Beeldbepalend voor de vernieuwde Deel zijn de twee appartementencomplexen naast Hotel ’t Voorhuys.
Hoogte
De Kroon : 12 meter
Residence: 12,2 meter
Rondeel : 13.5 meter
AanDeel : 16,5 meter
Het appartement direct naast t Voorhuys is Het AanDeel.
Het gebouw is een project van Oost en Van Tilburg Ontwikkeling uit Urk. ( Jeroen Oost en Willem van Tilburg – OVT)
Het gebouw is ontworpen door PBV Architects uit Wassenaar. Dit bureau is opgericht in 1984 als Poort & Partners en sinds 1993 onder de naam PBV architecten.
De aannemer is Mateboer Bouw BV uit Kampen. De Mateboer Groep BV is een familiebedrijf sinds 1936.
De eerste paal is geslagen op 17 november 2019
In juli 2020 was het hoogste punt bereikt
De oplevering was maart 2021.
Dit gebouw staat op de plaats van waar vroeger het gebouw van de Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK) stond.
Op de begane grond zijn commerciële ruimtes en een brasserie, op de drie woonlagen zijn 15 ruime appartementen. Het kleinste appartement meet 101 m2, oplopend tot 156 m2. Het gebouw is niet aangesloten op het gasnet. De warmte wordt uit het grondwater gehaald. Een warmtepomp verwarmt het water tot ca. 35 graden. Dit water stroomt door de vloerverwarming. In de zomermaanden kan het frisse grondwater door de vloerverwarming de ruimtes koelen. Het complex heeft zonnepanelen.
Schokkerhaven is geen dorp in de Noordoostpolder. Het hoort niet thuis in het rijtje Emmeloord en de kring van 11 dorpen.
Schokkerhaven heeft dus ook geen plaatsnaamborden, zodat je slechts aan de gelijknamige straatnaambordjes kunt zien dat je er bent aangekomen.
Wat is het wel:
Schokkerhaven is een buurtschap, gelegen rond een jachthaven aan het Ketelmeer. Het ligt ten zuidwesten van het voormalige eiland Schokland (waaraan het zijn naam ontleent) en ten zuidoosten van het dorp Nagele, waar het administratief en ook voor de postadressen toe wordt gerekend.
Zelfs de ANWB had een officieel blauw richtingbord nabij Nagele staan. Tot 2019. Sinds 2020 is het verdwenen. En ach, Ketelhaven is ook geen dorp in Oostelijk Flevoland. Weten we ook !
Jong
Schokkerhaven is een zeer jonge buurtschap. In 1996 zijn hier ca. 50 vrijstaande villa’s gebouwd (in 3 rijen). Af en toe komt er een pand te koop. In de beschrijvingen van de makelaars staat dan dat het pand zowel voor permanente bewoning als recreatief mag worden gebruikt.
Naast de woningen is er een jachthaven, een restaurant en een strand. Het is een ‘gated community’, d.w.z. dat je zonder pasje of zonder toestemming van de bewoner via een intercom, niet met de auto door de slagbomen komt. Wandelend of met de fiets is het geen probleem.
Is Schokland wel een dorp?
Ja. op 1 november 2008 kreeg Schokland de status van dorp Tot 2008 was het grondgebied van het voormalige eiland verdeeld tussen Ens en Nagele. De Noordoostpolder repte altijd over ‘Emmeloord en de 10 groendorpen’. Dat moest vanaf 2008 dus losgelaten worden.
Schokkerhaven ligt aan de zuidkant van de gemeente. In het verleden was Schokkerhaven een overslag en werkhaven van Rijkswaterstaat. Toen begin jaren negentig Rijkswaterstaat geen belangstelling meer had voor deze haven werd een koper gezocht voor het totale terrein, de kaden en het water.
De situatie werd gunstig geacht voor een recreatieve ontwikkeling. Een ligging met open water aan de zuidzijde komt in Nederland slechts sporadisch voor. Voor de bereikbaarheid is de directe nabijheid van de rijkswegen A6 (richting Flevoland) en de N50 (richting Zwolle) met aansluitingen op het gemeentelijke wegennet zeer gunstig. Het uitgestrekte Ketelmeer biedt vele mogelijkheden voor recreatie aan en/of op het water. De aanwezigheid van een haven zal voor een recreatieve ontwikkeling in de watersport een eerste aanzet zijn.
De oorspronkelijke haven van Rijkswaterstaat is dienst gaan doen als jachthaven met zo’n 250 ligplaatsen. Aan de zuid- en noordzijde van de jachthaven zijn in totaal 49 woningen gerealiseerd. Aan de zuidzijde bevinden zich 21 woningen, aan de noordzijde zijn dit 28 woningen. De oorspronkelijke loswal is ingericht als kade met wandelboulevard. Ook is hier een hellingbaan aangelegd. De westelijke kade is de toegang naar de zuidelijk gelegen woningen en is ingericht als een meer besloten boulevard met de entree naar de steigers en de boten. Op deze kade zijn tevens parkeervoorzieningen aanwezig voor de gebruikers van de overige aanlegplaatsen.
Aan de westzijde van de haven is een openbaar strand gemaakt. Vlak bij het strand is voor de dag- en verblijfsrecreanten een paviljoengebouw met een winkel en een restaurant. Ook bevinden zich hier sanitaire voorzieningen. Voor de bezoekers van het strand zijn er (beperkt) parkeervoorzieningen langs de oprit naar de dijk en tussen de dijk en de boulevards. Verder bevindt zich in het zuidoosten van het plangebied nog een klein strandje.
De oorspronkelijke beheers- en inspectiepaden zijn inmiddels opengesteld als openbare fietsroutes en maken deel uit van een uitgebreid recreatief fietspadennet van bovengemeentelijke betekenis. In de bovengemeentelijke wandelinfrastructuur is de dijk een onderdeel van de `lange afstand wandelpaden’, het Flevopad, van de Ketelbrug, via Schokland, naar Vollenhove.
1941 Vol op werk
Uit de kranten
De honderden polderjongens, die nu al jaren achtereen werkzaam zijn aan deze inpoldering, zullen ook na het sluiten van de dijk nog vól-op werk vinden. Ten behoeve van de scheepvaart en mede ten behoeve van de vissers, die op het steeds kleiner wordende IJsselmeer hun beroep blijven uitoefenen, wordt bij de nog te verlengen ingang van het scheepvaartkanaal een vluchthaven gemaakt, die ter herinnering aan het verdwijnende eiland de naam van Schokkerhaven zal dragen. Dat haventje krijgt een goede verbinding met de nabije polderdorpen, zodat het ook voor de aanvoer van allerhand materiaal in de toekomst grote betekenis krijgt.
Voorts moet de leidam tussen het scheepvaart- en het stoomkanaal, westelijk van De Ramspol nog worden verlengd. Beide kanalen moeten op diepte worden gebracht en tenslotte zal er nog voldoende werk aan de grote polderdijk blijven. De steenslag en de verdere bekleding, die binnendijks gemist kan worden, moet ter versterking van de dijkvoet naar buiten worden gebracht. Dat alles vordert nog arbeidskracht, arbeidskracht van stoere polderjongens die het door knappe ingenieurs berekende werk in noeste vlijt ten uitvoer brengen.
Nieuwe namen in de N.O. Polder / Urkerland
Het haventje aan het eind van het randkanaal Zwartsluis—IJsselmeer kan men Schokkerhaven noemen, omdat deze de haven en de reede op Schokland vervangt; de vaargeul van Schokkerhaven tot den leidam bij Ramspol kan worden genaamd het Ramsdiep; de afwateringsgeul bij den Ramspol: Ramsgat; het meer bij het Kampereland waarin het Zwartewater loopt: Zwartemeer; het kanaal Kadoelen—Blokzijl, langs het land van Vollenhove: Vollenhovensch kanaal en den nieuwen IJsselmond door den- Katten waard: Kattendiep.
Pier 16
Slump Catering & Events is sinds 2017 de eigenaar van Restaurant Schokkerhaven in Nagele. De cateraar heeft het restaurant aan het Ketelmeer overgenomen van André en Marleen Staarman, die het restaurant zeventien jaar runden.
Seniorenstad
Onderzoek naar wensen Seniorenstad (2008)
De gemeente Noordoostpolder moet een seniorenstad krijgen. Dat vindt de woningcorporatie Mercatus.
Het ‘Miami van de Polder’ moet bij Schokkerhaven komen te liggen. Daar zal dan de dijk doorgebroken worden om een groot gebied met een haven, kuuroord, golf- en tennisbanen voor de 55-plussers te realiseren. Er is plek voor zo’n 2000 ouderen. Naast ontspanning komen er op het park ook gezondheidsvoorzieningen.
De gemeente Noordoostpolder staat niet onwelwillend tegenover het plan, maar wil het eerst verder laten onderzoeken.
Duizenden 55-plussers in heel Nederland zijn de afgelopen weken (2008) benaderd met de vraag of zij belangstelling hebben in het project Seniorenstad.
Het onderzoek wordt gehouden door de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder. Die willen zelf weten of er veel belangstelling is voor het project. Volgens een projectontwikkelaar en enkele aannemers is de interesse groot voor het plan dat zij bij Schokkerhaven willen realiseren.
Seniorenstad moet een gebied worden met onder meer een haven, kuur-oord en een golfbaan. In de plannen is er plek voor zo’n 2.000 55-plussers. De uitkomsten van het onderzoek moeten in juni bekend zijn.
