Auteur: poldertoren@gmail.com

  • Uurwerken

    Uurwerken

    Het Openbaar Lichaam ‘de Noordoostelijke Polder’ (de voorloper van de gemeente Noordoostpolder) stelde het uurwerk beschikbaar.

    De wijzerplaten met een diameter van 5 meter 40 waren destijds de op één na grootste van Nederland. Alleen de klokken op de elektrische centrale van Geertruidenberg waren groter.

    De grote spaakwielen kunnen draaien rond hun as. Dat was gedaan om de lampjes eenvoudig te kunnen vernieuwen.

    Het uurwerk is tegenwoordig verbonden net de wereldatoomklok in Zurich.
    Deze klok zendt een signaal naar een zogenaamde telebox in de toren, die dit signaal vervolgens doorgeeft aan het uurwerk in de toren.
    Vier zijden van de poldertoren zijn voorzien van een wijzerplaat.
    De cijfers en wijzers zijn verguld.

    Een eerste prijsopgave door Petit & Fritsen klokkengieterij uit Aarle-Rixtel (N-Br) van 1 maart 1958 voor de 4 wijzerplaten bedroeg ƒ 18.000,-






    De grootste klok van Nederland

    De grootste klok ven Nederland heeft een diameter van 10 meter, dus twee maal zo groot als die op de Poldertoren.
    Hij hangt op het gebouw van de Amercentrale in Geertruidenberg.
    Ook dit uurwerk is net als die van de Poldertoren gemaakt door de firma Koninklijke Eijsbouts uit Asten. (1952)

    De wijzers hebben betonnen contragewichten om ook bij harde wind te kunnen blijven draaien. Daar trouwens geen Romeinse cijfers, maar als uur markering ronde schijven van 65 cm. Ook deze wijzers zijn verguld met 23 karaat bladgoud.


    Leuk weetje

    Romeinse cijfers


    Cijfer III

    Storm Evert was de eerste officiële storm van 2021 in Nederland. De eerste storm van 2022 was storm Eunice. De klokken op de Poldertoren in Emmeloord hebben die storm niet zonder schade doorstaan. Het cijfer III was weggewaaid. De vergulde delen zijn na een zoektocht gevonden. Ze hebben volgens de gemeente geen schade aangericht.

  • Carillon

    Het carillon


    De Beiaard heeft 48 klokken, volgens een chromatische reeks c1 -c5.
    De zwaarste klok met de naam ‘Juliana Regina’ weegt 2382 kg en doet tevens dienst als luidklok. Het kleinste klokje weegt 13 kg.
    Ze zijn in 1958/59 door klokkengieterij Eijsbouts gegoten.

    Alle klokken, behalve de grote luidklok bovenin, zijn vast opgehangen. Ze gaan dus niet heen en weer.
    Aan de binnenkant van de klok zit een klepel die met een staalkabel verbonden is met het stokkenklavier van de beiaard.

    Vroeger zaten er ook nog hamers aan de buitenkant van de klokken. Die hamers werkten elektrisch en waren aangesloten op een speelautomaat.

    In 2020 heeft het carillon een grote renovatie ondergaan.
    De hamers zijn verwijderd en de speelautomaat trekt nu aan dezelfde staalkabels die van de speeltafel naar de klepels gaan.







    Versieringen klokken

    gieterijmerk – gieterembleem

    Eijsbouts heeft zijn eigen handtekening in het brons gegraveerd

    EIJSBOUTS ASTENSIS ME FECIT ANNO MCMLVIII of MCMLIX

    Het betekend :
    Eijsbouts Asten maakte mij in 1958 of 1959.

