebben een decoratieve beëindiging als die van de garages aan de straatzijde. De gevel aan tuinzijde bevat een deur, de andere gevel is blind. De achterzijde van het rijtje woningen toont diverse wijzigingen in de gevelopeningen. De uitbouwtjes staan onder platte daken. Die van nr. 3 en nr. 5 zijn gekoppeld en hebben een scheidsmuurtje in het midden van het plat. De uitbouwtjes bevatten rechtgesloten gevelopeningen (oorspronkelijk met stalen ramen) onder rollaag en hebben gevelranden met kwarthol-profiel, waaraan een ijzeren balustrade is bevestigd. De achterzijde van het garageblok is nog voorzien van vier vensters met kruisraam onder rollaag. De gevelbeëindigingen aan de achterzijde zijn als die aan de voorzijde. Het dakschild hierboven is geknikt.

    De westelijke kopse zijde (huisnummer 1) van het rijtje was oorspronkelijk vergelijkbaar met die van nr. 11, maar heeft enkele toegevoegde venstertjes in de uitbouw. Ook de tuinmuur en de vrijstaande garage achter het huis zijn vergelijkbaar met die van nr. 11. met dit verschil dat een deel van de tuinmuur gebogen is en van de woning wegloopt. Het gedeelte met de huisnummers 7-11 met de er tussenstaande garages is het meest gave van het complexje aan de Koningin Julianastraat. De achtergevel en het inwendige van het rijtje woningen valt buiten de bescherming van rijkswege.

    Waardering

    Rij van zes woningen behorende tot een complex van twee rijen woningen is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de stedenbouwkundige en de architectuurhistorische waarde.

    • De rij woningen heeft cultuurhistorische waarde als een goed en vrij gaaf voorbeeld van de vroege na-oorlogse woningbouw in Emmeloord, alsmede als uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling in de Noordoostpolder.
    • De woningen zijn van architectuurhistorisch belang vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp en vanwege de bijzondere detaillering en materiaalgebruik.
    • De woningen hebben ensemblewaarde vanwege de sterke visuele en functionele samenhang tussen beide rijtjes woningen, vanwege de stedebouwkundige kwaliteiten en vanwege de situering, verbonden met de aanleg en de ontwikkeling van de stad.
    • De woningen zijn tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de gaafheid van het exterieur.

    Bron: Rijksmonumentenregister

  • Meidoornstraat

    Meidoornstraat

    Rijtje woningen in Emmeloord

    Het zijn drie blokjes woningen.
    De detaillering van de gevels van het linker blokje van zes woningen (van het type J) is gelijk aan die van het vier woningen tellende rechter rijtje.


    Deze rij van zes woningen (huisnummers 1 t/m 11) werd in 1947-1948 gebouwd in opdracht van de Directie Wieringermeer, afdeling Noordoostpolderwerken. Deze dienst was verantwoordelijk voor zowel het ontwerp als de uitvoering. De woningen behoren tot een complex van drie rijen woningen van de typen J, J1 en J2 en zijn gebouwd in een sobere, aan de Delftse School verwante bouwstijl.

    De voorgevel heeft een symmetrische indeling met de oorspronkelijke houten voordeuren, bovenlichten en karakteristieke geveldetails. Hoewel de woningen in de loop der jaren zijn aangepast om het wooncomfort te verbeteren – onder meer door de bouw van bijkeukens en douches aan de achterzijde – is het oorspronkelijke aanzicht aan de straatzijde vrijwel geheel behouden gebleven.

    De woningen vormen samen met de naastgelegen rijtjes een herkenbaar en zorgvuldig ontworpen woonensemble uit de beginjaren van de Noordoostpolder. Ze zijn van cultuurhistorisch belang als voorbeeld van de sociale woningbouw uit de wederopbouwperiode, direct na de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast hebben ze architectuurhistorische waarde door hun karakteristieke vormgeving, materiaalgebruik en sobere detaillering. Ook stedenbouwkundig zijn de woningen van betekenis, omdat ze nog altijd een belangrijk onderdeel vormen van het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan en hun historische uitstraling grotendeels hebben behouden.

    Deze versie is ongeveer de helft zo lang als het origineel, maar bevat nog steeds de belangrijkste historische, architectonische en stedenbouwkundige kenmerken. Hij leest bovendien prettiger voor een breed publiek.


    Beschrijving Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

    Inleiding Rij WONINGEN behorende bij het comlex bestaande uit drie rijen woningen van het type J, J1 en J2, is gebouwd in 1947-1948 in opdracht van de Directie van de Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken. Deze dienst was tevens verantwoordelijk voor het ontwerp en de constructie van de drie rijtjes, waarvan dit het linker is. De woningen zijn gebouwd in een sobere, aan de Delftse School verwante bouwstijl. De detaillering van de gevels van deze zes woningen (van het type J) is identiek aan die van het vier woningen tellende rechter rijtje. In de loop der jaren hebben er diverse wijzigingen aan ex- en interieur plaats gevonden, die voornamelijk dienden ter verhoging van het wooncomfort. Aanbouwtjes (bijkeukens en douches) werden opgetrokken aan de achterzijde. Het oorspronkelijke aanzien van de woningen aan de straatzijde is niet noemenswaardig aangetast. Omschrijving Het zes woningen tellende linker rijtje met de huisnummers 1;3;5;7;9;11 heeft een voorgevel met een symmetrische indeling. De gevel is voorzien van de oorspronkelijke, binnen een betonnen omlijsting staande houten deuren met drieruits bovenlicht en vensters met nieuwe ramen binnen de oorspronkelijke houten kozijnen, die zijn afgedekt met dunne lateien. De ramen in de vensters op de verdieping zijn eveneens gewijzigd en staan onder rollagen. De gevelrand is voorzien van smalle banden van baksteen. De noordgevel is verbonden met het tussenlid met poortdoorgang en bevat slechts één klein venster. De woningen hebben in de achtergevel op de begane grond een groter kamervenster en een kleiner keukenvenster. De deuren naar de tuin staan respectievelijk in de aangebouwde kleinere schuurtjes onder zadeldak bij nr.1, in het tussenlid van de twee grotere, eveneens onder zadeldak staande gezamelijke schuren voor de nrs. 3;5 en 7;9, en in het poortgebouwtje met schuurtje van nr. 13. De verdieping bevat per woning eveneens een groter en een kleiner venster met eveneens gewijzigde ramen. De zuidelijke kopgevel bevat slechts twee kleine venstertjes, bij de woning op nr. 5 is deze kopgevel echter gewijzigd. Alle gevelopeningen van de woningen in dit rijtje zijn rechtgesloten. De achtergevel en het inwendige van de woningen zijn voor de bescherming van ondergeschikt belang. Waardering Het rijtje woningen is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de stedenbouwkundige en de architectuurhistorische waarde. – De woningen zijn van cultuurhistorisch belang als voorbeeld van de sociale woningbouw en de ontwikkeling daarin in de Wederopbouwjaren vlak na WO II. – De woningen zijn van architectuurhistorisch belang vanwege de voor de bouwtijd karakteristieke vormgeving, de detaillering en het materiaalgebruik. – De woningen hebben stedenbouwkundige en ensemblewaarde vanwege de sterke samenhang met de belendende rijtjes en de directe relatie met de nabijgelegen woningen. Deze maken wel deel uit van het zelfde stedenbouwkundige plan, maar vallen, op de woningen aan de Koningin Julianalaan na, niet onder de bescherming. – De woningen zijn van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur.

    (bron: )

  • Jasmijnstraat

    Jasmijnstraat 9

    Historisch gezien is de Jasmijnstraat 9 een bijzonder pand.
    Het is het oudste stenen gebouw van Emmeloord met een maatschappelijke functie.
    De allereerste gebouwen met een maatschappelijke functie stonden in Emmeloord aan het Harmen Visserplein, maar dat waren houten barakken.
    In 1948 liet de Dienst Zuiderzeewerken daarom een nieuw kantoor bouwen.
    De nieuwe sloten en wegen van de polder werden getekend in de kamer die vandaag de dag dienst doet als de vergaderzaal van Aves.

    Na Zuiderzeewerken volgde het Groene Kruis en de District Gezondheidsdienst Noordwest-Overijssel (de latere GGD).
    De Schoolbegeleidingsdienst IJsselmeerpolders (SBDIJ) nam daarna zijn intrek in het gebouw, waarna Aves zich er in 2010 vestigde.


    Onderstaande tekst is een citaat uit het boekje ‘Monument van de pioniersgeest’. Verhalen over de Jasmijnstraat no.9 / Ter ere van 5 jaar AVES. / Tekst Eva Vriend.

    No. 9

    Het hoekige torentje, de vensterruitjes, de rode dakpannen, het siermetselwerk bovenaan de zijmuur. Het zijn de kenmerken waaraan iedereen het gebouw aan de Jasmijnstraat meteen herkent.

    DELFTSE SCHOOL

    Van een moderne aanblik met strakke lijnen, grote raampartijen of platte daken wilde de Rijksdienst voor de lJsselmeerpolders, afdeling Wieringermeer niets weten. De nieuwe bewoners van Emmeloord zouden daar moeilijk aan kunnen wennen. Ze kregen al zoveel te verstouwen sinds hun verhuizing naar de polder. Ze misten hun familie, die ze niet konden bellen, omdat telefoon nog een zeldzaamheid was. Een vertrouwde school, de winkel op de hoek, de bekende weg, alles moest nog worden gevonden. De rijksdienst besloot dat in ieder geval het karakter van de thuisgevoel moest geven.

    Woonhuizen in de Lijsterbesstraat, de Meidoornstraat, de Koningin Julianastraat en de Espelerlaan zijn ook gebouwd volgens de Delftse School. De architectuurstijl vierde in de periode van 1925 tot 1955 in heel Nederland hoogtij, onder het motto ‘Holland bouwt in baksteen’. Voor de ontwerpers gold Delft als het ideaalbeeld, compleet met grachtjes en boogbruggetjes.
    De metselaars mochten zich uitleven in kleine details. Niet uitbundig en protserig, maar degelijk en traditioneel.
    Vanwege het bijzondere, cultuur historische karakter is het Aves-gebouw op de Rijksmonumentenlijst geplaatst. Er mag daardoor niet zomaar iets aan worden gewijzigd. ‘Het gebouw heeft cultuurhistorische waarde vanwege de oorspronkelijke, voor de ontwikkeling van de NOP van belang zijnde, specifieke functie, oordeelde de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
    Het gebouw heeft tevens zeldzaamheidswaarde vanwege de oorspronkelijke, onverbrekelijk met de ontwikkeling van de Noordoostpolder verbonden functie.