Seniorenstad voorlopig van de baan
Vilavie, de geplande seniorenstad in de Noordoostpolder, is voorlopig van de baan. Het plan bleek economisch niet haalbaar.
De projectontwikkelaar wacht samen met gemeente en provincie tot de huizenmarkt weer aantrekt. Het is een teleurstelling voor Flevoland en de Noordoostpolder. Ze hoopten hiermee een economische impuls te geven aan het gebied, dat achterloopt bij het zuidelijke deel van de provincie.
Aan gebrek aan belangstelling heeft het niet gelegen. Een oriënterend onderzoek in 2007 wees uit dat twee miljoen 55-plussers geïnteresseerd zouden zijn in deze leefvorm, die in de Verenigde Staten al bestaat. In de beoogde seniorenstad gaan comfortabele koop- en huurwoningen hand in hand met gezamenlijke sport- en hobbyactiviteiten en vrijwilligerswerk.
Garantie De woningen in Nieuw Schokland hadden in 2010 gebouwd en in 2012 opgeleverd moeten worden. Een haalbaarheidsstudie wees uit dat zo’n 600 mensen interesse hadden. Maar dat was nog geen garantie dat die er ook daadwerkelijk zouden komen wonen.
Kritische massa ‘Juist voor zo’n eerste project moet je een kritische massa hebben’, zegt Arie Willem Stek van BAM Vastgoed. De seniorenstad is weliswaar bedoeld zijn voor bewoners ‘tot 110 jaar’, maar zou een groot beroep doen op hun zelfstandigheid en vitaliteit. ‘Ze zouden samen bedenken of het golfen, tennissen of tuinieren moet worden.’
Na de tweede wereldoorlog was Nederland bang dat ‘de Russen’ zouden komen.
‘De koude oorlog’. (ca. 1945-1991)
We waren bang dat snelle, laagvliegende Russische vliegtuigen ‘onder de radar’ en dus ongezien ons land snel en diep zouden kunnen binnenvliegen, eventueel met parachutistenacties en ABC aanvallen. (atoom, biologische en chemische)
Daarom waren er in Nederland twee militaire en één burgerdienst opgetuigd
Korps Luchtvaartdienst (Luchtmacht)
Mijnen-uitkijkdienst (Marine)
de B.B. (Bescherming Bevolking) tuigde de dienst ABC op
Torens We bouwden een netwerk van 276 uitkijkposten en speurden gespannen de horizon af. Er waren 138 posten op bestaande gebouwen, zoals op molens en fabrieken en 138 in de jaren 50 speciaal voor dit doel gebouwde losstaande torens
In Emmeloord hadden we ook zo’n toren. (1953 – 1964)
Schietbanen Daarnaast bouwden we in Nederland schietbanen. Ook in Emmeloord. De schietbaan was gebouwd om de leden van de Nationale Reserve in de gelegenheid te stellen zich in het schieten te oefenen. (zie onderaan de pagina)
Dit is de luchtwachttoren van Warfhuizen Emmeloord had een zelfde model toren. Deze toren was ruim 15 meter hoog
De bovenzijde van de luchtwachtposten bestond uit een open platform. Daar speurden twee luchtwachters het luchtruim af met een kijker en op het gehoor. Hun taak was het signaleren van en waarschuwen voor laagvliegende vliegtuigen. Men was beducht voor vijandelijke indringers, die beneden het toenmalige radarbereik (circa 900 meter) vlogen. Richting en afstand bepaalden ze met het luchtwachtinstrument. De luchtwachters waren mannelijke vrijwilligers uit de omgeving van de posten. Ze werden opgeleid om vliegtuigen (zowel de eigen als de vijandelijke) te herkennen aan silhouet en motorgeluid.
Luchtwachtcentrum De luchtwachters meldden de gespotte vliegtuigen per telefoon aan het luchtwachtcentrum in één van de acht luchtwachtregio’s. Die stonden in verbinding met het landelijke militaire hoofdkwartier van de luchtverdediging, het Sector Operations Centre in Driebergen. Daar besliste de gevechtsleiding over inzetten van gevechtsvliegtuigen en luchtdoelartillerie. Via het luchtwachtcentrum kwam ook de Bescherming Bevolking in actie, om de bevolking te waarschuwen en in veiligheid te brengen. Maar zover kwam het gelukkig allemaal niet, het bleef bij oefenen.
Ongeveer de helft van de luchtwachtposten is gebouwd volgens het raatbouw-systeem: een open torenconstructie van betonnen prefab-elementen. Architect Marten Zwaagstra ontwierp de torens in opdracht van het Ministerie van Oorlog en N.V. Schokbeton leverde de raatelementen. Het leverde karakteristieke torens in het landschap op. Een enkele toren was niet van beton maar van hout of baksteen, zoals in Scheveningen en Oude Wetering.
bron infographic Urk
N.V. Schokbeton uit Kampen is dezelfde firma die ook de ca. 1000 Schokbetonnen landbouwschuren in de Noordoostpolder heeft gebouwd.
Nederland was opgedeeld in 8 Sectoren. Wij hoorden bij sector 6 – Leeuwarden. Het hoofdkantoor was gevestigd in een van oorsprong Duits bunker (Caesar) uit 1943 aan de Breullaan in Driebergen – Rijsenburg.
In de Noordoostpolder waren 3 luchtwachttorens
6K1 Urk
6K2 Emmeloord
6K3 Ens
De officiële postnaam van deze toren is 6K1 Urk, in meldingstaal ‘Karel 1’. (en Karel 2 en Karel 3)
kaart KLD netwerk 1955 Samenstelling: Sandra van Lochem 2018
Luchtwachttoren 6K2 Emmeloord
Karel 2
Deze toren is gebouw in 1953 en stond in het Emmelerbos, links (west) van de Banterweg. De betonnen raat delen kwamen van NV Schokbeton, net als de bekende NOP landbouwschuren. Rond 1964 is de toren afgebroken.
Fundament van luchtwachttoren Emmeloord ontdekt
Ook gesloopte luchtwachttorens laten sporen na. In het Emmelerbos ligt het betonnen fundament van de voormalige luchtwachttoren Emmeloord nog gewoon in het bos, bedekt met een laagje grond. Het fundament verwijderen was een kostbare aangelegenheid, daarom is het in de grond achtergebleven. Bijzonderheid is dat van alle drie de luchtwachttorens in de Noordoostpolder (kring 6K) het fundament in de grond bewaard is gebleven, zowel in Emmeloord, Ens als Urk.
Urk heeft het fundament opnieuw vormgegeven met sierbestrating, precies op de locatie van de oude toren.
In Emmeloord staat nu ook een informatiepaneel, een initiatief van Stichting Canon Noordoostpolder in samenwerking met Stichting Cultuur Historisch Centrum Noordoostpolder, gemeente Noordoostpolder en Sandra van Lochem.
Zie ook Codenaam ‘Karel 1’. De toren van het (semi-geheime) Korps Luchtwachtdienst op Urk. Artikel over luchtwachttoren Urk. Door Lub van den Berg, in Urker Volksleven
Informatiebord:
In het kort:
Luchtwachttoren: 6KI Urk (Karel I)
Architect Marten Zwaagstra
Bouwelementen: NV Schokbeton
Type: 12.78
Hoogte: Ruim 14 meter
Bouwjaar: 1954
Functie: Buiten gebruik
Karel I Tussen de klinkers ligt het fundament van een militaire uitkijktoren uit de Koude Oorlog (1945-1991). Deze luchtwachttoren, codenaam 6KI, ‘Karel I was onderdeel van een netwerk van 276 uitkijkposten verspreid over het land. Vrijwilligers van het Korps Luchtwachtdienst (KLD) keken er op uit naar vijandelijke vliegtuigen die lager vlogen dan de radar kon waarnemen. Die vijand verwachtte men uit het oosten: de Sovjets en hun bondgenoten uit de Warschaupactlanden. Raatbouw De luchtwachttoren is gebouwd in de winter van 1953-1954. Hij bestond uit prefab betonnen raatbouwelementen. Voordeel van het prefabsysteem was de snelle bouw en makkelijk kunnen variëren in hoogte. Het ontwerp was van architect Marten Zwaagstra.
NV Schokbeton uit Kampen produceerde de raatelementen. De fundering bestaat uit een betonnen bak van 1,80 meter diep. De montageploeg die eind januari 1954 arriveerde zette daar in 2 weken tijd een 14 meter hoge toren als een grote meccanodoos in elkaar. Totale prijs: 15.500 gulden.
Uitkijken naar de Russen Op het open platform van de toren speurden luchtwachters in tweetallen met een verrekijker het luchtruim af. Ze gaven de gespotte vliegtuigen per telefoon door aan het luchtwachtcentrum in een bunker in Leeuwarden. Dat stond in verbinding met het landelijke commandocentrum van de luchtverdediging in Driebergen en later in Nieuw Milligen. Daar besliste de gevechtsleiding welke actie nodig was: onderscheppen van de vijand door eigen jachtvliegtuigen of onder vuur nemen door de luchtdoelartillerie. Ook de Bescherming Bevolking kreeg een seintje om de bevolking te waarschuwen. Gelukkig kwam het niet zo ver. De Russen kwamen niet.