    Het kunnen lezen van Romeinse cijfers raakt uit de tijd.
    1959 = MCMLIX

    JULIANA REGINA

    Wordt een klok naar een persoon genoemd, dan gebruikt men doorgaans de voornaam zonder meer. De klok kan dus niet Frits Philips of Freddy Heineken heten, maar wel Frits of Freddy.
    Koningin JULIANA Louise Emma Marie Wilhelmina prinses van Oranje-Nassau etc. is teveel van het goede. Maar alleen Juliana is te weinig.
    Daarom kiest met vaak voor Juliana Regina.
    Regina” is het Latijnse woord voor koningin. Wanneer iemand over Juliana Regina spreekt (vaak afgekort als ‘Juliana R.’), verwijst dit specifiek naar Koningin Juliana en haar regeerperiode als staatshoofd van Nederland van 1948 tot 1980. De toevoeging ‘Regina’ is de traditionele Latijnse titel die regerende vorsten gebruiken in hun handtekening en op officiële documenten om hun status aan te duiden. Je komt deze aanduiding ook tegen bij muntgeld en zegels.

    Afbeelding

    De luidklok en alle andere klokken zijn voorzien van een afbeelding, ontworpen door de kunstenaar en beeldhouwer Ybe van der Wielen.
    Ybe van der Wielen, geboren in de Verenigde Staten (26 april 1913 – 4 oktober 1999) was een Nederlandse beeldhouwer en schilder.

    Decoratieve rand

    Naast het gieterembleem hebben de klokken ook één of meerdere decoratieve sierranden. Een ornamentale band, ook ontworpen door Ybe van der Wielen.
    Aan de binnenkant van de klok wordt ook de toonhoogte zichtbaar aangebracht. In de klok van Tollebeek bijvoorbeeld zie je de aanduiding ‘cis’.

    Weetjes


    Oorsprong woord carillon (etymologie)


    In de jaren dat nog niet iedereen een klok of horloge bezat, was het op zekere tijd toch wenselijk dat burgers wisten hoe laat het was. Zo kon je op tijd op het werk of je afspraak verschijnen.
    Daarom verschenen er uurwerken in torens en hoge gebouwen.
    Omdat die wijzers niet voor iedereen goed zichtbaar waren, werd met een bronzen luidklok op het hele uur het aantal uurslagen gegeven. Zo kon je ook hóren hoe laat het was.


    Verwarring
    Er was echter vaak verwarring; 
    ‘Sloeg de klok net negen keer? Of toch tien keer? Heb ik de eerste slag misschien gemist?’
    Om dat probleem te voorkomen werd met vier kleinere klokjes een kort melodietje gegeven zodat men wist: ‘opletten, hierna komen de uurslagen’. Een soort voorslag, een aankondiging.
    De beroemdste voorslag is de melodie van de Big Ben.

    Het woord carillon is een verbastering van quadrillon. In dat woord is het getal vier te herkennen. Want het begon met vier klokken.


    En zoals dat gaat….. als Amsterdam vier klokjes heeft,
    dan komt Den Haag opeens met zes klokjes.
    En dan Deventer met 12 klokjes,
    en dan Emmeloord met ….

    Wat is een carillon

    Beiaard, carillon en klokkenspel zijn drie benamingen voor dit instrument.
    Het wordt bespeeld door een beiaardier.
    Minimaal moet de beiaardier kunnen beschikken over 24 gegoten bronzen klokken.
    Dat zijn 2 octaven.
    Tegenwoordig geldt 48 klokken als standaardomvang. Dat zijn 4 octaven.

    Gewoonlijk hangt een carillon in een toren.
    De klokken worden vanaf een klavier (toetsenbord) bespeeld. Geen smalle toetsen zoals bij een piano, maar stevige stokken die met de vuisten bediend worden. Ze noemen dit daarom ook wel een stokkenklavier. Toch kunnen de huidige carillons vaak subtiel bespeeld worden.
    De stokken van het klavier zijn met kabels verbonden met de klepel van de klok.
    Om een voller muziekspel mogelijk te maken zijn er veelal ook pedalen gekoppeld aan dit stokkenklavier.

    Het carillon kan op twee manieren worden bespeeld: handmatig en automatisch.