    HOUT OF STEEN

    Aanvankelijk was het plan om het gebouw aan de Jasmijnstraat ook van hout te maken, net als de gebouwen met een maatschappelijke functie aan het Harmen Visserplein in Emmeloord. De Directie Wieringermeer had hiertoe al een voorraad hout klaarliggen.
    Maar het liep anders, zo blijkt uit een brief die de hoofdingenieur van de Dienst Zuiderzeewerken op 30 augustus 1946 verstuurde aan de Directie Wieringermeer. ‘Aangezien verwacht mag worden dat het gebouw,’ zo schrijft hij, ‘zoo niet door mijn Dienst dan toch voor andere doeleinden zeker een tiental jaren zal kunnen worden gebruikt, is het aanbevelenswaardig het gebouw in steen op te trekken en het hout voor andere doeleinden te benutten. Een centrale verwarming lijkt mij in het licht van bovenstaande verantwoord.
    Dat het gebouw ‘een tiental jaren’ is gebruikt, moge duidelijk zijn. En meer dan dat. Bijna zeventig jaar later doet het immers nog steeds dienst.

    WINDIJZER

    De achthoekige toren van het Aves-gebouw valt het meest op. De toren is bekroond met een puntdakje met windvaan. In het archief van de Dienst Zuiderzeewerken, opgeslagen bij het Nieuw Land Erfgoedcentrum in Lelystad, bevindt zich de orderbevestiging van de Directie Wieringermeer aan de Firma Verhoek, Grof- en Fijnsmederij in Zwolle. ‘Hierbij bevestig ik aan u te hebben opgedragen het maken en leveren van een roodkoperen windijzer met een stalen as in roodkoperen pijp voor de som van f 195,-.

    DE KLUISDEUR

    Op de tussenverdieping bevindt zich een mysterieuze kamer. Het is de spannendste kamer van het gebouw aan de Jasmijnstraat. De zware, stalen deur is extra breed. Je hebt alle kracht nodig om hem open te krijgen. De ruimte erachter is hoekig met een schuin dak. Je zou de kamer geborgenheid kunnen toedichten. Of is het spookachtig?
    De wildste verhalen doen bij Aves en de oud-gebruikers de ronde. lederen vraagt zich af waartoe deze tussenkamer oorspronkelijk diende. Het zou een soort kluis zijn geweest, waar de loonzakjes lagen opgeslagen. ‘Onzin, zegt oud-administratiemedewerker Asse de Groot van de Dienst Zuiderzeewerken desgevraagd.Het salarisgeld haalde hij op het postkantoor.
    Waartoe de ruimte wel diende, kan De Groot niet vertellen. Als eenvoudige bediende mocht hij daar vanzelfsprekend niet komen.

    Een andere anekdote: de Dienst Zuiderzeewerken bewaarde er landbouwgif. Tijdens de oliecrisis, begin jaren zeventig, zou de gemeente er benzinebonnen hebben opgeslagen.
    Nee, de kamer diende als bewaarplaats voor zware medicijnen als morfine ten tijde van de Gezondheidsdienst.
    Er is nog iets geks aan die deur. Ervoor bevindt zich een klein halletje, waarvan de toegang een sierlijke boog heeft. Uit die boog is een klein hoekje gehakt, omdat de deur anders niet helemaal open kan. Kennelijk heeft de bouwvakker zich indertijd vergist bij het uitmeten van het halletje. Zo’n mooi detail kan alleen in een karakteristiek gebouw opduiken.

    Maar wat de functie was van de kamer?
    Inmiddels houdt Ina Oosterhuis van de Usselgroep er kantoor. Zij coördineert het samenwerkingsverband voor Passend Onderwijs, waarin de basisscholen uit de Noordoostpolder en Urk gezamenlijk optrekken. ‘Het is een heerlijke werkplek,’ zegt Ina Oosterhuis. En met een lach: ‘Achter die deur zit ik lekker veilig te werken.’ Ook zij heeft geen idee waarom van de ruimte een vesting is gemaakt.
    De werkelijkheid blijkt wat minder spannend dan de verhalen. In het archief van de Dienst Zuiderzeewerken, opgeslagen bij het Nieuw Land Erfgoedcentrum in Lelystad, bevindt zich het bestek van het gebouw aan de Jasmijnstraat. En dat onthult het mysterie. De befaamde kluisdeur wordt apart omschreven. Kort maar krachtig volgt de functie: ‘Archief.
    De loodzware deur moest belangrijke archiefstukken van de Dienst Zuiderzeewerken afschermen. Niet meer en niet minder. Maar de feiten hoeven de verbeelding natuurlijk niet te verstommen. Het blijft een mooie kamer met een gekke deur die de fantasie prikkelt.


    DE DIENST ZUIDERZEEWERKEN

    1948-1960

    De eerste gebruiker van het gebouw aan de Jasmijnstraat n° 9 in Emmeloord was de Dienst Zuiderzeewerken. Het was het jaar 1948, de Noordoostpolder was nog lang niet klaar. De bouw
    van de boerderijen en dorpen was nog in volle gang.
    Wegen en kanalen dienden nog te worden aangelegd.
    De Dienst Zuiderzeewerken was een onderdeel van Rijkswaterstaat, wat viel onder het ministerie van verkeer. Tot dan toe werkten de verantwoordelijk ambtenaren vanuit houten keten aan de rand van de polder. De ongeveer tien ambtenaren die hun intrek namen in het pand waren verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van de wegen, dijken en kanalen. Het waren hard werkende mannen die hun best deden de polder te vervolmaken.

    VAN BAGDAD NAAR EMMELOORD

    Syne van Gendt begon in 1956 te werken als hoofdingenieur bij de Dienst Zuiderzeewerken, afdeling Noordoostpolder. Daarvoor woonde hij met zijn vrouw Bets en twee kinderen in Bagdad, waar hij werkte voor koning Faisal II van Irak. Irak was nog een koninkrijk. Van Gendt, die aan de Technische Universiteit Delft afstudeerde in de weg- en waterbouw, hield zich er bezig met drainage. Hij hield van het werk. Hij werkte samen met andere topingenieurs, stond voor moeilijke problemen. In Irak vond meneer Van Gendt het avontuur dat hij zocht. Maar mevrouw Van Gendt wilde er niet blijven. Zij zag het niet zitten om het onderwijs van hun kinderen zelf te verzorgen. De derde was op komst. Zij wilde terug naar Nederland.
    In Irak hadden we een huis, maar geen school. In Nederland hadden we een school, maar geen huis. Mevrouw Van Gendt zegt het glimlach. Zo was het toen nu eenmaal.
    Nederland kampte met grootse woningnood. met een In de Noordoostpolder kon het gezin wel een woning krijgen.
    Van Bagdad naar Emmeloord, dat was wel even een overgang. Hun eerste huis stond aan de Duizendknoopstraat, maar al snel verhuisden de Van Gendts naar de Espelerlaan. Dat was toen de chique straat. Ze woonden er tussen andere ingenieurs van de Rijksdienst en van het waterloopkundig laboratorium. Ze vormden de elite van Emmeloord.

    STRESS

    Mevrouw Van Gendt-Van den Honert (1923) woont op haar 92ste nog altijd zelfstandig in hetzelfde huis. Haar man is in 2006 op 88-jarige leeftijd overleden. Mevrouw serveert oploskoffie met een koekje, De koekjes zijn ‘slof geworden doordat ze in de tuin hebben gestaan. ‘Ik had ze eigenlijk even in de koekenpan weer knapperig moeten bakken.
    Haar man moest wennen aan zijn nieuwe functie, vertelt ze. In Irak was hij veel vrijheid gewend, nu werd hij streng aangestuurd door de boven hem gestelden van Rijkswaterstaat in Den Haag. Op het kantoor aan de Jasmijnstraat had hij een ploegje harde werkers om zich heen, maar mevrouw Van Gendt merkte aan haar man dat hij het jammer vond dat hij met hen niet ‘op niveau kon discussiëren. Zijn collega’s in Irak hadden ook in Delft gestudeerd.
    leder weekeinde gingen we toen voor de ontspanning naar het oude land, zoals we dat toen noemden,’ vertelt mevrouw Van Gendt. Ze bezochten hun familie in Deventer of Den Haag. ‘Dan was mijn man ook echt even weg van de stress op zijn werk.
    Meneer Van Gendt zag erop toe dat de dijken, kanalen en wegen van de Noordoostpolder precies zo werden aangelegd, zoals Den Haag het had bedacht. Hiertoe reisde hij ook geregeld voor overleg naar de Hofstad. Met de trein. ‘Den Haag is dichterbij Emmeloord dan Emmeloord bij Den Haag. Dat is, geloof ik, nog steeds wel zo.’ Als de Haagse chefs van haar echtgenoot naar de polder kwamen, lieten zij zich vervoeren door een auto-met-chauffeur

    MOOIE KLUS

    Eind jaren vijftig verkaste de Dienst Zuiderzeewerken naar het nieuw verrezen Domeinkantoor aan De Deel in Emmeloord. Van Gendt en zijn medewerkers namen de bovenste verdieping in gebruik. Toen werd zijn werk ook interessanter. De aanleg van wat nu de A6 heet, was een mooie klus. In de polder vond meneer Van Gendt ook zijn weg. Hij zette zich in voor de opbouw van de jonge samenleving, was actief voor de kerk en bijvoorbeeld de hockeyvereniging en de rotary.

    Als vrouw werd ik ook geacht mijn steentje bij dragen, herinnert mevrouw Van Gendt zich, die in Emmeloord nog een vierde kind kreeg. ‘Ik was dat helemaal niet gewoon, had dat ook niet van huis uit meegekregen. Ik had toch helemaal geen ervaring met besturen?’ Maar de vrouwen om haar heen stapten als vanzelfsprekend overal in, ‘zo ging dat in de polder

    DE BOCHT VAN VAN GENDT

    Het was hoofdingenieur Syde van Gendt die een bocht tekende in de Nagelerweg. ‘In de beginjaren van de Noordoostpolder gebeurden er veel auto-ongelukken door wat “polderblindheid” is gaan heten.
    Doordat de wegen zo recht en saai waren, sukkelden ze achter het stuur in legt mevrouw Van Gendt uit. Mede daarom zou haar man achter zijn bureau op zijn kantoor aan de Jasmijnstraat een bocht in de weg hebben getekend. Het gaat om de bocht ter hoogte van de Bomenweg. ‘Die bocht is “de bocht van Van Gendt” gaan heten.

    TROTS

    Op welke prestatie als hoofdingenieur van de Dienst Zuiderzeewerken haar man trots was? Mevrouw Van Gendt hoeft niet lang over het antwoord op die vraag na te denken. ‘Mijn man was niet trots. Het woord trots had bij onze generatie een andere lading, een verkeerde lading, alsof je boven anderen verheven bent.’
    Na enig aarzelen en nadenken wil ze wel toelichten wat het talent was van haar man dat hij als hoofdingenieur verder kon ontwikkelen. ‘Hij kon goed met de mensen overweg. Hij deed tegenover zijn medewerkers hetzelfde als tegenover een professor van het ministerie. Verder kon hij goed improviseren, dat had hij in Irak ook geleerd. En hij was een heel praktisch mens, in zijn denken, maar hij kon ook goed knutselen.’ Ze wijst naar het boekenkastje in de voorkamer en de grote plantenbak in de hoek. Die timmerde de hoofdingenieur eigenhandig met hout van het oude parket.