Urker luchtwachters De vrijwillige luchtwachters uit Urk kregen 2 uur per week les in vliegtuigherkenning. Eén zaterdagmiddag per maand oefenden ze op de toren. Ze stonden paraat om een eigen Meteor of Sabre te herkennen die speciaal voor hen vanaf Vliegbasis Leeuwarden of Twenthe een ronde vloog. De ploeg onder leiding van postcommandant Lourens Metz bestond uit zo’n 15 mannen, onder wie Karel Coener, Jo Gerssen, lede G. Koffeman, Jacob Loosman, Jan (van Reier) ten Napel, Jan Oost, Meindert Ras, Klaas Wakker en J. Zijnstra.
Kring Karel De toren was geen lang leven beschoren. Steeds snellere vliegtuigen en verbeterde radar maakten het vla oog en oor volgen van vliegtuigen al na 10 jaar overbodig. In 1964 is de luchtwachttoren op Urk buiten gebruik gesteld en al snel gesloopt. Het betonnen fundament bleef als stille getuige achter, net als de beide andere in kring 6K: – Emmeloord (Karel 2) In het Emmeloorderbos, Banterweg, Emmeloord, GPS 52.721182°, 5.751956° – Ens (Karel 3) in het Enserbos, Drietorensweg, Ens, GPS 52.641469°, 5.830428°
Tekst en beeld: S. van Lochem, Aviodrome, Gerrit Wakker/Stichting Urk in Oorlogstijd, Tresoar Meer informatie: artikel Codenaam Karel door L van den Berg in Urker Volksleven 2016-2
lokatie: 52,661850, 5,593730
Luchtwachttoren 6K3 Ens
Karel 3
Net als de toren van Emmeloord is deze toren gebouwd in 1953.
Ens
Een raatbouwtoren was 10,50 meter hoog. De toren is gebouwd in 1953. Alleen de fundering is nog aanwezig.
locatie: 52,641469, 5,830428
De luchtwachttoren in Ens was van hetzelfde type als die in Warfhuizen.
Toren Ramspol (Ramsdiep)
Vaak wordt de uitkijktoren bij Ramspol ook aangewezen als luchtwachttoren. Dat is niet juist ! Dit is geen luchtwachttoren, maar een in 1956 gebouwde uitkijktoren, zonder schuilnis en observatiecabine. De toren is wel net zoals de luchtwachttorens geleverd door Schokbeton.
Een wervende voorlichtingsfilm over het KLD (Korps Luchtwachtdienst) uit 1955. Om het Nederlandse grondgebied te verdedigen tegen luchtaanvallen is er een goed functionerende luchtverdediging opgebouwd. Nederland is hiertoe verdeeld in kleinere eenheden: de 8 luchtwachtgroepen. Deze luchtwachtgroepen hebben tot taak alle bewegingen van vijandelijke vliegtuigen te volgen. In de plotkamer komen de meldingen binnen, die daarna worden doorgespeeld aan de Bescherming Bevolking en de Luchtdoelartillerie. Beelden van oefeningen en luchtgevechten. Aan het einde van de film wordt de Nederlandse bevolking opgeroepen “zich te melden als vrijwilliger bij een luchtmachtcentrum, en zich te oefenen in de luchtverdediging” Vliegtuigen: Republic F-84G Thunderjet (TB-5, TB-7, TB-12); Lockheed P2V-5 Neptune (19-22, 19-29, 19-31, 19-32); North American F-86K Sabre. De film eindigt met de oproep als tekst in beeld: ‘Meld u bij uw luchtwacht centrum’ De film bestaat grotendeels uit reallife beelden, aangevuld met enige animaties. Tijdsduur 13 min 56 sec
Marten Zwaagstra, met rekenliniaal, achter zijn tekentafel. (Foto Hans Rothmeyer, omstreeks 1955)
Geboren 15 augustus 1895, Mildam, Friesland, Zoon van boer en dorpstimmerman 2 broers werden boer, Marten werd timmerman.
Na de lagere school in Mildam, volgde een periode, die wij ons niet meer goed kunnen voorstellen. ’s-Morgens om vijf uur moest hij mee koeien melken, daarna liep hij ruim 10 km naar Heerenveen om de ambachtsschool en de avond-teken-school te bezoeken en om middernacht kwam hij weer thuis in Mildam. Huiswerk werd in de week-ends gemaakt
Hij was lid van de Friese Bouwkring. Op 26 augustus 1926 huwde hij met Ynske Zwerver. In 1936 was hij architect van de monumentale woning voor zijn ouders in Mildam. Zwaagstra overleed in Katwijk aan Zee op 31 juli 1988
Bron : http://www.frisoflat.nl/Architect/
Schietbaan
Emmeloord had ook een schietbaan van het Ministerie van Defensie (gebruikt door de S.W.G.) nabij de flatwoningen aan de Schoenerstraat. De baan is in 1955 gebouwd en in 1962 gesloopt.
Koude oorlog
Ook deze schietbanen zijn een overblijfsel uit de tijd van de Koude Oorlog.
Schietbanen De schietbaan of kokerschietbaan was gebouwd om de leden van de Nationale Reserve in de gelegenheid te stellen zich in het schieten te oefenen.
S.W.G.
Omdat een groot deel van het Nederlandse leger zich eind jaren ’40 in Indonesië bevond werden om het overheidsgezag te steunen veel vrijwilligers nodig geacht. Voor de werving en het voeren van de propaganda organiseerde het Nationaal instituut zogenoemde landdagen en propaganda-avonden in het hele land.
Het Nationaal Instituut Steun Wettig Gezag (NISWG), opgericht in april 1948, was een Nederlands organisatie die verantwoordelijkheid droeg voor het verzorgen van voorlichting en propaganda voor de werving van vrijwilligers voor de Nationale Reserve (vroeger de Vrijwillige Landstorm), de Reserve Grensbewaking en de reserve Rijks- en Gemeentepolitie. De organisatie werd vooral opgericht om het opkomende ‘communistisch gevaar’ te keren. De organisatie is uiteindelijk in de loop van 1958 opgeheven. Haar taken werden overgenomen door het Korps Nationale Reserve.
In de kranten lees ik hierover:
’t Nieuws voor Kampen 18-01-1955 Schietbaan voor Nationale Reserve In het bos tussen de Lemstervaart en de Urkervaart te Emmeloord zal een kokerschietbaan worden gebouwd voor de Nationale reserve. Deze schietbaan zal overdekt zijn en een afmeting van ongeveer 40 x 4 meter hebben.
Overijsselsch dagblad 03-12-1955
Uitzicht over de polder De nieuwe schietbaan te Emmeloord, welke gebouwd is om de leden van de Nationale Reserve inde gelegenheid te stellen zich in het schieten te oefenen, is dezer dagen officieel in gebruik genomen. Aanwezig waren de Landdrost van de Noordoosteiijke Polder Ir. A. P. Minderhoud, Luitenant-Kolonel Stuker, garnizoenscommandant te Steenwijk. Kapitein Oldenhof, hoofd van de opleiding der Nationale Reserve, district Zwolle, en verder een aantal afgevaardigden van de afdelingen uit de N.O. Polder en die van Kampen en Urk. Na een inspectie door de genodigden werd de betonnen baan. die 25 meter lang is, met een schietwedstrijd in gebruik genomen. De uitslag hiervan was: 1, G. Dalemans, Emmeloord, 2. W. Stolte, Emmeloord, 3. E.v. d. Berg, Urk. 4. J. Roussel, Bant. Op 10 December a.s. zal de Nationale reserve een bindingsavond organiseren voor de afdelingen uit de N.O. Polder en omgéving. Opgevoerd zal worden het toneelstuk: „Voor de poorten van Jericho”, spelende inde bezettingstijd. Ook belangstellenden hebben toegang en het is te verwachten dat velen van deze gelegenheid, om met de Nationale Reserve kennis te kunnen maken, gebruik zullen maken. Tot nu toe is de belangstelling van de zijde der Emmeloorders nog niet bijzonder groot geweest. De afdeling telt slechts 20 leden, terwijl een veel kleinere plaats als Marknesse reeds ruim 70 leden heeft.
Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland 12-07-1962
Schietbaan in Emmeloord wordt eindelijk verwijderd Deze week zijn militairen van de genie begonnen met het opruimen van de schietbaan in Emmeloord. De baan werd indertijd gebouwd in een bosstrook ten zuidoosten van de plaats, maar ligt nu binnen de bebouwde kom, midden tussen de huizen en dwars over een geprojecteerde straat. De laatste tijd was het dus een hinderlijk obstakel. De omwonenden zijn blij, dat het nu eindelijk verwijderd wordt.
Overijsselsch dagblad 12-07-1962
SCHIETBAAN EMMELOORD OPGERUIMD Deze week zijn militairen van de Genie begonnen met het opruimen van de schietbaan te Emmeloord, die vooral in de laatste tijd zeer veel hinder opleverde in de bebouwde kom van Emmeloord. Destijds werd deze schietbaan gebouwd in een bosstrook ten zuidoosten van Emmeloord, doch nu de woningbouw dit gedeelte van Emmeloord geheel heeft opgebruikt, lag de schietbaan midden tussen de huizen en dwars over een geprojecteerde straat. Lange tijd heeft het geduurd voordat het obstakel werd verwijderd, doch thans ziet het er naar uit dat binnen korte tijd het euvel verholpen zal zijn.