    • Bij het handspel brengt de beiaardier de klokken met klepels, die via het stokkenklavier worden bespeeld, tot klinken. De beiaardier kan in zijn spel nuances en dynamiek aanbrengen (hard, zacht, snel, langzaam etc.) om de muziek levend te maken.
    • Bij het automatisch bespelen stuurt een automaat (computer) de magneethamers aan, zodat een voorgeprogrammeerde melodie klinkt.

    Net als een orgel of piano is het carillon chromatisch gestemd. Dat wil zeggen dat we ieder nootje omhoog een ‘halve toon’ noemen.

    Alleen beiaarden van ten minste 23 à 24 klokken dan wel met een klokkenreeks die zich chromatisch of diatonisch uitstrekt over ten minste twee octaven, komen in aanmerking om carillon genoemd te mogen worden of  met slechts 15 klokken dus diatonisch over twee octaven.

    Diatonisch bevat slechts 7 noten, (zeg maar alleen de witte toetsen) zodat je een muziekstuk niet in ieder willekeurige toonaard kan spelen. Mineur en majeur is wel mogelijk.
    Chromatisch bevat alle twaalf de halve toonafstanden binnen een octaaf. Dus je kan ieder melodietje spelen in iedere gewenste toonaard.


    Gastenboek

    De huidige layout van deze website is van 2026, maar de website bestaat al meer dan 25 jaar.
    Indertijd had het een ‘gastenboek’ dat werd getekend door:

    Anno 2026 is de link nog steeds in het museum te vinden.
    Ook de foto van de Poldertoren met onderschrift De Graaff.

    Marius Lehr, 1932, was in zijn werkzame leven wiskundeleraar VWO, HAVO in Arnhem. Hij heeft veel interesse in het werk van zijn broer André, 1929-2007. Hij was klokkengieter, campanoloog en enige jaren directeur van Klokkengieterij Eijsbouts te Asten. André kreeg veel hoge onderscheidingen, waaronder een eredoctoraat van de Universiteit van Utrecht.


    Automatisch speelwerk

    Vroeger

    De klokken werden vroeger aangestuurd door een bandspeelwerk. Dat kan je vergelijken met het ‘boek’ in een draaiorgel. Een soort ponsband waar de beiaardier gaatjes in heeft geprikt.
    Van tijd tot tijd werd er verstoken. Nieuwe melodietjes.

    Tegenwoordig

    Vanaf begin jaren ’90 worden de melodietjes opgeslagen in een computer.
    De aansturing gaat middels een compressor. Met hydraulische (of pneumatische) klepjes en ventielen wordt aan dezelfde staalkabels getrokken die aan de toetsen (stokken) van de beiaard verbonden zijn.

    In 2004 heeft Anne Kroeze het carillon voorzien van nieuwe muziek.
    De oude muziekjes draaiden al sinds 1991. Nieuw op het repertoire is het Flevolands volkslied. De computer zorgt er zonder omkijken ook voor dat eind november Sinterklaasmuziek wordt gespeeld en aan het eind van het jaar kerstmuziek.
    De gemeente Noordoostpolder neemt zich voor de carillonmuziek voortaan vaker te verversen, aldus Omroep Flevoland in een bericht van dec. 2004.


    Begrippen

    Luiden
    Bij luiden zwaait men de klok heen en weer zodat de klepel afwisselend tegen de beide zijden van de klok slaat; dit in tegenstelling tot speelklokken in een beiaard die stil hangen en bespeeld worden.

    Kleppen
    Bij kleppen hangt de klok stil waarbij alleen de klepel wordt bewogen of men zwaait de klok heen en weer waarbij de klepel van de klok slechts aan één zijde slaat.

    Beieren
    Bij het beieren hangt de klok stil en beweegt men de klepel naar de klokwand toe totdat de klepel de klok raakt. Deze manier wordt gebruikt bij het bespelen van een beiaard (vandaar ook wellicht de herkomst van de naam beiaard), maar ook bij uitzonderlijke klokken.