    Steven Rippen

    De tekenaar

    INKTVLEKKEN

    Bij iedere weg in de Noordoostpolder heeft Steven Rippen (1935) wel een verhaal. De Kleiweg, de Bomenweg, de Mammoetweg, bijna alle polderwegen heeft hij wel een keer op zijn tekentafel gehad. De tafel stond in de grote ruimte aan het eind van het gebouw. Hij werkte daar met vier of vijf tekenaars.

    Mijn tekentafel stond in de hoek van de zaal,’ vertelt Rippen. ‘Op de vensterbank legde ik mijn gommen, potloden en pennen. De inktvlekken trokken in het hout.’ Als Rippen het huidige Aves gebouw bezoekt, wrijft hij er eens met de mouw van zijn jas overheen. ‘Nee, de vlekken zijn er echt niet meer.
    In 1952 begon Rippen te werken bij de Dienst Zuiderzeewerken, toen nog in een keet in Lemmer, waar hij is geboren en getogen Ik had op de ambachtsschool in Sneek leren tekenen, een degelijke opleiding, en ik dacht dat ik timmerman zou worden. Maar mijn vader regelde een baantje voor me bij de Dienst toen ik zestien was.
    Rippen begon als manusje-van-alles, werd junior-tekenaar en kwam uiteindelijk bij het waterschap als hoofd van de tekenafdeling

    DIENSTMOTOR

    Op het kantoor in Emmeloord mocht Rippen in 1957 aan de slag. Ik kreeg een dienstmotor. Machtig vond ik dat, die ritjes door de polder’ Hij reed rond als opzichter bij de aanleg van de wegen die hij had getekend. Rippen zag erop toe dat het werk precies zo werd uitgevoerd zoals hij het had ontworpen, in opdracht van zijn hoofdingenieur Van Gendt, die op zijn beurt weer werd gecontroleerd door de bazen van Rijkswaterstaat in Den Haag.
    Van Gendt hield kantoor in de eerste kamer links. Rechts zat de administratie, waar vandaag de dag ook de secretaresses werken. De keuken zat op dezelfde plek en in de kamers aan de rechterkant werkten de technisch hoofdambtenaren.
    ‘Bijna al mijn collega’s van toen zijn overleden. We hebben een mooie tijd gehad met elkaar. We werkten hard, maar hadden ook lol. In de jaren vijftig moesten we ook nog op zaterdagmorgen aan de slag, dus we zagen elkaar vaak.
    ‘Van Gendt was echt de baas. We noemden hem “meneer”. Het was meneer voor en meneer na. Al pratende met elkaar kwamen we tot een plan. Ik ging met de opdracht aan de gang en kwam al tekenende tot een uitwerking. Ik heb echt veel geleerd van Van Gendt. Hij was een heel kiene man. Mijn ruimtelijk en technisch inzicht is dankzij hem enorm vergroot.

    STRAKKE HAND

    Iedere polderweg begon met een blank vel dat Rippen op de tekentafel vastprikte met punaises. In Den Haag was het stramien van het polderwegenplan uitgetekend. Rippen en zijn collega’s maakten de technische tekeningen die nodig waren voor de daadwerkelijke aanleg. Rippen startte met een schets in potlood.
    Weer uitgummen, weer tekenen, nog een lijn, tot het perfect was. ‘Onder Van Gendt ging geen tekening de deur uit waar nog wat aan mankeerde.
    Daarna prikte Rippen een transparant vel erop vast, waarop hij de tekening met een vulpen overtrok. Dit was speciaal papier zodat een drukker de tekening kon vermenigvuldigen. Het  vertrekken met inkt vereiste een strakke hand. Een vlek was natuurlijk uit den boze. Die moest met een speciaal mesje worden weggekrabd. Ja, dan baalde ik wel. Maar ik was er de man niet naar om hardop Ze vloeken.’ Dus klonk er een binnensmonds ‘verdorie’ door de tekenkamer

    STRENGE LEERMEESTERS

    Steven Rippen had bij de Dienst Zuiderzeewerken strenge leermeesters. Toen hij als zestienjarige in de keet in Lemmer begon, was J.M. van den Berge zijn baas. Rippen moest als junior-medewerker allerlei klusjes opknappen en onder meer de brieven aan Den Haag typen.
    ‘Steven, kom eens even?’ klonk het dan. ‘Heb je het nagekeken?’
    Ja, meneer.’
    ‘Hier mis ik een komma, daar een punt.
    En dan kon ik weer overnieuw beginnen. Net zolang tot het goed was.

    Hoofdingenieur Van Gendt was ook een strenge leermeester Er was weinig ruimte voor eigen inbreng. Je motivatie of je eigen mening speelden geen rol. Je moest gewoon doen wat hij zei. Maar dat hoort ook bij die tijd. Toen gingen bazen anders met hun medewerkers om. Het was wel eens wat bekrompen en eng, maar ik heb er niet onder geleden, hoor. Ik heb er wel enorm veel van geleerd.
    ‘Als tekenaars moesten we ook heel secuur werken,’ legt Rippen uit. Je moest een pietje-precies zijn.’ Zijn tekeningen waren de basis voor het bestek van de aannemer, dus er mocht niets fout aan zijn.
    Wij moesten alles met de hand doen. Op iedere tekening tekenden we de Noordoostpolder in schaalmodel, met een pijltje waar het project kwam. Hoe vaak ik de polder heb getekend? Ik ben de tel kwijt geraakt. Onderaan schreven we met sjabloonletters de naam van de dienst en het project. Telkens weer met de hand, wat een gepriegel, wat een werk.

    HET RONDE RAAMPJE

    Waar Steven Rippen het eerste aan denkt als hij aan het  gebouw in de Jasmijnstraat denkt? Hij krijgt meteen een glimlach rond zijn lippen, een ondeugende blik in zijn ogen. ‘Dan denk ik aan het ronde raampje, het ronde raampje in onze tekenkamer.
    Door dat raampje zag hij, heel soms, de vrouw lopen op wie hij verliefd was, toen hij er als jonge twintiger werkte. Af en toe zag hij haar ook bij de bushalte in zijn woonplaats Lemmer. Hij stapte uit, als zij erin stapte. Ze werkte bij de kapsalon in Lemmer, wist hij. Haar bazin runde ook kapsalon Majoor in Emmeloord en woonde in de Duizendknoopstraat. Als zij, de vrouw van zijn dromen, haar bezocht, liep ze door de Jasmijnstraat. Langs het ronde raampje, waardoor Rippen haar zag. Het waren de mooie momenten. Van tekenen kwam het dan even niet meer De vrouw die hij door het rond raampje bespiedde, is tot op de dag van vandaag zijn echtgenote.


    CONSULTATIEBUREAU,

    HET GROENE KRUIS & DE DISTRICTS- GEZONDHEIDSDIENST
    1960-1975

    Rond 1960 nam kruisvereniging het Groene Kruis haar intrek in de Jasmijnstraat. Eind jaren zestig volgde de Districts Gezondheidsdienst Noordwest-Overijssel – de latere GGD (gemeentelijke gezondheidsdienst). Baby’s werden er gewogen en kregen er hun inentingen. De schoolarts reed vanuit de Jasmijnstraat de polder door om op de scholen de kinderen medisch te onderzoeken.
    Ze zagen erop toe dat de kinderen niet alleen gezond van geest waren, maar dat ook fysiek alles in orde was zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin dat vandaag dag doet.

    BLAUW VAN DE ROOK

    In het ‘hokje’ linksvoor de ruimte waar de moeders wachtten, zat Tina Lassche (1949). ledereen kent haar nu als Tina de Jong, maar ze was toen nog niet getrouwd. Ze begon op achttienjarige leeftijd te werken als ‘de administratieve kracht’ van het Groene Kruis. Zo stond het in de personeelsadvertentie, vertelt ze: ‘Administratieve kracht. Tina had de ULO gedaan en een jaartje vormingsklas. Haar werkkamer was helemaal volgestouwd met de papiermassa
    die de kruisvereniging voortbracht. Opgepropt zat Tina achter haar bureau, tegenover haar baas, meneer Jan Visser (1923-1987). De deur naar de gang stond altijd open,’ zegt ze. ‘Meneer Visser rookte veel.’
    Tina weet nog hoe af en toe een verpleegster van het consultatiebureau hun kamer, blauw van de rook, binnenstapte. ‘Kijk eens Tina, vind je dit geen mooi
    kindje,’ zei de zuster dan, een baby wiegend op haar arm. Tina de Jong werkte graag in het gebouw aan de Jasmijnstraat. Er was altijd leven in  de brouwerij en  meneer Visser was een heel gemakkelijke baas.
    Op dinsdagochtend kwam hij vaak later, zo weet ze nog, omdat hij de avond daarvoor standaard zijn schaakclub had gehad. In de avonduren en de weekenden stond de telefoon van het Groene Kruis doorgeschakeld naar het huis van meneer Visser. ‘Als zich dan een nieuwe klant meldde voor de verpleging dan regelde zijn vrouw of hij dat vanuit huis. Dat kon toen allemaal.’

    IJZEREN ADRESPLAATJES

    Leden van het Groene Kruis kregen wijkverpleging en ze konden materialen lenen, zoals een postoel of een ziekenhuisbed. De katholieken uit de polder hadden hun eigen verenging, het Wit-Gele Kruis. Het Kraamcentrum was een apart onderdeel, waarin de beide kruisverenigingen samenwerkten. ‘Eigenlijk deden wij wat de thuiszorg nu doet,’ legt Tina uit. De schaal was alleen veel kleiner de lijnen veel korter. ‘En ik moest de volledige administratie met de hand doen. Voor ieder verenigingslid werd een speciaal ijzeren adresplaatje gemaakt door een bedrijf Dat legde Tina in een apparaat, in Rotterdam
    waarmee ze het adres vijf keer op de contributiekaart stempelde. De bode ging met die kaart persoonlijk alle leden in de polder langs om de contributie te innen
    Let wel,’ lacht Tina, ‘dat deed hij ieder kwartaal!’ Bij betaling scheurde hij een deel van de kaart af, wat als betalingsbewijs diende. ‘Die moest je dan laten zien als je materialen wilde lenen,’ zegt Tina. Wat een werk, wat een werk.
    Die contributiekaarten werden allemaal in dat kantoortje bewaard. Leden hadden ook nog een gewone administratiekaart. En dan lagen er nog alle jaarverslagen van de uitlening van materialen, de kantoren in de dorpen, het Groene Kruis in Emmeloord. Ook tikte Tina alle vergaderverslagen van het bestuur uit.