Veel meer informatie op: www.luchtwachttorens.nl
Henk en Sandra van Lochem-van der Wel l houden zich al 25 jaar houden bezig met onderzoek naar en publicaties over luchtwachttorens en het Korps Luchtwachtdienst. En sinds enkele jaren ook met historisch onderzoek naar de Mijnenuitkijkdienst (MUD). Informatie op deze website is mede dankzij hun website.
In 2022 is het boek verschenen : Luchtwachttorens uit de Koude Oorlog. Kijken – Luisteren – Doorgeven
Het complete boek over alle luchtwachttorens in Nederland
Militair én wederopbouwerfgoed in historische, landschappelijke en maatschappelijke context
Verhalen, fotografie en inventarisatie van een vergeten verdedigingssysteem uit de Koude Oorlog.
Een nadeel van het Fraconsysteem was dat het gebruik maakte van kleine geprefabriceerde bouwelementen. Daardoor was het bijvoorbeeld lastig om eenvoudig een kastje aan de muur op te hangen.
Eind jaren vijftig, toen de aanleg van de Noordoostpolder al ver gevorderd was, werd nagedacht over de bouw van boerderijen in Oostelijk Flevoland. Dit gebied werd door bewoners van de Noordoostpolder destijds simpelweg ‘de nieuwe polder’ genoemd.
De hoge Schokbetonschuren die eerder waren gebouwd, bleken in de praktijk te hoog. Daarom werd een nieuw type landbouwschuur ontwikkeld met een minder steile dakhelling. De bijbehorende pachterswoning moest daarbij aansluiten. Er werd daarom geëxperimenteerd met een kleinere woning: een semi-bungalow van één bouwlaag met een zolder.
In de tweede helft van de jaren vijftig liet de Wieringermeerdirectie op acht bedrijven in de Noordoostpolder proefwoningen bouwen voor de boerderijen die in de jaren zestig in Oostelijk Flevoland zouden verrijzen. Deze semi-bungalows hadden een flexibele indeling.
Bijzonder was dat de Wieringermeerdirectie voor het ontwerp advies vroeg aan een speciaal ingestelde commissie van vertegenwoordigers van plattelandsvrouwenorganisaties. Dat laat zien dat de inbreng van vrouwenorganisaties bij de bouw van boerenwoningen serieus werd genomen.
Vijf van deze proefwoningen werden gebouwd aan de noordkant van het Steenbankpad volgens het Fraconsysteem. Dit was een methode van montagebouw met kleine geprefabriceerde elementen. De Wieringermeerdirectie hoopte dat dit ontwerp uiteindelijk geschikt zou zijn voor seriebouw.
Bron: Boerderijen CATEGORIAAL ONDERZOEK WEDEROPBOUW 1940-1965 Bé Lamberts link
De woning aan het Steenbankpad 16 in Tollebeek staat op de gemeentelijke monumentenlijst.
In de jaren ’50 was de Directie van de Wieringermeer ook nauw betrokken bij de realisering van een aantal bijzondere boerderijen, zoals de in 1952 gebouwde bedrijfsruimten met een experimentele opzet bij een boerderij aan de Zwartemeerweg ten noordoosten van Creil en de in 1955 in opdracht van de Vereniging voor Bedrijfsvoorlichting in de Noordoostpolder gebouwde voorlichtingsboerderij ‘De Waag’. Aan de Voorsterweg ten zuidoosten van Marknesse verrees ca 1955 ook nog de Ir. W.A. Bosmahoeve. Deze in opdracht van de Directie van de Wieringermeer gebouwde boerderij ontstond met het oog op een eventuele inpoldering van de Lauwerszee.
Steenbankpad 16, Tollebeek staat op de lijst Gemeentelijke monumenten
Inleiding De BOERDERIJ voor gemengd bedrijf is in 1956 gebouwd op kavel D37 in opdracht van de Directie van de Wieringermeer. De betonnen montageschuur is van het type PF4, de door middel van een (mogelijk toegevoegd) tussenlid met de schuur verbonden bakstenen pachterwoning is van het type U. De bij schuur van het type G3 dateert eveneens uit 1956. De geprefabriceerde schuur is ontworpen door A.D. van Eek van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken in samenwerking met de firma N.V. Schokbeton te Kampen, de fabrikant van de betonnen prefabelementen. De ontwerpen voor de andere genoemde gebouwen zijn eveneens afkomstig van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer Afdeling Noordoostpolderwerken.
Omschrijving Agrarisch complex samengesteld uit een dwars op de weg staande pachterwoning, een hier door middel van een tussenlid mee verbonden, eveneens met de kopgevel naar de weg gerichte montageschuur en een vrijstaande bij schuur achter op het erf. Alle complexonderdelen staan onder met pannen gedekte zadeldaken en bevatten rechtgesloten gevelopeningen.
Redengevende omschrijving De boerderij is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde.
De boerderij is van cultuurhistorische waarde vanwege de plaats die deze inneemt in de ontwikkeling van de boerderijenbouw in Nederland en vanwege de typologie van dit speciaal voor de Noordoostpolder ontwikkelde agrarische complex.
De onderdelen van het boerderij complex zijn van architectuurhistorisch belang vanwege de innovatieve waarde op
bouwtechnisch gebied en vanwege het bijbehorende materiaalgebruik. De boerderij is tevens van belang vanwege de redelijke mate van gaafheid en vanwege de herkenbaarheid.
De boerderij heeft ensemblewaarde vanwege de sterke visuele en functionele samenhang tussen de samenstellende onderdelen en de nabijgelegen boerderijen, als belangrijk onderdeel van de karakteristieke polderbebouwing en vanwege de specifieke relatie tot de Noordoostpolder.
De boerderij is bovendien van belang vanwege de typologische zeldzaamheid. De boerderij is een twijfelgeval vanwege de soms ingrijpende wijzigingen.
1
Inleiding De boerderij voor gemengd bedrijf is in 1956 gebouwd op kavel D3 7 in opdracht van de Directie van de Wieringermeer, De betonnen montageschuur is van het type PF4 en door middel van een tussenlid verbonden met de bakstenen PACHTERSWONING van het type U. De bij schuur van het type G3 dateert eveneens uit 1956. De geprefabriceerde schuur is ontworpen door A.D. van Eek van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken in samenwerking met de firma N.V. Schokbeton te Kampen, de fabrikant van de betonnen prefabelementen. Het ontwerp voor de pachterwoning is eveneens afkomstig van de Bouwkundige Afdeling van de Directie van de Wieringermeer Afdeling Noordoostpolderwerken,
Omschrijving Vanuit een rechthoekige plattegrond in schone baksteen opgetrokken woonhuis onder een met pannen gedekt zadeldak. Alle gevelopeningen zijn rechtgesloten. De naar de weg gekeerde voorste kopgevel (zuidzijde) heeft een met liggende houten planken beschoten geveltop met een gewijzigd raam, een links in de gevel staand, uitkragend vensterkozijn met een eveneens gewijzigd raam voor de zitkamer en een entreepartij met de oorspronkelijke glasdeur en een tweedelig zijlicht er rechts van. De linker langsgevel (westzijde) bevat een kleiner venster rechts en een groter venster links in de gevel voor de woon- en zitkamer. Beide vensters hebben uitkragende kozijnen en bevatten gewijzigde ramen. Links uit het dakschild hierboven steekt een gemetselde schoorsteen. De achterste kopgevel (noordzijde) heeft evenals de voorste een beschoten geveltop. De begane grond bestaat uit een in hout opgetrokken, onder plat dak staande uitbouw met rechts een grote vensterpartij en links een deur, die wordt overluifeld door het lessenaardak van een eveneens houten aanbouw. De rechter langsgevel (oostzijde) bevat drie vensters met gewijzigde ramen in de uitkragende kozijnen. De gevel is rechts verbonden met het tussenlid. Dit onder een plat dak staande tussenlid (oorspronkelijk de speelplaats) bevat ook aan de voorzijde een deur, rechts van een grote vensterpartij, Het inwendige van de woning is voor een belangrijk deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Aan het portaal staan nog vijf van de oorspronkelijk zes deuren. De open steektrap hangt aan een ijzeren stang die is verbonden met de eveneens ijzeren leuningen.
Redengevende omschrijving De pachterwoning is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde.
De pachterwoning is van cultuurhistorische waarde als onderdeel van een boerderij die een bijzondere plaats inneemt in de ontwikkeling van de boerderijenbouw in Nederland en vanwege de typologie van deze speciaal voor de Noordoostpolder ontwikkelde woning.
De woning is tevens van belang vanwege de redelijke mate van gaafheid van het in en het exterieur en vanwege de herkenbaarheid.
De woning heeft ensemblewaarde vanwege de sterke visuele en functionele samenhang met de overige onderdelen, als belangrijk onderdeel van de karakteristieke polderbebouwing en vanwege de specifieke relatie tot de Noordoostpolder.
De pachterwoning is bovendien van belang vanwege de typologische zeldzaamheid.