    Vallende klepel

    Leeuwarder courant 16-8-1993

    ‘Het gaat niet altijd en overal goed.
    Ooit dreigde hij (Dirk S.. Donker)  het slachtoffer te worden van een vallende klepel, 80 kilo zwaar, die uit het klokkenspel van de poldertoren in Emmeloord donderde. Gelukkig lag het beiaardiersdak nog tussen het brok ijzer en het hoofd van Donker in, zodat hij met de schrik vrij kwam. ‘


    Eerste klanken

    Na oplevering van het carillon (1959) is het instrument voor het eerst bespeeld door de stadsbeiaardier van Delft, Leen ’t Hart.  (Delft,  1920 – 1992)

    “Door een druk op de knop zette de minister de grote luidklok, die de naam van koningin Juliana draagt in beweging, waarna de Delftse beiaardier Leen ’t Hart een carillonconcert gaf. Daarmee was de officiële overdracht afgelopen, maar de feestelijkheden zullen nog tot en met aanstaande zaterdag voortduren

    Programma openingsconcert:


    Beiaardiers


    Henk Held

    1959 – 1977

    De eerste beiaardier
    Henk Held ook is ook bekend als ‘de spelende kapper’.


    Dirk S. Donker

    Vanaf 1977

    Organist van de Grote Kerk in Sneek, Stadsbeiaardier in Groningen, Leeuwarden, Sneek en Dokkum en beiaardier van Emmeloord en Joure.


    Anne Kroeze

    Vanaf 2002

    Ook vaste begeleider van het Christelijk mannenkoor Emmeloords en de Melody Singers Emmeloord




    Je ziet ook op deze foto dat de lage CIS in het pedaal mist.

  • Delftse school

    Delftse school

    ca. 1925 – 1955

    Waarom

    Toen de Noordoostpolder op de tekentafel lag, net voor de Tweede Wereldoorlog, waren in Nederland twee architectuurstromingen actueel.
    We stonden eigenlijk op een kantelpunt:

    • Het traditionalisme
      Plattelandsarchitectuur. Huizen van baksteen met rode dakpannen. Niet zo spannend. Maar een groot voorvechter was Granpré Molière, hoogleraar in Delft.
      Een stroming binnen dit traditionalisme was de Delftse School.
      De Noordoostpolder, Nagele uitgezonderd, is consequent gebouwd volgens deze behoudende stijl.
    • Het nieuwe bouwen
      is een verzamelnaam voor verschillende moderne bouwstijlen en radicale vernieuwingen. Veel glas, staal en beton. Lelystad.
      Emmeloord was daar nog niet aan toe. De keuze viel dus op het traditionele bouwen.

    Lelijkstad

    Jammer? In zekere zin misschien wel.
    In Lelystad hebben ze wel de stap gezet naar het moderne bouwen.
    Vol verwachting stroomden in 1967 duizenden polderpioniers naar de nieuwe stad, die het toonbeeld van de moderne stedenbouw moest worden.
    Wat het toonbeeld van de moderne stedenbouw moest worden werd een broedplaats voor architecten en creatieve geesten.
    Ze experimenteerden erop los.
    En dat heeft niet zo goed uitgepakt.
    We noemen het niet voor niets Lelijkstad
    Daar is de Noordoostpolder voor behoed !

    Wat is Delftse School het precies

    Het is een traditionele stijl. Geen fratsen. Bakstenen huizen met rode pannen daken. Echt Hollands. |
    Nederland was goed in bakstenen bakken. We hadden goede klei.
    Het huis van een arbeider was sober, eenvoudig.
    De huizen van de betere ambtenaren, dokter en notaris waren groter en met nog fraaiere baksteen versieringen.
    En de officiële gebouwen als een postkantoor of kerk mocht groots.
    De functie ging voor de vorm !