    PARAPLU

    Tussendoor kletste Tina de Jong met de verpleegsters van het consultatiebureau, en soms kwam de wijkverpleegster langs, zuster Eke van de Veen. Dat laatste gebeurde niet heel vaak. Zij werkte meestal vanuit huis. Tina de Jong ziet haar vandaag de dag vaker, nu als mantelzorger. De gezondheid van mevrouw Van der Veen is niet zo goed meer.
    Mevrouw Van der Veen is een alleenstaande vrouw,’ vertelt Tina. ‘Dat was ze al toen ze in 1958 vanuit Blokzijl naar de polder kwam om hier wijkverpleegster te worden. Het Groene Kruis opereerde nog vanuit Districtskantoor 6, DK6, aan het Harmen Visserplein. Tot die houten barak echt niet meer volstond. Op een gegeven moment staken ze binnen hun paraplu op als het buiten regende. Toen verhuisden ze naar de Jasmijnstraat.
    In het gebouw aan de Jasmijnstraat gaven de wijkverpleegkundigen van het Groene Kruis ook moedercursussen, cursusbijeenkomsten voor zwangere vrouwen. ’s Avonds kwamen de dames naar de grote zaal voor zwangerschapsgym.
    In de kamers waar ten tijde van de Dienst Zuiderzeewerken de technisch hoofdambtenaren beslisten over de nieuwe wegen en dijken, wogen verpleegsters nu de baby’tjes. Peuters deden er hun eerste ogentest. Polderkinderen kregen er hun inentingen.

    DOOR ALLEN, VOOR ALLEN

    Iedere week kwamen op de administratie van het Groene Kruis aan de Jasmijnstraat de lijsten van de burgerlijke stand van de gemeente Noordoostpolder binnen. Tina de Jong en meneer Visser bestudeerden de lijsten iedere week opnieuw nauwgezet. De wijzigingen voerde Tina immers door in de ledenadministratie
    Maar Tina en meneer Visser waren ook gewoon lekker nieuwsgierig. De meeste lol hadden ze, alleen onderling natuurlijk als ze zagen dat een kindje was geboren bij een echtpaar, waarvan ze wisten dat het nog maar drie weken was getrouwd. Lachend zeiden ze dan tegen elkaar: ‘Nou, die heeft hard moeten lopen op d’r trouwdag.
    De lijsten hadden nog een functie. Tina de Jong vertelt dat ze van het bestuur van het Groene Kruis de opdracht kreeg om een ‘niet-ledenadministratie’ bij te houden. Van mensen die zich nieuw in de polder vestigden, controleerde ze of die ook lid werden van het Groene Kruis ‘Werden ze geen lid,’ zo legt Tina uit, ‘maar meldden ze zich later alsnog omdat ze bijvoorbeeld krukken wilden lenen, dan kregen ze een boete. Onder het motto: “Had je toen maar meteen
    lid moeten worden.” Het was natuurlijk geen echte boete, maar ze moesten wel met terugwerkende kracht een deel van het lidmaatschapsgeld betalen. Het motto van het Groene Kruis was immers: Door allen, voor allen.’

    OGEN EN OREN

    Op de plek waar nu de administratie zit, wachtten de schoolverpleegkundigen hen op. Een van hen was Gea Brouwer Mulder (1949). Alle kinderen uit de eerste, de derde en de vijfde klas werden gescreend. ‘Wij controleerden de ogen, de oren, het gewicht en de lengte. De standaarddingen dus,’ zo legt Gea Brouwer uit. ‘En daarna brachten we het kind naar de arts.
    Die arts, dat was haar echtgenoot Eric Brouwer (1934), voor wie zij naar de Noordoostpolder was verhuisd. Eigenlijk moest Gea Brouwer weinig hebben van die kale vlakte en die kleine dorpen.
    Ze had gestudeerd in Utrecht. In die bruisende stad voelde zij zich meer thuis. Maar Eric Brouwer had tot dan toe ‘rondgezworven van de ene medische functie naar de andere. Ik was net een tijdje keuringsarts in Heerlen toen de vacature in de polder zich aandiende,’ vertelt hij. ‘We wilden ons settelen, meer vastigheid.
    Emmeloord was in de buurt van Meppel, waar ik vandaan kwam. Er moest nog veel opgebouwd worden in de polder toen ik begon, en daar had ik wel zin in.’
    Eric Brouwer werd de eerste fulltime schoolarts van de Noordoostpolder. Het echtpaar Brouwer heeft zo alle kinderen voorbij zien komen die in de jaren zeventig en tachtig opgroeiden in de polder.

    FLAUWVALLEN

    Gea Brouwer wende snel aan haar nieuwe werkomgeving, ‘omdat we het ontzettend gezellig hadden in de Jasmijnstraat Met meneer Visser en Tina de Jong van het Groene Kruis de wijkverpleegkundigen en de medewerksters van het consultatiebureau kon ze goed opschieten. ‘Het was hard werken,
    maar we deden het met z’n allen. De lijnen waren kort, het was kleinschalig, en we hadden echt belangstelling voor elkaar De onderzoeksruimte waar Eric Brouwer de kinderen controleerde, bevond zich rechts in de gang. Platvoeten, het indalen van de testikels bij jongetjes, liesbreukjes, hart- en longfunctics
    bekkenscheefstand, dat soort dingen stelde de schoolarts daar vast De kamer links na de ingang van het gebouw, waar in de beginjaren de hoofdingenieur zat, werd gebruikt als vergaderruimte en voor de archiefkasten van de administratie van de medische onderzoeken. ‘Er stonden van die mooie Gispenstoelen, Gea Brouwer weet het nog goed.
    De medische screening van de kinderen in de polderdorpen gebeurde op de scholen zelf. Daar reed het echtpaar Brouwer dan naar toe. Het viel Gea Brouwer op dat die kinderen sterker waren, flinker. Ze had de indruk dat die kinderen minder hard huilden bij bijvoorbeeld de DTP-prikken. ‘In Emmeloord vielen kinderen daarbij weleens flauw. Dat gebeurde in de dorpen nooit.
    De Districts Gezondheidsdienst Noordwest-Overijssel werd later de GGD en verhuisde naar de flat Toutenburgh in Emmeloord. Eric Brouwer heeft meegeholpen de dienst verder op te bouwen in Emmeloord. Hij werkte onder leiding van dokter Van Brakel, die tevens de directeur en internist was van het Dr. J.H. Jansenziekenhuis. Hierdoor had Van Brakel vaak weinig tijd voor de GGD, maar hier leed het werk niet onder. Het kwam volgens Eric en Gea Brouwer de kleinschaligheid en daarmee de kwaliteit van de zorg ten goede.

    SEMAFOON

    Eric Brouwer was als GGD-arts niet alleen verantwoordelijk voor de medische screening van de schoolkinderen. Hij had een breed takenpakket waarvoor nu aan de medische faculteiten allerlei aparte specialisaties moeten worden gehaald. Hij werd ook ingezet voor de bedrijfsgeneeskundige dienst en controleerde onder meer het gemeentepersoneel bij ziekte, ‘Vooral op vrijdagmiddag en maandagochtend meldden mensen zich vaak ziek, ook toen al.
    Daarnaast was hij actief voor wat de ‘algemene gezondheidszorg’ heette. Het geven van vaccinaties aan mensen die op reis gingen bijvoorbeeld, maar ook het begeleiden van gezinnen die in psychische nood waren gekomen, het adviseren voor invalidenparkeerplaatsen en het afnemen van bloedproeven
    op alcohol. Verder was Eric Brouwer de lijkschouwer van de gemeente. Hij stelde de doodsoorzaak vast als iemand ‘onder verdachte omstandigheden’ was komen te overlijden, en zag daardoor de naarste dingen. Ongevallen met landbouwmachines, verongelukte kinderen op boerenbedrijven. ‘Maar daar praat hij nooit over. Hij houdt het voor zichzelf,’ vertelt Gea Brouwer. Door zijn grote en diverse verantwoordelijkheid was het belangrijk dat Eric Brouwer altijd bereikbaar bleef voor de politie. Het was de tijd dat er nog geen mobiele telefoons waren. Eric Brouwer liep met een ouderwetse semafoon rond, een ‘grote kast met een antenne’. Daarmee stond hij langs het hockeyveld, of ging hij op familiebezoek in Meppel.

    LUIZENCONTROLE

    Het controleren van kinderen op hoofdluis was in de jaren zeventig nog niet de verantwoordelijkheid van vrijwillige moeders. Het viel onder de Districts Gezondheidsdienst. Gea Brouwer en haar collega-schoolverpleegkundige bezochten hiertoe iedere polderschool drie keer per jaar. En zo waren ze iedere vrijdagmiddag op pad met hun luizenkammetjes.
    ‘Het was wel leuk en dankbaar werk,’ vertelt Gea Brouwer, ‘ook omdat het vaak genoeglijk was op die dorpsscholen. Het waren kleine schooltjes, meestal met maar drie leerkrachten.
    Ze weet nog hoe ze op zo’n vrijdagmiddag luizen ontdekte in het haar van de dochter van de hoofdonderwijzer. ‘We zeiden altijd dat je er niets aan kon doen, dat het niets met persoonlijke hygiëne te maken had, dat het iedereen kon overkomen. Die hoofdonderwijzer benadrukte dat zelf ook, maar toen zijn eigen dochter luizen bleek te hebben, stond hij toch wel beteuterd te kijken. Hij was zo aangeslagen. Die arme man, zo menselijk ook, ik ben het nooit
    vergeten.


    Schooladvies- en Begeleidingsdienst IJsselmeerpolders.

    1975 – 2010

    Midden jaren zeventig wees de gemeente Noordoostpolder de Schooladvies- en begeleidingsdienst IJsselmeerpolders (SBDIJ) aan als nieuwe gebruiker van het gebouw aan de Jasmijnstraat. De organisatie heeft het langst gebruik gemaakt van het pand. Decennialang kreeg de individuele leerling met gedrags- of leerproblemen extra steun vanuit de Jasmijnstraat.
    Daarnaast streefde de dienst naar vebvetering van het algehele onderwijsniveau in de polder door onder meer de leermethodieken te vernieuwen.


    AVES Stichting voor Primair onderwijs

    2010 – heden

    In 2010 betrok Aves het gebouw. De nieuwe scholenvereniging besloot om het pand aan de Jasmijnstraat grondig te restaureren met respect voor de historie.
    Aan de buitenkant oogt het gebouwtje nog precies zoals het in 1948 voor de Dienst Zuiderzeewerken is neergezet. De kamerindeling is nog exact hetzelfde. De ruimtes hebben alleen een andere functie.
    Tijdens lange vergaderingen in wat t oen de tekenkamer was, kunnen zij wegdromend door het ronde raampje naar buiten staren.