2
De boerderij voor gemengd bedrijf is in 1956 gebouwd op kavel D3 7 in opdracht van de Directie van de Wieringermeer. De betonnen SCHUUR van het type PF4 is een montageschuur met langsdeel, die door middel van een tussenlid is verbonden met de bakstenen pachterwoning van het type U. De bij schuur van het type G3 dateert eveneens uit 1956. De uit geprefabriceerde betonnen elementen opgetrokken montageschuur is ontworpen door A.D. van Eek van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken in samenwerking met de firma N.V. Schokbeton te Kampen, de fabrikant van de betonnen prefabelementen. De ontwerpen voor de andere genoemde complexonderdelen zijn eveneens afkomstig van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer Afdeling Noordoostpolderwerken. < Omschrijving De vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken schuur rechts van de woning is voorzien van betonnen gevels en staat onder een zadeldak, dat is gedekt met rode, boven rieten matten liggende, verbeterde Hollandse pannen. Op de nok staan twee cilindrische ontluchtingspijpen met schotelvormig afdakje. Zowel de geprefabriceerde gevelelementen als het dak zijn bevestigd aan zogenaamde “NE]^4AH0” spanten van gelamineerd hout. Alle gevelopeningen in de schuur zijn rechtgesloten en staan in gevels die worden verlevendigd door de verstevigingsribben met afgeronde hoeken van de betonelementen. De naar de weg gekeerde kopgevel (zuidzijde) heeft een met eterniet golfplaten beschoten geveltop, een grote schuifdeur – voor de tasruimte – rechts in de gevel, vijf vensters en een opgeklampte deur links in de gevel. De zolderluiken zijn verdwenen? Het rechter deel van de linker langsgevel aan de stalzijde is verbonden met het tussenlid dat de schuur met de woning verbindt. De gevel wordt geleed door vier, zich verjongende lisenen ter plaatse van de spanten en dienen inwendig als bevestiging van de spantbenen. Links van het tussenlid staat een reeks van zes venster. De deur hier links van staat onder een bovenlicht en bestaat uit een opgeklampte onder- en bovendeur. Links van deze deur bevindt zich nog een reeks van vier vensters. Onder de stalvensters liggen ventilatieopeningen, die dicht zijn gezet. In de achterste kopgevel is de linker schuifdeur voor de tas dichtgemetseld. De rechter schuifdeur is de vervanger van de oorspronkelijke deur voor de paardenstal. Uit de reeks van vier vensters tussen de deuren zijn de ramen verdwenen. De geveltop is beschoten met eterniet golfplaten. In het midden van de top staat een openslaand luik. Het inwendige van de schuur is gewijzigd met het inbouwen van een geïsoleerde opslagplaats voor aardappelen. Het inwendige van de schuur valt mede daardoor buiten de bescherming. Redengevende omschrijving De schuur is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde.
De schuur is van cultuurhistorische waarde vanwege de plaats die deze inneemt in de ontwikkeling van de boerderijenbouw in Nederland en vanwege de typologie van deze speciaal voor de Noordoostpolder ontwikkelde schuur.
De schuur is van architectuurhistorisch belang vanwege de innovatieve waarde op bouwtechnisch gebied, het hieraan gerelateerde materiaalgebruik, en vanwege het bijzondere ontwerp.
De schuur is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid,
De schuur heeft ensemblewaarde vanwege de sterke visuele en functionele samenhang met de overige complexonderdelen, als belangrijk onderdeel van de karakteristieke polderbebouwing en vanwege de specifieke relatie tot de Noordoostpolder,
De schuur is bovendien van belang vanwege de typologische zeldzaamheid.
3
Inleiding De boerderij voor gemengd bedrijf is in 1956 gebouwd op kavel D37 in opdracht van de Directie van de Wieringermeer. De BIJSCHUUR is een kapschuur van het type G3 en dateert eveneens uit 1956. De ontwerpen voor zowel de pachterwoning als voor de montageschuur en de bij schuur met wagenberging en varkenshok zijn afkomstig van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer Afdeling Noordoostpolderwerken.
Omschrijving De schuur is opgetrokken in schone baksteen, vanuit een rechthoekige plattegrond. De schuur staat onder een met verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak met een korter dakschild boven het oorspronkelijk open gedeelte van de wagenberging en een langer dakschild boven de varkensstal en de lage achterste langsgevel. De dichtgezette voorzijde is voorzien van brede houten deuren. De linker kopgevel bevat voor de voederberging een onder een bovenlicht staande opgeklampte deur en een venster links ervan. De vensterloze, achterste langsgevel bevat drie getoogde, dichtgemetselde gevelopeningen, waarin oorspronkelijk de mestluiken stonden. De noordelijke kopgevel is blind, maar bevatte volgens de ontwerptekening een deur en een venster voor de varkensstal. Het inwendige van de schuur is voor de bescherming van ondergeschikt belang.
Redengevende omschrijving De bij schuur is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde, – De schuur is van cultuurhistorische waarde als onderdeel van een boerderij die een belangrijke plaats inneemt in de ontwikkeling van de boerderijenbouw in Nederlanden vanwege de typologie van deze speciaal voor de Noordoostpolder ontworpenschuur.
De schuur is tevens van belang vanwege de redelijke mate van gaafheid en vanwege de herkenbaarheid.
De schuur heeft ensemblewaarde vanwege de sterke visuele en functionele samenhang met de overige complexonderdelen, als onderdeel van de karakteristieke polderbebouwing en vanwege de specifieke relatie met de Noordoostpolder.
De schuur is bovendien van belang vanwege de typologische zeldzaamheid.
Het is een toren die in de winter van 1956-1957 is gebouwd in de Noordoostpolder, nabij het Ramsdiep, in opdracht van de Directie Wieringermeer door de firma NV Schokbeton. Deze firma heeft ook de ca 1000 schokbeton landbouwschuren in de Noordoostpolder gebouwd.
De toren werd gebouwd volgens de raatbouwtechniek en is 28 raten hoog, zeven raten breed en 8 raat diep.Iedere raat is 38 bij 38 centimeter: de toren is 12,5 meter hoog.
De Ramspoltoren is genoemd naar Everhard Ram, in 1614 de eerste burger van Kampen.
Hij is gebouwd naast de Ramspolbrug als “Uitzichttoren N.O.P.” door de Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken). De toren bestaat uit een fundering, waarop vier verticale betonnen balken zijn geplaatst. De verticale balken zijn om de twee meter verbonden door horizontale balken. Hiertussen zijn met gegalvaniseerde bouten prefab betonnen raatbouwelementen vastgemaakt. De raatbouwelementen zijn vervaardigd door de firma N.V. Schokbeton in Kampen. Schokbeton had dit betonnen prefab systeem ontwikkeld om snel en relatief goedkoop te kunnen bouwen. Schokbeton was octrooihouder van het systeem ‘raatbouw’. In augustus 1957 is de toren geopend als uitzichttoren voor publiek. Geprezen werd toen al het prachtige vergezicht vanaf de toren over de Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland en het Kampereiland.
Vaak wordt de uitkijktoren bij Ramspol ook aangewezen als luchtwachttoren. Dat is niet juist ! Dit is geen luchtwachttoren, maar een in 1956 gebouwde uitkijktoren, zonder schuilnis en observatiecabine. De toren is wel net zoals de luchtwachttorens geleverd door Schokbeton.
De raatbouwelementen waaruit de toren gebouwd is zijn dezelfde als waarmee in de jaren 50 luchtwachttorens vervaardigd werden. Daarom is lang gedacht dat de uitkijktoren Ramspol een luchtwachttoren was. In een bos nabij Ens zijn nog de fundamenten van de werkelijke luchtwachttoren van Ens te vinden.
Een luchtwachttoren is een monument van de Koude Oorlog. De luchtwachttoren maakt deel uit van een netwerk van uitkijkposten door heel Nederland. Vanaf de toren wordt gespeurd naar vijandelijke vliegtuigen die -laagvliegend- buiten het bereik van de radar blijven. Als halverwege de jaren zestig de vliegtuigen steeds sneller worden en radartechniek verbetert, worden de torens overbodig.
Note: ook een gemeente zit er wel eens naast. Deze toren was helemaal niet een LUCHTWACHTTOREN.
Inleiding Bij de – over de Ramsgeul (Ramsdiep) gelegen – brug van Ramspol, op kavel P105 staande LUCHTWACHTTOREN (1026) uit 1956 (1952-1953?)*. De luchtwachttoren maakte deel uit van een net van 276, over het gehele land verspreide luchtwachtposten. Dit net is in de jaren vijftig opgezet om op het gehoor laagvliegende vliegtuigen uit het communistische Oostblok te signaleren, die niet door radar konden worden opgemerkt. De luchtwachtposten waren gevestigd in kerktorens, molens en hoge gebouwen en in de 140, tussen 1950 en 1960, speciaal voor dit doel vervaardigde betonnen luchtwachttorens. De torens werden gemaakt van geprefabriceerde raatbouwelementen, die werden geleverd door de firma Schokbeton in Kampen. De torens hadden, afhankelijk van de situatie ter plekke, een hoogte die varieerde van 2.5 tot 31 meter. De plaats werd bepaald door het gegeven dat rondom elke post een geluidscirkel van 8 kilometer moest liggen, waarbinnen men een naderend vliegtuig zou kunnen horen. De luchtwachtposten werden bemand door militairen van het Korps Luchtwachtdienst. Het korps werd in 1964 opgeheven toen bleek dat door de snelheid van de straaljagers het waarnemingssysteem hopeloos verouderd was. Omdat de meeste torens vervolgens werden afgebroken, zijn de resterende een zeldzaam geworden herinnering aan de Koude Oorlog geworden.