    De Delftse School heeft veel beeldbepalende kenmerken, waaronder:

    • Het vrijwel uitsluitende gebruik van bakstenen
    • Met pannen beklede, hoge hellende daken tussen topgevels
    • Hoge gootlijnen
    • Het gebruik van natuursteen op constructief belangrijke punten
    • Niet te veel opvallen (traditioneel blijven)
    • De vorm wordt bepaald door de functie (eenvoudige woningen, grote publieke gebouwen)
    • Nauwelijks gebruik van decoraties, uitgezonderd siermetselwerk

    De Delftse School streefde naar een architectuur die was gebaseerd op universele normen en waarden.
    Daarnaast wilde men de traditie van de Nederlandse plattelandsbouw in ere houden.
    Deze traditie was een reactie op de Amsterdamse School, die volgens de traditionalisten te decoratief was ingesteld.

  • Windvaan

    De windvaan

    Gedurende de bouw is de idee gerezen de torenspits te bekronen met een als windwijzer uitgevoerd schip van het type dat ooit veelvuldig op de Zuiderzee werd gebruikt: het koggeschip

    De Kogge vormde de belangrijkste schakel in de opbloeiende handel in Noord-Europa.
    het schip had een lengte van 15 tot 30 meter en kon over lange afstand betrekkelijk grote ladingen over zee vervoeren.
    Honderden Koggen bevoeren in de late Middeleeuwen de Noord- en Oostzee.
    Ommelandvaarders heetten de schippers, die vanuit de lage landen de gevaarlijke tocht onder primitieve omstandigheden om Jutland naar de Oostzeelanden maakten.

    • Het schip is van zwaar koper vervaardigd en met een laagje goud overtrokken.
    • De hoogte is 5 meter
    • De breedte is 2,5 meter
    • Gewicht: 250 kg
    • De windvaan is voor 6000 gulden gerealiseerd door Koninklijke Eijsbouts, ’s werelds grootste klokkengieterij uit Asten. (geplaatst op 26-1-1959)
    • De koperslager die daadwerkelijk de windvaan heeft gemaakt is de bekende koperslager Sef Claessens uit Roermond.
    • De uitvoerder was Dhr. R. de Vries uit Ens.

    In 2020 is het schip bij de Koninklijke Eijsbouts geweest voor groot onderhoud, waar het meteen is voorzien van een nieuw laagje bladgoud.




    uit de krant:

    Windwijzer dolt niet meer

    Willem van Halem, Zaterdag 25 feb 2012,  de Stentor ©2012 Wegener Nieuwsmedia.

    Misschien heeft u hem al een tijdje gemist. Of misschien helemaal niet, dat zou ook heel goed mogelijk zijn. Maar afgelopen vrijdag is de windvaan van de voormalige Bondsspaarbank teruggeplaatst boven op het dak van het bankgebouw op de hoek van de Geerstraat en de Burgwal in Kampen.

    Jaren had-ie in een schuurtje van het Frans Walkate Archief gelegen. Herman Harder, directeur van het archief, heeft zich er uiteindelijk over ontfermd en in handen gegeven van de Kamper meestersmid Sven de Lang. En daar heeft het attribuut op zijn beurt weer jaren liggen wachten op restauratie. Sven de Lang: “De vaan is er in delen vanaf gekomen en het was nog een hele puzzel om hem weer in elkaar gezet te krijgen. Maar het is gelukt en het resultaat mag er zijn.” Windvanen zijn in een land als Nederland geen onbekend verschijnsel.

    Op katholieke kerken staat over het algemeen een kruis, op kerken van protestantse gezindten een vindvaan met een haan met daaronder een kruis. De haan verwijst naar de haan die drie keer kraaide toen Petrus Jezus verloochend had. Veel kerken en andere hoge gebouwen zijn voorzien van windvaantjes. Met name in Friesland en Groningen kan men een keur aan vaantjes terugvinden. Zoals het een goed archivaris betaamt, is Herman Harder in de geschiedenis van de windvaan gedoken. “Hij moet ruim veertig jaar geleden, op 20 oktober 1971, bij de opening van de vernieuwde Bondsspaarbank zijn aangeboden. Door wie is ons nog niet duidelijk. Op oude foto’s is wel voormalig burgemeester van Tuinen te zien, dus of de gemeente de gulle gever is?” Bijzonder aan deze windvaan is dat hij in ieder geval speciaal voor deze gelegenheid moet zijn gemaakt, want onder de windwijzer is een kogge onder vol zeil aangebracht. De reden dat de windvaan indertijd is verwijderd is van meer technische aard. Niet alleen slijtage was de aanleiding, maar het feit dat de vaan in feite niet goed was afgesteld. Het gewicht van de wijzer was gelijkelijk verdeeld, waardoor die bij elk zuchtje wind rond begon te tollen. Met als gevolg dat de (originele Gispen) klok, waarop de windrichting met lampjes was af te lezen op zijn beurt als een dolle te keer ging.