    2021: Uitbreiding

    Bron: www.khvarchitecten.nl

    KHV Architecten heeft voor Stichting Aves een ontwerp gemaakt voor de uitbreiding van het monumentale bestuurskantoor in Emmeloord. Het voormalige kantoor van de Dienst der Zuiderzeewerken is al een aantal jaren in gebruik als bestuurskantoor van Stichting Aves. Het pand uit 1948 is een Rijksmonument en heeft architectonische kenmerken van de Delftse school.

    Door de groei van de organisatie is de vraag ontstaan naar meer ruimte. Dit vroeg om een goed doordacht ontwerp om dit niet te verstoren maar te versterken. We hebben in het ontwerp gekozen om een eigentijdse uitbreiding te maken die in zijn materialisatie harmonieert met het bestaande gebouw. Door contrast te zoeken in  de vorm, wordt de bijzonderheid van het monument versterkt.

    Een mooie relatie met het monumentale deel

    We hebben aanknopingspunten gezocht in de architectonische karakteristieken van het Rijksmonument. Hierdoor gaat de nieuwbouw goed aansluiten op het bestaande gebouw en zal daarmee de uitstraling van het totaal versterken. Deze karakteristieken hebben we gevonden in het torentje; een markant entreeaccent met bijzonder metselwerk in een ruitpatroon.

    Door dit patroon terug te laten komen in de uitbreiding ontstaat er een mooie relatie met het bestaande gebouw. Door de entree als een transparante schakel tussen de twee gebouwen te leggen neemt de nieuwbouw ook iets afstand en geeft zij het monument de ruimte.

    De routing wordt met deze uitbreiding versterkt. Hij speelt in op de kracht van het monument en geeft antwoord op de ruimtevraag van de groeiende organisatie van Stichting Aves. Het ontwerp is door de monumentencommissie zeer positief ontvangen.


    Hoe wordt dit monument beschreven in het Rijksmonumentenregister

    Inleiding

    Het voormalige KANTOOR van de Dienst der Zuiderzeewerken (afd. NOP) dateert van 1948. Het is gebouwd door de Bouwkundige Afdeling van de Directie van de Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken, die ook verantwoordelijk was voor het ontwerp. Het gebouw heeft de stilistische kenmerken van de Delftse School, waar het een sobere variant van is. Het pand is in 1980 inwendig verbouwd en aan de oostelijke zijde uitgebreid ten behoeve van de Stichting Schoolbegeleidingsdienst IJsselmeerpolder, die het geheel sindsdien in gebruik heeft.

    Omschrijving

    Lang en verdiepingloos, in schone baksteen opgetrokken gebouw onder een met opnieuw verbeterde Hollandse pannen gedekt, uitkragend schilddak met een bakstenen schoorsteen op het noordelijke dakschild. De meeste gevelopeningen zijn rechtgesloten. Beschrijving van de gevels van links naar rechts: – Zuidelijke langsgevel met een zesruits-venster met enigszins uitkragend kozijn. Een ingangsportaaltje in de vorm van een octgonaal torentje waarvan de smallere, overhoekse zijden zijn uitgemetseld en de bredere zijn ingevuld met deuren en een venster, waarin ramen met een diagonale roedenverdeling. In het midden een venster binnen een betonnen kozijn. Aan weerszijden een deur met houten kozijn. Rechts van de toren een brede vensterpartij met twee betonnen penanten en een betonnen latei. De volgende vensters zijn vergelijkbaar, maar minder breed en voorzien van één penant. Al deze vensters met keramische (grès) lekdorpels. Geheel rechts in deze gevel een rond zesruits-venster. – Symmetrische oostelijke kopgevel met hoeklisenen, gemetselde kraagstukken en een venster met roedenverdeling aan weerszijden van een niet bij de oorspronkelijke bouw behorend tussenlid. Dit van 1980 daterende tussenlid en de aangebouwde uitbreiding vallen buiten de bescherming. – Noordelijke langsgevel met vensters van verschillend formaat, alsmede twee op maaiveldhoogte geplaatste, grotendeels blinde gevelopeningen met segmentboogvormige afsluiting. – Eveneens symmetrische westelijke kopgevel met in het midden een venster met roedenverdeling. Het inwendige van het pand valt buiten de bescherming van rijkswege.

    Waardering

    Het voormalige kantoor is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectuurhistorische waarde.

    – Het gebouw heeft cultuurhistorische waarde vanwege de oorspronkelijke, voor de ontwikkeling van de NOP van belang zijnde, specifieke functie.

    – Het gebouw is van architectuurhistorisch belang vanwege de voor de bouwtijd zo karakteristieke vormgeving, detaillering en materiaalgebruik.

    – Het heeft ensemblewaarde vanwege de relatie met de omringende, uit dezelfde tijd daterende bebouwing en als onderdeel van een veelomvattend stedebouwkundig plan.

    – Het gebouw heeft tevens zeldzaamheidswaarde vanwege de oorspronkelijke, onverbrekelijk met de ontwikkeling van de Noordoostpolder verbonden functie.

    – Het gebouw is van belang vanwege de gaafheid van het exterieur.

    Bron: Rijksmonumentenregister

  • Bibliotheek

    Bibliotheek

    Destijds: Openbare leeszaal

    Locatie: Harmen Visserplein 5
    Architect: M.H. Groen van de dienst Publieke Werken Noordoostpolder
    Aannemer: L de Graaff, Emmeloord
    Gebouwd: 1968
    Officiële opening: vrijdag 13 juni 1969

    Op de plek van de huidige Bibliotheek stond vroeger het dorpshuis. Deze was in 1942 gebouwd en werd als dorpshuis ingericht. Een paar jaar later werd het ingericht tot leeszaal door de Maatschappij tot Nut van het Algemeen.
    In 1955 kreeg het gebouw de benaming van Openbare Leeszaal en Uitleenbibliotheek. Dit heeft geduurd tot 1968.
    We hadden het toen over 3200 boeken.
    Voor het merendeel waren het romans en kinderboeken.



    In februari 1968 werd de aanbesteding voor de bouw van de openbare leeszaal en bibliotheek gehouden in het gebouw van Publieke Werken in Emmeloord.
    Er meldden zich 21 bedrijven om een bod uit te brengen.
    Bouwbedrijf L. de Graaff uit de Nagelerstraat in Emmeloord kwam met het laagste bod van ƒ 462.340,-, wat bijna een ton lager was dan de oorspronkelijke begroting van ƒ 559.138,-. Het hoogste bod kwam van de firma G. B. van Hoek uit Delft, die ƒ 589.000,- aanboden. De totale kosten voor de bouw en inrichting waren geraamd op meer dan ƒ 864.000,-.
    Het ontwerp van het gebouw was in handen van architect M.H. Groen van de dienst Publieke Werken Noordoostpolder. Op vrijdag 13 juni 1969 werd de bibliotheek officieel geopend. De opening werd verricht door Mr. L.B. van Ommeren, hoofd van de directie jeugdzaken, volksontwikkeling en sport van het ministerie van CRM.
    Hij draaide een groot kartonnen boek weg, dat voor de deur hing, om de bibliotheek te onthullen.

    Tijdens de bouw bleek dat ‘de bevrijdingsboom‘ teveel in de weg stond. Omdat hij toch slecht wilde groeien, is een paar meter verder een nieuw exemplaar geplant.


    Sloop oude gebouw

    Voor de bouw van deze Openbare Leeszaal was het noodzakelijk het bestaande gebouw te slopen.
    Dit was één van de oudste gebouwen van Emmeloord.

    • 1942: Gebouwd  – Kantine
      De Duitse bezetter gaf in 1942 geen toestemming voor een stenen gebouw. Het moest een houten gebouw worden.
      Ze wisten niet dat binnen de houten buitenkant een stenen muur werd gebouwd, waardoor een hecht bouwwerk ontstond.
      Toen het klaar was, werd het ingericht als kantine voor de polderwerkers.
      De heer W. Tholen,  (café Tholen) was  de baas.
    • 1945: Ministerie van Justitie
    • In 1945 werd een gedeelte ervan gevorderd door het ministerie van Justitie voor de behandeling van politieke delinquenten, die hier in de Noordoostpolder in de kampen vertoefden.
      Ondertussen werd het gebouw tot dorpshuis vermaakt.
      Vervolgens het consultatiebureau voor de kruisvereniging
    • 1948 Leeszaal
      De ambtenaren verhuisden naar het tijdelijke raadhuis (1) en dit gebouw werd ingericht tot leeszaal door de Maatschappij tot Nut van het Algemeen.
      In 1955 kreeg het gebouw de benaming van Openbare Leeszaal en Uitleenbibliotheek. Dit heeft geduurd tot 1968.
    • 1968 Sloop

    Katholieke leeszaal

    Er was overigens ook een Katholieke leeszaal.

    Na de verbouwing van de oude katholieke kerk (later Paspartou)  kon het gedeelte dat niet werd ingericht als huishoudschool, onderdak verlenen aan de kath. openbare leeszaal. Deze bibliotheek is voortgekomen uit de parochiebibliotheek. De officieuze opening was zaterdag 21 november 1968.

    Fusie nov 1956

    De openbare leeszaal, de hervormde bibliotheek, de bibliotheek van de geref. en chr. geref. kerk te Emmeloord en ‘de Interkerkelijke Bibliotheek te Marknesse, zijn een fusie aangegaan. Het boekenbezit van de nieuwe stichting omvat ongeveer 7000 boeken, een groot aantal voor een plaats als Emmeloord, waar thans de boeken tezamen zijn gebracht.

    Bibliobus 1961

    Om de lectuurvoorziening in de dorpen van de Noordoostpolder te verbeteren, heeft de openbare leeszaal en uitleenbibliotheek NOP te Ernmeloord in mei 1961 een bibliobus aangeschaft. Hierdoor kan men sneller en beter de dorpen aan boeken helpen.

    In 1966 kwam een nieuwe bibliobus op de weg.


    Actueel (2024)

    De Bibliotheek en het Muzisch Centrum groeien uit hun jasje en willen verhuizen naar Theater ’t Voorhuys. De directeuren stellen dat ze daar het beste tot hun recht komen.

    Als je naar de kaart kijkt, heeft het Muzisch Centrum nog volop ruimte om uit te breiden.
    Ook de Bibliotheek heeft aan ruimte en parkeerplaatsen niets te wensen.
    Het Politiebureau heeft steeds minder ruime nodig. Nadat het politiekorps in 2010 was gereorganiseerd bleek het pand aan het Harmen Visserplein zo groot dat een deel kon worden afgestoten en is sinds 2012 in gebruik door de Yunus Emre Moskee. (rechts van het politiebureau)
    Mijns inziens biedt het krappe centrum minder ruimte, minder parkeerplaatsen en een slechtere bereikbaarheid. Je haalt je daarmee veel problemen op de hals. (red)


    Kunst

    • Titel: Glas appliqué
    • Kunstenaar: Jo Pessink
    • Plaats: in de hal van de bibliotheek (FlevoMeer Bibliotheek Noordoostpolder)
    • Materiaal: glas
    • Geplaatst: 1968

    De panelen waren bedoeld voor het politiebureau Emmeloord.