* Volgens een artikel in het Historisch Geografisch Tijdschrift 94.3 gaat het bij luchtwachttorens om gebouwen met een open constructie, wat bij deze toren niet het geval is. De toren wordt ook niet vermeld in het overzicht van twaalf torens, die anno 1994 zouden zijn overgebleven.
Omschrijving Vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken, op betonnen platen staande toren met een zadeldak van ijzer en hout boven een open uitkijkplatform. De gevels van de toren zijn samengesteld uit geprefabriceerde betonnen raamwerkelementen, waarvan de vierkante openingen aan de buitenkande zijn dichtgezet met betonnen plaatjes. De oosten de westgevel (8 segmenten) zijn iets breder dan de noord- en de zuidgevel (7 segmenten). De betonnen onderdelen zijn door middel van schroefbouten met elkaar verbonden. De onderste delen van afgesnoten hoeken zijn vlak, de bovenste boekdelen zijn open. De zuidgevel is evenals de noordgevel voorzien van drie paar kleine vierkante openingen. In de noordgevel staat tevens een rechtgesloten houten deur. De oost- en westgevel zijn blind. Het inwendige van de toren is voorzien van rechte houten steektrappen met ijzeren trapleuningen. Tussen de trappen liggen zes, met planken bedekte bordessen van volwandige vakwerkliggers. Deze zijn door middel van betonnen verbindingsstukken met de gevels van de toren verbonden. De open, bovenste geleding van de toren is het uitkijkgedeelte. Het uitkijkplatform is door middel van een uit betonstenen opgetrokken muurtje gescheiden van het trapgat. De vloer is bedekt met betontegels en wordt extra ondersteund door een ijzeren balk met H-profiel. Vlak onder het platform verbindt een trekstang de noord- en de zuidgevel met elkaar. De borstweringen bestaan uit open gelaten raatelementen. De binnenhoeken van de hoekkolommen zijn afgeschuind. Hieruit steken ijzeren balken met H-profiel die deel uitmaken van de eveneens uit ijzeren balken bestaande constructie van het met planken gesloten torendak.
Redengevende omschrijving
De luchtwachttoren is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde.
De toren is van (cultuur)historisch belang als een bijzonder overblijfsel uit de periode van de Koude Oorlog en als een specifieke, Nederlandse uitdrukking van de politieke situatie in de jaren vijftig.
De toren heeft architectuurhistorische waarde vanwege de bijzondere constructiemethode en het daarmee samenhangende materiaalgebruik, waardoor de toren ook innovatieve waarde heeft.
De toren is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid.
Het gebouwtje is bovendien van grote waarde vanwege de bouwtechnische, typologische en functionele zeldzaamheid.
Betonwerker Gerrit Lieve merkte dat het beton in zijn kruiwagen na een eindje hobbelen over de bouwplaats er heel anders uit ging zien. En in die kruiwagen met dat kapotte houten wiel viel het nog meer op. Alle luchtbelletjes waren eruit getrild. Het beton was veel gladder en werd uiteindelijk ook veel harder. Superbeton.
Samen met zijn compagnon Matthijs Leeuwrik ontwikkelde zij een schokproces door een oude wasmachine om te bouwen tot schokmachine. Dit kon alleen in een fabriek en niet op de bouwplaats, dus kwam in 1932 in Zwijndrecht de eerste fabriek: ‘NV Schokbeton’. Kant en klare betonpanelen. Prefab dus. En zij kregen hier patent op. Meteen begonnen zij een tweede firma NV Schokindustrie voor alle prefab grondwerk als rioleringsbuizen en funderingspalen in de grond. Het liep als een trein. Voorbeelden zijn Diergaarde Blijdorp en de Koopmansbeurs, beide te Rotterdam.
Net na de oorlog moesten er in de Noordoostpolder zo’n duizend schuren gebouwd worden. Toevallig was NV Schokbeton net een nieuwe vestiging in Kampen begonnen. De tabaksindustrie in Kampen was op zijn retour, dus er was voldoende personeel te vinden.
De Directie had in de Wieringermeer al zaken gedaan met Schokbeton. De stalramen waren gemaakt en geleverd door Schokbeton. Voor de problemen in de nieuwe Noordoostpolder is de Directie met Schokbeton gaan brainstormen over prefab woningbouw. Kampen was mooi in de buurt. Vandaar uit konden de prefab schuren zo de nieuwe polder in gereden worden. Prefab stond echter nog in de kinderschoenen, maar de nood was hoog. Na lang gepraat kwam Schokbeton met het ontwerp van losse betonnen panelen die gekoppeld konden worden. Er werd geopperd dat als men deze panelen onbeperkt kan koppelen er misschien ook wel landbouwschuren gemaakt konden worden. Er werd een bijdrage gevraagd van de Marshallhulp en men is voortvaren aan de slag gegaan. Binnen een jaar was een geheel nieuw type schuur ontwikkeld.
De minister gaf toestemming om een honderdtal prefab schuren te bouwen. Om de kosten te kunnen vergelijken eiste de minister dat er ook een twintigtal van hetzelfde type gemetseld zou worden. De gemetselde schuren bleken 5% duurder uit te pakken, Ook duurde een gemetselde schuur c.a. 3 maanden om te bouwen en een prefabschuur c.a. 3 weken. Het was zo’n succes dat men verder ging met het verfijnen van de elementen en heeft men vanaf 24 ha. boerderijen niets anders meer gebruikt.
De Noordoostpolder was de enige plek waar deze schuren voorkomen. Hun bijzondere architectuur en geschiedenis weerspiegelt de geest van de naoorlogse wederopbouwperiode.
Einde Schokbeton:
In nog geen tien jaar tijd kreeg meer dan de helft van de Europese landen een schokfabriek. Daarna volgden Afrika, Azië en Amerika. In de jaren tachtig kwamen de eerste problemen. Door economische druk en nieuwe technische ontwikkelingen raakte het schokproces uit beeld. Schokbeton kwam in financiële moeilijkheden en overnames volgden. De merknaam en de fabriek in Zwijndrecht bleven bestaan tot 2006. In oktober 2015 werden de poorten gesloten. Jammer. Een uniek bedrijf is verloren gegaan en behoort nu tot de geschiedenis.
Aan de rand, bij Ramspol, werd door Schokbeton N.V. een leuke demonstratietoren gebouwd die een mooi uitzicht bood over de polder.
Er is ooit beweerd dat deze Ramspoltoren een luchtwachttoren is. Niet dus. Maar wel een mooie aanleiding om het daar ook even over te hebben.
De schokbetonschuren lijken hetzelfde, maar er zijn verschillen :
3 generaties
de eerste serie schuren (171 stuks) had de ribben aan de binnenkant, dus de buitenkant was glad. – 3 of 4 ramen in voorfront – 2 lengteversies (5 of 6 Spantvakken) – dakhelling 45 graden
De tweede serie (417 stuks / 1951-1953) hadden de ribben in het zicht, dat oogde levendiger. – 1 breedtemaat – 3 lengteversies (4-5-of 6 spantvakken) dakhelling 45 graden
De derde serie (390 stuks / 1954 – 1958) spanten van gelamineerd hout werden vanaf toen van beton waren gemaakt – 1 breedtemaat – 3 lengteversies (4 – 5 of 6 spantvakken) – geveltoppen niet meer van beton maar een beschieting van eterniet of hout. – dakhelling werd (ook al bij een deel van de tweede serie) terug gebracht van 45 naar 40°.
Van deze schokbetonnen schuren zijn er in de polder 978 gebouwd op een totaal van 1799 agrarische bedrijven, waarvan 1577 landbouwbedrijven.
De topgevels
De eerste generatie schuren werden gebouwd in twee breedtematen (3 of 4 ramen in voorfront) . In de hoekjes aangepaste pas-elementen.
De 2e en 3e generatie had 4 of 5 vlakken
Wist je niet ? Vanaf nu ga je ze steeds weer even tellen 🙂
De lengte van de schuur
Lengte wordt uitgedrukt in het aantal spantvlakken.
5 spantvlakken voor bedrijven van 24 en 30 ha
6 spantvlakken voor bedrijven van 36 en 42 ha
7 spantvlakken voor bedrijven van 48 ha of meer
De moduulmaat was 144 cm (3e serie 140 cm) De keuze van die breedte is afgeleid van een Belgisch paard die door een staldeur moest passen. Met twee deurposten werd dat 144 cm breed. Een spantvlak bestaat uit 3 molules, dus 3 x 1.44 = 4,42 meter Met deze drie panelen kon men eigenlijk de gehele onderbouw realiseren, dus de zij en voorgevels.
Natuurlijk waren er weer (kleine) variaties.
Omdat de prefab-bouw na de oorlog nog in de kinderschoenen stond, gaf de minister toestemming om de eerste 120 prefab Schokbetonschuren te bouwen. Daarnaast wilde hij dat er ongeveer twintig schuren, met dezelfde opzet als de prefabvarianten, op traditionele wijze gemetseld zouden worden.
Na de bouw bleek dat deze gemetselde schuren circa 5% duurder waren dan de prefab schuren. Dat prijsverschil vond men nog acceptabel, maar de bouwtijd vormde een groter probleem: de gemetselde schuren vergden ongeveer drie maanden, terwijl de prefab schuren – van fundering tot volledige afbouw – in slechts drie weken gereed waren.
Daar kwam bij dat er nog altijd een tekort was aan metselaars en bouwmaterialen. Aanvankelijk was het plan om slechts één serie prefab schuren te bouwen en daarna weer terug te keren naar de traditionele bouwmethode. Het succes van de prefab schuren bleek echter veel groter dan verwacht, waardoor men besloot door te gaan met de prefab-bouw.