    Dat is nu voorbij. De windwijzer is nu op de juiste manier aangebracht. Of er ooit nog een verbinding komt met een klok in het archief of het bankgebouw is vooralsnog onzeker


    LERAAR VOORMALIGE LTS MAAKTE WINDVAAN VOOR BONDSSPAARBANK

    Olger Koopman, donderdag 1 maart 2012,  de Stentor ©2012 Wegener Nieuwsmedia.

    KAMPEN – Het mysterie van de windvaan van het Frans Walkate Archief laat zich langzaam maar zeker ontrafelen. Aanleiding is een verhaal dat vorige week in de Stentor stond over de restauratie en terugplaatsing van de bijzondere windvaan op het dak van de voormalige Bondsspaarbank op de hoek van de Geerstraat en de Burgwal. De kapotte windwijzer in de vorm van een kogge onder vol zeil had daarvoor jarenlang liggen verstoffen in een schuurtje, maar is door meestersmid Sven de Lang hersteld.

    Archivaris Herman Harder kon de oorsprong van het ding echter niet meer achterhalen en krijgt nu hulp van Stentorlezers. „De windvaan komt mij bekend voor omdat ik wist dat deze op jullie gebouw stond, maar ook omdat ik deze tegen ben gekomen in de LTS aan de Dr. Damstraat in Kampen”, zegt Pedro van Mierlo. „In de zeventiger jaren ging ik naar deze school. Volgens mijn herinnering stond de windvaan in een praktijklokaal van de metaalafdeling van de school. Het zou kunnen dat de windvaan geheel of gedeeltelijk op de LTS gemaakt is. Namen van leraren uit die. tijd zijn Watse de Haan, een meneer Modders (later is hij adjunct-directeur van de LTS geweest) en een meneer Doevedans.” Oudleerling Bert van der Velde bevestigt dat verhaal ten dele. Volgens hem is de maker echter leraar metaalbewerking Van der Linde. „Hij vertelde toen dat deze aangeboden zou worden aan de bank.” Herman Harder is blij met deze nieuwe aanwijzingen. „Maar ik weet nu nog steeds niet wie de opdrachtgever was.”