    De kunstenaar Jo Pessink gaf de panelen de titel mee:

    het alziend oog van de politie

    Na de opening van het politiebureau stond op 31 okt 1968 in de krant :

    ‘Namens het personeel bood brigadier A. N. Schoolmeester een glasapplicaat aan, vervaardigd door de Deventer  kunstschilder J. Pessink. Het wordt in de hal aangebracht.’

    De panelen zijn daar echter om onduidelijke redenen nooit geplaatst maar zijn in de hal van de bibliotheek geplaatst.
    Net na de bouw van het politiebureau werd ook de bibliotheek  op officieel geopend.

  • Politiebureau

    Politiebureau

    • Architect:  H. Geels uit Arnhem
    • Aanbesteding 8 februari 1967
    • Bouwbedrijf:  Fa. H. Moes N.V. Kampen met f 469.900 (I) en f 475.000 (II), resp. mèt én zonder verr.clausule
    • Eerste steen: 26 juli 1967
    • Hoogste punt bereikt: oktober 1967
    • Opening: 30 oktober 1968 (door Commissaris van de koningin in Overijssel, jhr. mr. dr. O. F. A. H. van Nispen tot Pannerden)
    • 1992 uitgebreid met een derde bouwlaag.
    • Renovatie maart 2010

    4 cellen en een  dronkemanscel

    Verbouwing 2024

    Na een verbouwing van ruim een jaar is het politiebureau in 2024 ingrijpend gerenoveerd. De werkzaamheden stonden vooral in het teken van verduurzaming, veiligheid en het verbeteren van de ontvangst van bezoekers. Dankzij betere isolatie en andere energiebesparende maatregelen is het energielabel verbeterd van E naar A.

    Ook het interieur heeft een flinke metamorfose ondergaan. De spreekkamers, waar bezoekers aangifte doen of met de politie in gesprek gaan, zijn opnieuw ingericht. De steriele, witte uitstraling heeft plaatsgemaakt voor een warmere inrichting met groen- en aardetinten, waardoor de ruimtes een rustiger en huiselijker karakter hebben gekregen.

    De renovatie was niet alleen bedoeld om het gebouw te moderniseren. Achterstallig onderhoud maakte ingrijpen noodzakelijk, nadat door betonrot een betonnen draagbalk boven een raam onverwacht naar beneden was gevallen. Dit onderstreepte de noodzaak om de constructie grondig aan te pakken en het gebouw weer veilig te maken.

    Aan de buitenzijde is het politiebureau nauwelijks veranderd. Het gebouw is gereinigd en opnieuw gevoegd, maar behoudt zijn vertrouwde uiterlijk. De vernieuwde huisvesting werd na de renovatie gepresenteerd tijdens een Burendag, zodat omwonenden een kijkje konden nemen. Alleen de cellen zijn nog niet aangepakt; deze worden in een later stadium gerenoveerd.

    Vorige renovatie 2010

    Opdrachtgever : Politie Flevoland
    Architect : Triacon Nijkerk
    Aanneemsom : € 932.000,00
    Bouwtijd : 2010
    Omschrijving : Nijhuis Zwolle heeft in Emmeloord het politiebureau gerevitaliseerd. Het bestaande gebouw is van binnen gestript en aan de achterzijde van het gebouw zijn de oude cellen en garageboxen volledig gesloopt. Hierna is het gebouw weer geschikt gemaakt voor het herbergen van politie Flevoland en politie Lelystad. Op de begane grond is er een nieuwe entree en balie gerealiseerd. Er zijn op de begane grond, 1e en 2e verdieping nieuwe spreekkamers, kantoorruimtes, vergaderzalen en een kantine gemaakt. Aan de achterzijde heeft Nijhuis door middel van nieuwbouw kleedkamers, doucheruimtes en cellen geplaatst. Ook is het terrein heringericht en zijn er nieuwe parkeervoorzieningen aangebracht. De buitenzijde van het gebouw is schoongemaakt en opnieuw gevoegd.

    Eerste steen

    Burgemeester F. M. van Panthaleoin van Eek van de Noordoostpolder heeft de „eerste” steen gelegd van het nieuwe politiebureau. Deze eerste steenlegging droeg een wat provisorisch karakter: de gedenkplaat was nog niet klaar, zodat de burgemeester zich moest behelpen met 2 gewone bakstenen.

    De bouwkosten van het politiebureau, dat volgend jaar augustus gereed komt, bedragen ongeveer een miljoen gulden.

    De buitenkant wordt uitgevoerd in opvallende crèmekleurige steen. Het gebouw telt 2 verdiepingen en een sousterrain. De voorkant wordt 47 meter breed, de diepte is 30 meter. Burgemeester Van Eek wees op de zeer moderne uitvoering van het interieur, als mede de moderne meldkamer, waarop o.m. bankinstellingen direct zijn aangesloten.

    Mooi metselwerk

    Het politiebureau is gemetseld volgens Vlaams verband.

    Vlaams verband is een metselverband waarbij steeds een strek en een kop elkaar herhalen. De laag bakstenen begint met een drieklezoor en eindigt met een strek; de volgende laag stenen begint met een strek en eindigt met een drieklezoor enz. (om en om wordt de laag stenen begonnen dan wel geëindigd met een drieklezoor, zie de “d” in de afbeelding).


    KUNST


    Politie waakt

    Politie waakt.

    Dit werk van bijna twee vierkante meter groot is gemaakt in epoxy.
    Jac. Maris uit het Limburgse plaatsje Heumen heeft het in 1968 ontworpen voor het politiebureau van Emmeloord.
    Het stelt een politieman voor die bescherming biedt aan twee burgers, een man en een vrouw.
    Het heeft altijd gehangen op de gevel van het politiebureau in Emmeloord, maar toen die gevel werd vervangen door een gevel in glas was er voor het werk geen plaats meer en is het geschonken aan het museum Jac Maris – Marishuis in Heumen (Gelderland)

    Het alziend oog van de politie

    glasappliqué  

    Namens het personeel bood brigadier A. N. Schoolmeester een glasapplicaat aan, vervaardigd door de Deventer kunstschilder J. Pessink. Het wordt in de hal aangebracht.

    De kunstenaar Jo Pessink gaf de panelen de titel mee:

    het alziend oog van de politie

    Na de opening van het politiebureau stond op 31 okt 1968 in de krant :

    ‘Namens het personeel bood brigadier A. N. Schoolmeester een glasapplicaat aan, vervaardigd door de Deventer  kunstschilder J. Pessink. Het wordt in de hal aangebracht.’

    De panelen zijn daar echter om onduidelijke redenen nooit geplaatst maar zijn in de hal van de bibliotheek geplaatst.
    Net na de bouw van het politiebureau werd ook de bibliotheek , getekend door  architect M.H. Groen en gebouwd door Aannemer L. de Graaff uit Emmeloord op vrijdag 13 juni 1969 officieel geopend.

    Dravende paarden

    • Titel : Dravende  paarden
    • Kunstenaar: Monica van Eck
    • Plaats: Emmeloord
    • Materiaal:  Vaurion en Finse kleber
    • Geplaatst: 1968

    Over het kunstwerk

    Dravende paarden is een hoogreliëf, gemaakt in de steensoorten Vaurion en Finse kleber.

    Dit werk hing in de  kantine van het politiebureau Emmeloord.
    Nadat deze dienst in 2010 was gereorganiseerd bleek het pand aan het Harmen Visserplein te groot.
    Een deel kon worden afgestoten en is nu sinds 2012 in gebruik door de Yunus Emre Moskee. (rechts van het politiebureau)

    Vanuit het politiekorps is de makelaar gewezen op dit kunstwerk.
    Gevreesd werd dat bij een mogelijke verbouwing het werk verloren zou gaan.
    De Makelaar heeft daarop in overleg samen met een politiemedewerker (J.F. te C.)  het werk van de muur geschroefd.
    Daarna is het kunstwerk gemonteerd aan de muur van een ‘publiekelijk te huren ruimte voor vergaderingen en feesten’  aan de Bouwerskamp.

    Het kunstwerk is op een iets afwijkende manier gemonteerd.  Op de originele locatie in het politiebureau zat meer ruimte tussen de afzonderlijke delen.

    Het pand is inmiddels verkocht en heeft een nieuwe eigenaar.

    Monica van Panthaleon barones van Eck,  dochter van de burgemeester Noordoostpolder,  een telg uit het geslacht Van Eck en een dochter van François Marinus van Panthaleon baron van Eck (1908-1993) en Jacoba Elisabeth barones van Haersolte (1917-2011).Haar vader was burgemeester van Noordoostpolder. Ze kreeg de belangstelling voor de kunst vanuit huis mee: haar moeder Elisabeth schilderde en beeldhouwde, haar grootmoeder Jacoba G. van Haersolte-de Lange (1897-1974) was actief als schilderes.

    Van Eck kreeg les van Jan van Tongeren en studeerde aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam, onder leiding van Piet Esser, Paul Grégoire en Cor Hund. Ze maakt figuratieve portretten, dier- en figuurvoorstellingen in brons, terrazzo en zilver.

    Van Eck trouwde in 1969 met jhr. drs. Ingvar Elias met wie ze een dochter kreeg.



    Yunus Emre Moskee

    Emmeloord telt twee moskeeën.

    De Turkse Yunus Emre Moskee en de Marokaanse Assalaam Moskee.

    Nadat het politiekorps in 2010 was gereorganiseerd bleek het pand aan het Harmen Visserplein te groot.
    Een deel kon worden afgestoten en is sinds 2012 in gebruik door de Yunus Emre Moskee. (rechts van het politiebureau)

    De Islamitische Stichting Emmeloord waarbij zo’n 250 mensen van vijftig gezinnen zijn aangesloten, heeft het gekocht.

    Daarvoor hadden de moslims een jaartje een moskee aan de Gildenweg op bedrijventerrein Nagelerweg, maar de wens was toch een plekje in het centrum van Emmeloord. En weer daarvoor hadden ze niets. Voor moskeebezoek was de Turkse gemeenschap aangewezen op Lelystad of Kampen.

    “Veiliger dan hier kun je het niet krijgen”, zegt Ismaïl Ozcan van de Islamitische Stichting. “Hier verwacht ik niets geen vandalisme.” Maar belangrijker: de Yunus Emre Camii, zoals de moskee heet, wil de positieve kant van het geloof laten zien. “En we proberen de jeugd van de straat te houden. We gaan van alles organiseren, van zaalvoetbal tot films kijken”, aldus Ozcan.
    De moskee zonder minaret is eigenlijk een multifunctioneel centrum. Op de bovenverdieping de mooi ingerichte gebedsruimte, beneden zalen voor educatieve en culturele activiteiten. Bijvoorbeeld voor een jongerensoos, koranlessen en cursussen voor vrouwen. En in de ontvangsthal staat een poolbiljart.