Het Marshallplan
Waarschijnlijk zijn er ook Marshall-dollars gebruikt bij de ontwikkeling van de prefab boerderijen.
Het Marshallplan – officieel het Europese Herstelprogramma (European Recovery Program, afgekort ERP) – was een omvangrijk financieel hulpprogramma van de regering van de Verenigde Staten voor de door de Tweede Wereldoorlog zwaar getroffen Europese landen. Het plan werd geïnitieerd door George Catlett Marshall, minister van Buitenlandse Zaken onder president Harry S. Truman, die het op 5 juni 1947 in een toespraak aankondigde.
De lancering van het Marshallplan vond plaats in een periode van toenemend wantrouwen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Het plan was dan ook in belangrijke mate bedoeld om de West-Europese economieën te versterken, zodat zij minder vatbaar zouden zijn voor de invloed van het communisme. Volgens de Amerikaanse regering vond het communisme immers vooral vruchtbare grond in armoede en ontreddering.
Hoewel het Marshallplan formeel ook werd aangeboden aan de Sovjet-Unie en de Oost-Europese landen, was dit vooral een diplomatiek gebaar. De Verenigde Staten wilden voorkomen dat zij de schuld zouden krijgen van een verdeeld Europa. In werkelijkheid verwachtte men niet dat de Sovjet-Unie Amerikaanse inmenging in haar invloedssfeer zou toestaan. Inderdaad verbood Jozef Stalin de Oost-Europese landen om aan het herstelprogramma deel te nemen.
Het Marshallplan werd uitgevoerd van 1948 tot 1951. In deze periode ontvingen de deelnemende Europese landen – waaronder ook Turkije – in totaal meer dan 11,6 miljard dollar aan financiële steun. Aan deze hulp waren voorwaarden verbonden: de Europese landen moesten hun economieën op orde brengen en onderling nauwer gaan samenwerken. Dit leidde in 1948 tot de oprichting van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES), de voorloper van de huidige OESO. Het programma gaf bovendien een krachtige impuls aan het streven naar Europese integratie.
Economisch gezien was het Marshallplan een groot succes. Dankzij de aanzienlijke financiële steun konden de West-Europese economieën zich veel sneller herstellen dan zonder deze hulp mogelijk was geweest. Aangemoedigd door dit succes hoopten de Verenigde Staten dat vergelijkbare hulpprogramma’s elders in de wereld hetzelfde effect zouden hebben. Dat bleek echter niet het geval. Het naoorlogse West-Europa beschikte immers over gunstige voorwaarden: een goed ontwikkelde infrastructuur, een geschoolde beroepsbevolking en een sterke politieke wil om het continent weer op te bouwen.
Bouw Fracon-woning op kavel J 133. Detail met hoekkolom van Schokbeton
Omdat de prefab-bouw na de oorlog nog in de kinderschoenen stond, gaf de minister toestemming om de eerste 120 prefab Schokbetonschuren te bouwen. Daarnaast wilde hij dat er ongeveer twintig schuren, met dezelfde opzet als de prefabvarianten, op traditionele wijze gemetseld zouden worden.
Na de bouw bleek dat deze gemetselde schuren circa 5% duurder waren dan de prefab schuren. Dat prijsverschil vond men nog acceptabel, maar de bouwtijd vormde een groter probleem: de gemetselde schuren vergden ongeveer drie maanden, terwijl de prefab schuren – van fundering tot volledige afbouw – in slechts drie weken gereed waren.
Daar kwam bij dat er nog altijd een tekort was aan metselaars en bouwmaterialen. Aanvankelijk was het plan om slechts één serie prefab schuren te bouwen en daarna weer terug te keren naar de traditionele bouwmethode. Het succes van de prefab schuren bleek echter veel groter dan verwacht, waardoor men besloot door te gaan met de prefab-bouw.
Overzicht van Gemetselde (Alternatief) Boerderijtypen in de Noord Oost Polder
De Noordoostpolder is tijdens de oorlogsjaren in cultuur gebracht. Er was in die jaren een groot gebrek aan materiaal en mankracht. Om de voortgang van de polder door te kunnen laten gaan wist men een aantal houten barakken van België over te nemen. Deze barakken hadden in België dienst gedaan als onderkomen voor krijgsgevangenen. Er werden ongeveer 100 van deze Belgische barakken geplaatst als opslagruimte op de boerenerven.
Bovenstaande foto is de enige nog authentieke barak en staat aan het einde van de Sportlaan in Emmeloord. Hij is geplaatst door de directie en is gebruikt voor het realiseren van de beplanting van de polder. Later is Staatsbosbeheer er in getrokken. Nu is het in gebruik door het I.V.N en Scouting.
Laten we niet meer flauw doen over het foutje van de staande planken wat jarenlang verkeerd op de website van de I.V.N. heeft gestaan. Dat konden zij ook niet helpen.
Dit plein heeft in 1945 een half jaar de naam van Albert Knipmeijerplein gedragen.
Knipmeijer was hoofd Personeelszaken bij de Directie van de Wieringermeer afdeling Kampbeheer. Zijn bureau in Kampen speelde vanaf 1943 een belangrijke rol in het doorsluizen van grote aantallen onderduikers naar de Noordoostpolder.
Net na de bevrijding prees landdrost Smeding in zijn toespraak Albert Knipmeijer vanwege diens verdienstelijkheid. Als blijk van waardering kreeg het plein de naam Knipmeijerplein. Na een half jaar kwam Knipmeijer erop terug. Hij was van mening dat de eer moest gaan naar Harmen Visser. Aldus geschiedde.
“Van tevoren geheel onkundig van deze naamgeving en wetende, dat U met deze daad de geheele polder-illegaliteit Uw erkentelijkheid hebt willen betuigen, heb ik toen niet de moed gehad voor de eer te bedanken, hoewel het toen m.i. juister ware geweest aan het plein den naam van een onzer gesneuvelde illegale strijders te verbinden.” Hij bedoelde hiermee Harmen Visser.
Advertentie uit De Noordoostpolder – 1e jaargang 1945
Harmen Visser
Harmen Visser werkte bij de politie in Vollenhove. Tijdens de oorlogsjaren was ‘Oom Willem’ lid van de knokploeg Vollenhove-Sint Jansklooster en plaatselijk commandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Toen Kuinre was bevrijd door de Canadezen, bleken er nog Duitsers en Nederlandse SS’ers zich schuil te houden nabij Slijkenburg. In overleg met de Canadezen werd besloten daarheen op te rukken. Harmen Visser reed op 16 april 1945 met zijn motor mee. Hij werd beschoten en dodelijk getroffen door SS’ers.
Eén dag voor de officiële Bevrijdingsdag van Noordoostpolder !! en dus één dag na de bevrijding van Vollenhove.
Gemeentehuis of niet
Het centrumplan Emmeloord met De Deel heeft de laatste decennia vaak het lokale nieuws beheerst. Van 1964 tot 1968 was het juist het Harmen Visserplein wat alle aandacht vroeg.
De tijdelijke houten kantoren en overheidsgebouwen lagen allemaal rond dit Harmen Visserplein. Ook de eerste huizen en straten begonnen rond dit plein. (Rietstraat etc) Het daadwerkelijke centrumplein van Emmeloord zou later ‘De Deel’ gaan worden.
Aanvankelijk was het plan van B&W om ook het raadhuis op het oostelijk gedeelte van De Deel te bouwen. De gemeenteraad echter wilde onderzoeken of De Deel Zuid-Oost, De Deel West of misschien toch het Harmen Visserplein niet wenselijker was. Uiteindelijk ging de raad niet akkoord. Burgemeester F.M van Panthaléon baron van Eck had flink de smoor in, het nieuwe stadskantoor kwam toch op het oude Harmen Visserplein.
Het bureau van prof. Van Embden heeft een nieuw stedenbouwkundig plan ontworpen.
Er hebben meerdere tijdelijke gebouwen op het Knipmeijer / Harmen Visserplein gestaan. Bovendien wisselden de gebouwen ook wel eens van functie.
Het raadhuis
DK7
DK6
Dorpshuis – Leeszaal
Deze waren in de kolonisatieperiode gevestigd in Kampen (DK1), Ramspol (DK2) , Vollenhove (DK3), Kuinre (DK4), Lemmer (DK5) en Emmeloord DK6 en DK7.
1 Gemeentehuis
Het houten raadhuis kwam in 1943 vanuit de Wieringermeer. Het werd bureau van de rijkspolitie, tevens distributiekantoor. In 1949 werd tot voorlopig raadhuis gebombardeerd. De politie verhuisde toen naar DK6 (3)
2 – DK7
In DX 7 zetelde oorspronkelijk de bouwkundige afdeling van de directie. Na de sloop van DK 6 werd het politiebureau en toen ook de politie een eigen permanent gebouw betrok, werd er van alles in ondergebracht. Het bureau public relations, de schooladvies en -begeleidingsdienst, afdeling jeugdzaken en de woningbouwvereniging. De afbraak van DX 7 was één maand voor de sloop van het raadhuis.
3 – DK6
Op deze plek staat nu het huidige politiebureau.