    Bron: 2012 www.snshistorischcentrum.nl


    uit de krant

    Bijzondere windvaan teruggeplaatst in Kampen

    De Stentor – Olger Koopman – 12 juni 2017, 21:54

    “Ach ja, het is natuurlijk altijd mooi om een beetje mee te waaien met die wind”, zegt directeur Herman Harder quasi laconiek. Een bijzonder gevalletje is de windvaan hoe dan ook. Als praktijkopdracht begin jaren zeventig gemaakt door leerlingen van de toenmalige Kamper LTS als replica van de windvaan in de toren van Emmeloord. Een mooi cadeau bij de opening van de vernieuwde Bondsspaarbank op de hoek van de Geerstraat en de Burgwal (later onderdeel van het Walkate Archief en tegenwoordig van het Historisch Centrum).  Het ding, een kogge onder vol zeil, belandde echter al snel in ding in een schuur. Niet omdat hij niet mooi was, maar omdat hij niet goed was afgesteld. Bij het minste zuchtje wind begon hij te tollen, met als gevolg dat de aan de windvaan gekoppelde klok als een gek te keer ging. “Het personeel werd daar horendol van”, zegt Harder.
    Vergetelheid
    De aparte windvaan raakte in de vergetelheid totdat Harder hem in 2012 onder het stof vandaan trok en liet oplappen door de Kamper meestersmid Sven de Lang. Met veel tamtam werd de vaan teruggeplaatst. Maar niet voor lang zo bleek, want de verf vergrijsde al snel en door versleten kogellagers draaide hij niet meer met alle winden mee. Zodat hij de afgelopen weken opnieuw naar de smid moest. Harder: “Deze keer wilden we het extra goed doen. Nu is ie helemaal verguld en ‘gaat ie zeker enkele decennia mee’, verzekert Harder. Vandaag wordt de windvaan voor de derde keer op zijn plek bovenop de oude Bondsspaarbank geplaatst. Harder lacht: “Ach ja, drie keer is nu eenmaal scheepsrecht, niet waar?”
    Windvanen zijn in Nederland geen onbekend verschijnsel. Op katholieke kerken staat over het algemeen een kruis, op kerken van protestantse gezindten een windvaan met een haan met daaronder een kruis. De haan verwijst naar de haan die drie keer kraaide toen Petrrus Jezus verloochend had. Ook veel andere hoge gebouwen hebben een windvaan. Met name in Friesland en Groningen kan men een keur aan windvanen terugvinden.

    Bron: de Stentor 12-06-2017

  • Figurenomloop

    Figurenomloop

    Figurenomloop


    Actueel

    De stolp die de figurenomloop moet beschermen is aangebracht. Binnenkort actie. Meneer de Poldertoren houdt het in de gaten.


    De figurenomloop van de Poldertoren is een kunstwerk, een mechanisch schouwspel van een aantal poppen die op het hele en op het halve uur als een soort treintje naar buiten komt. Het is een vorm van publiekskunst die het historisch verhaal vertelt van het gebied Noordoostpolder.

    Het wachten is nog op een glazen stolp die aan de buitenkant van de poldertoren het speelwerk moet beschermen tegen de duiven.

    Tijdens de bouw van de toren heeft de bouwmeester A.D. van Eck het idee gelanceerd om een speelwerk aan te brengen.
    Hij wilde graag een speelwerk met verdwijnende schepen en opkomende mensenfiguren die de droogmaking zouden symboliseren
    Zowel het carillon als de figurenomloop zou gemaakt worden door de Koninklijke Klokkengieterij Petit & Fritsen (Aarle-Rixtel).
    Het probleem was dat er niemand te vinden was die de poppen kon maken.
    In de muur was op twaalf meter hoogte al een ruimte opengelaten, maar er werd een plank voor geschroefd. Plan mislukt.

    NA DRIEËNDERTIG JAAR

    Het vijftig jaar bestaan van de Noordoostpolder in 1992 en het feit dat de gemeente Noordoostpolder in datzelfde jaar 30 jaar bestaat, is aanleiding geweest om alsnog tot een speelwerk in de toren te komen. De Lionsclub Noordoostpolder trok dit initiatief.
    Na ruim 33 jaar werd een computergestuurde figurenomloop geplaatst.

    De Koninklijke Klokkengieterij Petit & Fritsen uit Aarle-Rixtel heeft het gemaakt.
    In 2015 is Petit en Fritsen samengegaan met Koninklijke Eijsbouts b.v. uit Asten.
    De poppenmaker is Hans van Brunschot. (Moergestel)
    Op 8 september 1992 is de figurenomloop officieel aan de gemeente aangeboden. De officiële ingebruikname werd door premier Ruud Lubbers op 9 september verricht.

    De vormgeving van de omloop is anders geworden dan A.D. van Eck in 1959 in gedachten had. De symbolische betekenis is echter overduidelijk.
    Het zijn zes aluminium beschilderde figuren. De ontwikkeling van de oertijd tot heden is gestileerd weergegeven.



  • De Deel






    Rond dit plein staan de volgende gebouwen

    invulling volgt