    Een hogedrukspuit kan ook wonderen doen. (november 2022)

  • Residence

    Residence – Domeinkantoor


    In 1959 is het door ir. S.J. van Emden ontworpen Domeinkantoor aan de Noordwesthoek van De Deel verrezen.
    Dit zeer modern vormgegeven gebouw in drie lagen bestond uit een betonskelet met glazenvliesgevels.
    Doordat deze doorzichtige ‘doos’ breder was dan de basis waarop hij staat, lijkt hij haast te zweven.
    De kantoren in het gebouw lagen rondom een vide die van boven af werd verlicht doordat daar twee stukken van het platte dak als het ware zijn opgetild.
    De zo ontstane v-vormige dakopbouw was een speels accent in het verder strak vormgegeven ontwerp.

    In 1975 is de Dienst der Domeinen  naar de provinciehoofdstad Lelystad verhuisd. Het personeel verhuisde jaren later mee.
    Lange tijd stond het gebouw leeg totdat het in 1995 afgestoten werd.
    Er kon geen huurder worden gevonden. De grote hal, die de functie van typekamer had, was voor een moderne kantoororganisatie onbruikbaar. De houten vliesgevel was slecht onderhouden, en bouwfysisch en technisch zodanig verouderd dat voor hergebruik als kantoor een totale renovatie nodig zou zijn.

    WEN Vastgoed zag mogelijkheden voor transformatie van het gebouw van kantoorgebouw naar woningbouw. Het gebouw is gekocht van Domeinen onder de voorwaarde dat gemeente Noordoostpolder zou meewerken aan een bestemmingswijziging. De gemeente besefte dat het kantoorgebouw onverhuurbaar was en in verval en ging akkoord.

    Oorspronkelijk bouwjaar 1959
    Oppervlakte 1.980 m²
    Verbouw 1999
    Indeling 18 appartementen
    Opdrachtgever WEN Vastgoed, Zevenaar
    Ontwerp G. Stuve, Ir. C. P. v.d. Bliek 
    Aannemer Bouwbedrijf Haase BV Rijssen

    De architect

    Sam van Embden

    Samuel Josua van Embden was een Joods-Nederlandse stedenbouwkundige.
    Architect en stedenbouwkundige S.J. van Embden was een nationaal en internationaal gewaardeerde, belezen en pragmatische stedenbouwer, met een zeer actieve en energieke persoonlijkheid.
    Geboren: 13 oktober 1904
    Overleden: 20 september 2000


    kunstwerk 1942 – 1962 naast de Residence


    Over de verbouw


    Situatie voor transformatie
    Dit gebouw uit 1959 is ontworpen door architect S.J. van Embden als kantoor voor de dienst Domeinen (Waterschap). Het is gebouwd als hallenkantoor, vanuit de ideeën van
    de Nieuwe Zakelijkheid: transparant, licht en industrieel. Het gebouw is georiënteerd rondom een grote centrale hal. De hal werd van boven belicht door een opgetild schaaldak, dat een speels element vormde in verhouding tot de strakke, glazen doos.
    Het gebouw staat centraal in Emmeloord en is groot in zijn context. Het wordt omringd door kantoorgebouwen en woningen. Nadat Domeinen het gebouw verliet, stond het lange tijd leeg. Er kon geen huurder worden gevonden. De grote hal, die de functie van typekamer had, is voor een moderne kantoororganisatie onbruikbaar. Het gebouw zou in gebruik onrendabel zijn door een ongunstige netto-brutoverhouding. De houten vliesgevel was slecht onderhouden, en bouwfysisch en technisch zodanig verouderd dat voor hergebruik als kantoor een totale renovatie nodig zou zijn.

    Initiatief tot transformatie

    WEN Vastgoed zag mogelijkheden voor transformatie van het gebouw van kantoorgebouw naar woningbouw. Het gebouw is gekocht van Domeinen onder de voorwaarde dat
    gemeente Noordoostpolder zou meewerken aan een bestemmingswijziging. De gemeente besefte dat het kantoorgebouw onverhuurbaar was en in verval en ging akkoord
    de met een vrijstelling van het bestemmingsplan (artikel 19-procedure). Het bureau OD205, opgericht door Van Embden, heeft toestemming gegeven tot herontwikkeling.

    Programma, doelgroep en haalbaarheid
    Door de centrale ligging in Emmeloord en de grote vraag naar seniorenwoningen is ervoor gekozen om in het gebouw woningen te ontwikkelen voor senioren. Voor deze doelgroep werd een centrale entree via een atrium als aantrekkelijk beschouwd en zo kreeg de bestaande hal een nieuwe functie. In de centrale hal is een lift geplaatst. Er zijn geen dorpels toegepast in het gebouw en in de woningen is voldoende ruimte gecreëerd om in een rolstoel te kunnen draaien (draaicirkels van 1,50 m).
    De gemeente stelde de eis dat het parkeren op eigen terrein (1:1,5) moest worden opgelost. Hiervoor is de bestaande kelder toegankelijk gemaakt via een hellingbaan aan de voorzijde van het gebouw en zijn parkeerplaatsen gerealiseerd. De stramienmaat van 4,5 bij 4,5 m beperkte de indelingsmogelijkheden van de kelder. Er kon maar één parkeerplaats per stramien worden ingepast. Daarom is steeds samen met een parkeerplaats een berging geplaatst. Met het aantal parkeerplaatsen in de parkeergarage kon niet voldaan worden aan de gestelde parkeereis van de gemeente van 1:1,5. De rest van de parkeerplaatsen is rondom het gebouw aangelegd.

    Het programma van eisen is door WEN Vastgoed opgesteld. In overleg met een plaatselijke makelaar zijn grootte en verkoopprijzen vastgesteld, waarna het verbouwbudget is opgesteld. Uitgangspunt waren driekamerappartementen met een oppervlakte van ongeveer 100 m² . Op deze manier konden 18 appartementen over drie lagen worden gerealiseerd.
    Na uitvoerig technisch onderzoek van de bestaande constructie bleek dat de vloeren waren uitgevoerd als in het werk gestorte kanaalplaatvloeren. Het gebouw heeft hiermee een van de primeurs in Nederland van dit vloertype. Ze hadden weinig massa en voldeden niet aan de geluidseisen voor woningscheidende vloeren. De vloeren waren ter plaatse van de gevels ca. 8o cm uitgekraagd. Dit heeft de keuzemogelijkheden voor de nieuwe gevel beperkt.

    Ontwerp

    Atrium
    De ontsluiting van de appartementen vindt plaats vanuit het atrium, de voormalige centrale hal. Zonder de bestaande constructie aan te passen zijn de verdiepingsvloeren uitgebreid en zijn ‘gaanderijen’ gemaakt. De uitbreiding was noodzakelijk om voldoende diepte voor de appartementen te krijgen. Een verdere uitbreiding van de verdiepingsvloeren is overwogen, maar dat vereiste bijplaatsing van nieuwe kolommen. Daardoor zoude kelder voor parkeren onbruikbaar worden. De gerealiseerde oppervlakte is bovendien afgestemd op de optimale woningdiepte. Daglichttoetreding zou een probleem zijn bij diepere woningen. Gewicht is uitgespaard door met cellenbeton te werken naar de centrale hal toe In de centrale hal zijn een nieuwe liftinstallatie en trappen aangebracht, bereikbaar vanaf de begane grond, die als binnentuin is ingericht. Om te voldoen aan de eisen van brandveiligheid van het Bouwbesluit was één trappenhuis voldoende.
    Door de omloop kan er in twee richtingen worden gevlucht. De lage hoogte van het gebouw maakt ook vluchten via de loggia of een balkon mogelijk. Op het dak is een schoepenrooster geplaatst, zodat de hal bij brand rookvrij blijft.
    De beganegrondvloer is ca. 1,30 m boven het maaiveld gelegen Om het gebouw toegankelijk te maken voor rolstoelgebruikers is bij de entree aan de voorzijde een hefplateau gemaakt. De kelder van het gebouw heeft een kleinere footprint dan de verdiepingen en de uitkraging van de beganegrondvloer heeft een beperkte capaciteit om extra gewicht op te vangen. De keuze voor een nieuwe gevel was hierdoor beperkt tot een nieuwe vliesgevel of een gesloten gevel met een laag eigengewicht. Gekozen is voor een gevel van cellenbeton, afgewerkt met stucwerk. De woningscheidende wanden zijn uitgevoerd als Metalstud-wanden met een dubbele laag gipsplaten. Hiermee wordt voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit betreffende geluidsisolatie en brandwerendheid. Door
    zwevende dekvloeren toe te passen, zijn ook de eisen voorgeluidsisolatie van het Bouwbesluit behaald.
    Men heeft getracht om met de wanden op de kolommenstructuur aan te sluiten. Dit zou echter geen goede plattegronden opleveren. Daarom is ervoor gekozen om het grid los te laten en de kolommen vrij in de ruimte te laten staan. Achteraf bleken de kolommen een bijzonder ruimtelijk element in de appartementen en niet nadelig voor de verkoop.
    Er is gekozen voor eenzelfde indeling van de drie lagen. Elk appartement heeft een loggia als buitenruimte. Aan de west- en oostzijde van het gebouw zijn de loggia’s als balkons
    uitgebreid buiten de gevel, waardoor de bezonning is verbeterd. De transformatie dateert uit 1999 en het project moest voldoen aan de nieuwbouweisen van het toenmalige Bouwbesluit 1992, waarin buitenruimten van minimaal 6,5% van de woonoppervlakte vereist waren

    plattegrond-Oude-situatie-Recidence-de-Deel
    Oude situatie

    plattegrond-Recidence-de-Deel
    nieuwe situatie

    plattegrond-kelder-met-parkeerplaatsen-Recidence-de-Deel
    kelder met parkeerplaatsen

    Aanbesteding en bouw
    De prijsvorming heeft plaatsgevonden op basis van een open begroting van de aannemer. Er is vroeg in het transformatieproces een haalbaarheidsstudie verricht. Voordat begonnen werd met bouwen, is de bestaande constructie uitvoerig onderzocht op draagvermogen. Tijdens de bouw zijn geen expliciete problemen aan het licht gekomen. Toch zijn de kosten hoger uitgevallen dan verwacht. De post onvoorzien, die al op een hoge waarde was gezet, is ruim overschreden

    Oplevering, gebruik en beheer
    De bouw is gestart nadat 70% van de appartementen was verkocht; de rest is verkocht tijdens de bouw. Het project is ontwikkeld met senioren als doelgroep. De appartementen zijn hoofdzakelijk verkocht aan de verwachte doelgroep, maar een aantal is verkocht aan jongere mensen. Aan de kopers zijn de gebruikelijke meerwerkopties aangeboden.
    Tijdens de bouw van dit complex was de toepassing van buitenruimten en bergingen door het Bouwbesluit verplicht. Hoewel het nieuwe Bouwbesluit uit 2003 geen buitenruimte en bergingen meer vereist, zou w EN Vastgoed nog steeds bergingen en buitenruimten plaatsen vanwege de woonkwaliteit en betere verkoopbaarheid van apartementen.

    begane-grond

    Reflectie
    Veel leegstaande kantoorgebouwen dateren uit dezelfde periode (1950-1970) en hebben vloeren en gevels die niet meer voldoen aan de huidige bouwfysische eisen, voor wat betreft geluids- en thermische isolatie. De vloeren hebben te weinig massa om te voldoen aan de eisen van geluidswering tussen woningen. In de gevels vormen koudebruggen een probleem. Dit zijn duidelijke aandachtspunten. In dit project heeft het verzwaren van de vloeren, om te kunnen voldoen aan de normen, voor veel extra kosten gezorgd.
    Met de kennis van nu op basis van een eigen evaluatie zou men niet aan transformatie zijn begonnen, maar zou het gebouw gesloopt zijn ten gunste van nieuwbouw.
    Er zijn in dit project geen eisen gesteld aan behoud van kenmerkende elementen. Dit is merkwaardig, gezien de kwaliteiten van dit karakteristieke naoorlogse gebouw. Het karakteristieke schaaldak boven de voormalige centrale hal is wel gehandhaafd.