4 – Leeszaal
1942: Gebouwd – Kantine De Duitse bezetter gaf in 1942 geen toestemming voor een stenen gebouw. Het moest een houten gebouw worden. Ze wisten niet dat binnen de houten buitenkant een stenen muur werd gebouwd, waardoor een hecht bouwwerk ontstond. Toen het klaar was, werd het ingericht als kantine voor de polderwerkers. De heer W. Tholen, (café Tholen) was de baas. 1945: Ministerie van Justitie In 1945 werd een gedeelte ervan gevorderd door het ministerie van Justitie voor de behandeling van politieke delinquenten, die hier in de Noordoostpolder in de kampen vertoefden. Ondertussen werd het gebouw tot dorpshuis vermaakt. Vervolgens het consultatiebureau voor de kruisvereniging 1948 Leeszaal De ambtenaren verhuisden naar het tijdelijke raadhuis (1) en dit gebouw werd ingericht tot leeszaal door de Maatschappij tot Nut van het Algemeen. In 1955 kreeg het gebouw de benaming van Openbare Leeszaal en Uitleenbibliotheek. Dit heeft geduurd tot 1968. 1968 Sloop
Eerste gemeentehuis 1949
Het tijdelijke raadhuis (links op de foto hierboven) en het kantoor van de Bouwkundige Dienst aan het Harmen Visserplein in Emmeloord, 1954
Het houten raadhuis kwam in 1943 vanuit de Wieringermeer naar Emmeloord, dat toen dorp A heette. Het werd bureau van de rijkspolitie, tevens distributiekantoor. Het plein kreeg pas na 1945 de naam van Harmen Visser. Op de foto is nog het naambordje te zien: Boterbloemstraat.
Achter dit raadhuis kwam met tijdelijke nieuwe gemeentehuis. Dit gebouw is verkocht aan De Knipe . (zie verder)
Waar kwam het vandaan ?
De Terp.
Het eerste houten gemeentehuis kwam dus in 1943 uit De Wieringermeerpolder, de (Zuiderzee)polder die ons voorging. Wat was het en waar stond het.
Na de drooglegging bleek middenin de Wieringermeerpolder een lastige keileemplaat van ongeveer vier hectare te liggen, even ten zuiden van Wieringerwerf. De plaat werd opgespoten met zand. Zo ontstond er een terp. Het was de bedoeling hier het hoofdorp van de Wieringermeer te bouwen, maar door de slapheid van de grond heeft men er van af gezien Het was wel geschikt om dienst te doen als vluchtheuvel in tijden van watersnood. Er is zelfs een waterput aangelegd. Tijdens de onderwaterzetting van de Wieringermeer door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog is de Terp door enkele families uit Wieringerwerf daadwerkelijk gebruikt als vluchtheuvel.
Er was hier enige bebouwing tijdens de 30-er jaren. Op de foto zien we links een kantine en rechts het administratiekantoor van de Cultuurmaatschappij.
Uit de krant 1954: Het heeft eerst in de Wieringermeer gestaan, dicht bij Kolhorn en bij overlevering weet men te vertellen dat Zuiderzeewerken „er in zat”. De bovenverdieping werd bewoond door de vrouw wier man in dienst van Zuiderzeewerken was gestorven en die dank zij een sympathieke geste in het gebouw mocht blijven huizen.
Waar ging het naar toe ?
De Knipe
Leeuwarder courant :07-04-1972
De Knipe, dat zich ten opzichte van het bestuurscentrum Heerenveen wel eens het misdeelde kind heeft gevoeld, gaat zelf een gemeentehuis bouwen. Dat heeft overigens niets met bestuurlijke aspiraties te maken, maar wel alles met de korfbalclub Kinea. Het bestuur van Kinea kocht dinsdag in een (over)moedige bui in Emmeloord het daar afgedankte houten gemeentehuis om het als clubgebouw in exploitatie te nemen. Volgens de bestuursleden — men wilde de prijs niet noemen — krijgt Kinea met de voor een prikje gekochte barak, voorzien van toilet en centrale verwarming, een goedkope en gerieflijke kleedgelegenheid, inclusief een gezellige cantine. Omdat de verkoper, (aannemer J. Visser uit Sint Nicolaasga) als voorwaarde stelde, dat het gemeentehuis binnen de kortste keren moest worden afgebroken, is men direct de volgende dag begonnen met de sloop. Ook in de Knipe zal de vroegere residentie van het polder officium (o.a. burgemeester en secretaris hadden in dit gedeelte hun werkvertrekken) voornamelijk met eigen krachten worden herbouwd. De naam van hun ‘nieuwe’ onderkomen werd: NOPPES.
Burgemeester Henk Hellinga van Heerenveen heeft in 1972 de laatste spijkers geslagen in het clubhuis.
We zijn inmiddels te laat om de nostalgie te kunnen bekijken. Een paar jaar geleden heeft het clubhuis plaats gemaakt voor een moderne nieuwbouw.
Emmeloord kende vroeger de Kamillestraat en de Boterbloemstraat. Zowel deze straten als het deel van de Distelstraat tussen de voormalige Boterbloemstraat en Espelervaart hebben plaatsgemaakt voor het Stadskantoor en de herinrichting van het Harmen Visserplein
Tweede gemeentehuis
STADHUIS !
Eigendom van St. Centraal Pensioenfonds Hengelo Gemeente Noordoostpolder huurde het, met het recht op koop. Uiteindelijk heeft de gemeente het pand ook gekocht. Het is gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw. Ambtenaren moesten tijdelijk uitwijken naar de Gemeentewerf aan de Bouwerskamp.
Eerste paal 16 maart 1971
Oplevering 5 april 1972
Architect J.F. Heiligers
Bouwbedrijf Panagro uit Warmond
Opdrachtgever Pensioenfonds Hengelo
huur ƒ 289.485,- per jaar
vloeroppervlakte 2000 m2
kosten 1.65 miljoen gulden excl. BTW
Tijdens een officiële bijeenkomst in de nieuwe raadzaal werd het gebouw overgedragen van bouwer naar belegger, die het weer officieel in huur gaf van de gemeente. Vele genodigden voerden het woord en boden cadeaus aan. De raadsleden schonken de burgemeester een oude landkaart, gemaakt in het begin van de 17e eeuw en voorstellende het gebied Noordholland en de Zuiderzee. Van het secretariepersoneel werd een antieke klok aangeboden. De middenstand van Emmeloord had het gebouw laten versieren met een van keramiek vervaardigd gemeentewapen door de kunstenaar Joop Puntman, terwijl bouwers en beleggers een kunstvoorwerp aanboden.
Derde en huidige gemeentehuis
Het huidige stadhuis (Harmen Visserplein 1) met twee haakse vleugels en een raadzaal in de binnenhoek werd rond 1986 gebouwd naar ontwerp van P.A.M. Dirks.
Eerste paal maart 1986
Opening 3 februari 1988
Architect P.A.M. Dirks
Aannemer Panagro uit Warmond
Kosten ƒ 900.000,-
Suikerzakje
HET GEMEENTEHUIS
Op korte afstand van de Deel is in 1987 onder architectuur van P.A.M. Dirks te Deventer (Abma, Hazewinkel en Dirks) een nieuw gemeentehuis gebouwd voor de gemeente Noordoostpolder. Aanvankelijk lag het in de bedoeling het gemeentehuis op De Deel te bouwen, en wel schuin tegenover het Voorhuys. Uitgewerkte plannen werden uiteindelijk door de gemeenteraad af gekeurd en na veel discussie werd in april 1972 intrek genomen in een gehuurd ‘stadskantoor’ aan het Harmen Visserplein. Dit complex is gekocht, grotendeels gesloopt en gedeeltelijk ontmanteld. Om tot een compact gebouw te geraken zijn twee nieuwe loodrecht op elkaar ge situeerde vleugels gebouwd, met in het oksel de raadszaal. Een glazen straat van tien meter breed is in het complex een belangrijk verbindingselement. Deze straat, op zich een bezienswaardigheid, is georiënteerd op de poldertoren. Daarin vindt men voortdurend exposities van bekende en minder bekende kunstenaars. Het gebouwen complex biedt ruimte aan ca 250 ambtenaren en is voorzien van alle moderne installaties die voor het optimaal functioneren van de gemeentelijke overheid noodzakelijk zijn.
Kiekendief Het provinciebestuur schonk een gebeeldhouwde kiekendief, het symbool van Nederlands twaalfde provincie.
Klok Behalve een beeldje van de kiekendief heeft de provincie de gemeente nog een ander geschenk aangeboden: het wapen van de twaalfde provincie bestemd voor de grote klok in de ruime hal van het gemeentehuis. Elk cijfer van die klok bestaat uit een wapen van een provincie. De elf andere provinciewapens kreeg de gemeente al eerder van de voormalige exploitant van ’t Voorhuys’.
Drieluik In de raadzaal hangt ook een drieluik van Inge Schagen, dat namens het bouwteam werd aangeboden.
Gemeentehuis toont N.A.P.
Leuk om toeristen te laten schrikken. “Als de dijk doorbreekt komt het water zo hoog te staan.” Het onderste bordje toont het N.A.P. Het bovenste bordje toont het niveau bij stormvloed.
Wil je weten hoe het zit ? Lees meer >>>
Deze bordjes hingen ook op het oude DK6 gebouw. Toen DK6 gesloopt werd, zijn de bordjes verhangen naar DK7.
1972 – start bouw Openbare leeszaal. Zie de bevrijdingsboom.