    Bronnen:
    Transformatie van kantoorgebouwen: thema’s, actoren, instrumenten en projecten
    Door D. J. M. van der Voordt
    Gesprek met dhr. Stuve, wEN Vastgoed, februari 2006.



    Foutje nummering

    Zo was het bedoeld:

    • De Deel nr. 20 – ’t Voorhuys
    • De Deel nr. 21 – Het AanDeel (voorheen de NAK)
    • De Deel nr. 22 – Rondeel (voorheen Landbouwhuis)
    • De Deel nr. 23 – Residence De Deel (voorheen domeinenkantoor)
    • De Deel nr. 24 Busstation
    • De Deel nr. 25 Poldertoren

    Binnen een appartement wordt doorgenummerd.
    Voorbeeld Het AanDeel : De Deel 21 -32

    Binnen een appartement Residence wordt doorgenummerd.
    Voorbeeld Recidence : De Deel 23 -32

    De Residence heeft dus De Deel 23, al gebruiken de bewoners vaak alleen hun doorkiesnummer.

    Nu heeft men bij het Rondeel de begane grond keurig het straatnummer 22 gegeven, maar de verdiepingen het nummer 23. Hetzelfde nummer als de Residence.
    Doornummering Rondeel is 1 – 19
    Gelukkig begint de doornummering in de Residence vanaf 31

  • Rondeel

    Het Rondeel

    • Gebouwd door bouwbedrijf Roos (Emmeloord),
    • ontwerp door 19 Het Atelier (Zwolle).
    • Architect Rob Moritz
    • Projectnaam: Het Rondeel.
    • Vierkant grondplan ca. 28 x 28 m.
    • 4 bouwlagen, plat dak, hoogte ca. 13,50 m.
    • 19 driekamerappartementen (102 m² – ca. 152 m²).
    • Begane grond: 3 appartementen + ca. 210 m² kantoorruimte.
    • 1e en 2e verdieping: elk 6 appartementen.
    • 3e verdieping: 4 penthouses (2 met afgeronde buitenmuur).
    • (Half) verdiepte stallingsruimte: 19 parkeerplaatsen, 19 bergingen, technische ruimte.
    • Gasloos; collectief lucht-water warmtepompsysteem.
    • Mos-sedumdak met zonnepanelen.
    • Afstand tot Residence De Deel: ca. 30,80 m.
    • Afstand tot Het AanDeel  : ca. 13,50 m.
    • Het naastgelegen ‘AanDeel  is circa 3 meter hoger.
    • Residence De Deel is  circa 12,2 meter hoog (bovenzijde glazen atrium)
    • De voorzijde van Het Rondeel staat in lijn met de Residence en  Het AanDeel

    Vergunning en bezwaar:

    • 18 december 2020: aanvraag omgevingsvergunning + verzoek afwijking bestemmingsplan.
    • 18 maart 2022: vergunning verleend.
    • 6 december 2022: bestuursrechter Utrecht verklaart bezwaar ongegrond.

    Bouw:

    • 15 december 2023: start werkzaamheden.
    • 20 december 2023: eerste paal geslagen door wethouder Toon van Steen.
    • 15 oktober 2025: bouw afgerond, oplevering laatste appartementen.

    Kunstwerken:

    • De sgraffito’s van Dick Zwier in het Landbouwhuis waren niet te behouden;
      foto’s als prints aangebracht in plint van Het Rondeel.
    • Mozaïek van Geert Weerstand (met o.a. Poldertoren) zal worden herplaatst in Het Rondeel.

    Architect:

    • Ir. R.P. (Rob) Moritz, TU Delft.
      Oprichter/directeur 19 Het Atelier (Zwolle/Utrecht).
      De architectuur is eigentijds gebaseerd op het Nieuwe Bouwen; een alzijdig gebouw in het groen met de esthetica van een ‘woonmachine’. De rigide witte belijning, met puien en baksteeninvulling wordt verzacht door het afronden van de hoeken en de dakopbouw, herkenbaar in de architectuur van o.a. sanatorium Zonnestraal, de Kiefhoek en niet te vergeten Schuncks Glaspaleis.”

    Maten

    Hoogte

    • De Kroon : 12 meter
    • Residence: 12,2 meter
    • Rondeel : 13.5 meter
    • AanDeel : 16,5 meter


    Architectuur

    De architectuur van Het Rondeel is eigentijds en gebaseerd op het “Nieuwe Bouwen”. Het is een alzijdig gebouw: er is geen “achterkant”.
    Het gebouw heeft strakke witte belijning met glaspuien en baksteeninvulling.
    Het geheel is verzacht door het afronden van de hoeken en de dakopbouw van de derde verdieping.
    Het baksteen is met grijs-gele metselwerkstrips in verticaal verband opgebouwd.
    Om een natuurlijke overgang naar het straatniveau van De Deel te krijgen zijn er hoge glazen puien bij de commerciële ruimtes.
    De entree van de woningen is transparant, ruim 4,5 meter hoog, aansluitend aan de puien van de werkruimten en daarbij goed zichtbaar vanaf het centrumplein De Deel.


    Het Rondeel staat nu op deze plek

    Achter deze lelijke grauw-blauwe façade ging het Landbouwhuis schuil.



    Kunst

    sgraffito

    Dit Landbouwhuis en ook het gebouw van de NAK waren versierd met gevelkunst. Zie de versiering onder de daklijn.
    Dat is een schildertechniek waarbij texturen en vormen worden gemaakt door een nat, pas geschilderd oppervlak te schuren.

    Verschil in gebouwen

    NAK
    De uitgangspunten bij de ornamentiek van het gebouw van de Nederlandse Algemene Keuringsdienst was gelegen in de gedachte aan natuurlijk gegroeide, vloeiende vormen, aan planten, aan korenvelden, aan een wolkenlucht, aan zon en wind.

    Landbouwhuis
    Maar in de sfeer van het sgraffito-werk aan het Coöperatieve Landbouwhuis zal de mens zijn entree doen en vooral ook hetgeen hij maakt. Hier zullen hoekiger lijnen en een meer stotend ritme overheersen. Men zal eerder denken aan landbouwmachines, dan aan het gewas dat zij oogsten. Het is beslist niet de bedoeling dat men direct bepaalde symbolen of een belijnd verhaal in de voorstelling ziet

    Bron: de Noordoostpolder van 18 april 1958

    Sloop

    Bij de sloop van de NAK stond te lezen in de Flevopost van  20 augustus 2009:

    Een paneeldeel van deze sgraffito krijgt een passende nieuwe plek in het centrum.
    Toch is dit niet gelukt. De panelen waren te dun en maakte teveel onderdeel uit van de muur.

    Bij de sloop van het Landbouwhuis januari 2022 heeft men daarom de panelen gefotografeerd.
    En deze komen nu terug in het Rondeel.


    Sgraffito

    De term sgraffito komt van het Italiaanse werkwoord sgraffiare, wat ‘krabben’ betekent. Bij het vervaardigen van sgraffiti  wordt in de verse pleister een lijntekening gekrast en ingekleurd volgens de fresco-techniek. In Nederland wordt de techniek eigenlijk pas vanaf de wederopbouwperiode toegepast en wordt dan veelal gebruikt voor zelfstandige kunstwerken.

    Over de kunstenaar

    Dick Zwier begon, 18 jaar oud, zijn opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam. Hier volgde hij eerst de opleiding vrije schilderkunst bij Hendrik Jan Wolter en vervolgens monumentale kunst bij Heinrich Campendonk, die lid was van de expressionistische kunstenaarsgroep ‘Der Blaue Reiter”. De invloed van Campendonck op de verdere ontwikkeling van Dick Zwier is onmiskenbaar geweest.
    Dick Zwier was lid van de groep Amsterdamse Realisten. In 1952 werd Dick Zwier lid van de in dat jaar opgerichte Vereniging van beoefenaars der Monumentale Kunsten.
    Het werk van Dick Zwier, bestaande uit schilderijen, aquarellen, tekeningen en muurschilderingen, toont een voorkeur voor motieven die zich goed leenden voor een geometrisch opgebouwde compositie. Inspiratie ontleende hij uit thema’s, afkomstig de havens van zijn geboorteplaats (trawlers, steigers, masten en kranen, droogdokken en gebouwen. Vooral in zijn latere periode grijpt hij terug op zijn schilderijen van daken, Nu echter isoleert hij de daken met hun puntige hoeken geheel en reduceert ze tot geometrische vormen.

    Werk van hem bevindt zich o.a. in het Stedelijk Museum van Amsterdam.




    Foutje nummering

    Zo was het bedoeld:

    • De Deel nr. 20 – ’t Voorhuys
    • De Deel nr. 21 – Het AanDeel (voorheen de NAK)
    • De Deel nr. 22 – Rondeel (voorheen Landbouwhuis)
    • De Deel nr. 23 – Residence De Deel (voorheen domeinenkantoor)

    Binnen een appartement wordt doorgenummerd.
    Voorbeeld: De Deel 21 -32

    De Residence heeft dus De Deel 23

    Nu heeft men bij het Rondeel de begane grond keurig het straatnummer 22 gegeven, maar de verdiepingen het nummer 23. Hetzelfde nummer als de Residence.
    Doornummering Rondeel is 1 – 19
    Gelukkig begint de doornummering in de Residence vanaf 31
    maar ik heb wel te doen met de postbestellers.